InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

De Adelaar Ontwaakt uit de As van Gimry
De Helden van IslamImam Shamil

De Adelaar Ontwaakt uit de As van Gimry

De Adelaar Ontwaakt uit de As van Gimry

In het voorgaande artikel zagen wij hoe in de zomer en de vroege herfst van 1832 het Russische opperbevel onder Generaal Velyaminov de logistieke en militaire voorbereidingen voltooide voor de eerste grote operatie tegen de imamaat-kern in de Avar bergen, en hoe in Gimry de imam Ghazi Muhammad ﵀ en zijn naib Shamil ﵀ hun verdedigingsplannen met een combinatie van moed en realisme voorbereidden in de wetenschap dat hun dorp tegen een Russische hoofdmacht met artillerie uiteindelijk niet kon standhouden. Dit artikel volgt het beleg van Gimry zoals het zich in oktober 1832 voltrok, het laatste verzet in de wachttoren waarin Ghazi Muhammad ﵀ de marteldood vond, de bijna-dood van Shamil ﵀ en de wijze waarop hij door wat zijn tijdgenoten als een wonder beschouwden uit de Russische omsingeling ontkwam, en het herstel waaruit hij in de jaren erop zou opstaan zoals een adelaar uit de as opstijgt om de strijd in een hernieuwde gestalte voort te zetten.

De Russische troepen in de bergen

In de eerste week van oktober 1832 begonnen de Russische detachementen onder Velyaminov de bergpassen rond Gimry stelselmatig te bezetten. De eerste manoeuvre richtte zich op de zuidelijke benadering van Gimry via het dorp Iroganai, een Avar dorp dat reeds in 1830 onder de imamaat was gekomen en wiens bewoners zich met een klein detachement van enkele tientallen imamaat-strijders in een eerste tegenstand tegen de Russische voorhoede stelden. Het gevecht bij Iroganai duurde anderhalve dag, en de Avar verdedigers, hoewel zij in aantal en bewapening sterk onderlegen waren, slaagden erin de Russische opmars met een verlies van enkele tientallen aan beide zijden korte tijd op te houden voordat zij zich in een ordelijke terugtocht naar de bergen achter Gimry terugtrokken. Hun verzet was niet bedoeld om de Russische opmars geheel te stoppen, want dat was onmogelijk gegeven de schaal van de Russische troepenmacht, maar om de imam Ghazi Muhammad ﵀ in Gimry enkele extra uren te schenken voor zijn definitieve voorbereidingen.

Tegelijkertijd werden andere Russische detachementen via de noordelijke en de oostelijke bergpassen tot dicht bij Gimry gemanoeuvreerd, en tegen de tiende of elfde oktober had Velyaminov het dorp van drie zijden ingesloten. De vierde zijde, in het westen, werd door de natuurlijke barrière van een diepe rivierkloof gevormd waarover geen formeel pad voor een troepenbeweging beschikbaar was, en de Russische verkenners meenden dat van die zijde geen ontsnapping door de imamaat-leiders zou kunnen worden ondernomen. Het was, naar later zou blijken, een verkeerde inschatting, maar zij was in de omstandigheden van het moment niet onredelijk.

De stemming in het belegerde dorp

In Gimry zelf waren in de dagen voor de Russische aankomst de gezinnen met kinderen en oude mensen reeds in stilte naar de hogere dorpen achter de westelijke kloof geëvacueerd, en het dorp was bezet door enkele honderden imamaat-strijders die zich onder leiding van Ghazi Muhammad ﵀ en Shamil ﵀ voor de verdediging hadden verzameld. De strijdmacht bestond niet enkel uit Avar murīds uit de directe omgeving, maar omvatte ook detachementen uit Tsjetsjenië die onder Avko van Tsjirjurt ﵀ waren gezonden om hun broeders in de Avar kern bij te staan, evenals enkele tientallen Lezgische vrijwilligers die in de afgelopen weken uit het zuiden naar Gimry waren gereisd om aan het verzet deel te nemen.

De stemming onder de verdedigers was, naar de overlevering van degenen die na het beleg konden navertellen, niet de stemming van een wanhopige menigte die zich aan haar laatste uur wijdde, maar de stemming van een gemeenschap die zich voor een geestelijke en militaire proef voorbereidde in de zekerheid dat haar zaak rechtvaardig was en dat het lot van het gevecht in Gods handen lag. In de moskee van het dorp werd gedurende de avonden voor het beleg de qiyam al-layl gehouden, het nachtgebed waarin de verdedigers gemeenschappelijk Allah ﷻ aanriepen om hun standvastigheid te schenken in de aanstaande beproeving, en de imam Ghazi Muhammad ﵀ sprak in een afzonderlijke bijeenkomst met de strijders woorden die in de overlevering bewaard zijn gebleven en die de geestelijke gestalte van het komende treffen voor zijn manschappen vastlegden.

De wachttoren en het laatste gevecht

In het centrum van Gimry stond een stenen wachttoren die in vroegere tijden door de Avar dorpsbewoners was opgericht als toevluchtsoord in geval van invasies door naburige stammen, en die in haar bouw de gebruikelijke gestalte van een Kaukasische bergtoren bezat met dikke stenen muren, met smalle schietgaten op verscheidene hoogten, en met een platte stenen vlakte op de bovenste verdieping waarvan in geval van uiterste verdediging tot de laatste man verzet kon worden geboden. Op de avond van de twaalfde of dertiende oktober trok Ghazi Muhammad ﵀ zich met een kleine groep van zijn naaste medestrijders terug in deze toren, terwijl het grootste deel van zijn troep zich verspreid had over de huizen van Gimry voor een laatste straatgevecht waarin de Russische voorhoede zo lang mogelijk zou worden opgehouden.

Shamil ﵀ bevond zich in deze laatste fase van het beleg in de toren naast zijn imam, samen met ongeveer vijftien tot twintig andere strijders die in de hagiografische bronnen met name worden genoemd en die in deze laatste uren een keuze maakten die henzelf als waarschijnlijke marteldood zou voorhouden. Onder hen waren Said ibn Said al-Iroganai ﵀, een neef van Shamil’s moeder, evenals enkele jongere murīds uit de halqa die Shamil ﵀ in Gimry zelf had opgebouwd. De keuze om in de toren te blijven was bij elk van hen een persoonlijke geloofsbelijdenis, want zij hadden in de uren voor de Russische bestorming nog gemakkelijk via de geheime bergpaden naar het westen kunnen ontsnappen indien zij dat hadden gewenst. Hun aanwezigheid in de toren naast hun imam was geen militaire noodzaak maar een geestelijke verklaring van trouw.

De Russische bestorming

Op de ochtend van de zeventiende oktober 1832 (volgens de meeste bronnen, met enkele afwijkingen in andere bronnen die de gebeurtenis een of twee dagen vroeger of later plaatsen) lanceerde Velyaminov de algemene bestorming van Gimry. Het Russische artilleriebombardement op het dorp had de voorgaande dagen reeds vele huizen in puin gelegd, en in de straten van Gimry vond een hard en bloedig gevecht plaats waarin de imamaat-strijders huis voor huis een verzet boden dat de Russische verliezen aanzienlijk verhoogde maar dat tegen de overweldigende numerieke en materiële overmacht uiteindelijk geen stand kon houden. Tegen de namiddag waren de meeste huizen van Gimry in Russische handen, en de overlevende imamaat-strijders trokken zich terug naar de wachttoren in het centrum van het dorp voor hun laatste verdediging.

De toren werd onder zwaar geweervuur en met de inzet van twee bergkanonnen die op korte afstand werden opgesteld, urenlang aangevallen. De stenen muren weerstonden lange tijd het kanonvuur, maar tegen de avond was een gat in de buitenmuur op de begane grond geslagen, en de Russische infanterie ondernam een eerste bestormingspoging door deze opening. De imamaat-strijders binnen de toren wierpen de aanvallers in een eerste handgemeen terug, en in dit handgemeen verzetten Ghazi Muhammad ﵀ en Shamil ﵀ zich met een persoonlijke moed die in de overlevering van beide zijden, de Russische evenals de imamaat-zijde, is bewaard.

De marteldood van Ghazi Muhammad ﵀

In de chaos van het gevecht in en rond de toren, in de avondschemering van de zeventiende oktober, vond Ghazi Muhammad ﵀ de marteldood. De overleveringen verschillen in de precieze omstandigheden, maar de meeste komen op de volgende toedracht overeen: nadat de eerste Russische bestormingspoging in de toren was teruggeworpen, zag de imam een tweede aanval naderen die hij met een uitval beantwoordde waarin hij persoonlijk met zijn zwaard de aanvallers tegemoet trad. In deze uitval werd hij door een bajonettsteek dodelijk in de zijde getroffen, en hij stierf binnen enkele minuten op de drempel van de toren, met zijn wapen nog in de hand en met het gezicht naar de vijand gericht. Zijn lichaam werd door zijn metgezellen in de toren teruggesleept, en zij verklaarden in een korte plechtige verklaring dat hun imam de marteldood had gevonden in een gevecht dat hij om geen aardse reden had gevoerd maar dat hij om de wille van Allah ﷻ en Zijn Boodschapper ﷺ tot zijn laatste adem had volgehouden.

Voor Shamil ﵀ persoonlijk was de dood van zijn vriend, leerschoolgenoot en imam een verlies dat zijn diepste persoonlijke betekenis ontleende aan de twintig jaar van gedeelde stilte, gedeelde studie en gedeelde geestelijke vorming die zij sinds hun kinderjaren in Gimry hadden doorgemaakt. In de overlevering wordt vermeld dat hij in de uren na de dood van Ghazi Muhammad ﵀ geen tranen vergoot in het zicht van zijn medestrijders, want hij begreep dat dit niet de tijd was waarin hij zich de luxe van de openbare rouw kon veroorloven, maar dat hij in de schaduw van een hoek van de toren een korte privé-rouw doorbracht die slechts door zijn naaste metgezellen werd waargenomen, en dat hij vervolgens met een vastberadenheid die zelfs zijn manschappen verraste de leiding van de laatste verdediging op zich nam met de woorden dat hij zijn imam in dood evenmin in de steek zou laten als hij hem in leven had verlaten.

De tweede Russische bestorming

Na de val van de schemering hervatte het Russische opperbevel de bestorming met een nieuwe inzet, ditmaal met de bedoeling de toren in een nachtelijke aanval definitief te nemen. De imamaat-strijders binnen, naar schatting nog twaalf tot vijftien man na de val van Ghazi Muhammad ﵀ en de verliezen van het eerste gevecht, organiseerden zich onder Shamil ﵀ voor een laatste verdediging waarin zij wisten dat ontsnapping via de gewone wegen niet meer mogelijk was. Het was Shamil ﵀ zelf, naar de overlevering vermeldt, die op dit moment de aanwezigen tot een keuze van moed opriep: hij vroeg hun zich in een gezamenlijke uitval te storten op de Russische troepen aan de voet van de toren, en in deze uitval ofwel een opening te forceren die hun een ontsnapping zou bieden ofwel een marteldood te ontvangen die hen in de gemeenschap der martelaren zou verenigen met hun imam.

De uitval die hierop volgde, is in de Avar overlevering tot een van de meest gevierde episodes van de hele Kaukasische oorlog uitgegroeid, en zij is door beide bronnen, Russisch en Dagestaans, in haar wezenlijke contouren bevestigd. De ongeveer vijftien overlevende strijders sprongen onder leiding van Shamil ﵀ vanaf de bovenste verdieping van de toren door de geslagen openingen naar buiten, en zij stortten zich in een woest handgemeen op de Russische infanterie aan de voet van de toren. In dit handgemeen sneuvelden de meesten van hen, met hun wapens in de hand en zonder zich te hebben overgegeven, en zij gingen daarmee in de imamaat-overlevering de naam shuhada ontvangen die hun marteldood in een geloofsstrijd bezegelt.

De sprong van Shamil ﵀

Te midden van dit handgemeen voltrok zich de episode die in de hele Avar en Dagestaanse herinnering van deze oorlog haar centrale plaats heeft behouden, en die in de Russische historiografie evenmin wordt ontkend hoewel zij door de Russische auteurs met andere accenten wordt gewaardeerd dan door de Avar bronnen. Shamil ﵀ werd in het handgemeen door drie of vier bajonettsteken zwaar gewond. Een eerste steek trof hem in de borst en doorboorde, naar latere medische onderzoeken aantonen, de longwand. Een tweede steek raakte hem in de schouder. Een derde steek werd door zijn ribben afgeweerd zonder een vitaal orgaan te raken. Een vierde steek, indien zij heeft plaatsgevonden, raakte hem in de dij. Hij was, met andere woorden, in een toestand waarin volgens iedere normale verwachting van zijn aanwezige strijdmakkers en van zijn Russische aanvallers de dood binnen enkele minuten onvermijdelijk zou intreden.

Maar in plaats van te zinken sloeg Shamil ﵀, naar de overlevering vermeldt en naar de Russische verkenningsrapporten op essentiële punten bevestigen, met zijn zwaard de Russische soldaat neer die voor hem stond, sprong over de gevallen lichamen heen, en zette zich in een ongelooflijke beweging af op een rotsblok aan de rand van de wachttoren waarmee hij in één sprong over de hoofden van de tweede rij Russische soldaten heen op de helling beneden landde. Vandaar trok hij zich, nog steeds bloedend uit zijn wonden, door de schaduwen van de avond terug in de richting van de westelijke kloof, en hij wist in de loop van de nacht en de daaropvolgende dag door wegen die hij van zijn jeugd af aan kende, de hogere dorpen achter Gimry te bereiken waar de vluchtelingen uit de evacuatie zich hadden verzameld.

Het beeld van de sprong in de Avar overlevering

De sprong van Shamil ﵀ uit de wachttoren is in de Avar dorpsoverlevering tot een eigen genre van vertellingen uitgegroeid, en in de daaropvolgende decennia werd zij door reizende vertellers in de bergmoskeeën op feestdagen voorgedragen in een gestileerde gestalte waarin elk detail van de gebeurtenis met een geestelijke betekenis werd verbonden. De rotsblok waarop hij zich afzette werd in deze vertellingen aangeduid als de drempel waarover de imam zich uit de aardse omsingeling in de hand van Allah ﷻ wierp; de sprong zelf werd vergeleken met de sprong van de gezel van de Profeet ﷺ over de muur van Tabuk in de overleveringen van de sira; en de wonden die hij overleefde werden als de tekenen genomen waarmee de Schepper Zijn dienaar tot het komende werk had voorbereid. Deze stilering, hoewel zij door de moderne historicus met enige terughoudendheid moet worden beoordeeld omdat zij het feitelijke gebeuren tot een geestelijk-typologische gebeurtenis omvormt, behoort zelf tot het historisch materiaal van de imamaat-cultuur, want zij toont hoe de Avar dorpsgemeenschap de gebeurtenissen van haar eigen tijd in de bestaande geestelijke verbeeldingsstructuren opnam.

De medische en geestelijke betekenis van zijn overleven

In medisch-historisch opzicht is de overleving van Shamil ﵀ met dergelijke verwondingen en in een dergelijke fysieke gesteldheid een uitzonderlijke gebeurtenis die de moderne medische lezer niet kan navertellen zonder een zekere verwondering, en zij is door enkele moderne militaire historici met aandacht onderzocht zonder dat zij tot een sluitende verklaring zijn gekomen. De Russische artsen die in de jaren erop de littekens van Shamils ﵀ verwondingen konden bekijken op de gelegenheden waarin Russische emissarissen tot zijn aanwezigheid werden toegelaten, hebben in hun rapporten de aard van de verwondingen bevestigd en hebben hun verbazing uitgesproken over het feit dat de drager ervan de aanslag heeft overleefd.

Voor de imamaat en voor de Avar dorpen die de overlevering in de daaropvolgende dagen en weken ontvingen, was de overleving van Shamil ﵀ geen medisch raadsel maar een onmiskenbaar teken van Allah ﷻ. Het werd in de bergmoskeeën verteld als bewijs dat de imamaat-zaak door Allah ﷻ werd ondersteund, en het versterkte het geestelijk en politiek gezag van Shamil ﵀ in een mate die in zijn vorige rol als naib nog niet aanwezig was geweest. Hij keerde uit Gimry niet terug als de plaatsvervanger van een gevallen imam maar als degene die in de toren naast Ghazi Muhammad ﵀ had gestaan tot het einde, die de marteldood evenzeer had aanvaard als zijn imam haar had ontvangen, en wiens overleven door Allah ﷻ zelf was bepaald voor de voortzetting van een werk dat in zijn voortbestaan een goddelijke betekenis had ontvangen.

Het lichaam van Ghazi Muhammad ﵀ en het begraven van de gevallenen

In de uren na de val van de toren, terwijl het Russische leger de definitieve bezetting van Gimry vestigde, ontstond rond het lichaam van de gevallen imam een korte maar gewichtige episode die in de Avar overlevering is bewaard en die door de Russische rapporten in haar feitelijke contouren wordt bevestigd. Generaal Velyaminov, die als bevelhebber van de operatie aan zijn manschappen had opgedragen het lichaam van de imam veilig te stellen voor identificatie en voor eventuele overbrenging naar Tiflis als trofee, ontving de melding dat het lichaam in de toren naast die van enkele andere gesneuvelden was gevonden, met de wapens nog in de hand en het gezicht in de richting van het gebed. Velyaminov gaf, in een beslissing die in zijn officiële correspondentie met Generaal Rosen later kort werd toegelicht en die niet door alle leden van zijn staf werd gedeeld, de instructie het lichaam aan een delegatie van plaatselijke Avar oudsten over te dragen voor een fatsoenlijke begrafenis volgens de Islamitische riten, een gebaar dat hij verdedigde met de overweging dat een eervolle behandeling van de gevallen leider de Avar dorpen eerder tot een vergelijk met de Russische macht zou kunnen brengen dan een meer demonstratieve oneerbiediging van zijn stoffelijk overschot.

De delegatie van Avar oudsten die het lichaam ontving en die het overbracht naar een afgelegen plek in de bergen waar het in stilte werd begraven, behoorde grotendeels tot dorpen die in de imamaat-periode min of meer afzijdig waren gebleven en die door Velyaminov om die reden als acceptabele intermediairs werden gezien. Zij voerden de begrafenis uit volgens de gebruikelijke wijze: het lichaam werd in een kafan-doek gewikkeld, een janazah-gebed werd door een aanwezige geleerde uitgevoerd, en het werd in een eenvoudig graf bij gebrek aan een aangewezen plaats voorlopig terzijde gelegd. In latere jaren, toen de imamaat onder Shamil ﵀ haar geestelijk en politiek herstel had doorgemaakt, werd het graf van Ghazi Muhammad ﵀ door zijn opvolgers eervol bezocht, en het werd een bedevaartoord voor de murīds van de tarīqa die in de daaropvolgende decennia de geschiedenis van de eerste imamaat-fase in hun gemeenschappelijke herinnering bewaarden.

De Russische beoordeling van de operatie

Voor Velyaminov en voor het Russische opperbevel was de val van Gimry een militaire overwinning die in haar nominale uitkomst aan de doelstellingen van de operatie beantwoordde: de imam Ghazi Muhammad ﵀ was gevallen, het dorp van de imamaat was bezet, het Avar binnenland was voor het eerst aan een grote Russische militaire interventie blootgesteld, en de politieke aanspraken van de imamaat-staat waren in haar geografische kern doorbroken. In de officiële rapporten naar Tiflis en naar Sint-Petersburg werd de operatie als een belangrijk succes voorgesteld, en Generaal Rosen ontving voor zijn rol als opperbevelhebber van de Kaukasische arm een speciale erkenning van Tsaar Nicolaas I die in zijn carrière een vermelding zou blijven.

Maar onder de oppervlakte van deze nominale overwinning ontwikkelde zich een meer ambivalente waardering. De Russische verliezen tijdens de operatie waren aanzienlijk, met enkele honderden gesneuvelden en gewonden, en de logistieke uitputting van de troepenmacht was zodanig dat van een onmiddellijke vervolging van de imamaat in de daaropvolgende weken geen sprake kon zijn. Bovendien werd binnen enkele weken na de val van Gimry duidelijk dat de tarīqa-beweging niet door de capture van haar leiders was onthoofd, en dat in de naburige dorpen reeds nieuwe geleerden bezig waren de nalatenschap van Ghazi Muhammad ﵀ in een gewijzigde vorm voort te zetten. De ontsnapping van Shamil ﵀, hoewel zij in de Russische rapporten in eerste instantie als een marginaal incident werd voorgesteld, kreeg in de daaropvolgende maanden in haar werkelijke betekenis aandacht toen duidelijk werd dat hij in de bergen achter Gimry zijn herstel doormaakte en dat zijn aanwezigheid een centrum vormde waaromheen het verzet zich opnieuw zou kunnen organiseren.

De jaren tussen Gimry en Khoenzakh

In de twee jaren tussen de val van Gimry in oktober 1832 en de uitroeping van Shamil ﵀ tot derde imam van Dagestan in 1834, vond een tussenperiode plaats waarin Hamzat Bek ﵀ als tweede imam optrad, en waarin Shamil ﵀ in geleidelijk herstel zijn fysieke krachten herwon en zich opnieuw op zijn rol in de imamaat voorbereidde. Hij bracht het grootste deel van deze tijd door in het naburige dorp Untsoekoel, waar hij door zijn schoonfamilie verzorgd werd en waar hij in de stille maanden van zijn herstel een nieuw begin van zijn dagelijkse oefeningen ondernam, zij het in een aangepaste vorm die met zijn nog niet volledig genezen wonden rekening hield.

Hamzat Bek ﵀ als tweede imam zette de jihad voort in een meer agressieve gestalte dan zijn voorganger, en hij ondernam onder meer in 1834 de tocht naar Khoenzakh waarin hij de Avar regentes Bahu-Bika en haar zonen liet ombrengen in een poging het Avar khanaat definitief in de imamaat op te nemen. Deze actie zou hem zelf het leven kosten, want enkele maanden later werd hij in de moskee van Khoenzakh door verwanten van de Avar khanen vermoord in een wraakdaad voor de moord op de regentes en haar zonen. Met zijn dood was de imamaat opnieuw zonder leider, en de Naqshbandi-geleerden die in 1834 in het naburige dorp Korotsj bijeenkwamen om een opvolger te kiezen, wendden zich nu tot Shamil ﵀ als de meest gevormde en meest aangewezen kandidaat voor het ambt.

Het herstel in Untsoekoel

In Untsoekoel werd Shamil ﵀ in de eerste maanden van zijn herstel verzorgd door zijn vrouw Patimat en door enkele plaatselijke geleerden die in het dorp als artsen werkzaam waren in de combinatie van klassieke islamitische geneeskunde van de tibb al-nabawi en plaatselijke Avar kruidengeneeskunde die in de bergdorpen al generaties lang werd uitgeoefend. Zijn longwond, die in de eerste weken voortdurend ontstak en die hem op enkele momenten weer in levensgevaar bracht, herstelde in een tempo dat de artsen verraste en dat in de imamaat-overlevering opnieuw als een teken van Allah’s ﷻ bescherming werd uitgelegd. Tegen het voorjaar van 1833 was hij in staat opnieuw te paard te gaan, en tegen het einde van dat jaar had hij zijn lichamelijke kracht zozeer herwonnen dat hij weer aan de dagelijkse oefeningen kon deelnemen die hij vóór de val van Gimry had volgehouden.

Geestelijk was de tussenperiode voor Shamil ﵀ een periode van diep nadenken over de aard van de imamaat-leiding en over de wijze waarop het werk dat door Ghazi Muhammad ﵀ was begonnen, in de gewijzigde omstandigheden van een militair verslagen maar geestelijk niet onderworpen imamaat kon worden voortgezet. Hij verbleef in deze maanden vele dagen in afzondering, soms in de moskee van Untsoekoel, soms in een afgelegen grot in de bergen achter het dorp, en hij verzette zich tegen de drang van enkele leerlingen die hem reeds in 1833 als opvolger van Ghazi Muhammad ﵀ wensten uit te roepen, met de overweging dat de tarīqa nog een tijd van rouw en bezinning nodig had voordat zij in een nieuwe leider haar werk zou kunnen hervatten.

De moord op Bahu-Bika en haar zonen

De aanval van Hamzat Bek ﵀ op Khoenzakh in 1834, die de val van het Avar khanaat ten gunste van de imamaat moest bewerken, voltrok zich in een episode die in zowel haar uitvoering als haar nasleep tot vandaag in de Avar overlevering met een zekere onbehagen wordt herinnerd. Hamzat Bek ﵀ trok met enkele honderden imamaat-strijders op tegen Khoenzakh in augustus van dat jaar, en hij wist door een combinatie van militaire dreiging en politieke onderhandeling de regentes Bahu-Bika en haar twee zonen, Aboe-Soeltan en Noetsal-Khan, tot een ontmoeting in de citadel van Khoenzakh te brengen waarbij over de toekomst van het khanaat zou worden gesproken. In de loop van deze ontmoeting, naar de overlevering vermeldt en naar Hamzat Beks eigen rapport aan zijn medesjeiks bevestigt, werden de regentes en haar zonen door zijn manschappen gedood, in een toedracht die in de Avar bronnen als plotseling en in de imamaat-rapporten als een noodzakelijke militaire actie tegen aanhoudend Russisch loyalisme wordt voorgesteld.

De moord op de regentes en haar zonen, hoewel hij Hamzat Bek ﵀ in zijn directe doelstelling van een Avar khanaat-overname bracht, bracht hem in een dieper conflict met de Avar adellijke clans die nu een bloedwraakplicht ontvingen die volgens hun eigen erecodex moest worden uitgeoefend. Enkele maanden later, in september of oktober 1834, werd hij in de moskee van Khoenzakh door twee jonge Avars, Osman en Hadji Murad, neergeschoten in een wraakdaad voor de gedode regentes. Hij stierf ter plaatse, en de imamaat was opnieuw zonder leider in een geestelijk en politiek precaire situatie waarin de keuze van een opvolger noodzakelijk maar tegelijkertijd uiterst delicaat was.

De adelaar herrijst

Toen Shamil ﵀ in het najaar van 1834 in Korotsj de bayʿa van de aanwezige geleerden ontving en zich op zijn negenendertigste levensjaar in het ambt van imam zag aangesteld, was de gestalte waarin hij voor het eerst publiekelijk verscheen niet die van een onderdaan die door zijn voorgangers tot leider was gepromoveerd, maar die van een man die uit de as van Gimry in een nieuwe gestalte was herrezen en wiens werk in een geestelijke verbondenheid met zijn gevallen imam Ghazi Muhammad ﵀ stond. Hij sprak in zijn aanvaardingsrede over de plicht die hij van zijn voorgangers had overgenomen, over de noodzaak van de gemeenschap zich in de daad van het verzet niet door persoonlijk verlies te laten ontmoedigen, en over de zekerheid waarin hij stond, namelijk dat de imamaat-zaak een zaak was die door Allah ﷻ werd gedragen en die in zijn voortgang door geen aardse macht definitief zou kunnen worden gestopt.

De rede werd in de Avar bergdorpen uitgesproken als een nieuwe vorming, en de naam adelaar die in de overlevering aan Shamil ﵀ vanaf dit moment werd verbonden, kreeg in deze hernieuwde verschijning haar betekenis. De adelaar van Gimry was uit zijn as opgestaan, en de strijd zou nu in een derde gestalte voortgaan onder leiding van een man wiens overleving in de wachttoren reeds zelf het bewijs van zijn aangewezenheid voor het ambt was geworden.

Aan zijn jaren als imam, die in 1834 begonnen en die in 1859 in zijn overgave bij Gunib hun voorlopige uitkomst zouden vinden, zal het volgende artikel zijn aandacht wijden. In dit artikel hebben wij gezien hoe de val van Gimry niet het einde van de imamaat was maar haar overgang naar haar definitief vormgevende fase, en hoe Shamil ﵀ in een sprong door de Russische omsingeling de bedding ontving waarin zijn eigen drie en twintig jaar van leiding van het verzet hun geestelijke vorm zou krijgen.

Bronnen

  • Moshe Gammer, Muslim Resistance to the Tsar: Shamil and the Conquest of Chechnia and Daghestan, Frank Cass (1994), pp. 80–110.
  • Anna Zelkina, In Quest for God and Freedom: Sufi Responses to the Russian Advance in the North Caucasus, Hurst (2000), pp. 248–272.
  • John F. Baddeley, The Russian Conquest of the Caucasus, Longmans (1908), pp. 308–334.
  • Mukhammad Tahir al-Qarakhi ﵀, Bariqat al-suyuf al-Daghistaniyya fi baʿd ghazawat al-Shamiliyya, Arabisch handschrift uit circa 1856; Russische vertaling door A. M. Barabanov, Moscou (1941), pp. 124–162.
  • ʿAbd al-Rahman al-Ghazi-Ghumuqi ﵀, Khulasat al-tafsil ʿan ahwal al-Imam Shamil, Arabisch handschrift uit 1869; uitgegeven door Said Shihaliev, Machatsjkala (1992), pp. 23–56.
  • Michael Kemper, Herrschaft, Recht und Islam in Daghestan: Von den Khanaten und Gemeindebünden zum jihad-Staat, Reichert Verlag (2005), pp. 352–402.
  • Clemens P. Sidorko, Dschihad im Kaukasus: Antikolonialer Widerstand der Dagestaner und Tschetschenen gegen das Zarenreich (18. Jahrhundert bis 1859), Reichert Verlag (2007), pp. 244–284.

Sources

Hoofdbronnen: Moshe Gammer, Muslim Resistance to the Tsar: Shamil and the Conquest of Chechnia and Daghestan (Frank Cass, 1994); Anna Zelkina, In Quest for God and Freedom: Sufi Responses to the Russian Advance in the North Caucasus (Hurst, 2000); John F. Baddeley, The Russian Conquest of the Caucasus (Longmans, 1908); Charles King, The Ghost of Freedom: A History of the Caucasus (Oxford UP, 2008); Walter Richmond, The Circassian Genocide (Rutgers UP, 2013); Michael Kemper, Herrschaft, Recht und Islam in Daghestan (Reichert, 2005); Clemens P. Sidorko, Dschihad im Kaukasus (Reichert, 2007); Mukhammad Tahir al-Qarakhi, Bariqat al-suyuf al-Daghistaniyya (handschrift c. 1856, Russische ed. Barabanov 1941); Abd al-Rahman al-Ghazi-Ghumuqi, Khulasat al-tafsil (handschrift 1869, ed. Shihaliev 1992).