InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

De Jaren van Beproeving
Siera van de Profeet ﷺDe Medina Periode

De Jaren van Beproeving

Na Uhud was de situatie van de moslims precair. Zeventig van hun besten waren gevallen. De Profeet ﷺ zelf was verwond. De hypocrieten onder Abdullah ibn Ubayy waagden het om openlijk te zeggen dat als de mensen zijn raad hadden gevolgd, de doden nog zouden leven. De Quraish hadden het slagveld verlaten zonder Medina aan te vallen, maar niemand twijfelde eraan dat zij zouden terugkeren. En de joodse stammen in en rond Medina, die het Handvest van Medina hadden ondertekend, begonnen openlijker hun vijandigheid te tonen nu de moslims verzwakt leken.

De periode die volgde op Uhud en voorafging aan Al-Khandaq wordt in de Siera soms snel doorlopen. Dat is onterecht. Het waren jaren waarin de Islamitische gemeenschap van alle kanten werd beproefd: van buiten door militaire aanslagen en verraad, van binnen door hypocrisie en twijfel. Het waren jaren die de Metgezellen ﵃ vormden op een manier die Badr noch Uhud alleen had kunnen doen.

De Nasleep van Uhud

De dag na Uhud stuurde de Profeet ﷺ zijn mannen terug het veld in. Velen waren gewond. Enkelen hadden nauwelijks geslapen. Maar het bericht dat de Quraish mogelijk van plan waren om terug te keren naar Medina dwong hem tot handelen. Hij riep op om uit te trekken en stelde als voorwaarde dat alleen degenen die de vorige dag hadden meegevochten mochten deelnemen.

Dit was een bewuste keuze. De boodschap naar de Quraish en naar de bredere regio moest zijn dat de moslims, ondanks hun verliezen, niet gebroken waren. Dat zij bereid waren om onmiddellijk weer te vechten. Abu Sufyaan, die het bericht ontving dat de Profeet ﷺ hem volgde, besloot terug te keren naar Mekka. De confrontatie die hij wellicht had gezocht, stelde hij uit.

De expeditie stond bekend als Hamra al-Asad. Zij duurde slechts enkele dagen maar had een onmiskenbare psychologische werking. Een gemeenschap die bereid is om de dag na een zware slag opnieuw uit te trekken, is geen gemeenschap die op haar knieën ligt.

Raji’: Het Eerste Verraad

In het vierde jaar na de Hijra kwamen vertegenwoordigers van de stammen Adhal en Qarah naar de Profeet ﷺ met een verzoek. Zij beweerden dat er in hun midden mensen waren die geïnteresseerd waren in Islam en vroegen of de Profeet ﷺ een aantal van zijn Metgezellen ﵃ met hen mee wilde sturen om hen te onderwijzen. Het was een verzoek dat de Profeet ﷺ vaker had gehonoreerd want de verspreiding van kennis was een van de pijlers van zijn da’wah.

Hij stuurde zes mannen mee, onder leiding van Marthad ibn Abi Marthad ﵁. Toen zij de waterput van Raji’ bereikten, sloeg de val dicht. De mannen van Adhal en Qarah riepen de omliggende stam Khuzayl op en een groep gewapende mannen omsingelde de zes Metgezellen ﵃.

Drie van hen weigerden zich over te geven en vochten tot de dood. Drie anderen werden gevangen genomen en overgeleverd aan de Quraish in Mekka in ruil voor geld. Eén van de gevangenen, Khubaib ibn Adiy ﵁, werd door de Quraish gevangen gehouden totdat zij een geschikte gelegenheid vonden voor zijn executie. Zij brachten hem buiten Mekka en stelden hem voor om te kiezen.

De beul vroeg hem of hij wilde dat Muhammad ﷺ op zijn plaats stond en hij vrij was. Khubaib ﵁ antwoordde dat hij niet zou willen dat de Profeet ﷺ zelfs door een doorn werd geprikt terwijl hij zelf thuis in veiligheid zat. Vlak voor zijn executie vroeg hij toestemming om twee raka’at te bidden. Dit werd hem toegestaan. Hij bad rustig en volledig en zei daarna dat hij slechts bang was dat men zou denken dat hij het gebed verlengde uit angst voor de dood. Daarna werd hij gekruisigd en gedood.

Khubaib ﵁ was de eerste in Islam die de gewoonte instelde om twee raka’at te bidden vlak voor de executie. Een gewoonte die na hem door martelaren werd overgenomen.

Bi’r Ma’una: De Grootste Ramp

Wat er bij Raji’ was gebeurd was een pijnlijke slag. Maar wat er kort daarna plaatsvond bij de waterput van Ma’una overtrof alles wat de moslims tot dan toe hadden meegemaakt in termen van verlies in één enkel incident.

Abu Bara Amir ibn Malik, een leider van de stam Amir ibn Sa’sa’a, had de Profeet ﷺ bezocht in Medina. Hij had Islam niet aanvaard maar stond er welwillend tegenover. Hij vroeg de Profeet ﷺ om een groep Metgezellen ﵃ te sturen naar Najd om de mensen daar te onderwijzen en beloofde hen zijn bescherming. De Profeet ﷺ aarzelde, want hij vertrouwde de mensen van Najd niet. Maar Abu Bara drong aan en de Profeet ﷺ stuurde zeventig mannen.

Het waren geen gewone mannen. Het waren de beste Korangeleerden van Medina, mensen die overdag brandhout sprokkelden om in hun levensonderhoud te voorzien en de nachten doorbrachten met bidden en het bestuderen van de Koran. De Profeet ﷺ noemde hen de Qurra, de lezers.

Toen zij de waterput van Ma’una bereikten, stuurden zij een boodschapper met een brief van de Profeet ﷺ naar Amir ibn al-Tufayl, de neef van Abu Bara. Amir ibn al-Tufayl las de brief niet maar doodde de boodschapper direct. Daarna riep hij zijn eigen stam op om de zeventig Metgezellen ﵃ aan te vallen. Zijn stam weigerde vanwege de bescherming die Abu Bara had beloofd. Amir ibn al-Tufayl riep daarop andere stammen uit de regio op en zij omsingelden de zeventig moslims bij de waterput.

De Metgezellen ﵃ weigerden zich over te geven. Zij vochten totdat er van de zeventig nog slechts twee overbleven. Eén van hen, Ka’b ibn Zayd ﵁, overleefde zwaargewond en stierf later bij Al-Khandaq. De andere, Amr ibn Umayya al-Damri ﵁, werd gevangen genomen en later vrijgelaten.

Amr ibn Umayya keerde terug naar Medina en bracht het nieuws. De Profeet ﷺ was zo diep getroffen door het verlies dat zijn Metgezellen ﵃ zeiden dat zij hem nooit eerder zo hadden gezien rouwen. Veertig dagen lang, in elke Fajrgebed, bad de Profeet ﷺ de qunut en smeekte Allah ﷻ om de stammen die verantwoordelijk waren voor dit bloedbad te berechten.

De wond van Bi’r Ma’una heelde langzaam. Maar zij heelde.

Banu Nadir: Het Verraderlijke Complot

De tweede joodse stam van Medina, de Banu Nadir, had het Handvest van Medina ondertekend. Zij woonden in sterke vestingen aan de zuidoostkant van Medina en waren rijk en invloedrijk. Na Uhud hadden zij hun vijandigheid jegens de Profeet ﷺ nauwelijks nog verborgen.

De directe aanleiding voor het conflict met de Banu Nadir was een bezoek van de Profeet ﷺ aan hun wijk. Hij was gekomen om hun hulp te vragen bij het betalen van bloedgeld, een verplichting die voortkwam uit het Handvest dat zij samen hadden ondertekend. Zij ontvingen hem vriendelijk en zeiden dat zij zouden helpen. Terwijl de Profeet ﷺ bij een muur zat te wachten, beraamden zij een plan. Een man zou op het dak klimmen en een grote steen op zijn hoofd gooien.

Allah ﷻ openbaarde het plan aan de Profeet ﷺ voordat het werd uitgevoerd. Hij stond op, zei dat hij even iets moest doen en keerde niet terug. Zijn Metgezellen ﵃ die bij hem waren volgden hem. Kort daarna begrepen de Banu Nadir dat hun plan was ontdekt.

De Profeet ﷺ stuurde een boodschapper naar de Banu Nadir met de mededeling dat zij Medina dienden te verlaten binnen tien dagen vanwege hun verbreking van het verdrag. Abdullah ibn Ubayy stuurde hen heimelijk een boodschap dat zij moesten blijven en dat hij hen met tweeduizend man zou steunen. Zij vertrouwden op zijn belofte en weigerden te vertrekken.

De steun van Ibn Ubayy kwam nooit. De Profeet ﷺ belegerde hun vestingen. Na enkele weken, zonder dat de beloofde hulp opdaagde, capituleerden de Banu Nadir. Zij mochten vertrekken met alles wat zij konden meenemen op hun kamelen, behalve wapens. Sommigen trokken naar Khaybar in het noorden, anderen naar Syrië.

Maar hun vertrek was niet het einde van hun rol in de geschiedenis. Hun leider Huyayy ibn Akhtab trok na de verdrijving door het Arabisch Schiereiland met één doel: het samenstellen van een grote coalitie van stammen die gezamenlijk Medina zouden aanvallen en de moslims definitief zouden vernietigen. Het zaad van Al-Khandaq werd geplant in de bodem van Banu Nadirs verdrijving.

Allah ﷻ zegt over hen:

هُوَ ٱلَّذِيٓ أَخۡرَجَ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ مِنۡ أَهۡلِ ٱلۡكِتَٰبِ مِن دِيَٰرِهِمۡ لِأَوَّلِ ٱلۡحَشۡرِۚ مَا ظَنَنتُمۡ أَن يَخۡرُجُواْ وَظَنُّواْ أَنَّهُم مَّانِعَتُهُمۡ حُصُونُهُم مِّنَ ٱللَّهِ فَأَتَىٰهُمُ ٱللَّهُ مِنۡ حَيۡثُ لَمۡ يَحۡتَسِبُواْ

Hij is Degene Die degenen die ongelovig waren onder de mensen van het Boek uit hun huizen verdreef bij de eerste bijeenkomst. Jullie dachten niet dat zij zouden vertrekken en zij dachten dat hun vestingen hen zouden beschermen tegen Allah. Maar Allah bereikte hen van waar zij het niet verwachtten.

Soera Al-Hashr: 2

De Beproeving van Binnenuit

Terwijl dit alles van buiten op de gemeenschap drukte, bleef de dreiging van binnenuit bestaan. De hypocrieten onder Abdullah ibn Ubayy profiteerden van elke moeilijkheid om twijfel te zaaien. Na Uhud waren zij brutaler geworden. Na Bi’r Ma’una fluisterden zij dat de Profeet ﷺ zijn eigen mannen de dood in stuurde. Na de belegering van Banu Nadir beweerden zij dat de hardheid jegens de joden de regio zou destabiliseren.

Maar de werkelijke beproeving van binnenuit was subtieler dan de hypocrisie van Ibn Ubayy. Het was de beproeving van de gewone gelovige die zijn geloof staande moest houden terwijl het leed zich opstapelde. Zeventig geleerden vermoord bij Ma’una. Metgezellen verraden en overgeleverd in Raji’. Uhud nog vers in het geheugen. De economische druk van een gemeenschap die voortdurend op oorlogsvoet stond.

Allah ﷻ openbaarde in deze periode troost, maar ook waarschuwing:

أَمۡ حَسِبۡتُمۡ أَن تَدۡخُلُواْ ٱلۡجَنَّةَ وَلَمَّا يَأۡتِكُم مَّثَلُ ٱلَّذِينَ خَلَوۡاْ مِن قَبۡلِكُمۚ مَّسَّتۡهُمُ ٱلۡبَأۡسَآءُ وَٱلضَّرَّآءُ وَزُلۡزِلُواْ حَتَّىٰ يَقُولَ ٱلرَّسُولُ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ مَعَهُۥ مَتَىٰ نَصۡرُ ٱللَّهِۗ أَلَآ إِنَّ نَصۡرَ ٱللَّهِ قَرِيبٌ

Of dachten jullie dat jullie het Paradijs zouden binnengaan terwijl jullie nog niet hetzelfde hadden meegemaakt als degenen die voor jullie kwamen? Zij werden getroffen door tegenspoed en rampspoed en zij werden zo hevig geschud dat de Boodschapper en degenen die met hem geloofden zeiden: "Wanneer komt de hulp van Allah?" Weet: de hulp van Allah is nabij.

Soera Al-Baqarah: 214

De Coalitie Vormt Zich

In het vijfde jaar na de Hijra voltooide Huyayy ibn Akhtab zijn diplomatieke missie. Hij had de Quraish in Mekka weten te overtuigen en Abu Sufyaan stemde in met een nieuwe campagne. Hij had de stam Ghatafan gewonnen door hen de helft van de dadelsoogst van Khaybar te beloven. Kleinere stammen sloten zich aan uit eigenbelang, uit stamtrots of vanwege schulden die zij bij de Quraish hadden.

Het resulterende leger was van een omvang die het Arabisch Schiereiland niet eerder had gezien in de strijd tegen de moslims: tienduizend man. Sommige overleveringen spreken van meer. Tegenover de zevenhonderd man waarmee de Profeet ﷺ bij Uhud had gevochten was dit een vertienvoudiging van de vijandelijke kracht.

Medina kon dit leger niet tegemoet treden in open veld. Dat was onmogelijk. De vraag was niet of de coalitie zou komen, maar hoe de moslims zouden overleven wanneer zij kwamen.

Het antwoord op die vraag zou komen van een man die niet in Arabië was geboren, maar wiens kennis van Perzische oorlogsvoering de geschiedenis zou veranderen: Salman al-Farisi ﵁.