InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

De Eed van de Twaalf
Siera van de Profeet ﷺDe Mekka Periode

De Eed van de Twaalf

Na drie jaar van beproevingen, het verlies van Abu Talib en Khadijah ﵂, de vernedering in At-Ta’if en de maandenlange zoektocht naar steun onder de Arabische stammen was de Profeet ﷺ nog steeds op zoek naar nusra. Stam na stam had hem afgewezen, sommigen uit angst, anderen uit onverschilligheid, weer anderen met spot. Maar Allah ﷻ had een plan dat niemand had voorzien. De hulp zou niet komen van een machtige stam uit het zuiden of het oosten, maar van zes jonge mannen uit Yathrib, een stad waar de Profeet ﷺ nog nooit was geweest.

Kaart laden...

Net zoals hij ﷺ deed bij de andere stammen, stelde de Profeet ﷺ hen een aantal vragen:

De Profeet ﷺ: “Wie zijn jullie?” De Khazraj: “Wij zijn de Khazraj.” De Profeet ﷺ: “Jullie zijn de bondgenoten van de joden?” De Khazraj: “Ja.”

Dus de Profeet ﷺ zat met hen en nodigde hen uit tot Islam en reciteerde een aantal verzen van de Koran. Alhoewel zij de Profeet ﷺ nooit hadden ontmoet waren zij bekend met zijn da’wah en met de Profeet ﷺ zelf.

Jarenlang hadden de joden van Yathrib hen gewaarschuwd, of beter gezegd, bedreigd. Wanneer er een conflict was tussen de joden en de stammen van Aws en Khazraj, zeiden de joden:

Er zal spoedig een profeet worden gezonden. Zijn dag is nabij. Wij zullen hem volgen en met zijn hulp zullen wij jullie vernietigen zoals 'Ad en Iram werden vernietigd.

Deze woorden hadden jarenlang als een dreigement boven hen gehangen. Maar nu, terwijl zij luisterden naar de woorden van de Profeet ﷺ, veranderde die dreiging in herkenning.

Nadat de Profeet ﷺ Islam aan hen had gepresenteerd, keken de mannen elkaar aan. De herkenning was onmiddellijk. Eén van hen sprak de woorden uit die alles zouden veranderen:

Eén van de Khazraj: “O mensen, bij Allah, jullie weten dat dit voorzeker de profeet is waar de joden jullie mee bedreigden. Laat hen jullie niet verslaan!”

Zij accepteerden de uitnodiging van de Profeet ﷺ en werden moslim. Zij vertelden de Profeet ﷺ over de inheemse stammen van Medina, namelijk de Aws en Khazraj en dat zij constant met elkaar in oorlog waren. En dat zij hoopten dat Allah hen via de Profeet ﷺ zou verenigen. Hierna vertrokken zij naar huis met de taak om de uitnodiging in hun thuisplaats verder te verkondigen.

De delegatie bestond uit zes mannen van de Khazraj, elk afkomstig uit een andere clan:

  • Abu Umaamah As’ad ibn Zuraarah ﵁, van Banu al-Najjar, de meest vooraanstaande onder hen en een van de eerste inwoners van Yathrib die de Islam omarmden
  • 'Awf ibn al-Haarith ﵁, eveneens van Banu al-Najjar, ook bekend als Ibn 'Afra
  • Raafai’ ibn Maalik ﵁, van Banu Zurayq, een man die bekendstond om zijn welsprekendheid
  • Qutbah ibn 'Aamir ﵁, van Banu Sawad
  • 'Uqbah ibn 'Aamir ﵁, van Banu Sulaimah
  • Jaabir ibn 'Abdullah ibn Riaab ﵁, van Banu 'Ubayd

Dit was een keerpunt in de geschiedenis van de da’wah. Via deze zes mannen zou de boodschap van Islam ieder huis in Yathrib bereiken. Toen zij terugkeerden naar hun stad, spraken zij met zoveel overtuiging en passie over de Profeet ﷺ dat er binnen de kortste keren geen enkel huishouden meer was waar de naam Muhammad ﷺ niet was gevallen. De hulp van Allah ﷻ was gekomen uit onverwachte hoek; niet van een machtige stam met duizend ruiters, maar van zes gewone mannen die luisterden met hun hart.

De eerste eed van 'aqaba

Een jaar nadat de eerste ontmoeting plaatsvond tussen de Profeet ﷺ en de delegatie van de Khazraj kwam een andere delegatie welke bestond uit 12 mannen (10 uit Khazraj en 2 van de Aws). Het feit dat er 10 leden van de Khazraj waren en 2 van de Aws gaf aan dat:

  1. De da’wah zich vooral had gefocust op de Khazraj en minder op de Aws
  2. Aangezien het de Khazraj was gelukt om de da’wah te brengen naar de Aws er, na jarenlange oorlog, indicatie was van het begin van harmonie en eenheid tussen de twee stammen.

De delegaties kwamen wederom samen bij 'Aqaba, alleen zouden zij deze keer een eed afleggen; De Eerste Eed van Aqaba.

Deze eed zou later bekendstaan als de Bay’at al-Nisa, de eed van vrouwen, niet omdat er vrouwen aanwezig waren, maar omdat het een eed was zonder militaire verplichting. De voorwaarden waren moreel en spiritueel van aard, dezelfde voorwaarden die later in Soera Al-Mumtahanah 60:12 aan vrouwen zouden worden voorgelegd. Het strijden was op dat moment nog niet verplicht gesteld.

Ik was onder degenen die aanwezig waren tijdens de eerste eed van 'Aqaba. We waren met 12 mannen en gaven de Boodschapper van Allah ﷺ de eed van vrouwen (een eed waarin niet wordt verplicht om te vechten.); en dit was voordat het strijden ons verplicht werd.

We beloofden om geen deelgenoten toe te kennen aan Allah in aanbidding; om niet te stelen of overspel te plegen; om onze kinderen niet te doden; om niet te liegen; en om hem niet ongehoorzaam te zijn voor het goede.

Hij ﷺ zei: “Als jullie je hieraan houden dan zullen jullie het Paradijs verkrijgen. Maar als jullie deze zondes begaan dan is deze kwestie voor Allah ﷻ. Als Hij wil vergeeft Hij en als Hij wil bestraft Hij.”

'Ubadah ibn as-Samit ﵁, die bij deze eed aanwezig was, heeft deze woorden overgeleverd in Sahih Al-Bukhari.

Met deze twaalf mannen had de Profeet ﷺ voor het eerst een gemeenschap buiten Mekka die bereid was om hem te ontvangen. Zij keerden terug naar Yathrib met een belofte, en de Profeet ﷺ stuurde met hen Mus’ab ibn 'Umair ﵁ als de eerste ambassadeur van Islam, om hen de Koran te onderwijzen en hen voor te bereiden op wat zou komen.