InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

Het Verdrag van Hudaybiyya
Siera van de Profeet ﷺDe Medina Periode

Het Verdrag van Hudaybiyya

Er zijn momenten in de siera waarbij de uiterlijke gebeurtenissen en hun werkelijke betekenis zo ver uit elkaar liggen dat alleen de tijd het verschil zichtbaar maakt. Hudaybiyya is het duidelijkste voorbeeld. De Metgezellen ﵃ zagen een vernederend verdrag. Allah ﷻ noemde het een duidelijke overwinning. Tussen die twee waarnemingen zit niet slechts een verschil van perspectief maar een verschil van toegang: de Profeet ﷺ handelde op basis van openbaring, zijn Metgezellen ﵃ op basis van wat zij konden zien. Dat onderscheid is niet bijzaak. Het is de sleutel tot het begrijpen van wat er bij Hudaybiyya werkelijk gebeurde en wat het niet betekent voor wie na hem komt.

De Droom en het Vertrek

In het jaar 6 na de Hijra zag de Profeet ﷺ in een droom dat hij en zijn Metgezellen ﵃ de Ka’bah betraden, in veiligheid, met geschoren hoofden en in de staat van ihram. De droom van een profeet is openbaring. De Profeet ﷺ deelde dit mee aan zijn Metgezellen ﵃ en zij maakten zich gereed voor de Umrah.

Hij trok uit met circa veertienhonderd man. Zij namen geen oorlogswapens mee buiten wat een reiziger gewoonlijk draagt, en zij dreven de offerdieren voor zich uit als teken van hun vreedzame bedoeling. De route liep via de westkust in de richting van Mekka. Onderweg sloten zich groepen aan van stammen die het gezag van de Islamitische staat erkenden of eenvoudigweg de kans grepen om deel te zijn van wat duidelijk een historisch moment was.

Toen het bericht de Quraish bereikte dat de Profeet ﷺ met veertienhonderd man optrok, grepen zij naar de wapens. Zij stuurden Khalid ibn al-Walid met tweehonderd ruiters om de karavaan te onderscheppen. De Profeet ﷺ week af van de hoofdroute en bereikte via een andere weg de vlakte van Hudaybiyya, aan de rand van het heilige gebied, op een dagmars van Mekka.

Daar hield zijn kameel Qaswa plotseling halt en weigerde verder te lopen.

Metgezellen ﵃: Al-Qaswa is koppig geworden.

Profeet ﷺ: Zij is niet koppig, dat is niet haar aard. Maar Degene Die de olifant tegenhield heeft haar tegengehouden. Bij Allah, wat de Quraish mij ook vragen waarbij zij de heiligheid van Allah ﷻ respecteren, ik zal het hun geven.

Hij liet zijn kamp opslaan op de vlakte van Hudaybiyya.

De Onderhandelingen

De Quraish stuurden achtereenvolgens gezanten naar het kamp van de Profeet ﷺ. Badil ibn Waraqa van de Khuza’a kwam als eerste, daarna Urwa ibn Mas’ud al-Thaqafi, een man van aanzien en scherpzinnigheid. Urwa keerde terug naar de Quraish met een indruk die hen verraste.

Urwa ibn Mas’ud: O mensen van de Quraish, ik heb de koningen van Perzië en Byzantium en Abessinië bezocht. Bij Allah, ik heb geen koning gezien die door zijn mensen wordt geëerd zoals Muhammad door zijn Metgezellen wordt geëerd. Wanneer hij spreekt zwijgen zij. Wanneer hij beveelt haasten zij zich. Wanneer hij zijn wudu verricht vechten zij bijna om het water. Zij zullen hem nooit uitleveren. Overweeg wat jullie doen.

De Profeet ﷺ stuurde van zijn kant Uthman ibn Affan ﵁ naar Mekka, omdat Uthman ﵁ familiebanden had bij de Quraish die hem bescherming boden. Uthman ﵁ vertrok maar bleef lang weg. Er deed zich een gerucht de ronde dat hij was gedood.

De Bay’at al-Ridwan

Toen het gerucht over de dood van Uthman ﵁ het kamp bereikte, riep de Profeet ﷺ zijn Metgezellen ﵃ bijeen onder een boom en nam van hen een eed af. Zij zwoeren te strijden en niet te vluchten. Eén man, Jadd ibn Qays, onttrok zich aan de eed door zich achter zijn kameel te verbergen. De rest, veertienhonderd man, legde de eed af.

Allah ﷻ openbaarde over dit moment:

لَّقَدۡ رَضِيَ ٱللَّهُ عَنِ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ إِذۡ يُبَايِعُونَكَ تَحۡتَ ٱلشَّجَرَةِ فَعَلِمَ مَا فِي قُلُوبِهِمۡ فَأَنزَلَ ٱلسَّكِينَةَ عَلَيۡهِمۡ وَأَثَٰبَهُمۡ فَتۡحٗا قَرِيبٗا

Allah was zeker tevreden over de gelovigen toen zij jou onder de boom de trouw zwoeren. Hij wist wat er in hun harten was en Hij zond rust op hen neer en beloonde hen met een nabije overwinning.

Soera Al-Fath: 18

Het gerucht bleek onjuist. Uthman ﵁ keerde terug. Maar de bay’ah was afgelegd en de betekenis ervan bleef. De Quraish hadden gezien wat veertienhonderd man bereid waren te doen voor hun Profeet ﷺ op een vlakte zonder dekking, op een dagmars van Mekka, zonder volledige bewapening. Dat veranderde de toon van de onderhandelingen.

De Voorwaarden van het Verdrag

De Quraish stuurden Suhayl ibn Amr als onderhandelaar. Hij was een man van reputatie en de keuze voor hem gaf aan dat de Quraish serieus wilden onderhandelen. De Profeet ﷺ ontving hem en de besprekingen begonnen.

De voorwaarden die uit de onderhandelingen kwamen waren, voor wie er met menselijke ogen naar keek, zwaar aan de kant van de moslims. De moslims zouden dit jaar terugkeren zonder de Umrah te verrichten en volgend jaar mochten zij terugkomen voor drie dagen, ongewapend. Wie uit Mekka naar Medina vluchtte als moslim zou worden teruggezonden, maar wie uit Medina naar Mekka vluchtte zou niet worden teruggezonden. De stammen van Arabië waren vrij om zich bij de Quraish of bij de moslims aan te sluiten. En er zou tien jaar geen oorlog zijn tussen de twee partijen.

Toen de Profeet ﷺ Ali ibn Abi Talib ﵁ opdroeg het verdrag op te schrijven en hij dicteerde “In de naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle”, protesteerde Suhayl ibn Amr.

Suhayl ibn Amr: Wij kennen de Barmhartige niet. Schrijf: In Uw naam, o Allah.

Profeet ﷺ: Schrijf: In Uw naam, o Allah.

(De Profeet ﷺ dicteert verder) Dit is wat Muhammad, de Boodschapper van Allah, is overeengekomen met Suhayl ibn Amr.

Suhayl ibn Amr: Als wij erkenden dat jij de Boodschapper van Allah bent, hadden wij je niet van de Ka’bah geweerd. Schrijf jouw naam en de naam van jouw vader.

Profeet ﷺ: (Tegen Ali ﵁) Wis “de Boodschapper van Allah”.

Ali ibn Abi Talib ﵁: Bij Allah, ik zal het niet wissen.

Profeet ﷺ: Wijs mij aan waar het staat.

(Ali ﵁ wijst het aan. De Profeet ﷺ wist het zelf en dicteert:) Dit is wat Muhammad ibn Abdullah is overeengekomen.

De Metgezellen ﵃ keken toe met groeiende onrust. Umar ibn al-Khattab ﵁ kon zich niet langer inhouden.

Umar ibn al-Khattab ﵁: (Naar Abu Bakr ﵁) O Abu Bakr, is hij niet de Boodschapper van Allah?

Abu Bakr ﵁: Ja.

Umar ﵁: Zijn wij geen moslims?

Abu Bakr ﵁: Ja.

Umar ﵁: Zijn zij geen polytheïsten?

Abu Bakr ﵁: Ja.

Umar ﵁: Waarom geven wij dan toe in onze godsdienst?

Abu Bakr ﵁: O Umar, houd je vast aan zijn zadel. Ik getuig dat hij de Boodschapper van Allah is.

Umar ﵁: En ik getuig dat hij de Boodschapper van Allah is.

(Umar ﵁ gaat naar de Profeet ﷺ)

Umar ﵁: O Profeet van Allah, bent u niet de Boodschapper van Allah?

Profeet ﷺ: Ja.

Umar ﵁: Zijn wij geen moslims?

Profeet ﷺ: Ja.

Umar ﵁: Zijn zij geen polytheïsten?

Profeet ﷺ: Ja.

Umar ﵁: Waarom geven wij dan toe in onze godsdienst?

Profeet ﷺ: Ik ben de dienaar van Allah en Zijn Boodschapper. Ik zal Zijn bevel niet overtreden en Hij zal mij niet in de steek laten.

Umar ﵁ zei later dat hij voor deze woorden en wat hij die dag had gezegd bleef vasten, bidden en aalmoezen geven, in de hoop dat Allah ﷻ het hem zou vergeven.

Het verdrag werd ondertekend.

De Beproeving van de Terugtocht

Nog voor de karavaan vertrok diende zich de eerste beproeving van het verdrag aan. Abu Jandal ibn Suhayl, de zoon van de onderhandelaar Suhayl ibn Amr, slaagde erin zijn ketenen te verbreken en strompelde het kamp van de moslims binnen. Hij had Islam aanvaard in Mekka en was gemarteld en opgesloten door zijn eigen vader. Nu vroeg hij bescherming.

Suhayl ibn Amr: Dit is de eerste zaak waarop ik het verdrag met jou toepas. Geef hem aan mij terug.

Profeet ﷺ: Wij hebben het verdrag nog niet gesloten toen hij aankwam.

Suhayl ibn Amr: Dan onderhandel ik niet verder met jou over iets.

Profeet ﷺ: (Tegen Abu Jandal ﵁) Wees geduldig en reken op beloning. Allah ﷻ zal voor jou en voor degenen die met jou verzwakt zijn een uitweg maken. Wij hebben een verdrag met dit volk gesloten en wij geven ons woord niet terug.

Abu Jandal ﵁ werd teruggezonden terwijl zijn kreten door het kamp klonken. De Metgezellen ﵃ zagen het aan.

De Profeet ﷺ beval zijn Metgezellen ﵃ daarna hun offerdieren te slachten en hun hoofden te scheren als teken dat de Umrah-handelingen afgesloten waren, ook al hadden zij de Ka’bah niet bereikt. Zij aarzelden, verlamd door onbegrip over wat er was gebeurd. De Profeet ﷺ ging zijn tent in. Umm Salama ﵂, zijn vrouw die hem op deze reis vergezelde, sprak hem aan.

Umm Salama ﵂: O Profeet van Allah, wilt u dat de mensen gehoorzamen? Ga naar buiten en spreek niemand aan. Slacht uw offerdier en roep uw scheerder.

(De Profeet ﷺ gaat naar buiten, slacht zijn offerdier en roept zijn scheerder)

(Wanneer de Metgezellen ﵃ dit zien staan zij op, slachten hun dieren en scheren elkaars hoofden, tot de punt dat sommigen elkaar bijna verwonden van haast)

De Overwinning Die Zij Niet Zagen

Op de terugweg naar Medina daalde de openbaring neer die alles in een ander licht plaatste.

إِنَّا فَتَحۡنَا لَكَ فَتۡحٗا مُّبِينٗا

Voorwaar, Wij hebben jou een duidelijke overwinning gegeven.

Soera Al-Fath: 1

Umar ibn al-Khattab ﵁: O Boodschapper van Allah, is dit een overwinning?

Profeet ﷺ: Ja.

En het was een overwinning, al werd de omvang ervan pas later zichtbaar.

De eerste winst was erkenning. De Quraish hadden jarenlang geweigerd de Islamitische staat als legitieme partij te beschouwen. Door te onderhandelen en een verdrag te tekenen erkenden zij voor het eerst, formeel en schriftelijk, dat er in Medina een macht was waarmee zij een gelijkwaardig akkoord moesten sluiten. Dat Muhammad ﷺ zijn titel als Boodschapper van Allah niet in de tekst mocht laten staan veranderde niets aan de werkelijkheid die het verdrag bestendigde: de Quraish hadden hem niet kunnen stoppen, niet bij Badr, niet bij Uhud, niet bij Al-Khandaq, en nu ook niet bij Hudaybiyya.

De tweede winst was de vrijheid van stammen om zich aan te sluiten. Deze clausule bleek de meest ingrijpende van allemaal. De Khuza’a, een stam met diepe wortels in het gebied rond Mekka en een oud bondgenootschap met de voorvaders van de Profeet ﷺ, sloot zich aan bij de moslims. Hun rivalen, de Banu Bakr, kozen de kant van de Quraish. Twee jaar later vielen de Banu Bakr de Khuza’a aan met steun van de Quraish, een directe schending van het verdrag. Dat was de aanleiding voor de Fatah Mekka. De clausule die niets leek voor te stellen bleek de juridische grond voor de verovering van Mekka.

De derde winst was tijd. De tien jaar van vrede gaven de Islamitische staat ruimte om te groeien zonder een front in het zuiden. In de twee jaar die volgden veroverde de Profeet ﷺ Khaybar, het rijkste landbouwgebied van noordelijk Arabië, en neutraliseerde daarmee de laatste grote basis van georganiseerde oppositie buiten Mekka. Hij stuurde brieven naar Heraclius van Byzantium, Chosrau van Perzië, de Negus van Abessinië en de gouverneur van Egypte. Duizenden mensen namen Islam aan in die twee jaar, meer dan in alle jaren daarvoor samen. Toen de Profeet ﷺ twee jaar na Hudaybiyya optrok naar Mekka deed hij dat met tienduizend man.

De vierde winst was zichtbaarheid. De karavaan van veertienhonderd moslims die ongewapend optrok voor de Umrah, de rust waarmee de Profeet ﷺ onderhandelde, de discipline van de Metgezellen ﵃ die hun woede inslikten en het bevel uitvoerden: dit alles werd gezien door de stammen van Arabië. Khalid ibn al-Walid ﵁ en Amr ibn al-As ﵁, twee van de scherpste militaire geesten van hun generatie, reisden kort na Hudaybiyya naar Medina en namen Islam aan.

Khalid ibn al-Walid ﵁: O Boodschapper van Allah, een man van uw inzicht heeft mij lang ontgaan. Ik steek mijn hand uit voor de Islam.

Profeet ﷺ: Al-hamdu lillah die jou heeft geleid. Ik had al gezien dat er in jou verstand zat en ik hoopte dat dit verstand jou naar het goede zou leiden.

Abu Basir en de Kustgemeenschap

De clausule die de Metgezellen ﵃ het zwaarst viel was die over de vluchtelingen. Wie vanuit Mekka naar Medina vluchtte als moslim moest worden teruggezonden. De asymmetrie was schrijnend: wie van de moslims naar de Quraish overliep hoefde niet terug. Dat leek op papier een eenzijdige vernedering.

Wat er daarna gebeurde maakte zichtbaar dat de Profeet ﷺ iets zag wat de Metgezellen ﵃ niet zagen.

Kort na de terugkeer naar Medina arriveerde een man genaamd Abu Basir ﵁, een moslim uit Mekka die zijn bewakers had weten te ontvluchten. De Quraish stuurden onmiddellijk twee mannen om hem terug te eisen. De Profeet ﷺ gaf hem mee.

Profeet ﷺ: (Tegen Abu Basir ﵁) O Abu Basir, wij hebben dit volk een woord gegeven en in onze godsdienst is het nakomen van het woord verplicht. Allah ﷻ zal voor jou en voor degenen die met jou in dezelfde positie zijn een uitweg maken.

Abu Basir ﵁ vertrok met de twee mannen van de Quraish. Onderweg wist hij één van de twee te doden. De andere vluchtte terug naar Medina en meldde wat er was gebeurd. Abu Basir ﵁ keerde ook terug en legde de situatie uit aan de Profeet ﷺ.

Abu Basir ﵁: O Profeet van Allah, u heeft uw verplichting nagekomen. Allah heeft mij bevrijd van hen.

Profeet ﷺ: Wee zijn moeder, hij heeft het vuur van de oorlog aangestoken. Had hij maar mannen bij zich.

Abu Basir ﵁ begreep de boodschap. Hij vertrok niet naar Medina maar vestigde zich aan de kust bij al-Is, op de handelsroute van de Quraish naar Syrië. Het woord verspreidde zich onder de moslims die in Mekka vastzaten. De één na de ander ontvluchtte Mekka, niet naar Medina want dat was verboden door het verdrag, maar naar Abu Basir ﵁ aan de kust. Abu Jandal ﵁, die bij Hudaybiyya zelf was teruggezonden, bereikte hem ook. Binnen korte tijd had zich een gemeenschap van zeventig man gevormd die de karavanen van de Quraish naar Syrië aanviel en de handelsroute onveilig maakte.

De Quraish konden nergens verhaal halen. De Profeet ﷺ had het verdrag nagekomen. Wat deze mannen deden buiten Medina viel buiten zijn verantwoordelijkheid. De druk op de Quraish werd zo groot dat zij zelf een boodschapper naar Medina stuurden met het verzoek de clausule over de vluchtelingen te annuleren en Abu Basir ﵁ met zijn mannen toe te laten naar Medina. De Profeet ﷺ stuurde een brief naar Abu Basir ﵁. Die bereikte hem op zijn sterfbed. Abu Basir ﵁ stierf met de brief in zijn hand.

De clausule die de Metgezellen ﵃ als hun grootste concessie hadden beschouwd was door de Quraish zelf ongedaan gemaakt.

De Gelovige Vrouwen

Er was nog een andere wending. Het verdrag sprak over mannen die zonder toestemming van hun voogd vluchtten. Toen gelovige vrouwen uit Mekka naar Medina vluchtten en de Quraish hun teruggave eisten, openbaarde Allah ﷻ dat de situatie van vrouwen anders beoordeeld moest worden.

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓاْ إِذَا جَآءَكُمُ ٱلۡمُؤۡمِنَٰتُ مُهَٰجِرَٰتٖ فَٱمۡتَحِنُوهُنَّۖ ٱللَّهُ أَعۡلَمُ بِإِيمَٰنِهِنَّۖ فَإِنۡ عَلِمۡتُمُوهُنَّ مُؤۡمِنَٰتٖ فَلَا تَرۡجِعُوهُنَّ إِلَى ٱلۡكُفَّارِ

O jullie die geloven, wanneer gelovige vrouwen als emigranten naar jullie komen, beproef hen dan. Allah weet het beste wat hun geloof is. Als jullie weten dat zij gelovig zijn, stuur hen dan niet terug naar de ongelovigen.

Soera Al-Mumtahana: 10

De vrouwen werden getoetst op de oprechtheid van hun geloof. Wie oprecht bleek te zijn mocht blijven. Haar voormalige man ontving zijn bruidsschat terug. De clausule over de teruglevering van vluchtelingen gold dus niet voor vrouwen. Ook hier bleek het verdrag minder eenzijdig dan het leek: de Quraish hadden onderhandeld over mannen en Allah ﷻ had de vrouwen buiten hun bereik gehouden.

Hudaybiyya Behoort Niet Aan Ons

Hier is iets dat gezegd moet worden, duidelijk en zonder omwegen.

De Profeet ﷺ handelde bij Hudaybiyya niet op basis van politieke berekening. Hij handelde op basis van wahi. Zijn droom over de Umrah was openbaring. Zijn besluit om het verdrag te aanvaarden terwijl zijn Metgezellen ﵃ protesteerden was gebaseerd op een zekerheid die hij had en zij niet. Toen Umar ﵁, een van de scherpste en meest vastberaden mannen onder de Metgezellen ﵃, hem vroeg waarom zij toegaven in hun godsdienst, antwoordde de Profeet ﷺ niet met een strategische analyse. Hij zei: ik ben de dienaar van Allah en Hij zal mij niet in de steek laten. Dat is geen pragmatisme. Dat is gehoorzaamheid aan wahi.

En de uitkomst bevestigde precies dat. Elke clausule die onrechtvaardig leek werd door Allah ﷻ omgebogen. De teruglevering van vluchtelingen ontbond zichzelf via Abu Basir ﵁. De vrouwen werden door openbaring beschermd. De stammenclausule legde de basis voor de verovering van Mekka. De Profeet ﷺ had dit niet berekend. Hij wist het, omdat hij wahi ontving.

Dat is precies waarom Hudaybiyya niet van ons is.

Wij ontvangen geen wahi. Wij kunnen niet weten wat Allah ﷻ heeft weggelegd in de uitkomst van een verdrag dat wij tekenen of een concessie die wij doen. De Profeet ﷺ kon dat wel, want Allah ﷻ had het hem geopenbaard. Wie vandaag beginselen van de godsdienst inlevert, toenadering zoekt tot wat Allah ﷻ heeft verboden of zijn positie comprimeert ten behoeve van politieke acceptatie en vervolgens naar Hudaybiyya wijst als precedent, neemt iets wat exclusief toebehoorde aan een profeet met wahi en gebruikt het om zichzelf te dekken. Dat is geen siera. Dat is misbruik van de siera.

Dit betekent niet dat moslims niet strategisch mogen denken. Integendeel. De siera is van begin tot eind doordrenkt van strategisch denken: de keuze van Medina als uitvalsbasis, de graafstrategie bij Al-Khandaq, de list van Nu’aym ibn Mas’ud ﵁, het huwelijk met Juwayriya ﵂ dat honderd huisgezinnen bevrijdde, het sturen van Uthman ﵁ naar Mekka omdat hij familiebanden had die hem bescherming boden. De Profeet ﷺ was een uitzonderlijk strateeg. Maar zijn strategie was altijd gebonden aan de sharia, niet aan wat politiek handig was. Hij ﷺ wiste zijn eigen titel uit het verdrag maar weigerde het verdrag zelf te schenden toen Abu Jandal ﵁ voor hem stond en smeekte. Strategie binnen de grenzen van Allah ﷻ, nooit erbuiten.

Umar ﵁ zelf, die op die dag luidkeels protesteerde en later zei dat hij nooit zo had getwijfeld aan de Profeet ﷺ als bij Hudaybiyya, begreep dit achteraf zo goed dat hij er een leven lang berouw over had. Niet omdat hij strategisch had misgerekend. Maar omdat hij tijdelijk de wahi had onderschat die de Profeet ﷺ ontving en waarop hij handelde.

Wij hebben geen profeet naast ons staan. Wie ons aanspoort tot concessies in de godsdienst met een beroep op Hudaybiyya vraagt ons de gehoorzaamheid van de Metgezellen ﵃ te tonen zonder de openbaring die die gehoorzaamheid rechtvaardigde. Hudaybiyya leert ons geduld, vertrouwen en standvastigheid binnen de sharia. Het leert ons dat Allah ﷻ werkt via wegen die het menselijk verstand niet altijd begrijpt. Maar het is geen vrijbrief voor wie dan ook om de godsdienst te comprimitteren en dat strategisch te noemen.