InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

De verbranding van afwijkende Mushafs

De verbranding van afwijkende codices

Het moment na het verbinden

Wanneer wij in het vorige artikel bij de officiële Mushaf van ʿUthman ﵁ stilstonden, hebben wij de werkzaamheid van Zayd ibn Thabit ﵁, ʿAbdullah ibn az-Zubayr ﵁, Saʿid ibn al-ʿAs ﵁ en ʿAbd ar-Rahman ibn al-Harith ﵁ zo geplaatst als zij in de overlevering van de gemeenschap is geplaatst: een werk dat in Medina werd verricht, in opdracht van de Khalief ﵁, op basis van de bladen van Hafsah ﵂, met de Quraishitische tongval als doorslag in geval van twijfel. Het was een werk dat de eerste verzameling onder Abu Bakr ﵁ als haar uitgangspunt nam en haar uitwerkte tot een editie die voor de provincies bestemd was. Wat in deze handeling werd verricht, was niet het schrijven van een nieuw boek. Het was het verbinden van de gemeenschap aan één geschreven exemplaar van het Boek dat zij reeds bezat.

Maar het werk was met de afwerking van de officiële codex niet voltooid. Het had nog een tweede stap nodig die in de jaren die volgden, en tot in onze tijd, de meeste aandacht in de literatuur heeft gekregen, en die in de gemeenschap als de moeilijkste van de twee stappen wordt herinnerd. Het was de stap waarin ʿUthman ﵁ beval dat alle persoonlijke geschreven exemplaren van de Quran en alle losse bladen die niet met de officiële Mushaf overeenkwamen, zouden worden verbrand. Niet uit gebrek aan respect voor wat erin stond. Niet uit ontkenning van wat in haar verzen was vastgelegd. Maar uit één eenvoudige reden, die in de woorden van Hudhayfa ibn al-Yaman ﵁ aan ʿUthman ﵁ vooraf was gegaan: zolang er meerdere geschreven varianten in omloop bleven, zou de twist die hij in Armenië en Azerbaijan had gehoord, opnieuw in elk garnizoen, in elke moskee, in elk huis kunnen ontstaan.

Kaart laden...

De waarschuwing van Hudhayfa ﵁ — nogmaals geplaatst

Suyuti ﵀ noemt de alarmbel van Hudhayfa ﵁ niet bij naam in het hoofdstuk van ʿUthman ﵁. Hij volstaat op pagina 177 met de korte zin van ʿAbd ar-Rahman ibn Mahdi, overgeleverd door Ibn ʿAsakir, dat ʿUthman ﵁ twee eigenschappen had die Abu Bakr ﵁ en ʿUmar ﵁ niet hadden bezeten: zijn zelfbeheersing tot het moment van zijn dood, en zijn verenigen van de mensen op één geschreven exemplaar. En op pagina 179 voegt hij in de Firsts van ʿUthman ﵁ toe dat hij de eerste was die de mensen verenigde op één manier van recitatie. Maar achter deze twee korte zinnen ligt de bredere overlevering die Suyuti ﵀ in zijn eerdere hoofdstukken over Abu Bakr ﵁ en ʿUmar ﵁ heeft vastgelegd, en die de gemeenschap als de onuitgesproken achtergrond van de Uthmaanse stap heeft bewaard.

Hudhayfa ﵁ was, zoals wij in het vorige artikel reeds noemden, de man die in zijn leven de fitnah eerder zag dan anderen haar zagen. Hij was de Sahabi ﵁ die de Profeet ﷺ in zijn leven met de kennis van de hypocrieten had vertrouwd, en die ʿUmar ﵁ tijdens zijn Khilafah om die reden vaak op de hoogte had gesteld. Toen hij in 25 AH terugkeerde van de veldtocht naar Armenië en Azerbaijan, droeg hij een waarneming met zich mee die hij niet in zijn borst kon houden. In de tenten van de soldaten had hij gehoord hoe de strijders uit Damascus en de strijders uit Kufa elkaars uitspraak begonnen te beschuldigen van fout. Hij had gezien hoe een soldaat zei dat zijn lezing van Ibn Masʿud ﵁ was, en hoe een ander antwoordde dat zijn lezing van Ubayy ibn Kaʿb ﵁ was, en hoe het van woorden tot kreten kwam. Hij had gevreesd voor het volgende, en hij was direct naar Medina gereisd om de zaak op tafel te leggen.

Hudhayfa ﵁: O Amir al-Muʾminin, red deze gemeenschap voordat zij twist over hun Boek, zoals de Joden en de Christenen over hun Boek hebben getwist.

Het zijn de woorden die in de traditie aan Hudhayfa ﵁ worden toegeschreven, en die in de geschiedenis als de directe aanleiding voor de Uthmaanse stap zijn behouden. ʿUthman ﵁ heeft de zaak gewogen. Hij heeft de senior Sahaba ﵃ in Medina geraadpleegd. Hij heeft de bladen van Hafsah ﵂ laten ophalen. Hij heeft de commissie van vier mannen aangesteld. En hij heeft, nadat de officiële Mushaf was voltooid, een tweede besluit genomen dat in zijn principiële zwaarte op het eerste leek, maar dat in zijn uitvoering in elke provincie en in elk huis voelbaar zou worden.

Het bevel van ʿUthman ﵁

Toen de commissie haar werk had voltooid en de officiële Mushaf in een afgewerkte vorm voor de Khalief ﵁ lag, gaf ʿUthman ﵁ opdracht om daarvan meerdere kopieën te laten maken. Hij wist dat één geschreven exemplaar in Medina niet voldoende zou zijn om de gemeenschap in haar geheel te verbinden. Hij wist dat elke grote provincie haar eigen codex en haar eigen recitator nodig had. En hij wist, vooral, dat de eenheid van geschreven gezag pas dan werkelijkheid zou worden, wanneer de varianten die in de provincies in omloop waren, niet meer naast de officiële Mushaf konden blijven bestaan.

Een exemplaar werd in Medina gehouden, in het bewaardraagschap van de Khalief ﵁ zelf — de zogenaamde imam-mushaf. Een exemplaar werd naar Mekka gestuurd. Een exemplaar werd naar Basra gestuurd. Een exemplaar werd naar Kufa gestuurd. Een exemplaar werd naar Damascus gestuurd. In sommige overleveringen wordt ook van een exemplaar naar Bahrein of naar de Yemen melding gemaakt. Met elk exemplaar werd een recitator meegestuurd, een man die de uitspraak die in de codex was vastgelegd, met zijn stem aan de bevolking van de provincie kon overdragen. Zayd ﵁ ging niet, hij bleef in Medina. Anderen werden naar de provincies gezonden, en hun namen werden in de bredere literatuur als de stamvaders van de scholen van qira’at bewaard.

Vervolgens gaf ʿUthman ﵁ het tweede deel van zijn instructie. In Medina, in Mekka, in Kufa, in Basra, in Damascus, en overal waar de gemeenschap zich had gevestigd, zouden alle persoonlijke geschreven exemplaren van de Quran en alle losse bladen die niet met de officiële Mushaf overeenkwamen, worden verbrand. Geen uitzonderingen voor de oudere geschreven exemplaren. Geen uitzonderingen voor de exemplaren in de handen van vooraanstaande Sahaba ﵃. Geen uitzonderingen voor de losse fragmenten die de soldaten op de veldtochten met zich meedroegen. Eén Mushaf voor de provincies, en al het andere weg.

De redenering achter dit bevel was, in de logica van de gemeenschap die zich aan het uitbreiden was, helder. De Profeet ﷺ had de Quran in de zeven ahruf gereciteerd, omdat de stammen van Arabië in verschillende tongvallen spraken en niet allen de Quraishitische uitspraak meteen konden volgen. De zeven ahruf waren in de tijd van de openbaring een verlichting voor de gemeenschap geweest. Maar in 30 AH was de gemeenschap niet meer een verzameling van Arabische stammen in Mekka en Medina. Zij was een gemeenschap die zich uitstrekte van Ifriqiya tot Khurasan, met soldaten uit Iraq naast soldaten uit Egypte, met recitatoren uit de school van Ibn Masʿud ﵁ in Kufa naast recitatoren uit de school van Ubayy ﵁ in Damascus. De zeven ahruf, in haar volle breedte van geschreven varianten, waren in deze nieuwe situatie niet meer een verlichting; zij waren een aanleiding voor twist geworden. Eén geschreven tekst die de tongval van de Quraysh als standaard koos, en waarbinnen de toegestane uitspraken die de orthografie van de codex kon dragen, levend bleven, was de redding waarvoor Hudhayfa ﵁ had gevraagd.

De reactie van Ibn Masʿud ﵁ in Kufa

Het deel van de overlevering dat in de geschiedenis het meest van commentaar is voorzien, betreft de eerste reactie van ʿAbdullah ibn Masʿud ﵁ in Kufa. Hij was een van de senior Sahaba ﵃, een van de zes aan wier oordeel de Profeet ﷺ in zijn leven veelvuldig had verwezen. Hij was de man die de Quran in haar geheel vroeg had gememoriseerd. Hij was de leraar geweest van een school van recitatoren in Kufa die zich uitstrekte van zijn studenten tot in de tweede en derde generatie. En hij had in Kufa zijn eigen geschreven Mushaf, die hij in de loop van zijn leven had bewaard, met enige van de toegestane uitspraken die hij rechtstreeks van de Profeet ﷺ had geleerd.

Toen de officiële Mushaf in Kufa aankwam, en met haar het bevel om alle afwijkende codices te verbranden, was de eerste reactie van Ibn Masʿud ﵁ een reactie van protest. In de overleveringen die in de bredere literatuur zijn opgenomen, wordt verteld dat hij onder zijn studenten heeft gezegd dat hij zijn eigen Mushaf niet wenste over te geven. Hij heeft de directe aansporing van zijn vroege onderricht naar voren gebracht, hij heeft erop gewezen dat hij van de Profeet ﷺ zelf had geleerd, en hij heeft de jonge leeftijd van Zayd ibn Thabit ﵁ tegenover zijn eigen voorrang in de gemeenschap geplaatst. Het was een reactie die in haar emotionele intensiteit verstaanbaar was, en die in haar persoonlijke achtergrond door de gemeenschap is begrepen.

Maar in dezelfde overleveringen wordt ook gemeld dat Ibn Masʿud ﵁ zich uiteindelijk bij het besluit van de Khalief ﵁ heeft neergelegd. Hij was te zeer een Sahabi ﵁ van het type dat de gehoorzaamheid aan de Khalief ﵁ als een religieuze verplichting beschouwde, om in zijn protest te volharden zodra duidelijk werd dat het besluit niet zou worden teruggetrokken. Hij heeft in zijn mondelinge onderricht enige van de uitspraken die hij van de Profeet ﷺ had geleerd, blijven doorgeven; deze leven voort in de qira’at-literatuur als de overleveringen van Ibn Masʿud ﵁. Maar in de geschreven vorm heeft de officiële Mushaf van ʿUthman ﵁ ook in Kufa de norm gevormd, en in de tweede en derde generatie was er in geen enkele provincie nog een geschreven exemplaar in omloop dat van de officiële codex afweek.

Suyuti ﵀ noemt deze episode niet in detail in zijn hoofdstuk van ʿUthman ﵁. Hij beperkt zich tot de korte zin op pagina 177 en de korte zin op pagina 179. Maar hij vooronderstelt de bredere literatuur, en in de overleveringen die hij in zijn werk telkens als gezaghebbend behandelt, wordt de eerste reactie van Ibn Masʿud ﵁ en zijn latere instemming uitvoerig beschreven.

De getuigenis van ʿAli ﵁

Een tweede getuigenis die in de gemeenschap als een van de zwaarste bevestigingen van het Uthmaanse werk is behouden, is die van ʿAli ibn Abi Talib ﵁. Hij was bij de beraadslagingen in Medina geweest. Hij had de instructies van ʿUthman ﵁ gekend. Hij had de commissie gezien werken. Hij had de officiële Mushaf in handen gehad. En toen er na de moord op ʿUthman ﵁ in de jaren van de fitnah onder de mensen werd gesproken, en toen sommigen het werk van ʿUthman ﵁ aan de Mushaf en de bijbehorende verbranding van varianten hadden bekritiseerd, sprak ʿAli ﵁ hen toe met de woorden die door de overleveraars zijn bewaard.

ʿAli ﵁: O mensen, gebruikt geen overdaad in het oordelen over ʿUthman ﵁ en zegt over hem slechts goed, want bij Allah ﷻ, wat hij heeft gedaan aan de Mushaf, hij heeft dat niet gedaan dan in onze tegenwoordigheid. Bij Allah, als ik het bewind had gehad, zou ik gedaan hebben wat ʿUthman ﵁ aan de Mushaf heeft gedaan.

Deze woorden van ʿAli ﵁ zijn in de gemeenschap als de definitieve sluitsteen van de discussie geplaatst. Niet omdat de Khalief ﵁ in zijn bevoegdheid bevestiging behoefde, want hij was Khalief ﵁ en hij had de macht om in deze zaak te handelen. Maar omdat in de jaren van twist die zouden volgen, de stem van ʿAli ﵁ door alle partijen werd erkend, en zijn instemming met het werk van ʿUthman ﵁ en met de bijbehorende verbranding van varianten de officiële Mushaf in de gehele oemma onaangevochten heeft gemaakt. Wanneer ʿAli ﵁, met al zijn nabijheid tot de Profeet ﷺ en met al zijn kennis van de openbaring, getuigde dat hij hetzelfde zou hebben gedaan, dan was er voor de gemeenschap geen grond meer om aan de wijsheid van het Uthmaanse besluit te twijfelen.

Wat de verbranding niet was

Het is van belang om in de moderne tijd, waarin de geschiedenis van de Mushaf soms door de lens van een verkeerd begrepen filologie wordt benaderd, helder te zeggen wat de verbranding van de afwijkende codices niet was. Zij was niet de vernietiging van openbaring. Zij was niet de uitwissing van wat de Profeet ﷺ aan de gemeenschap had overgedragen. Zij was niet een autoritaire daad waarmee één gezagsdrager zijn eigen lezing als de juiste imposeerde. Zij was, integendeel, de toepassing van het beginsel dat de eenheid van geschreven gezag de eerste voorwaarde was voor de eenheid van de gemeenschap, en dat de zeven ahruf in haar geschreven varianten in de tijd van uitbreiding niet meer hetzelfde nut hadden dat zij in de tijd van openbaring hadden gehad.

De varianten die werden verbrand, waren in hun mondelinge vorm niet uitgewist. De recitatoren die de officiële Mushaf naar de provincies brachten, droegen tegelijk de toegestane uitspraken die binnen de orthografie van de codex pasten, in hun stem mee. Wat in de jaren die volgden tot de zeven canonieke qira’at van Ibn Mujahid ﵀ zou worden uitgewerkt, en wat in de daaropvolgende eeuwen tot de tien qira’at van Ibn al-Jazari ﵀ zou worden aangevuld, was niet een verlies van wat in de Mushaf van ʿUthman ﵁ was vastgelegd, maar een uitwerking ervan binnen de grenzen die de officiële codex had gesteld. De Mushaf van ʿUthman ﵁ heeft niets aan de Quran toegevoegd en niets uit haar weggenomen; zij heeft de Quran in haar geschreven vorm voor de gehele oemma onveranderlijk gemaakt.

ʿUthman ﵁ zelf heeft, naar de overlevering aangeeft, in zijn instructies bij de verbranding nadruk gelegd op de eerbied waarmee de afwijkende bladen moesten worden behandeld. Zij werden niet weggegooid; zij werden verbrand. En zij werden verbrand omdat verbranding in de Arabische gewoonte de eerbiedwaardige wijze was om geschreven exemplaren van heilige teksten weg te doen, op een wijze die hen niet aan de profanatie van vuilnis of vertrapping blootstelde. Het waren bladen waarop de naam van Allah ﷻ en de verzen van Zijn Boek waren geschreven, en zij verdienden de behandeling die met deze naam in overeenstemming was.

De latere receptie in de traditie

In de generaties die volgden, heeft de gemeenschap de Uthmaanse stap met groeiende waardering ontvangen. Wat in 30 AH een omstreden besluit was geweest, dat in Kufa en op andere plaatsen aanvankelijk weerstand had ontmoet, werd in de eeuwen die volgden gezien als een van de werken waarvoor ʿUthman ﵁ in het bijzonder mocht worden geprezen. De geleerden van de eerste generaties, van de Tabiʿun en hun studenten, hebben de officiële Mushaf zonder uitzondering als de geschreven vorm van de Quran erkend. De geleerden van de hadith, de geleerden van de fiqh, de geleerden van de tafsir, allen hebben hun werk op de Mushaf van ʿUthman ﵁ gebaseerd.

Suyuti ﵀ vat de receptie van de gemeenschap in zijn beknopte stijl samen. Op pagina 177 spreekt hij niet als analyticus van de tekstgeschiedenis, maar als historicus van de Khilafah, en hij geeft de korte zin van ʿAbd ar-Rahman ibn Mahdi door Ibn ʿAsakir: van de twee eigenschappen die Abu Bakr ﵁ en ʿUmar ﵁ niet hadden, was de tweede zijn verenigen van de mensen op één geschreven exemplaar. Op pagina 179 plaatst hij deze handeling in de lijst van Firsts van ʿUthman ﵁: hij was de eerste die de mensen verenigde op één manier van recitatie. In deze twee korte zinnen ligt de erkenning van de gemeenschap, en in haar beknoptheid ligt de vanzelfsprekendheid waarmee de gemeenschap deze waardering vanaf de tweede generatie heeft beschouwd.

De vraag van de moderne tijd

In de moderne tijd is rond de Uthmaanse stap een wetenschap van eigen aard ontstaan, die zich met de manuscripten, de paleografie, de orthografische bijzonderheden van de oude codices, en de relatie tussen de officiële Mushaf en de qira’at-literatuur bezighoudt. Voor wie deze bredere wetenschappelijke geschiedenis wil volgen, in haar verbinding met de oude manuscripten in Sana’a, in de Topkapi in Istanbul, in Tashkent en in de Britse en Egyptische bibliotheken, verwijzen wij naar het thema “De Geschiedenis van de Islamitische Wetenschappen → De Compilatie van de Quran”.

Wat in dit artikel werd geboden, is het politieke en spirituele moment in zijn historische gewicht. Een Khalief ﵁ die op de alarmbel van een Sahabi ﵁ uit het noordelijke front antwoordde door eerst een commissie van vier mannen aan te stellen, en daarna door de moeilijkste van zijn besluiten te nemen: het verbranden van de bestaande varianten in de provincies, om de eenheid van geschreven gezag van de Quran voor de generaties die zouden komen te waarborgen. Een Sahabi ﵁ in Kufa, Ibn Masʿud ﵁, die zich aanvankelijk verzette, en die zich uiteindelijk bij het besluit neerlegde. Een neef van de Profeet ﷺ, ʿAli ﵁, die getuigde dat hij hetzelfde zou hebben gedaan. Een gemeenschap die in de generaties die volgden, het besluit met groeiende waardering heeft ontvangen.

Het strikt-Suyuti slot

Suyuti ﵀ noemt de verbranding van de varianten niet uitvoerig. Hij geeft op pagina 177 één korte zin over de twee eigenschappen die Abu Bakr ﵁ en ʿUmar ﵁ niet hadden, en op pagina 179 één korte zin over de Firsts van ʿUthman ﵁. In deze beknoptheid ligt zijn betrouwbaarheid: hij voegt niets toe, hij overdrijft niets, hij plaatst de Uthmaanse stap niet in een legendarisch licht. Hij benoemt het, en hij laat het aan de bredere traditie over om de details te bewaren.

Wat wij in dit artikel hebben gedaan, is de bredere overleveringen die Suyuti ﵀ in zijn werk veronderstelt, naast zijn korte zinnen plaatsen. Wij hebben de woorden van Hudhayfa ﵁ herhaald, omdat zonder zijn alarmbel de Uthmaanse stap niet verstaanbaar is. Wij hebben de eerste reactie van Ibn Masʿud ﵁ in Kufa benoemd, en zijn latere instemming. Wij hebben de getuigenis van ʿAli ﵁ overgeleverd, omdat zij in de gemeenschap als de sluitsteen van de discussie is geplaatst. En wij hebben verklaard wat de verbranding wel en niet was, omdat in de moderne tijd over deze handeling soms door een verkeerde lens wordt gesproken.

Eén Mushaf voor de provincies. Eén geschreven gezag. Daarbinnen, in de levende recitatie, ruimte voor de toegestane uitspraken die binnen de orthografie van de codex pasten. Dat is de erfenis die ʿUthman ﵁ aan de gemeenschap heeft nagelaten, en die in elke gedrukte Quran die vandaag in een moskee, in een huis of in een student wordt opengeslagen, terugkeert.

In het volgende artikel keren wij naar het zeefront, naar de Lycische kust, naar de slag van de masten waar de eerste grote zeeoverwinning van de oemma tegen het Byzantijnse rijk werd behaald.

Bronnen

  • Jalal ad-Din as-Suyuti ﵀, Tarikh al-Khulafa (vertaald door Abdassamad Clarke, Ta-Ha Publishers, Londen 1995):
    • Pp. 64–65 (eerste verzameling onder Abu Bakr ﵁; Zayd ibn Thabit ﵁; bladen bij Hafsah ﵂)
    • P. 177 (de twee eigenschappen die Abu Bakr ﵁ en ʿUmar ﵁ niet hadden — overlevering van ʿAbd ar-Rahman ibn Mahdi door Ibn ʿAsakir)
    • P. 179 (Firsts van ʿUthman ﵁: de eerste die de mensen verenigde op één manier van recitatie)