InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

De start van de Islamitische jaartelling (Hijra)
Siera van de Profeet ﷺDe Medina Periode

De start van de Islamitische jaartelling (Hijra)

Na drie nachten in de Grot van Thawr, beschermd door het web van de spin en de hoede van Allah ﷻ, verlieten de Profeet ﷺ en Abu Bakr ﵁ hun schuilplaats. De Quraish hadden de zoektocht grotendeels opgegeven. De meeste zoekers waren ervan overtuigd dat de twee vluchtelingen inmiddels ver buiten hun bereik waren geraakt. De gids Abdullah ibn Uraiqit, een veelgodenaanbidder die niettemin zijn woord hield, verscheen op het afgesproken tijdstip bij de grot met de rijdieren. Hij leidde hen langs onbekende, ongebruikte paden om de kans op ontdekking zo klein mogelijk te houden.

De Tent van Oemm Ma’bad

Onderweg naar Medina passeerde het kleine reisgezelschap, bestaande uit de Profeet ﷺ, Abu Bakr ﵁, diens bediende 'Aamir ibn Fuhaira en de gids Abdullah ibn Uraiqit, bij de tent van Oemm Ma’bad in Qudaid. Haar volle naam was 'Aatika bint Khalid Al-Khuzaa’iyya. Qudaid was het gebied waar de Khuza’a stam leefde, en haar broer Khoenais ibn Khalid Al-Khuza’i was degene die haar verhaal later overleverde.

Oemm Ma’bad was oud maar sterk, een stugge vrouw die buiten haar tent zat met haar armen gevouwen over haar knieën. De reizigers vroegen of zij vlees of dadels had om van haar te kopen, maar dit had zij niet. De voorzieningen van haar volk raakten op en ze gingen door een periode van droogte.

De Profeet ﷺ zag een schaap naast de tent. Het dier was zo verzwakt door de droogte dat het nauwelijks op zijn benen kon staan.

Profeet ﷺ: En dit schaap, o Oemm Ma’bad?

Oemm Ma’bad: Het is, ondanks haar zwakte, het enige overgebleven schaap.

Profeet ﷺ: Heeft zij melk?

Oemm Ma’bad: Het is zwakker dan dat.

Profeet ﷺ: Geef je me toestemming om haar te melken?

Oemm Ma’bad: Ja, moge mijn moeder en vader voor jou worden geofferd!

De Profeet ﷺ streek met zijn hand over de uiers van het schaap, benoemde de Naam van Allah ﷻ en maakte een smeekbede. Op dat moment begon er melk uit de uiers te komen, overvloedig en wit. Hij ﷺ vroeg om een container groot genoeg om een groepje mensen te voorzien en melkte een grote hoeveelheid tot de container tot de rand toe was gevuld. Eerst gaf hij Oemm Ma’bad te drinken totdat zij genoeg had, daarna zijn Metgezellen totdat ook zij verzadigd waren. De Profeet ﷺ dronk zelf als laatste. Vervolgens vulde hij de container voor de tweede keer, liet het schaap en de volle container bij haar achter, en betaalde haar.

De terugkeer van Abu Ma’bad

Het duurde niet lang voordat de echtgenoot van Oemm Ma’bad terugkwam met een aantal uitgehongerde schapen, dieren die zo verzwakt waren dat zij van links naar rechts strompelden. Toen Abu Ma’bad de melk zag was hij verbaasd.

Abu Ma’bad: Waar heb je deze melk vandaan, o Oemm Ma’bad? Onze schapen zijn ver verwijderd van graasgebied, hebben geen jongen geworpen, en we hebben verder geen melkdragende schapen in huis.

Oemm Ma’bad: Nee, bij Allah. Maar wat er gebeurde, er kwam een gezegende man langs ons.

Abu Ma’bad: O Oemm Ma’bad, beschrijf hem voor me.

Oemm Ma’bad gaf toen een beschrijving die tot op de dag van vandaag tot de meest gedetailleerde fysieke beschrijvingen van de Profeet ﷺ behoort:

Ik zag een overduidelijk knappe man met een stralend gezicht en goede manieren. Hij was niet dun of uitgemergeld, hij zou over het algemeen beschreven kunnen worden als knap. Zijn ogen waren da’aj, het zwarte gedeelte van zijn ogen was extreem zwart en het witte gedeelte extreem wit, en zijn wimpers waren lang. Zijn stem was niet schril, zijn nek was lang en zijn baard was dik. De haren van zijn wenkbrauwen waren lang en dun en beide wenkbrauwen waren verbonden. Wanneer hij niks zei straalde hij een gevoel van waardigheid uit, en als hij sprak straalde hij schoonheid en glans uit. Vanaf een afstand gezien is hij het meest knappe en magnifieke van mensen, en van dichtbij is hij de liefste en de beste. Zijn spraak is zoet en ontegenzeggelijk waar, hij spreekt rustig, niet teveel en niet te weinig. Hij is van gemiddelde lengte, niet langer dan de meeste mensen, maar ook niet dusdanig dat je hem kort zou noemen. Hij ﷺ straalde het meest van de drie qua uiterlijk en had de meeste aanzien. Hij had metgezellen om hem heen. Wanneer hij sprak luisterden zij aandachtig. En als hij een bevel gaf haastten zij zich om deze uit te voeren.

Abu Ma’bad luisterde naar haar woorden en zei: Bij Allah, hij is de metgezel van de Quraish wiens kwestie ons is verteld. Ik heb voorzeker besloten om zijn metgezel te worden, en ik zal dit doel bereiken als ik een manier vind om dit te doen.

De Aankomst in Medina

Het reisgezelschap reisde verder langs de kustroute, ver van de gebruikelijke karavaanpaden die de Quraish bewaakten. Na meerdere dagen door de woestijn bereikten zij het dorp Quba, gelegen ten zuiden van Medina. Hier hield de Profeet ﷺ halt en verbleef bij Kulthum ibn Hidm ﵁, een van de Ansar die de Profeet ﷺ reeds trouw had gezworen tijdens de Eed van Aqaba.

In Quba bleef de Profeet ﷺ meerdere dagen. Tijdens dit verblijf legde hij de fundamenten van de eerste moskee in de Islam, Masjid Quba. Met eigen handen hielp hij stenen en bakstenen dragen, zij aan zij met de Metgezellen ﵃ die hem waren voorafgegaan in de emigratie naar Medina. Het was een bescheiden bouwwerk van ongebakken stenen en palmbladstammen, maar het zou een plaats van aanbidding worden waarover de Koran zelf zou spreken.

Ondertussen hadden de inwoners van Medina het nieuws van zijn vertrek uit Mekka ontvangen. Elke dag trokken groepen Ansar naar de rand van de stad en keken uit over de weg vanuit het zuiden, wachtend en hopend. In de hitte van de middag, wanneer de zon het wachten ondraaglijk maakte, keerden zij teleurgesteld terug naar hun huizen, om de volgende ochtend opnieuw uit te gaan.

Op de dag dat de Profeet ﷺ eindelijk Quba verliet en richting Medina reed, was het een Joodse man die hem het eerst vanaf een uitkijkpost zag naderen en riep: O Arabieren, hier is degene op wie jullie wachten! De vreugde was overweldigend. Mannen, vrouwen en kinderen stroomden naar buiten. De straten vulden zich met mensen die hem wilden verwelkomen. Volgens de overlevering zongen de vrouwen en kinderen van Medina een welkomstlied, een uiting van pure vreugde die de stad nog nooit had gekend.

De Profeet ﷺ reed op zijn kamelin, al-Qaswaa, Medina binnen. Overal waar hij langskwam nodigden de families van de Ansar hem uit om bij hen te verblijven, en zij grepen de teugels van zijn kamelin vast in de hoop dat hij bij hen zou stoppen. Telkens antwoordde de Profeet ﷺ vriendelijk: Laat haar, want zij is gestuurd. De kamelin liep door de straten van Medina totdat zij op eigen initiatief neerknielde op een open terrein dat als droogplaats voor dadels werd gebruikt. Dit was de plek die bestemd was, de plek waar Masjid an-Nabawi, de Moskee van de Profeet, zou worden gebouwd.

De Profeet ﷺ nam zijn intrek bij Abu Ayyub al-Ansari ﵁, wiens huis het dichtst bij de plek stond waar de kamelin was geknield. Abu Ayyub ﵁ stond erop dat de Profeet ﷺ de bovenverdieping zou nemen, maar de Profeet ﷺ koos voor de benedenverdieping zodat bezoekers hem gemakkelijker konden bereiken. De gastvrijheid van Abu Ayyub ﵁ en zijn vrouw zou later spreekwoordelijk worden onder de Metgezellen ﵃.

De Islamitische Jaartelling

De Hijra was meer dan een reis van de ene stad naar de andere. Het was het kantelmoment waarop een vervolgde religieuze minderheid transformeerde tot een georganiseerde gemeenschap met een eigen grondgebied, eigen bestuur en eigen wetten. In Mekka waren de moslims onderdanen geweest, onderworpen aan de willekeur van de Quraish. In Medina werden zij burgers van een nieuwe samenleving, met de Profeet ﷺ als hun leider, rechter en wetgever.

Het was pas jaren later, tijdens het kalifaat van Umar ibn al-Khattab ﵁, dat de behoefte ontstond aan een gestandaardiseerde kalender. De groeiende islamitische staat had een eenduidig systeem nodig voor verdragen, correspondentie en belastingheffing. Umar ﵁ riep de prominente Metgezellen ﵃ bijeen om te overleggen over het startpunt van deze nieuwe tijdrekening.

Verschillende mogelijkheden werden overwogen. De geboorte van de Profeet ﷺ, het moment van de eerste openbaring in de Grot van Hira, de verovering van Mekka. Elk van deze gebeurtenissen had een sterk symbolisch gewicht. Toch kozen Umar ﵁ en de Metgezellen ﵃ unaniem voor de Hijra als beginpunt. De redenering was helder: de Hijra markeerde het moment waarop de Islam overging van een privégeloof, beleden in het verborgene, naar een publiek bestuur, gedragen door een gemeenschap. Het was het moment waarop geloof en soevereiniteit samenvielen.

De islamitische kalender begint bij 1 Muharram van het jaar waarin de Hijra plaatsvond, wat overeenkomt met ongeveer 16 juli 622 van de christelijke jaartelling. Sindsdien wordt elk islamitisch jaar aangeduid met de letters AH, “na de Hijra” (Anno Hegirae). De kalender is een maankalender van twaalf maanden, waarbij elk jaar ongeveer elf dagen korter is dan het zonnejaar. Dit betekent dat islamitische feestdagen en herdenkingen door de seizoenen heen verschuiven, een eigenschap die de universaliteit van de islamitische tijdrekening benadrukt, onafhankelijk van klimaat of geografie.

Wat begon als een nachtelijke vlucht uit vervolging, twee mannen en een gids op ongebaande paden door de woestijn, werd het stichtingsmoment van een gehele beschaving. De Hijra herinnert elke generatie eraan dat de grote wendingen in de geschiedenis niet altijd plaatsvinden op slagvelden of in paleizen, maar soms op een verlaten woestijnpad, in het vertrouwen dat Allah ﷻ de weg wijst naar wat nog komen moet.