Mali onder Sundiata Keita

Volgens Ibn Khaldun regeerde Sundiata ook bekend als Mari Jata 25 jaar. Gedurende die 25 jaar ontpopte Mali zich als Rijk. Het bleef niet alleen bij het opstellen van een wet, maar men had ook te maken met de praktische uitvoering van die wet. Het focuspunt was het creeeren van stabiliteit na het Sundiata - Soumaoro conflict. Sundiata gaf een nieuwe betekenis aan de titel Mansa. En vormde zijn emperium om rondom dit idee. Hij positioneerde zich als de Mansa en onder hem werd een *Gbara* Grote Raad in werking gesteld. De raad bestond uit diverse generaals en stammen/clanleiders inclusief 30 koningen of mansas van voormalig autonome maninka. Iedere mansa regeerde over een aantal districten en die districten werden bestuurd door iemand uit de koninklijke lijn. Er werd verwacht van iedere bondgenoot dat zij de belangen van de *Niani*; de zetel van het rijk zouden beschermen en tribuut zouden betalen. Mansa Sundiata was dus geen absoluut heerser of iets dergelijke, zijn Gbara hield acteerde als een soort tegengewicht to zijn macht. De Gbara bestond uit 4 portefeuilles als het ware: 1. Djon Tan Nor Woro (dragers van pijlenkokers) dit was de militaire tak 2. De 4 Maghan (Prinselijke clans) dit was de politieke tak 3. Mori Kanda Lolou (Beschermers van de religie) dit was de religieuze tak 4. Nyamakala (Hanteerders van energie) dit was de ambachtelijke tak Onder het leiderschap van Sundiata Keita zou het Mali Rijk enorm groeien vanuit Niani. Met behulp van zijn generaals zouden zij andere staten innemen zoals het oude Ghana Rijk, Het Jolof Koninkrijk (Senegal), Gambia en Guinea-Bissau.