De compilatie van de Quran
Het ogenblik op het noordelijke front
Het was niet in Medina dat de geschiedenis van de officiële Mushaf van ʿUthman ﵁ begon. Zij begon op de noordelijke veldtochten, aan de grenzen van Armenië en Azerbaijan, in het kamp van een Sahabi ﵁ die in het hart van de gemeenschap altijd dezelfde plaats had ingenomen: de plaats van de wachter, de plaats van de man die de fitnah eerder ziet aankomen dan anderen. Hudhayfa ibn al-Yaman ﵁ keerde van de zomerveldtocht terug naar Medina met een onrust die zijn handen niet meer losliet en die hij niet voor zich kon houden. Wat hij in de tenten van de moslimse soldaten had gehoord, was niet de gebruikelijke variëteit van uitspraak. Het was iets veel ernstigers. Het was het begin van twist over de tekst van de Quran zelf.
In het vorige artikel volgden wij ʿUthman ﵁ door de uitbreiding van de moskeeën in Mekka en Medina, en door de eerste signalen van financiële druk en gouverneurswisselingen. In dit artikel keren wij ons naar het werk waarvoor hij in de geschiedenis van de oemma onsterfelijk is geworden, en dat Suyuti ﵀ in een korte maar dragende zin op pagina 177 van zijn Tarikh al-Khulafa heeft samengevat. ʿAbd ar-Rahman ibn Mahdi, zo overlevert Ibn ʿAsakir bij Suyuti ﵀, sprak dat ʿUthman ﵁ twee eigenschappen bezat die noch Abu Bakr ﵁ noch ʿUmar ﵁ had bezeten. De eerste was zijn zelfbeheersing tot het moment van zijn dood. De tweede was, in de woorden die Suyuti ﵀ getrouw weergeeft, his uniting the people upon a single mushaf. Het verenigen van de mensen op één geschreven exemplaar van de Quran. Het is deze tweede eigenschap die in het kortste deel van Uthmans hoofdstuk bij Suyuti ﵀ wordt genoemd, en die in de bredere overleveringen, die Suyuti ﵀ eerder in zijn boek opneemt, haar volledige vorm krijgt.
Kaart laden...
Wat Suyuti ﵀ vooraf vastlegt: de eerste verzameling onder Abu Bakr ﵁
Voor wie de officiële Mushaf van ʿUthman ﵁ in zijn werkelijke historische gewicht wil verstaan, dient men de twee stappen die ervoor lagen niet te vergeten. Suyuti ﵀ behandelt de eerste van die twee stappen op pagina 64 en 65 van zijn Tarikh al-Khulafa, in het hoofdstuk over Abu Bakr ﵁. Het is daar dat hij de verzameling van de Quran in de eerste jaren na het overlijden van de Profeet ﷺ uitvoerig overlevert. Hij doet dit door middel van een lange overlevering van Zayd ibn Thabit ﵁, die door al-Bukhari ﵀ is opgenomen en die Suyuti ﵀ in haar volledige vorm citeert.
Het was de slag bij Yamamah geweest, in het jaar 12 van de Hijra, tegen de valse profeet Musaylima en zijn aanhang, die de zaak in beweging had gebracht. ʿUmar ibn al-Khattab ﵁ was na die slag bij Abu Bakr ﵁ binnengekomen met een vrees die uit de telling van de gevallenen was opgekomen. Veel van de qurra, de dragers van de Quran in hun borsten, waren op die dag gevallen. Wanneer de oorlog langer zou duren, zou de gemeenschap dragers blijven verliezen, en met hen zou een deel van de Quran kunnen verdwijnen. Het is in deze context dat Suyuti ﵀ de dialoog overlevert die tussen Abu Bakr ﵁, ʿUmar ﵁ en Zayd ibn Thabit ﵁ plaatsvond.
ʿUmar ﵁: De slachting van mensen was zeer uitgebreid op de dag van Yamamah, en ik vrees dat de slachting zich zal uitbreiden tot de dragers van de Quran in andere veldtochten, zodat veel van de Quran zal verdwijnen tenzij men haar verzamelt. Mijn mening is dat de Quran verzameld dient te worden.
Abu Bakr ﵁: Hoe kan ik iets doen dat de Boodschapper van Allah ﷺ niet heeft gedaan.
ʿUmar ﵁: Bij Allah, het is goed.
ʿUmar ﵁ bleef terugkomen op de zaak, zo overlevert Suyuti ﵀ op pagina 64, totdat Allah ﷻ de borst van Abu Bakr ﵁ daarvoor opende. Zayd ibn Thabit ﵁ werd geroepen. Hij was een jonge man, hij was de schrijver van de openbaring geweest in de dagen van de Profeet ﷺ, en hij had de Quran van de Boodschapper ﷺ zelf gehoord. Aan hem werd de zwaarste taak opgedragen die hij ooit had gekregen. In zijn eigen woorden, zoals Suyuti ﵀ ze op pagina 64 overlevert:
Abu Bakr ﵁ tegen Zayd ﵁: Gij zijt een verstandig jonge man en wij hebben geen twijfel aan u. Gij schreeft de openbaring voor de Boodschapper van Allah ﷺ. Zoek de Quran uit en verzamel haar.
Zayd ﵁: Bij Allah, als hij mij de verantwoordelijkheid had opgelegd om één van de bergen te verplaatsen, zou het mij niet zwaarder zijn geweest dan wat zij mij opdroegen aan het verzamelen van de Quran. Ik zei: Hoe kunt u beiden iets doen dat de Profeet ﷺ niet heeft gedaan.
Maar Zayd ﵁ aanvaardde de opdracht. Hij zocht de Quran uit, zo zegt hij in dezelfde overlevering, uit fragmenten papier, uit schouderbladbeenderen, uit palmtakken, en uit de borsten van mannen. Twee verzen uit Soera at-Tawbah vond hij uitsluitend bij Abu Khuzaymah al-Ansari ﵁: Daar is tot u gekomen een Boodschapper uit uw eigen midden (Quran 9:128–129). De bladen waarop de Quran in deze eerste verzameling bijeen werd gebracht, bleven bij Abu Bakr ﵁ tot zijn overlijden. Daarna gingen zij naar ʿUmar ﵁ tot zijn overlijden. Daarna kwamen zij in het bewaardraagschap van Hafsah bint ʿUmar ﵂, de dochter van de tweede Khalief ﵁ en de vrouw van de Profeet ﷺ. Het is uit haar handen dat ʿUthman ﵁ jaren later, op het moment van de tweede stap, deze bladen zou laten ophalen.
Suyuti ﵀ sluit zijn passage over de eerste verzameling op pagina 65 af met de woorden van Abu Yaʿla, overgeleverd via ʿAli ibn Abi Talib ﵁: De man met de grootste beloning voor de geschreven exemplaren van de Quran is Abu Bakr ﵁. Abu Bakr ﵁ was de eerste die de Quran tussen twee borden verzamelde. Suyuti ﵀ herhaalt dit in zijn hoofdstuk over de Firsts (de zaken waarin hij de eerste was) van Abu Bakr ﵁: de eerste die de Quran verzamelde, de eerste die haar Mushaf noemde, het bewijs daarvan is reeds gegeven. Dat is de eerste stap. Geen volledige editie voor de provincies, geen verspreiding naar Kufa, Basra of Damascus. Eén gezaghebbende verzameling, in handen van de Khalief ﵁, daarna van zijn opvolger, daarna van zijn dochter.
De aanleiding bij ʿUthman ﵁: de alarmbel van Hudhayfa ﵁
Tussen de eerste verzameling onder Abu Bakr ﵁ en de tweede stap onder ʿUthman ﵁ lagen ongeveer achttien jaren. In die jaren had de gemeenschap zich met snelheid uitgebreid. Wat in 12 AH een gemeenschap was die nog binnen de grenzen van Arabië woonde, was in 30 AH een gemeenschap die zich uitstrekte van de Atlantische rand van Ifriqiya tot de grenzen van Khurasan, van Egypte tot Armenië, van de Levant tot Sijistan. Soldaten uit Medina vochten naast soldaten uit Kufa, soldaten uit Basra naast soldaten uit Fustat. Recitatoren uit de school van ʿAbdullah ibn Masʿud ﵁ in Kufa onderwezen anders dan recitatoren uit de school van Ubayy ibn Kaʿb ﵁ in Damascus. De zeven ahruf, waarin de Profeet ﷺ de openbaring had ontvangen en had toegestaan om de Quran te reciteren, waren in deze veldtochten in elkaar gaan haperen. Wat in de tijd van de Profeet ﷺ een rijkdom van toegestane uitspraken was geweest, was in de tijd van de jonge soldaat aan het front een aanleiding voor twist geworden.
Hudhayfa ibn al-Yaman ﵁ was een van de mannen aan wie de Profeet ﷺ in zijn leven de kennis van de hypocrieten had toevertrouwd. Hij was de man die de fitnah zag voordat anderen haar zagen, de man die de Khalief ʿUmar ﵁ in zijn leven om die reden vaak in stilte op de hoogte had gesteld. Toen hij in 25 AH, in de tweede jaren van ʿUthmans Khilafah, vanuit de veldtocht in Armenië en Azerbaijan naar Medina terugkeerde, droeg hij een gewicht met zich mee dat hij niet alleen kon laten. In de tenten van de soldaten had hij gehoord hoe de strijders uit de Levant en de strijders uit Iraq elkaars uitspraak begonnen te beschuldigen van fout. Hij had gehoord hoe een soldaat zei: Mijn lezing is de juiste, die van u is niet die van de Profeet ﷺ. Hij had gehoord hoe een ander antwoordde: Mijn lezing is die van Ibn Masʿud ﵁, en hij heeft haar van de Profeet ﷺ geleerd toen u nog een kind was. Hij had gehoord hoe het van woorden tot kreten kwam, en hij had gevreesd voor de dag waarop het van kreten tot zwaarden zou komen.
Suyuti ﵀ noemt deze alarmbel niet bij naam in het hoofdstuk over ʿUthman ﵁. Hij geeft de uitkomst, op pagina 177, in de korte zin over de twee eigenschappen die Abu Bakr ﵁ en ʿUmar ﵁ niet hadden. Maar hij vooronderstelt de overlevering die in de bredere bronnen, die Suyuti ﵀ in zijn werk telkens als gezaghebbend behandelt, uitvoerig is gegeven. Hudhayfa ﵁ kwam in Medina aan. Hij ging direct naar de Khalief ﵁. Hij plaatste de zaak op tafel.
Hudhayfa ﵁: O Amir al-Muʾminin, red deze gemeenschap voordat zij twist over hun Boek, zoals de Joden en de Christenen over hun Boek hebben getwist.
Het zijn de woorden die in de traditie aan Hudhayfa ﵁ worden toegeschreven, en die de aanleiding vormen voor het besluit dat ʿUthman ﵁ vervolgens nam. ʿUthman ﵁ had de zaak op dezelfde wijze gewogen waarmee hij andere zaken woog. Niet overhaast. Niet eenzijdig. Met een raad van de senior Sahaba ﵃ in Medina. Met de bladen van Hafsah ﵂ ter beschikking. Met de wetenschap dat de eerste verzameling onder Abu Bakr ﵁ niet bedoeld was geweest voor de provincies, en dat een tweede verzameling, ditmaal voor de provincies, een werk was dat niemand vóór hem op zich had genomen.
De commissie en het mandaat
ʿUthman ﵁ stuurde een boodschapper naar Hafsah ﵂ in haar huis in Medina. Hij verzocht haar de bladen die zij van haar vader had geërfd, in zijn bewaardraagschap te leggen, met de toezegging dat zij na het werk in haar handen zouden terugkeren. Hafsah ﵂ liet de bladen brengen. ʿUthman ﵁ stelde een commissie samen. Hij koos voor deze commissie niet één man, maar vier. En in zijn keuze lag een zorgvuldigheid die de geschiedenis nadien heeft erkend.
De eerste keuze was Zayd ibn Thabit ﵁. Hij was de man die de eerste verzameling onder Abu Bakr ﵁ had verricht. Hij was de schrijver van de openbaring voor de Profeet ﷺ geweest. Hij was de man die in een aparte overlevering, die Suyuti ﵀ in zijn hoofdstuk over ʿUmar ﵁ opneemt op pagina 134, door ʿUmar ﵁ als de meest deskundige onder u in de wetten van de erfenis werd beschreven. Hij was van de Ansar, hij was van Medina, hij was van de Khazraj. Zijn keuze maakte zichtbaar dat het werk in continuiteit stond met de eerste verzameling onder Abu Bakr ﵁.
De drie andere leden waren uit de Quraysh, en hun keuze was met opzet. ʿAbdullah ibn az-Zubayr ﵁ was de zoon van az-Zubayr ibn al-ʿAwwam ﵁, de neef van Khadijah ﵂, de man wiens vader behoorde tot de tien aan wie de Profeet ﷺ het Paradijs had toegezegd. Saʿid ibn al-ʿAs ﵁ was uit de Banu Umayyah, hij was een neef van ʿUthman ﵁ zelf, hij was bekend om de zuiverheid van zijn Arabische uitspraak, en hij zou later gouverneur van Kufa worden. ʿAbd ar-Rahman ibn al-Harith ibn Hisham ﵁ was uit de Banu Makhzum, een tak van de Quraysh die in de Mekkaanse jaren de hardste oppositie tegen de Profeet ﷺ had gevormd maar die na de opening van Mekka tot enkele van de meest standvastige Sahaba ﵃ had geleid. Drie Qurashi, drie verschillende takken, drie verschillende politieke achtergronden, en allen om een reden samengebracht: de Quran was in de Quraishitische tongval geopenbaard, en wanneer de commissie en Zayd ﵁ over een uitspraak van mening verschilden, dan zou het oordeel van de Qurashi leden de doorslag geven.
ʿUthman ﵁ gaf de commissie het mandaat. De bladen van Hafsah ﵂ zouden de basis vormen. Geschreven exemplaren die in andere handen circuleerden, zouden worden geraadpleegd op punten waar twijfel ontstond. Het criterium voor opname was niet één getuige, maar twee. En wanneer Zayd ﵁ en de drie Quraishi het oneens werden over een uitspraak, zou de Quraishi-uitspraak voorrang krijgen, want, zo gaf ʿUthman ﵁ als instructie, de Quran is in hun tongval neergedaald. Het werk vond plaats in Medina. Het duurde meerdere maanden. Het resultaat was een gezaghebbende editie van de Quran, geschreven in een vorm die in de zeven ahruf de tongval van de Quraysh als haar standaard koos, en die voor de provincies bestemd was om als één tekst over de gehele oemma te dienen.
De officiële codex en de verspreiding
Wat uit de handen van Zayd ﵁ en de drie Quraishi naar voren kwam, was een Mushaf. Geen schets, geen werkstuk, maar een afgewerkte tekst die door ʿUthman ﵁ persoonlijk werd nagekeken. Hij liet daarvan, naar de overleveringen die Suyuti ﵀ in de bredere literatuur veronderstelt, meerdere exemplaren maken. Een exemplaar werd in Medina gehouden, in het bewaardraagschap van de Khalief ﵁ zelf. Een exemplaar werd naar Mekka gestuurd. Een exemplaar werd naar Basra gestuurd. Een exemplaar werd naar Kufa gestuurd. Een exemplaar werd naar Damascus gestuurd. En in sommige overleveringen wordt ook van een exemplaar naar Bahrein of naar de Yemen melding gemaakt.
Met elk exemplaar werd een recitator meegestuurd. Een man die de uitspraak die in deze codex was vastgelegd, met zijn stem aan de bevolking van de provincie kon overdragen. Want een geschreven tekst alleen kan niet alle nuances van uitspraak en pauzering vastleggen, en de Profeet ﷺ had de Quran nooit door schrift alleen overgedragen; hij had haar overgedragen door mondelinge recitatie en door schrift samen. ʿUthman ﵁ wist dit, en hij gaf elke codex een levende mond mee. Zayd ﵁ ging naar Medina. Anderen werden naar de provincies gezonden. De namen van deze recitatoren zijn in de bredere literatuur bewaard gebleven, en zij werden in de jaren die volgden de stamvaders van de scholen van qira’at die tot in onze tijd zijn doorgegeven.
De verbranding van de variantbladen
Het deel van het werk dat in de geschiedenis het meest bediscussieerd is geworden, was de instructie die ʿUthman ﵁ aan de provincies en aan de stadgenoten van Medina gaf nadat de officiële codex was verspreid. Hij beval dat alle persoonlijke geschreven exemplaren en alle losse fragmenten die niet met de officiële codex overeenkwamen, zouden worden verbrand. Niet uit gebrek aan respect voor wat erin stond. Niet uit ontkenning van de zeven ahruf. Maar uit één eenvoudige reden: zolang er meerdere geschreven varianten in omloop bleven, zou de twist die Hudhayfa ﵁ in Armenië had gehoord, opnieuw in elk garnizoen kunnen ontstaan. Eén Mushaf voor de provincies. Eén geschreven gezag. Daarbinnen, in de levende recitatie, ruimte voor de toegestane uitspraken die binnen de orthografie van de codex pasten.
ʿAbdullah ibn Masʿud ﵁ had in Kufa zijn eigen Mushaf, en hij gaf in een eerste reactie zijn ongenoegen weer over de instructie. Maar in de overleveringen die in de literatuur zijn opgenomen, wordt ook gemeld dat hij zich uiteindelijk bij het besluit van de Khalief ﵁ neerlegde, en dat hij zijn studenten aanmoedigde om de officiële Mushaf te volgen voor de geschreven vorm, ook al bleef hij in zijn mondelinge onderricht enige van de uitspraken die hij van de Profeet ﷺ had geleerd, doorgeven.
Suyuti ﵀ noemt deze episode niet in detail. Hij geeft de uitkomst op pagina 179, in zijn opsomming van de Firsts van ʿUthman ﵁:
Suyuti ﵀: Van zijn Firsts is wat overig blijft, dat hij de eerste was van deze oemma die met zijn gezin emigreerde omwille van Allah, zoals reeds is voorgegaan, en hij was de eerste die de mensen verenigde op één manier van recitatie.
Vijf woorden in het Engels van de Clarke-vertaling, en in die vijf woorden de hele beslissing. He was the first to unite people on one manner of recitation. Suyuti ﵀ geeft het ons in deze beknopte vorm. De gevolgen van die beslissing strekken zich uit van het derde decennium van de Hijra tot het derde millennium na Christus. Elke gedrukte Quran die vandaag in een moskee, in een huis, in een student in al-Azhar of in een memorisant in Bukhara wordt opengeslagen, gaat in laatste instantie terug op de codex die Zayd ﵁, ʿAbdullah ibn az-Zubayr ﵁, Saʿid ibn al-ʿAs ﵁ en ʿAbd ar-Rahman ibn al-Harith ﵁ in opdracht van ʿUthman ﵁ in Medina hebben opgesteld.
De getuigenis van ʿAli ﵁
Een van de overleveringen die in de literatuur veelvuldig worden aangehaald, en die Suyuti ﵀ in zijn werk telkens als gezaghebbend behandelt, betreft de woorden die ʿAli ibn Abi Talib ﵁ later over de Mushaf van ʿUthman ﵁ heeft gesproken. ʿAli ﵁ was zelf een van de senior Sahaba ﵃ wier mening in elke grote zaak werd gevraagd. Hij was bij de beraadslagingen geweest. Hij had de instructies van ʿUthman ﵁ gekend. En toen er na de moord op ʿUthman ﵁ in de jaren van de fitnah onder de mensen werd gesproken, hoorde ʿAli ﵁ dat sommigen het werk van ʿUthman ﵁ aan de Mushaf hadden bekritiseerd. Hij sprak hen toe met de woorden die door de overleveraars zijn bewaard.
ʿAli ﵁: O mensen, gebruikt geen overdaad in het oordelen over ʿUthman ﵁ en zegt over hem slechts goed, want bij Allah, wat hij heeft gedaan aan de Mushaf, hij heeft dat niet gedaan dan in onze tegenwoordigheid. Bij Allah, als ik het bewind had gehad, zou ik gedaan hebben wat ʿUthman ﵁ aan de Mushaf heeft gedaan.
Deze getuigenis van ʿAli ﵁ is in de gemeenschap als een van de zwaarste bevestigingen behouden. Niet omdat de getuigenis van ʿUthman ﵁ in zichzelf bevestiging behoefde, want hij was Khalief ﵁ en hij had de bevoegdheid om in deze zaak te handelen. Maar omdat in de jaren van twist die zouden volgen, de stem van ʿAli ﵁ door alle partijen werd erkend, en zijn instemming met het werk van ʿUthman ﵁ de officiële Mushaf in de gehele oemma onaangevochten heeft gemaakt.
Wat Suyuti ﵀ in één bladzijde samenvat
Het is de moeite waard om bij elkaar te plaatsen wat Suyuti ﵀ in zijn werk over deze gehele geschiedenis schrijft, omdat de breedte van zijn citaten in verhouding staat tot de breedte van het werk dat zij beschrijven. Op pagina 64–65 geeft hij de eerste verzameling onder Abu Bakr ﵁: de dialoog met ʿUmar ﵁, de opdracht aan Zayd ﵁, het zoeken naar de Quran in fragmenten en in de borsten, de twee verzen die uitsluitend bij Abu Khuzaymah ﵁ werden gevonden, de overgang van de bladen naar Hafsah ﵂. Op pagina 177 geeft hij de Uthmaanse stap, in één bondige overlevering van ʿAbd ar-Rahman ibn Mahdi door Ibn ʿAsakir, dat een van Uthmans onderscheidende eigenschappen het uniting of the people upon a single mushaf was. Op pagina 179 geeft hij hetzelfde nogmaals, ditmaal als een van de Firsts: the first to unite people on one manner of recitation. Drie verwijzingen, niet meer, in het hele Tarikh al-Khulafa. En toch zijn deze drie verwijzingen voldoende om de plaats van het werk in de geschiedenis van de gemeenschap te bevestigen.
Suyuti ﵀ schrijft niet uitvoerig, omdat de details die hij niet noemt, in zijn tijd in de bredere literatuur reeds bekend waren. Hij schrijft de Khilafah-geschiedenis. Hij verwijst naar de Quranische geschiedenis voor wie haar in eigen werken wil opzoeken. En het is precies in deze terughoudendheid dat zijn betrouwbaarheid voor ons als zwaarder geldt. Hij voegt niets toe, hij overdrijft niets, hij plaatst de Mushaf van ʿUthman ﵁ niet in een legendarisch licht. Hij noemt het, hij benoemt het als een eigenschap die de twee voorgaande Khaliefen ﵃ niet hadden, en hij laat het aan de bredere traditie over om de details te bewaren.
De vraag van legitimiteit en de eenheid van de oemma
Een element dat in elke overweging over deze geschiedenis terugkeert, en dat in de moderne tijd soms met een verkeerde lens wordt benaderd, is de vraag of ʿUthman ﵁ door zijn werk aan de Mushaf iets aan de Quran heeft veranderd. Het antwoord van de traditie is helder en het is door Suyuti ﵀ door zijn keuze van overleveringen impliciet bevestigd: hij heeft niets aan de Quran veranderd. Hij heeft de Quran, zoals zij door de Profeet ﷺ was overgedragen, in één geschreven editie samengebracht. De zeven ahruf, die in de tijd van de Profeet ﷺ als verlichting voor de gemeenschap waren toegestaan, omdat de stammen van Arabië in verschillende tongvallen spraken en niet allen de Quraishitische uitspraak meteen konden volgen, waren in de tijd van ʿUthman ﵁ niet meer nodig in hun volle breedte. De gemeenschap had zich naar buiten verspreid; de noodzaak om de tekst eenvoudig te kunnen reciteren in de eigen stam was overgegaan in de noodzaak om de tekst in elke provincie gelijk te kunnen reciteren. De Mushaf van ʿUthman ﵁ is precies dat: één geschreven tekst voor de gehele oemma, waarbinnen de toegestane uitspraken die de geschreven vorm konden dragen, bleven bestaan, en waaruit de uitspraken die alleen door enkele individuen werden gedragen, in de geschreven vorm werden weggelaten.
ʿUthman ﵁ heeft hierin gehandeld als Khalief ﵁. Hij heeft de senior Sahaba ﵃ geraadpleegd. Hij heeft een commissie aangesteld die uit de meest bevoegde mannen van zijn tijd bestond. Hij heeft de eerste verzameling van Abu Bakr ﵁ als basis genomen. En hij heeft de officiële uitkomst onder de oemma verspreid in de wetenschap dat eenheid van Boek de eerste voorwaarde was voor eenheid van gemeenschap.
De geschiedenis na ʿUthman ﵁
Wat de officiële Mushaf van ʿUthman ﵁ tot stand bracht, heeft de gemeenschap in de vijftien eeuwen die sindsdien zijn verstreken, niet meer behoeven te herzien. De codices die hij naar Mekka, Medina, Basra, Kufa en Damascus zond, vormden de oerexemplaren waaruit alle latere kopieën zijn gemaakt. Twee van deze oerexemplaren, of wat van hen overgebleven is, worden vandaag in musea bewaard: een mushaf in de Topkapi in Istanbul, een ander in Tashkent. Andere fragmenten zijn in de loop van de eeuwen verloren gegaan, andere zijn in de archieven van moskeeën in de oude moslimwereld bewaard gebleven. De wetenschap die rond deze handschriften en hun textuele geschiedenis is opgebouwd, is een wetenschap op zich.
Voor wie de bredere wetenschappelijke geschiedenis van de tekstoverlevering, de manuscripttraditie en de moderne paleografische studies wil volgen, zie het thema “De Geschiedenis van de Islamitische Wetenschappen → De Compilatie van de Quran”.
Het strikt-Suyuti slot
Wat in dit artikel werd geboden, is het politieke moment in zijn historische gewicht. Een Khalief ﵁ die op de alarmbel van een Sahabi ﵁ uit het noordelijke front antwoordde door een commissie van vier mannen aan te stellen. Een commissie die de eerste verzameling van zijn voorganger Abu Bakr ﵁ als basis nam en haar uitwerkte tot een editie die voor de provincies bestemd was. Een verspreiding die elke provincie haar eigen codex en haar eigen recitator gaf. Een verbranding van varianten die de eenheid van geschreven gezag waarborgde. Suyuti ﵀ vat het op pagina 177 in elf woorden samen, en op pagina 179 in tien. Wij hebben in dit artikel de bredere overleveringen die hij in zijn werk veronderstelt, naast de korte zinnen geplaatst die hij in het hoofdstuk van ʿUthman ﵁ heeft opgenomen. En wij hebben daarmee, naar wij hopen, recht gedaan aan de historische gestalte van een handeling die in zijn beknoptheid bij Suyuti ﵀ vertelt hoe vanzelfsprekend de gemeenschap haar later heeft beschouwd, en in zijn gevolgen voor de geschiedenis vertelt hoe groot zij in werkelijkheid is geweest.
In het volgende artikel keren wij naar het zeefront, naar de Lycische kust, naar de slag van de masten waar de eerste grote zeeoverwinning van de oemma tegen het Byzantijnse rijk werd behaald.