De slag bij Uhud was geen verrassing. Zij was het onvermijdelijke gevolg van wat er bij Badr was gebeurd. De Quraish hadden hun beste mannen verloren: hun leiders, hun dichters, hun strijders. De schande brandde. En schande, in de Arabische cultuur van die tijd, kon slechts worden uitgewist door bloed.
De Aanleiding
De directe aanleiding voor Uhud was de karavaan die een jaar eerder aan de moslims was ontsnapt. Vóór Badr had Abu Sufyaan zijn karavaan met grote waarde vanuit Syrië naar Mekka geloodst, juist op het moment dat de Profeet ﷺ met zijn mannen uitrukte om haar te onderscheppen. De winst van die karavaan, naar schatting vijftigduizend dinaar, werd door de leiders van de Quraish bewust niet verdeeld. Abu Sufyaan drong erop aan dat dit geld gereserveerd zou worden voor de voorbereiding van een militaire campagne tegen Medina.
De Quraish waren het hier unaniem over eens. Zelfs degenen die normaal gesproken terughoudend waren in oorlogsvoering stemden in. De verliezen van Badr hadden alle interne oppositie het zwijgen opgelegd. Degene die aarzelde werd beschuldigd van lafheid of gebrek aan stamtrots. De sfeer in Mekka was er één van collectieve vastberadenheid.
Tegelijkertijd werkten zij diplomatiek. Boodschappers werden naar de stammen gestuurd die banden hadden met de Quraish: de Banu Kinanah, de Ahabish en andere bondgenoten. Zij werden opgeroepen om mee te trekken. Velen gaven gehoor aan die oproep, hetzij uit loyaliteit, hetzij uit berekening. Een groot leger begon zich te vormen.
De Voorbereiding van de Quraish
Abu Sufyaan ibn Harb nam het opperbevel op zich. Hij was na de dood van Abu Jahl de machtigste man van Mekka geworden en hij begreep dat zijn gezag afhankelijk was van wat hij nu zou leveren. Een tweede nederlaag zou zijn positie onherstelbaar beschadigen.
Het leger dat hij samenstelde was van een omvang die Arabië zelden had gezien: drieduizend man in totaal, van wie zevenhonderd in maliënkolder gehuld waren. Tweehonderd ruiters begeleidden het leger. Er waren drieduizend kamelen voor de bevoorrading en het transport. Maar wat dit leger onderscheidde van het leger bij Badr was niet alleen de omvang, het was de voorbereiding.
Abu Sufyaan had de fouten van Badr bestudeerd. Bij Badr hadden de Quraish hun mannen onderschat en de moslims overschat. Nu namen zij geen risico’s. De vrouwen van de gevallen leiders van Badr werden meegenomen om de mannen aan te vuren en vlucht te voorkomen. Hind bint Utbah, de vrouw van Abu Sufyaan en dochter van Utbah ibn Rabi’a die bij Badr was gesneuveld, was één van hen. Haar aanwezigheid was geen toeval. Zij was een levende herinnering aan de wraak die moest worden genomen.
Wahshi ibn Harb, een Abessinische slaaf die bekend stond om zijn trefzekere werpspeer, werd speciaal ingehuurd door Jubayr ibn Mut’im met één opdracht: de oom van de Profeet ﷺ, Hamza ibn Abd al-Muttalib ﵁, doden. Hamza ﵁ had bij Badr de vader van Jubayr gedood. De moord op Hamza ﵁ was zijn prijs voor vrijlating.
De Moslims Vernemen het Nieuws
De Profeet ﷺ werd tijdig geïnformeerd over de naderende expeditie. Zijn oom Al-Abbas ﵁, die nog in Mekka verbleef, stuurde een boodschapper met een brief naar Medina. De boodschapper reisde zo snel dat hij in drie dagen de afstand aflegde die normaal een week duurde.
De Profeet ﷺ riep zijn Metgezellen ﵃ bijeen voor overleg. Dit was zijn gewoonte: hij ﷺ hield van het raadplegen van zijn gemeenschap, ook wanneer hij zelf al een mening had gevormd. De vraag was simpel maar zwaarwegend: blijven zij in Medina en verdedigen zij de stad vanuit de gebouwen en straten, of trekken zij uit om de vijand buiten de stad tegemoet te komen?
De Profeet ﷺ zelf neigde naar het verdedigen vanuit Medina. Abdullah ibn Ubayy, de leider van de hypocrieten, sloot zich hier voor één keer bij aan, zij het om zijn eigen redenen. Medina verdedigen betekende dat zijn mannen minder risico liepen en dat hij meer controle had over de situatie.
Maar de jongere Metgezellen ﵃, onder wie velen die Badr hadden gemist en snakten naar de eer van het strijdveld, drongen aan op uittrekken.
Jonge Metgezellen ﵃: O Boodschapper van Allah, trek met ons uit naar onze vijanden. Laat hen niet denken dat wij te bang zijn om hen tegemoet te komen.
De Profeet ﷺ gaf uiteindelijk gehoor aan hun wens. Maar de wijze mannen onder de Metgezellen ﵃, waaronder een aantal oudere Badr-veteranen, begrepen dat dit een beslissing was die de loop van de slag zou bepalen.
De Profeet ﷺ Rust Zich In
De Profeet ﷺ verrichtte het vrijdaggebed en preekte de gemeenschap toe. Na het gebed trok hij zich terug en kwam terug in zijn wapenrusting. Sommige Metgezellen ﵃ die eerder hadden aangedrongen op uittrekken, begonnen te aarzelen toen zij de Profeet ﷺ volledig bewapend zagen terugkomen.
Metgezellen ﵃: O Boodschapper van Allah, misschien hadden wij niet zo moeten aandringen. Als u liever in Medina blijft, dan volgen wij u daarin.
Profeet ﷺ: Het past een Profeet niet om zijn wapenrusting uit te trekken nadat hij hem heeft aangetrokken totdat Allah heeft geoordeeld tussen hem en zijn vijanden.
Het was een beslissing genomen. Er was geen weg terug.
De Mobilisatie
Het leger van de Profeet ﷺ bestond uit duizend man toen zij Medina verlieten. Van deze duizend had Abdullah ibn Ubayy driehonderd man onder zijn bevel. Terwijl zij onderweg waren naar Uhud, keerde Abdullah ibn Ubayy zich plotseling om met zijn driehonderd man.
Abdullah ibn Ubayy: Hij heeft naar de jongeren geluisterd en mij niet gehoorzaamd. Ik zie geen reden waarom wij onszelf hier in de dood zouden storten.
Met zijn terugtrekking liet hij de Profeet ﷺ achter met slechts zevenhonderd man, tegenover een leger van drieduizend. Het was geen spontane beslissing. Het was verraad, berekend en op het meest kwetsbare moment uitgevoerd. Twee stammen van de Ansar, de Banu Salamah en de Banu Harithah, overwogen even hem te volgen, maar Allah ﷻ hield hen vast.
Allah ﷻ zegt over dit moment:
إِذۡ هَمَّت طَّآئِفَتَانِ مِنكُمۡ أَن تَفۡشَلَا وَٱللَّهُ وَلِيُّهُمَاۗ وَعَلَى ٱللَّهِ فَلۡيَتَوَكَّلِ ٱلۡمُؤۡمِنُونَ
Toen twee groepen van jullie overwogen om te falen, terwijl Allah hun Beschermer was. En op Allah dienen de gelovigen te vertrouwen.
Soera Aal-Imraan: 122
De Positionering
Om te begrijpen wat er bij Uhud gebeurde, moet men het terrein begrijpen. De berg Uhud is een lange, massieve rotsformatie ten noorden van Medina, ongeveer vijf kilometer van de stad. Aan de voet van de berg, aan de zuidkant, strekt zich een vlakte uit die uitloopt op de Wadi Qanat, een droog rivierdal. Het was op deze vlakte dat de slag zou worden gestreden.
De Profeet ﷺ positioneerde zijn leger met de berg in de rug. Dit was een doordachte keuze: de berg beschermde hen aan de achterkant en zorgde ervoor dat de Quraish hen niet konden omsingelen. Aan de linkerzijde van het moslimse leger, waar de berg geleidelijk overging in lager terrein, bevond zich een kleine verhoogde heuvelrug die later bekend werd als Jabal al-Rumat, de Heuvel van de Boogschutters. Vanuit deze positie kon men de volledige flanken van het leger overzien en ruiterij die probeerde om te trekken tijdig onderscheppen.
De Profeet ﷺ wees Abdullah ibn Jubayr ibn al-Nu’man al-Ansari ﵁ aan als commandant van de boogschutters. Hij was een gerespecteerde man van de Aws en een veteraan van Badr. Vijftig boogschutters werden aan zijn bevel toevertrouwd.
Profeet ﷺ: (Wijzend naar de heuvelrug) Bescherm onze ruggen met uw pijlen. Laat de ruiterij ons niet van achteren bereiken. Als jullie zien dat wij worden verslagen en dat vogels ons vlees eten, verlaat uw positie dan niet totdat ik jullie een bericht stuur. En als jullie zien dat wij overwinnen en buit verzamelen, kom dan ook niet naar beneden. Blijf op uw positie.
Het was een bevel zonder enige ruimte voor interpretatie. De vijftig boogschutters op de heuvelrug waren de sleutel tot alles.
De Profeet ﷺ stelde de rest van zijn leger als volgt op. Zijn eigen positie was in het centrum, waar hij het geheel kon overzien en directe bevelen kon geven. Hamza ibn Abd al-Muttalib ﵁ commandeerde de voorhoede. Musab ibn Umayr ﵁, de eerste ambassadeur van Islam die jaren eerder naar Medina was gestuurd om de Ansar te onderwijzen, droeg de vlag van de Profeet ﷺ. Ali ibn Abi Talib ﵁ bevond zich dicht bij de Profeet ﷺ als zijn persoonlijke lijfwacht.
Aan de zijde van de Quraish was de commandostructuur eveneens doordacht opgesteld. Abu Sufyaan ibn Harb had het algehele opperbevel. De vlag van de Quraish werd gedragen door Talha ibn Abi Talha van de Banu Abd al-Dar, een stam aan wie de vlaginrichting van de Quraish van oudsher toebehoorde. Khalid ibn al-Walid, die bij Badr nog geen bevel voerde maar wiens militaire talent inmiddels breed bekend was, commandeerde de rechtervleugel van de Quraish. Ikrima ibn Abi Jahl, de zoon van de gevallen leider van Badr, commandeerde de linkervleugel. Safwaan ibn Umayya ondersteunde de ruiterij. Abu Sufyaan zelf hield toezicht vanuit het centrum.
Khalid ibn al-Walid had bij het aanschouwen van de opstelling van de moslims direct begrepen waar de kwetsbaarheid lag. De heuvelrug aan de linkerzijde was bezet door boogschutters, maar als zij hun positie zouden verlaten lag de gehele linkervleugel open voor een ruiterij-aanval. Hij wachtte zijn moment af.
De Strijd
De slag begon zoals gebruikelijk in de Arabische traditie, met een reeks tweegevechten om het moreel te bepalen. De drager van de Quraish-vlag, Talha ibn Abi Talha, trad als eerste naar voren. Hij was één van de gevaarlijkste strijders van de Quraish.
Talha ibn Abi Talha: (Roept uit naar de moslims) Wie treedt mij tegemoet?
Ali ibn Abi Talib ﵁: (Treedt naar voren en doodt hem met één slag)
De vlag viel op de grond. Een broer van Talha, Uthman ibn Abi Talha, raapte hem op. Hamza ﵁ trad naar voren en doodde ook hem. De vlag werd wederom opgepakt door een andere man van de Banu Abd al-Dar. Ook hij sneuvelde. Dit herhaalde zich negen maal. Negen mannen raapten de vlag op en negen mannen werden gedood. De tiende was een slavin van de familie, die de vlag opraapte en haar arm verloor maar bleef staan. Uiteindelijk bleef de vlag op de grond liggen en niemand waagde het meer haar op te rapen. Het was een psychologisch verwoestend begin voor de Quraish.
Daarna brak de eigenlijke slag los. De moslims vochten met een furie die de Quraish verraste. Hamza ﵁ was als een kracht van de natuur, zijn zwaard maaiend door de rijen van de vijand. Abu Dujana al-Ansari ﵁ had vlak voor de slag om het zwaard van de Profeet ﷺ gevraagd.
Abu Dujana ﵁: O Boodschapper van Allah, wat is het recht van dit zwaard?
Profeet ﷺ: Dat jij ermee slaat totdat het buigt.
Abu Dujana ﵁: Ik neem het met dat recht.
Hij bond zijn rode hoofdband om zijn hoofd, zijn teken dat hij bereid was te sterven, en liep met sierlijke, trotse stappen naar de vijandelijke rijen. De Profeet ﷺ zag hem gaan.
Profeet ﷺ: Dit is een manier van lopen die Allah haat, behalve op een moment als dit.
Abu Dujana ﵁ baande zich een weg door de rijen van de Quraish. Hij naderde op een gegeven moment Hind bint Utbah, die de vrouwen aanvoerde in het aanmoedigen van de strijders. Zijn zwaard hing al boven haar hoofd maar hij hield in.
Abu Dujana ﵁: (Later gevraagd waarom hij haar spaarde) Ik achtte het te waardevol om het zwaard van de Boodschapper van Allah ﷺ te bezoedelen met het bloed van een vrouw.
De Quraish werden teruggedrongen. Hun linies braken. Mannen vluchtten het slagveld af. De vrouwen die mee waren gekomen om de strijders aan te vuren sloegen zelf op de vlucht. De moslims zetten de achtervolging in en verzamelden buit. De overwinning leek totaal en onmiskenbaar.
De Ommekeer
Op de heuvelrug zagen de boogschutters hoe het Quraish-leger uiteenviel. Zij zagen hun kameraden de buit verzamelen. Sommigen begonnen af te dalen.
Abdullah ibn Jubayr ﵁: (Roept hen terug) Hebben jullie vergeten wat de Profeet ﷺ jullie heeft bevolen? Hij zei: verlaat uw positie niet!
Boogschutters: Hij bedoelde toch niet dat wij hier moesten blijven als de vijand al gevlucht is? Hij bedoelde dat wij niet weg moesten gaan als er nog gevochten werd.
Abdullah ibn Jubayr ﵁: Ik verlaat mijn positie niet voordat de Boodschapper van Allah ﷺ mij dat beveelt.
De meesten luisterden niet. Slechts een handvol bleef bij Abdullah ibn Jubayr ﵁ op de heuvelrug. Khalid ibn al-Walid had gewacht op precies dit moment. Hij leidde zijn ruiterij in een brede boog om de lage flank van de berg heen, dreef de resterende boogschutters uiteen en doodde Abdullah ibn Jubayr ﵁ en zijn mannen na een korte maar verbeten strijd.
Ikrima ibn Abi Jahl viel van de andere kant aan. De moslims bevonden zich nu ingesloten. De Quraish die gevlucht waren draaiden om toen zij zagen wat er gebeurde. De paniek die eerst in hun rijen had geheerst verspreidde zich nu in de rijen van de moslims.
In de chaos verloor de vlag van de moslims zijn drager. Musab ibn Umayr ﵁ werd gedood. Een man van de Quraish, Ibn Qami’a, verkondigde luid dat hij Muhammad had gedood, want Musab leek van een afstand op de Profeet ﷺ. Het gerucht verspreidde zich als vuur door droog stro.
Strijders: Muhammad is gedood! Muhammad is gedood!
Sommige moslims staakten de strijd. Enkelen verloren volledig de moed. Anas ibn al-Nadr ﵁ liep door de rijen en trof een groep moslims die had opgehouden met vechten.
Anas ibn al-Nadr ﵁: Wat doen jullie?
Moslims: De Boodschapper van Allah ﷺ is gedood.
Anas ibn al-Nadr ﵁: En wat doet u met het leven nadat hij er niet meer is? Sta op en sterf zoals hij stierf.
(Wendt zich naar het slagveld) O Allah, ik vraag U vergiffenis voor wat dezen doen, en ik distantieer mij van wat genen doen.
(Trekt zijn zwaard en vecht totdat hij wordt gedood)
Anas ibn al-Nadr ﵁ werd teruggevonden met meer dan tachtig wonden van zwaard, speer en pijl. Zijn zus herkende hem enkel aan zijn vingertoppen.
Ka’b ibn Malik ﵁ was de eerste die de Profeet ﷺ in leven zag en hem herkende aan zijn ogen die fonkelden achter zijn helm.
Ka’b ibn Malik ﵁: (Roept zo hard hij kan) O moslims, verheug jullie! De Boodschapper van Allah ﷺ leeft!
Profeet ﷺ: (Gebaart hem te zwijgen)
De Profeet ﷺ wilde zijn positie niet verraden aan de vijand. Maar de Metgezellen ﵃ die hem hoorden herstelden zich en groepeerden zich opnieuw rondom hem.
Allah ﷻ openbaarde over dit moment:
وَمَا مُحَمَّدٌ إِلَّا رَسُولٞ قَدۡ خَلَتۡ مِن قَبۡلِهِ ٱلرُّسُلُۚ أَفَإِيْن مَّاتَ أَوۡ قُتِلَ ٱنقَلَبۡتُمۡ عَلَىٰٓ أَعۡقَٰبِكُمۡۚ وَمَن يَنقَلِبۡ عَلَىٰ عَقِبَيۡهِ فَلَن يَضُرَّ ٱللَّهَ شَيۡـًٔاۗ وَسَيَجۡزِي ٱللَّهُ ٱلشَّٰكِرِينَ
En Muhammad is slechts een Boodschapper; voor hem zijn boodschappers heengegaan. Als hij dan sterft of gedood wordt, zullen jullie je dan omdraaien op jullie hielen? En wie zich omkeert op zijn hielen zal Allah geen schade toebrengen. En Allah zal de dankbaren belonen.
Soera Aal-Imraan: 144
De Martelaarschap van Hamza ﵁
Te midden van de chaos had Wahshi zijn moment gevonden. Hij beschreef het zelf later, nadat hij Islam had omarmd:
Wahshi ibn Harb: Ik was een Abessinische slaaf en ik gooide de speer zoals Abessiniërs dat doen. Ik zette mij op de loer achter een rots en wachtte op Hamza. Ik zag hem te midden van de mensen, als een grote kameel, hij sloeg de mensen neer met zijn zwaard en niets kon hem weerstaan. Ik richtte mijn speer op hem en wierp. De speer trof hem onder zijn navel en doorboorde hem volledig. Hij probeerde naar mij toe te komen maar zijn krachten verlieten hem. Hij viel. Ik wachtte totdat hij stierf en nam mijn speer terug. Ik had niets anders te doen. Ik had gedaan waarvoor ik was ingehuurd.
Hamza ibn Abd al-Muttalib ﵁, de oom van de Profeet ﷺ, de Leeuw van Allah en Zijn Boodschapper, de meester der martelaren, was gevallen.
Hind bint Utbah zocht zijn lichaam op het slagveld. Zij had haar vader Utbah bij Badr verloren, haar broer Shaybah en haar oom. Zij liet zijn buik opensnijden, nam zijn lever eruit en beet erin. Zij sneed zijn neus en oren af en maakte er een ketting van. De Profeet ﷺ, die dit later vernam, zweeg lang.
De Profeet ﷺ Wordt Verwond
Terwijl de chaos zich verspreidde bevond de Profeet ﷺ zich in het midden van de strijd, omringd door een handvol Metgezellen ﵃ die weigerden hem te verlaten. Het waren mannen die hun leven als niets beschouwden vergeleken met zijn bescherming.
Talha ibn Ubaydillah ﵁ ving pijlen op met zijn blote hand totdat zijn vingers verlamd raakten. Sa’d ibn Abi Waqqas ﵁ schoot pijl na pijl om de Profeet ﷺ heen vrij te houden. Abu Talha al-Ansari ﵁ boog zijn lichaam als schild voor de Profeet ﷺ.
Profeet ﷺ: (Kijkt over de schouder van Abu Talha om het slagveld te zien)
Abu Talha ﵁: O Profeet van Allah, laat mijn vader en moeder als uw losprijs zijn. Kijk niet op zodat geen pijl u raakt. Mijn borst is uw borst.
De Profeet ﷺ werd desondanks getroffen. Een steen brak zijn voortand. Zijn onderlip werd opengereten. Een ijzeren ring van zijn helm werd door een klap in zijn wang gedreven. Zijn gezicht bloedde. Hij viel op zijn knie in een kuil die door de Quraish was gegraven.
Profeet ﷺ: (Probeert op te staan)
Talha ibn Ubaydillah ﵁: (Tilt hem op met zijn rug, zijn gewonde handen negerend)
Fatima ﵂, de dochter van de Profeet ﷺ, waste later zijn wonden. Maar het bloed bleef vloeien.
Fatima ﵂: (Wast de wond, maar het bloed stopt niet)
Ali ibn Abi Talib ﵁: (Geeft haar een mat van palmblad) Verbrand dit en druk de as op de wond.
(Het bloed stopt)
De Profeet ﷺ werd via een zijpad omhooggeleid naar een veilige positie in de bergpas van Uhud. Een groep Ansar vormde een kring om hem heen. Vanuit deze positie riep Abu Sufyaan van beneden:
Abu Sufyaan: Is Muhammad onder jullie?
Profeet ﷺ: (Instrueert zijn Metgezellen te zwijgen)
Abu Sufyaan: Is Ibn Abi Quhafa, Abu Bakr, onder jullie?
(Stilte)
Abu Sufyaan: Is Ibn al-Khattab, Umar, onder jullie?
(Stilte)
Abu Sufyaan: (Tegen zijn mannen) Zij zijn allen gedood. Als zij nog leefden zouden zij geantwoord hebben.
Umar ibn al-Khattab ﵁: (Kan zich niet langer inhouden) O vijand van Allah, jij liegt. Wij leven allen en Allah zal jou datgene geven wat jou vernedert.
Abu Sufyaan: Al-Uzza is met ons en jullie hebben geen Uzza.
Profeet ﷺ: (Fluistert naar zijn Metgezellen) Antwoord hem.
Metgezellen ﵃: Allah is onze Meester en jullie hebben geen meester.
Abu Sufyaan: Uhud voor Badr. Oorlog gaat heen en weer. Jullie zullen bij jullie doden verminkingen aantreffen die ik niet had bevolen en die mij niet bevallen. Ons volgend afspraakpunt is Badr, volgend jaar.
Profeet ﷺ: (Aan een Metgezel) Zeg: ja, dat is onze afspraak.
Veldslag laden...
De Nasleep
Zeventig moslims waren gesneuveld op de dag van Uhud. Zeventig martelaren, van wie de meesten behoorden tot de elite van de Ansar. De Profeet ﷺ liep over het slagveld en bad over de gevallenen. Toen hij bij het lichaam van zijn oom Hamza ﵁ aankwam en zag wat er met hem was gedaan, was zijn verdriet zo groot dat hij zei:
Profeet ﷺ: (Bij het lichaam van Hamza ﵁) Nooit zal ik zo’n pijn voelen als ik vandaag voel. En nooit zal ik meer zo staan bij een man zoals ik nu bij jou sta, o Hamza.
De Profeet ﷺ gaf opdracht om de martelaren op het slagveld te begraven, niet terug te brengen naar Medina. Zij werden begraven in hun bloed, zonder het janazagebed over hen te verrichten, zoals de traditie is voor martelaren. De Profeet ﷺ bad echter persoonlijk over Hamza ﵁.
Allah ﷻ openbaarde over de martelaren van Uhud:
وَلَا تَحۡسَبَنَّ ٱلَّذِينَ قُتِلُواْ فِي سَبِيلِ ٱللَّهِ أَمۡوَٰتَۢاۚ بَلۡ أَحۡيَآءٌ عِندَ رَبِّهِمۡ يُرۡزَقُونَ
En beschouw hen die zijn gedood op de weg van Allah niet als dood. Integendeel, zij leven bij hun Heer en worden voorzien.
Soera Aal-Imraan: 169
De Les van Uhud
Uhud was geen nederlaag in de volledige zin van het woord. De Quraish verlieten het slagveld zonder Medina te hebben aangevallen of de moslims te hebben vernietigd. Maar het was ook geen overwinning. Het was een beproeving, en Allah ﷻ maakte dat ook expliciet.
De les van Uhud was niet militair, zij was spiritueel. De boogschutters hadden niet gefaald vanwege gebrek aan moed, maar vanwege een ogenblik van hunkering naar de wereld. Een moment van ongehoorzaamheid aan het bevel van de Profeet ﷺ had alles gekeerd. Het was een les die de Metgezellen ﵃ voor de rest van hun leven met zich meedroegen: gehoorzaamheid aan de Profeet ﷺ is niet onderhandelbaar, ook niet wanneer de overwinning al zeker lijkt.
Allah ﷻ zegt:
وَلَقَدۡ صَدَقَكُمُ ٱللَّهُ وَعۡدَهُۥٓ إِذۡ تَحُسُّونَهُم بِإِذۡنِهِۦۖ حَتَّىٰٓ إِذَا فَشِلۡتُمۡ وَتَنَٰزَعۡتُمۡ فِي ٱلۡأَمۡرِ وَعَصَيۡتُم مِّنۢ بَعۡدِ مَآ أَرَىٰكُم مَّا تُحِبُّونَۚ مِنكُم مَّن يُرِيدُ ٱلدُّنۡيَا وَمِنكُم مَّن يُرِيدُ ٱلۡأٓخِرَةَ
En Allah heeft Zijn belofte aan jullie waargemaakt toen jullie hen met Zijn verlof versloegen, totdat jullie faalden en twistten over de zaak en ongehoorzaam waren nadat Hij jullie liet zien wat jullie liefhadden. Onder jullie zijn er die de wereld willen en onder jullie zijn er die het Hiernamaals willen.
Aal-Imraan: 152
Uhud leerde de moslims dat overwinning niet alleen afhangt van moed of aantal, maar van de mate waarin zij trouw blijven aan het bevel van Allah ﷻ en Zijn Boodschapper ﷺ. Badr had hen geleerd wat er mogelijk is wanneer zij zich volledig overgeven. Uhud leerde hen wat er verloren gaat wanneer zij dat, al is het voor één moment, niet doen.
