De vrede van Hudaybiyya had de Islamitische staat iets gegeven wat geen militaire overwinning kon kopen: tijd en ruimte om naar buiten te kijken. Zolang de dreiging van de Quraish elk jaar opnieuw om aandacht vroeg, bleef de horizon van de gemeenschap beperkt tot het Arabisch Schiereiland. Nu die dreiging tijdelijk was geneutraliseerd door een verdrag, opende zich een andere horizon. De Profeet ﷺ had zijn boodschap niet ontvangen voor één stam, één stad of één schiereiland. Hij ﷺ was gezonden naar de gehele mensheid. En nu, in het zevende jaar na de Hijra, handelde hij daarnaar.
De Uitspraak Die Alles in Beweging Zette
De overlevering die aan de brieven voorafgaat is kort maar zwaar van betekenis. De Metgezellen ﵃ meldden dat de Profeet ﷺ zijn voornemen kenbaar maakte om brieven te sturen naar de koningen buiten Arabië. Sommigen onder hen wezen hem erop dat koningen geen brieven aanvaardden zonder zegel.
Metgezellen ﵃: O Boodschapper van Allah, koningen lezen geen brief die niet is verzegeld.
Profeet ﷺ: (Laat een zilveren ring maken met de inscriptie:) محمد رسول الله
Maar het was een andere uitspraak die de diepte van dit moment blootlegt. De Profeet ﷺ zei tegen zijn Metgezellen ﵃:
Profeet ﷺ: Allah heeft mij niet als een eigenzinnige of harde man gezonden, maar als een leraar en iemand die het gemakkelijk maakt. Verbreidt mijn boodschap, ook al is het één vers. Ik ben gezonden naar de rode en de zwarte, naar alle mensen.
De grondslag was namelijk heel simpel: de boodschap overbrengen aan wie zij nog niet had bereikt, ongeacht zijn rang of macht.
De Gezanten
De Profeet ﷺ stuurde in één periode meerdere gezanten uit, elk naar een andere vorst. De keuze van gezanten was zorgvuldig. Het waren mannen die de taal spraken, de cultuur begrepen of de reputatie hadden om met waardigheid te spreken voor een troon.
Dihya al-Kalbi ﵁ werd gestuurd naar Heraclius, de keizer van Byzantium, via de gouverneur van Busra in Syrië. Heraclius bevond zich op dat moment in Homs, na zijn overwinning op de Perzen. Abdullah ibn Hudhafa al-Sahmi ﵁ werd gestuurd naar Chosrau II, de koning van Perzië. Amr ibn Umayya al-Damri ﵁ werd gestuurd naar de Negus Ashama van Abessinië, die al eerder Islam had aanvaard. Hatib ibn Abi Balta’a ﵁ werd gestuurd naar de Muqawqis, de heerser van Egypte. Salit ibn Amr al-Amiri ﵁ werd gestuurd naar Hawdha ibn Ali, de heerser van Yamama. En Shuja ibn Wahb al-Asadi ﵁ werd gestuurd naar al-Harith ibn Abi Shamir al-Ghassani, de vazalkoning van Syrië onder Byzantium.
Elk van hen droeg een brief, een zegel en een opdracht: de boodschap overbrengen, de uitnodiging uitspreken en terugkeren met het antwoord.
De Brief aan Heraclius
De brief aan Heraclius is de best gedocumenteerde van alle brieven, omdat Heraclius hem serieus nam en de overlevering bij Bukhari bewaard is gebleven via Abu Sufyan, die op dat moment in Gaza was voor handel en door Heraclius werd opgeroepen voor een verhoor over de Profeet ﷺ.
De brief luidde:
Profeet ﷺ: (In de brief) In de naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle. Van Muhammad, de dienaar van Allah en Zijn Boodschapper, aan Heraclius, het hoofd van de Byzantijnen. Vrede zij met degene die de leiding volgt. Daarna: ik roep u op tot de Islam. Aanvaard de Islam en u zult veilig zijn. Aanvaard de Islam en Allah ﷻ zal u uw beloning tweemaal geven. Maar als u zich afwendt, dan draagt u de zonde van uw onderdanen. O mensen van het Boek, kom naar een woord dat gelijk is tussen ons en jullie: dat wij Allah ﷻ alleen aanbidden en niets met Hem associëren, en dat wij geen anderen naast Allah ﷻ als heren nemen. Als zij zich afwenden zeg dan: getuigt dat wij moslims zijn.
Heraclius liet Abu Sufyan binnenbrengen, die op dat moment nog geen moslim was maar de meest beschikbare bron was over de Profeet ﷺ. Het verhoor dat volgde is een van de opmerkelijkste documenten in de vroege Siera: een Byzantijnse keizer die een vijand van de Profeet ﷺ ondervraagt over zijn karakter, zijn achtergrond en zijn volgelingen.
Heraclius: (Tegen Abu Sufyan) Ik ga je vragen over deze man. Als je liegt zullen de mensen om je heen dat corrigeren.
Heraclius: Hoe is zijn afkomst onder jullie?
Abu Sufyan: Hij is van edele afkomst.
Heraclius: Heeft iemand van zijn familie ooit dit gezegd vóór hem?
Abu Sufyan: Nee.
Heraclius: Waren de koningen onder zijn voorvaderen?
Abu Sufyan: Nee.
Heraclius: Zijn het de edelen die hem volgen of de zwakken?
Abu Sufyan: De zwakken.
Heraclius: Nemen zijn volgelingen toe of af?
Abu Sufyan: Zij nemen toe.
Heraclius: Heeft iemand van hen zijn godsdienst verlaten uit afkeer ervan nadat hij hem had aanvaard?
Abu Sufyan: Nee.
Heraclius: Heeft hij ooit gelogen vóór zijn aanspraak?
Abu Sufyan: Nee.
Heraclius: Verbreekt hij ooit zijn woord?
Abu Sufyan: Nee. Wij hebben nu een verdrag met hem en wij weten niet wat hij daarin zal doen.
Heraclius: Hebben jullie ooit met hem gevochten?
Abu Sufyan: Ja.
Heraclius: Hoe was de uitkomst?
Abu Sufyan: Wisselend. Soms wij, soms hij.
Heraclius: Wat beveelt hij jullie?
Abu Sufyan: Hij zegt: aanbid Allah ﷻ alleen en associeer niets met Hem, verlaat wat jullie voorvaderen zeiden, verricht het gebed, geef de zakaat, wees kuis en houd jullie woord.
(Heraclius wendt zich tot zijn hovelingen)
Heraclius: Als wat jij zegt waar is, zal hij de grond onder mijn voeten bezitten. Ik wist dat hij zou komen maar ik wist niet dat hij van jullie zou zijn. Als ik bij hem kon zijn zou ik zijn voeten wassen. (Hij laat vervolgens de brief halen en voorlezen)
Abu Sufyan overleverde later dat hij na dit verhoor overtuigd was dat de zaak van de Profeet ﷺ groot zou worden. Heraclius zelf nam geen Islam aan, uit vrees voor zijn positie en zijn volk.
De Brief aan Chosrau
De reactie van Chosrau II van Perzië was de tegenpool van die van Heraclius. Toen de brief hem werd overhandigd door Abdullah ibn Hudhafa ﵁ scheurde hij hem aan stukken.
Chosrau II: (Scheurt de brief) Wie is deze slaaf uit Arabië die zijn eigen naam vóór de mijne durft te schrijven?
Toen het nieuws de Profeet ﷺ bereikte, zei hij:
Profeet ﷺ: Zo zal Allah zijn rijk verscheuren.
En zo geschiedde. Chosrau II werd kort daarna door zijn eigen zoon vermoord. Het Perzische rijk viel in de decennia die volgden uiteen, en de moslimlegers veroverden zijn kerngebieden tijdens het kalifaat van Umar ﵁.
De Brief aan de Muqawqis
De Muqawqis, de Koptische heerser van Egypte onder Byzantijnse opperhoogheid, ontving de brief van Hatib ibn Abi Balta’a ﵁ met waardigheid. Hij las hem, liet hem opbergen in een ivoren koker, stuurde geschenken terug naar de Profeet ﷺ, waaronder twee Koptische vrouwen, Mariya en Sirin, en een ezel, en schreef een beleefd maar afwijzend antwoord.
Muqawqis: (In zijn antwoord) Ik heb uw brief gelezen en begrepen wat u schrijft en waartoe u uitnodigt. Ik weet dat er nog een profeet zou komen, maar ik dacht dat hij uit Syrië zou komen. Ik heb uw gezant goed behandeld en stuur u geschenken. Groet.
Mariya al-Qibtiyya ﵂, een van de twee vrouwen die de Muqawqis stuurde, werd de moeder van Ibrahim, de zoon van de Profeet ﷺ die als kind stierf en wiens dood de Profeet ﷺ diep trof.
De Brief aan de Negus
De Negus Ashama van Abessinië had al eerder, via de eerste emigranten die zijn bescherming hadden gezocht, kennis gemaakt met de Islam en had in stilte het geloof aanvaard. De brief van de Profeet ﷺ bereikte hem via Amr ibn Umayya al-Damri ﵁. De Negus ontving hem, plaatste hem op zijn oog en daalde van zijn troon af om zijn eerbied te tonen. Hij bevestigde zijn geloof en zijn loyaliteit.
Toen de Negus later overleed, verrichtte de Profeet ﷺ het afwezigheidsgebed over hem, het eerste keer dat dit in de Islam werd verricht.
Profeet ﷺ: (Tegen zijn Metgezellen ﵃) Uw broeder Ashama is gestorven. Staat op en verricht het gebed over hem.
De Brief aan al-Harith ibn Abi Shamir
Al-Harith ibn Abi Shamir al-Ghassani, de vazalkoning van Syrië, ontving de brief via Shuja ibn Wahb ﵁ met minachting.
Al-Harith ibn Abi Shamir: Wie zal mij mijn koninkrijk afnemen? Ik trek naar hem.
Shuja ibn Wahb ﵁: (Meldt dit aan de Profeet ﷺ)
Profeet ﷺ: Moge zijn koninkrijk vergaan.
En ook hier bevestigde de geschiedenis de uitspraak van de Profeet ﷺ. Het Ghassanidische koninkrijk hield op te bestaan met de komst van de moslimlegers in de tijd van Abu Bakr ﵁ en Umar ﵁.
De Betekenis van de Brieven
De brieven naar de koningen waren in de ogen van tijdgenoten mogelijk een ongewone stap: een gemeenschap van nog geen tien jaar oud, opgebouwd vanuit een stad in de Arabische woestijn, die keizers en koningen aanschrijft met de uitnodiging tot een nieuw geloof. Maar de Profeet ﷺ handelde vanuit een zekerheid die niet van hemzelf was. Hij ﷺ was gezonden naar alle mensen, naar de rode en de zwarte, naar de machtige en de zwakke, naar wie in paleizen woonde en wie in tenten. De brieven waren de nakoming van die zending, niets meer en niets minder.
De reacties verschilden. Heraclius begreep de ernst maar koos zijn troon. Chosrau scheurde de brief en zijn rijk werd verscheurd. De Muqawqis was beleefd maar bleef bij zijn godsdienst. De Negus bevestigde wat hij al in zijn hart droeg. Al-Harith dreigde en verloor alles. Geen van de grote mogendheden van die tijd nam de uitnodiging aan. En toch: binnen enkele decennia na de dood van de Profeet ﷺ waren de gebieden van Perzië, Egypte, Syrië en grote delen van Byzantium in handen van de moslims. De brieven waren niet het begin van een diplomatiek proces. Zij waren de eerste stap in de vervulling van een belofte die Allah ﷻ aan Zijn Profeet ﷺ had gedaan.
