InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

Mus'ab: De Eerste Ambassadeur
Siera van de Profeet ﷺDe Mekka Periode

Mus'ab: De Eerste Ambassadeur

Na de Eerste Eed van Aqaba, waarbij twaalf mannen uit Medina hun trouw beloofden aan de Profeet ﷺ, was er een cruciale volgende stap nodig. Hoe moest deze prille gemeenschap van gelovigen in Medina groeien? Wie zou hen de Koran onderwijzen, het gebed leiden en de boodschap van Islam verspreiden onder de vele clans die Medina bevolkten? De Profeet ﷺ stuurde een van zijn Metgezellen ﵃, Mus’ab ibn 'Umair ﵁ mee met de delegatie zodat hij hen kon onderwijzen in de Koran en leerstellingen van Islam. Omdat Mus’ab al snel beroemdheid verkreeg in Medina als een onderwijzer van de Koran, gaven de mensen hem aldaar de titel: Al-Muqree (de reciteur). Mus’ab ﵁ was nodig om de Koran te onderwijzen, maar ook om het gebed te leiden.

Alhoewel er een nieuwe harmonie was in Medina tussen de Aws en de Khazraj, vreesden hun leiders dat wanneer iemand van de Aws het gebed zou leiden dit tot woede zou leiden bij de Khazraj en vice-versa. Het was daarom gepast voor een buitenstaander, nota bene één van de Metgezellen ﵃ van de Profeet ﷺ om de mensen in gebed te leiden om conflicten te voorkomen.

Mus’ab ibn Umair

Wie was deze man die de Profeet ﷺ uitkoos voor een missie waarvan het welslagen van de gehele toekomst van de moslimgemeenschap afhing? Mus’ab ibn 'Umair ﵁ was afkomstig uit een van de rijkste families van Mekka. Zijn moeder, Khunnas bint Maalik, was buitengewoon vermogend en stond erom bekend haar zoon te kleden in de fijnste stoffen die de handelskaravanen meebrachten. Mus’ab was geen gewone jongeman. Hij stond in heel Mekka bekend als de meest verfijnde, de best geklede en de aangenaamst geurende jongeling van de stad. Wanneer hij door de straten liep, draaiden de mensen zich om, niet vanwege zijn boodschap, maar vanwege zijn verschijning.

Toen Mus’ab ﵁ in het geheim de Islam omarmde, veranderde alles. Zijn moeder, die hem met al haar rijkdom had overladen, onterfde hem volledig en verstiet hem uit het ouderlijk huis. Van de ene dag op de andere ging hij van weelde naar ontbering, van zijden gewaden naar gelapte kleding, van overvloed naar honger. Toch aarzelde hij geen moment. De luxe die hij opgaf woog niet op tegen de waarheid die hij had gevonden. Het was precies dit offer, deze bereidheid om alles achter te laten omwille van zijn overtuiging, dat hem zo geschikt maakte voor de taak die voor hem lag.

De Profeet ﷺ koos Mus’ab ﵁ niet slechts vanwege zijn afkomst, maar vanwege het karakter dat deze beproeving had gesmeed. Hij was oprecht in zijn geloof, vurig in zijn toewijding en wijs in zijn omgang met mensen. Hij had grote delen van de Koran gememoriseerd, beschikte over uitmuntende manieren en bezat een natuurlijk charisma dat zowel stamhoofden als gewone mensen voor zich won. Binnen een aantal maanden was hij ﵁ in staat om Islam te verspreiden naar het merendeel van de huizen in Medina. Door persoonlijke, face-to-face da’wah kreeg hij steun van de belangrijkste leiders van Medina, zoals Sa’d ibn Mu’aadh en Usaid ibn Hudair. Toen deze twee leiders de Islam omarmden volgden velen hen hierin.

Hij ﵁ was dus cruciaal in het verspreiden van Islam in Medina. Hij ﵁ nodigde een leider van een clan uit om tot Islam te komen en zodra dat gebeurde zouden zijn clansleden dit ook doen. Als een daa’i (uitnodiger tot Islam) in Medina was Mus’ab de praktische toepassing van het vers:

ٱدْعُ إِلَىٰ سَبِيلِ رَبِّكَ بِٱلْحِكْمَةِ وَٱلْمَوْعِظَةِ ٱلْحَسَنَةِ ۖ وَجَـٰدِلْهُم بِٱلَّتِى هِىَ أَحْسَنُ ۚ إِنَّ رَبَّكَ هُوَ أَعْلَمُ بِمَن ضَلَّ عَن سَبِيلِهِۦ ۖ وَهُوَ أَعْلَمُ بِٱلْمُهْتَدِينَ

(O Mohammed), nodig uit tot de Weg van jouw Heer, met wijsheid (van de Koran) en weloverwogen bewoordingen, en redetwist met hen op de beste manier. Waarlijk, jullie Heer weet het beste wie afdwaalt van Zijn Pad en Hij weet beter wie de rechtgeleiden zijn.

Soera An-Nahl 125

De bekering van Usaid ibn Hudair en Sa’d ibn Mu’aadh

Net zoals de Quraish bestonden de Aws en Khazraj ook uit diverse clans. Een van deze clans heette Banu 'Abdul-Asshal en deze clan had twee leiders; Sa’d ibn Mu’aadh ﵁ en Usaid ibn Hudair ﵁. Toen Sa’d en Usaid nog geen moslim waren en hoorde van Mus’ab ibn Umair ﵁ en zijn da’wah activiteiten, was Sa’d woedend. Hij riep Usaid bij zich en gaf hem een duidelijke opdracht.

Sa’d: “Moge jij geen vader hebben! Ga naar deze twee mannen (Mus’ab en As’ad ibn Zuraara ﵁) die naar onze huizen zijn gekomen om de zwakkeren te misleiden. Drijf hen weg en verbied hen naar onze huizen te komen. Als ik niet close was met As’ad zoals je weet, dan had ik deze kwestie voor je geregeld. As’ad is mijn neef en ik kan geen vijandigheid naar hem tonen.”

Usaid pakte zijn speer en begon Mus’ab ﵁ en As’ad ﵁ te zoeken. Toen Mus’ab en As’ad hem in de verte zagen naderen, herkende As’ad onmiddellijk het gevaar.

As’ad: “Hij is de leider van zijn volk en hij komt naar jou. Wees oprecht naar Allah wanneer je met hem omgaat.”

Mus’ab: “Als hij zit dan praat ik met hem.”

Usaid zag zijn doel, ging naar hen toe en stond toen over hen zonder zichzelf voor te stellen, zonder te groeten en op een denigrerende manier. Op een norse toon vroeg hij wat hen het recht gaf om hier te zijn.

Usaid: “Wat brengt jou hier en waarom maak jij misbruik van de zwakkeren onder ons? Verlaat ons als jullie, jullie levens lief hebben.”

Mus’ab: “Zal je niet zitten en luisteren? Als de kwestie je bevalt accepteer je het. Bevalt het je niet, dan zullen we stoppen met hetgeen jou niet bevalt.”

Usaid: “Jij hebt rechtvaardig gesproken.”

Usaid stak zijn speer in de grond en ging naast Mus’ab ﵁ en As’ad ﵁ zitten. Mus’ab sprak met Usaid over Islam en reciteerde de Koran voor hem. Mus’ab ﵁ en As’ad ﵁ hebben later overgeleverd over Usaid ﵁:

Bij Allah, we zagen Islam in zijn gezicht, zelfs voordat hij sprak gezien de welwillendheid die hij uitstraalde.

Toen Mus’ab ﵁ klaar was met zijn uitleg vroeg Usaid, diep geraakt door wat hij had gehoord, hoe hij deze religie kon betreden.

Usaid: “Hoe wonderbaarlijk en mooi is deze spraak! Hoe betreedt iemand deze religie?”

Mus’ab en As’ad: “Was jezelf en reinig je kleding; leg dan de getuigenis van waarheid af (dat niemand het recht heeft aanbeden te worden behalve Allah) en bidt.”

Usaid ﵁ waste zichzelf, reinigde zijn kleding en legde de getuigenis af om vervolgens op te staan en het gebed te verrichten. Toen Usaid ﵁ klaar was met zijn gebed zei hij tegen Mus’ab ﵁ en As’ad ﵁ over Sa’d ibn Mu’aadh en dat als hij hen zou volgen, niemand van zijn mensen achter zou blijven. Usaid zou hem naar hen sturen.

Hij haalde zijn speer uit de grond en vertrok richting Sa’d en zijn mensen bij hun ontmoetingsplaats. Toen Sa’d, Usaid van een afstand zag naderen, merkte hij onmiddellijk dat er iets veranderd was.

Sa’d: “Ik zweer bij Allah dat Usaid ibn Hudair is teruggekeerd met een ander gezicht dan waar hij een tijdje geleden mee vertrok. Wat heb je gedaan?”

Usaid: “Ik heb de twee mannen gesproken en bij Allah ik zag niets verkeerds aan hen. Ik verbood hen om hun ideeën te verspreiden en ze zeiden: We zullen doen wat jou bevalt. Maar toen werd mij verteld dat de kinderen van Haarithah (een andere clan uit Medina) op weg waren naar As’ad ibn Zuraarah om hem te doden. Zij doen dit omdat zij erachter zijn gekomen dat hij jouw neef is en zij willen je duidelijk maken dat zij hun verbond met jou verbreken.”

Sa’d: “Het lijkt mij alsof jij niks voor elkaar hebt gekregen!”

Sa’d pakte zijn speer op weg naar zijn neef om hem te verdedigen. As’ad ﵁ zag hem naderen en fluisterde tegen Mus’ab.

As’ad: “Bij Allah, degene die nu naar je toekomt is de leider van de mensen die hij achter zich liet. Als hij jou volgt, zullen zij allen verenigd zijn als moslims.”

Sa’d kwam aangestormd, zijn gezicht verhit van woede, zijn speer dreigend in de hand.

Sa’d: “Bij Allah, O vader van Umaamah, ware het niet dat jij en ik verwant zijn dan had jij nooit zulke hoop van mij verwachten. Denk je dat het normaal is om onze huizen binnen te treden met hetgeen ons niet bevalt?”

Mus’ab: “Zal je niet zitten en luisteren? Als de kwestie je bevalt accepteer je het. Bevalt het je niet, dan zullen we stoppen met hetgeen jou niet bevalt.”

Sa’d: “Jij hebt rechtvaardig gesproken.”

Ook Sa’d stak zijn speer in de grond en ging naast Mus’ab ﵁ zitten. Mus’ab ﵁ presenteerde Islam aan Sa’d en reciteerde een deel van soera Az-Zoekhroef. Net als Usaid voor hem, was de verandering in Sa’d zichtbaar nog voordat hij een woord sprak. Hij had dezelfde blik van welwillendheid. Ook hij waste zichzelf, reinigde zijn kleding, sprak de getuigenis uit en verrichtte het gebed.

Hij keerde terug naar zijn mensen die waren samengekomen. Zij spraken hun vertrouwen uit jegens Sa’d, dat hij hun leider was, de beste van onder hen en de meest gezegende leider die zij hadden. Bij het vallen van de avond was iedere man en vrouw van zijn clan moslim geworden. Het duurde niet lang voordat ieder huis (op die van de joden en een enkeling na) moslims bevatte.

De terugkeer van Mus’ab

In het 13e jaar van de Profetische Missie, net voor de start van het Hajj-seizoen, keerde Mus’ab ﵁ terug naar Mekka. De man die terugkeerde was nauwelijks herkenbaar als dezelfde verfijnde jongeling die ruim een jaar eerder was vertrokken. Zijn kleding was versleten en op meerdere plekken gelapt, zijn sandalen hadden betere dagen gekend, zijn gezicht droeg de sporen van maanden van onvermoeibare inzet. Toen de Profeet ﷺ hem zag, vulden zijn ogen zich met tranen. Hij herinnerde zich hoe Mus’ab ooit de best geklede jongeman van heel Mekka was geweest, en hoe hij nu alles had opgegeven voor de zaak van Allah ﷻ. Zijn moeder, die hem had verstoten toen hij moslim werd, weende bij het zien van zijn toestand. Maar Mus’ab ﵁ droeg geen zorg om zijn uiterlijk. Hij droeg iets dat geen rijkdom kon kopen: het nieuws dat Medina klaarstond.

Hij ﵁ vertelde de Profeet ﷺ hoe Islam de Aws en Khazraj volledig had bereikt en dat zij klaar waren voor een nieuwe eed. Zij waren gezien hun aantallen en eenheid namelijk in staat om de Profeet ﷺ te beschermen. Meer dan 70 moslims van Medina waren op weg om de Hajj te verrichten en om de Profeet ﷺ in het geheim te ontmoeten.