InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

Slag bij Badr
Siera van de Profeet ﷺDe Medina Periode

Slag bij Badr

De vroege expedities vanuit Medina hadden de handelsroutes van de Quraish onder druk gezet en de militaire aanwezigheid van de moslims gevestigd. Nu zou de spanning escaleren tot een volwaardige confrontatie. Toen het bericht kwam dat een grote Quraishi handelskaravaan op weg was vanuit Al-Shaam, zette de Profeet ﷺ de volgende stap.

Hiervoor hebben we de expeditie bij Dhil 'Oeshairah besproken waarbij een karavaan onder leiding van Abu Sufyaan onderweg naar Al-Shaam tevergeefs wist te ontsnappen. De karavaan was nu op weg terug van Al-Shaam. Dit was een belangrijke karavaan het bestond uit 1000 kamelen en droeg essentiële benodigdheden met zich meer voor de Mekkanen. Er werd gezegd dat er geen enkele Quraishiet was die ten minste een 'uqiyya had of hij had een belang in deze karavaan. Toen de Profeet ﷺ op de hoogte werd gebracht van de karavaan stuurde hij 'Adi ibn Abi Al-Zaghba al-Ansari en Basbas bin 'Amr om op verkenning uit te gaan. Ze arriveerde in een nederzetting van Juhaynah bij de kust en vroegen over de karavaan en de Quraishi handelaren. Zodoende werden zij over hen geïnformeerd waarna zij terugkeerde naar de Boodschapper van Allah ﷺ.

Voorbereidingen

Hij ﷺ mobiliseerde de moslims om de karavaan te onderscheppen; het was toen de maand Ramadan. Abu Sufyaan stopte bij dezelfde nederzetting en vroeg hen over de moslims. Zij vertelden hem over de twee ruiters; 'Adi en Basbas en wezen naar de plek waar zij hun kamelen eerder hadden vastgebonden. Abu Sufyaan inspecteerde de uitwerpselen van hun kamelen en ontdekte dat er dadelzaden in zaten. Abu Sufyaan wist genoeg:

Dit is het het voer van de mensen van Yathrib en dit waren spionnen van Muhammad en zijn Metgezellen.

Haastig en in een staat van paniek vervolgde de karavaan haar weg, hij gaf de opdracht aan een man van Banu Ghifar om vooruit te reizen om de Quraish te waarschuwen en op te roepen dat zij moeten komen om hun karavaan te beschermen. Toen hij even later arriveerden in Mekka riep hij luidkeels:

O familie van van Ghaalib ibn Fihr treedt naar buiten daar Muhammad en de mensen van Yathrib zijn gekomen om Abu Sufyaan te confronteren. Bescherm jullie karavaan.

Zij verzamelden 950 strijders en 100 paarden, zij lieten niemand achter behalve als zij twijfels hadden in hun intentie om te strijden tegen de Profeet ﷺ en zijn Metgezellen.

Ondertussen werd de Profeet ﷺ op de hoogte gebracht van het feit dat de handelskaravaan was gearriveerd in al-Shaam en dat Abu Sufyaan, Makramah ibn Nawfal, 'Amr ibn Al-Aas en anderen hier deel van uit maakte. De Boodschapper van Allah ﷺ aan het hoofd van 313 man trok richting de karavaan, richting Badr. Dit was in de maand Ramadan in het tweede jaar van de Hijra, 18 maanden naar de aankomst van de Profeet ﷺ in Medina. De moslims waren niet berekend op een volwaardige slag, zij waren in de veronderstelling dat zij een karavaan zouden onderscheppen. Zij reden daarom niet op kamelen die geschikt waren voor oorlog, het aantal kamelen die zij bij zich hadden was beperkt. Iedere groep beschikte op een kameel en zij reden om beurten op de kameel. Toen zij aankwamen bij 'Irq Al-Zubayr vroeg de Profeet ﷺ om de mening van zijn metgezellen:

Profeet ﷺ: “Geef me jullie meningen.”

Abu Bakr ﵁: “O Boodschapper van Allah. Ik ben het meest deskundige als het gaat om de afstanden in het land. 'Adi ibn Abi Al-Zaghba informeerde ons dat de karavaan in zo en zo vallei was. Als degene die mij informeerde de waarheid verteld dan zullen zij op zo en zo afstand zijn van waar wij nu zijn.”

Profeet ﷺ: “Geef me jullie meningen.”

Umar ibn Al-Khattab ﵁: “O Boodschapper van Allah zij zijn de Quraish met al hun macht. Sinds hun geboorte zijn zij niet vernederd, noch geloofden zij. Bij Allah wij zullen met u vechten. Bereid u daarom dus goed voor.”

Profeet ﷺ: “Geef me jullie meningen.”

Al-Miqdaad ibn 'Amr ﵁: “Wij zullen niet zeggen zoals de metgezellen van Musa: ‘Dus gaat u en uw heer en vecht; wij blijven hier!’ Echter zeggen wij: ‘Dus gaat u en uw heer en vecht; wij volgen u!’”

Profeet ﷺ: “Geef me jullie meningen.”

Sa’d ibn Mu’adh ﵁: “Wellicht, O Boodschapper van Allah, vreest u dat de Ansaar u niet zullen steunen of zich hiertoe niet verplicht voelen, behalve als zij de vijand in hun eigen huizen of bij hun eigen kinderen en vrouwen zouden zien. Ik zal spreken en reageren namens de Ansar. O Boodschapper van Allah, reis waar u wilt, maak verbonden met wie u wilt, verbreek verbonden met wie u wilt. Neem van onze welvaart wat u wilt en geef ons wat u wilt. Wat u van ons neemt is ons dierbaarder dan wat u bij ons achterlaat en wij zullen ieder bevel dat u ons geeft volgen. Bij Allah, als u uitrukt tot Bark Al-Ghimad in Yemen dan volgen wij u.”

Toen de Profeet ﷺ deze woorden hoorde van Sa’d ﵁ gaf hij het bevel om verder door te gaan naar Badr.

Abu Sufyaan bleef met zijn karavaan de kustlijn volgen in de vrees dat hij bij Badr onderschept zou worden door de moslims. Toen hij ervan overtuigd was dat hij ontsnapt was stuurde hij bericht naar de Quraish om te zeggen dat hij hetgeen had veiliggesteld waarvoor zou uitgerukt waren. Oftewel, ze hoefden niet meer de confrontatie aan te gaan met de moslims omdat de karavaan was veiliggesteld. Dit bericht van Abu Sufyaan bereikte de Quraish toen zij bij Juhfah waren. Abu Jahal reageerde hierop door te zeggen:

Bij Allah, wij zullen niet vertrekken voordat wij naar Badr zijn gegaan, daar zullen verblijven en iedere Arabier die ons bezoekt te eten zullen geven. Want niemand zal ons in zo’n aantal en met zulke kracht zien, om ons daarna nog te durven bevechten.

Het was ondertussen nacht geworden en de moslims sloegen op korte afstand kamp. De Profeet ﷺ stuurde vervolgens Ali ﵁, Zubayr ﵁ en Basbas om snel naar de heuvels te trekken richting Badr om op die manier inlichtingen te verzamelen over de waterput achter de heuvels. Met zwaard in hand vertrokken zij en ontdekten zij de waterdragers van de Quraish bij de put waar de Profeet ﷺ het over had. Zij namen twee van hen gevangen terwijl de anderen ontsnapten.

Zij brachten de gevangen terug naar de Profeet ﷺ. De gevangen werden ondervraagd terwijl de Profeet ﷺ in gebed was, hij kon zien en horen wat zij aan het doen waren. De gevangen vertelden hen over de Quraish, wie van hen erop uit was getrokken en over welke leiders aanwezig waren. De gevangen kregen slaag, omdat de moslims hekelden wat de gevangen tegen hen hadden gezegd. Zij hadden liever gehoord dat zij Abu Sufyaan en zijn karavaan op het spoor waren gekomen. Wanneer zij slaag kregen zeiden zij: “Het is Abu Sufyaan en de karavaan.” Wanneer zij met rust werden gelaten zeiden zij: “Dit is Quraish en zij zijn op weg naar jullie.”, waarop zij weer slaag kregen.

Toen de Boodschapper van Allah ﷺ zijn gebed had voltooid zei hij:

Profeet ﷺ: “Wat hebben zij jullie verteld?”

Metgezellen: “Zij zeggen dat Quraish onderweg zijn.”

Profeet ﷺ: “Zij spreken de waarheid. Bij Allah, jullie geven hen slaag wanneer zij de waarheid vertellen en laten hen wanneer zij liegen. De Quraish zijn erop uit getrokken om hun karavaan te beschermen en om jullie hen te doen laten vrezen.”

Profeet ﷺ: “Hoeveel mensen zijn er?”

Gevangenen: “Bij Allah, wij weten het niet. Er zijn er veel.”

Profeet ﷺ: “Wie gaf jullie gisteren eten en hoeveel dieren werden er geslacht?”

Gevangenen: “Tien kamelen.”

Profeet ﷺ: “Wie gaf jullie de dag daarvoor te eten en hoeveel werd er geslacht?”

Gevangenen: “Negen.”

Profeet ﷺ: “Ze zijn tussen de 900-1000.”

Dit deduceerde hij uit het feit dat als er 9 tot 10 dieren werden geslacht je hiermee 900 tot 1000 mensen kon voeden. De Profeet ﷺ stond op en zei: “Geef me jullie mening over waar te stoppen.” Al-Hubaab ibn Al-Mundhir van de Ansar stond op en zei:

Al-Hubaab ibn Al-Mundhir ﵁: “O Boodschapper van Allah, ik heb de meeste kennis aangaande het land en de waterputten. Indien u akkoord gaat kunnen we naar één van de waterputten gaan welke meer dan voldoende water bevat. We grijpen deze put en vullen de andere putten.”

Profeet ﷺ: “Ga voort, want Allah heeft jullie de bovenhand beloofd.”

De Boodschapper van Allah ﷺ en de Moslims racete naar de putten en de veelgodenaanbidders probeerden ook water te vinden. Tevergeefs, want Allah ﷻ had een regenbui op hen afgestuurd waardoor de veelgodenaanbidders genoodzaakt waren om hun zoektocht te stoppen. De moslims die slechts een lichte regenbui te verduren kregen slaagden erin water te vinden een geschikte plek te vinden om kamp op te slaan. Vervolgens daalden zij af in de put en putten het water met emmers [d.w.z. zij schepten de put leeg en verwijderden slib en obstructies om de bron vrij te maken], totdat het waterpeil steeg [namelijk doordat de natuurlijke watertoevoer van onderaf toenam]. Daarna legden zij een grote cistern (wateropslag) aan en dempten zij de overige putten in de omgeving. De Profeet ﷺ zei hierover: “Dit zullen, met de wil van Allah, plekken des doods worden morgen.”

Allah ﷻ zegt:

إِذْ يُغَشِّيكُمُ ٱلنُّعَاسَ أَمَنَةًۭ مِّنْهُ وَيُنَزِّلُ عَلَيْكُم مِّنَ ٱلسَّمَآءِ مَآءًۭ لِّيُطَهِّرَكُم بِهِۦ وَيُذْهِبَ عَنكُمْ رِجْزَ ٱلشَّيْطَـٰنِ وَلِيَرْبِطَ عَلَىٰ قُلُوبِكُمْ وَيُثَبِّتَ بِهِ ٱلْأَقْدَامَ

(Gedenk) toen Hij jullie met slaap bedekte; als middel ter beveiliging van Hem. Hij deed uit de hemel regen op jullie neerdalen om jullie daarmee te reinigen en om de influisteringen van Sheitan te verwijderen en om jullie harten te versterken en jullie voeten stevig te maken.

Soera Al-Anfaal: 11

De nacht voor de slag

De nacht voor de slag bracht de Profeet ﷺ door in gebed en smeekbede. Terwijl zijn Metgezellen ﵃ rustten, stond hij ﷺ op in de stilte van de nacht en richtte zich tot zijn Heer. Abu Bakr ﵁ was bij hem in de tent en hoorde hoe de Profeet ﷺ smeekte:

Profeet ﷺ: O Allah, ik vraag U om Uw belofte na te komen. O Allah, als deze groep moslims vernietigd wordt, zult U niet meer aanbeden worden op aarde.

De Profeet ﷺ bleef zijn handen heffen en smeken totdat zijn mantel van zijn schouders viel. Abu Bakr ﵁ pakte de mantel op, legde hem terug over de schouders van de Profeet ﷺ en zei:

Abu Bakr ﵁: O Profeet van Allah, uw smeekbede tot uw Heer is voldoende. Hij zal hetgeen dat Hij u beloofd heeft nakomen.

Dit moment onthulde de diepe menselijkheid van de Profeet ﷺ, een leider die ondanks goddelijke steun zijn volledige vertrouwen op Allah ﷻ legde en Hem smeekte met de oprechtheid van een dienaar die alles op het spel zet.

De troepen worden gemobiliseerd

De Boodschapper van Allah ﷺ stelde de manschappen in rijen op bij de cistern. Hierbij werd een strategie toegepast waar de Arabieren niet gewend mee waren. De Profeet ﷺ stelden hen op in rijen. De eerste rij bestond uit mannen met speren en het was hun taak om cavalerie aanvallen te ontmoedigen, de overige rijden bestonden uit boogschutters. Het opstellen van het leger van de moslims op deze manier zorgde ervoor dat de veelgodenaanbidders ontzag kregen voor de moslims, het wakkerde ook angst aan omdat zij hier nog niet eerder mee geconfronteerd waren. En door de moslims op deze manier te op te stellen had de Profeet ﷺ reservetroepen aan de achterkant die, mocht dat nodig zijn, ingezet konden worden.

De Arabieren waren gewend met ‘hit-and-run’ tactieken, wat betekent dat zij hun volledige leger lieten met volle kracht lieten aanvallen. Zowel cavalerie als infanterie vielen gelijktijdig aan en zij bleven vechten totdat de vijand hun aanval afsloeg óf totdat zij verzwakt raakten. Op dat moment trokken zij zich strategisch terug om zich te reorganiseren. Eenmaal gereorganiseerd, zetten zij weer de aanval in en dit bleven zij doen totdat zij uiteindelijk de overwinning behaalden of werden verslagen.

Echter, doordat de Profeet ﷺ de moslims in rijen opstelden werd het moeilijker om deze tacktiek op hen toe te passen. Zoals eerder gezegd bestond de eerste rij uit speren die een cavalerie aanval konden afslaan. Tegelijkertijd konden de boogschutters achter deze eerste linie, de vijand bestoken met pijlen terwijl zij beheerst onder het bevel en organisatie bleven van hun leider. De veelgodenaanbidders die ál hun troepen tegelijkertijd lieten aanvallen waren genoodzaakt terug te trekken op het moment dat de aanval mislukte. De moslims integendeel, die in rijen waren opgesteld hadden reservetroepen aan de achterkant die konden worden ingezet om bijvoorbeeld de flanken van het leger te beschermen indien zij verzwakt raakten door een aanval. Daarnaast waren de moslims door deze opstelling als een, moeilijk te breken muur.

Er is overgeleverd dat toen de veelgodenaanbidders verschenen, de Profeet ﷺ zei:

Profeet ﷺ: “O Allah, dit zijn de Quraish die met hun trots en hoogmoed zijn gekomen en zijn gekomen om de Boodschapper van Allah ﷺ te loochenen en te verzwakken. O Allah, ik vraag U wat U mij beloofd heeft.”

Abu Bakr ﵁: “Blijde tijdingen O Profeet van Allah. Bij degene in wiens hand mijn ziel is, Allah zal vervullen hetgeen Hij jou beloofd heeft.”

De veelgodenaanbidders arriveerden tezamen met Iblis in de vorm van Suraqah ibn Jusham al-Mudjliji, die hen vertelde dat Banu Kinana eraan kwam vanaf de achterflank om hen te ondersteunen en dat daardoor niemand hen kon overtreffen. Onder hen waren mannen aanwezig die claimde moslim te zijn en door de veelgodenaanbidders gedwongen waren om mee uit te rukken. Toen zij zagen hoe weinig de moslims in aantal waren zeiden zij:

Deze gelovigen zijn misleid door hun geloof.

De veelgodenaanbidders naderden dichterbij totdat zij kamp opsloegen en zich klaarmaakten om te strijden. Abu Jahl droeg zijn vrouwelijke bedienden op om de Quraish op te jutten nadat er onder hen mensen waren die opriepen om weer naar huis te keren. Maar Abu Jahl slaagde erin om de mensen dusdanig op te jutten dat de manschappen van de Quraish zich klaarmaakten voor de strijd. Ze mobiliseerden zichzelf en Umayr ibn Wahb kreeg de opdracht om naar de moslims toe te rijden om een schatting te geven van hun aantallen. Hij besteeg zijn paard en reed cirkels om de Profeet ﷺ en zijn Metgezellen ﵃. Hij keerde terug om verslag te doen:

Ik schat in dat zij ongeveer 300 strijders zijn met 70 kamelen. Wacht totdat ik heb bevestigd of zij versterking hebben.

Hij kreeg versterking met zich mee en cirkelde weer om de Profeet ﷺ en de Metgezellen ﵃ totdat hij voldoende had verkend.

Umayr ibn Wahb: “Zij hebben geen versterking, noch verborgen ondersteuning. Sterker nog, zij zijn met weinig.”

Quraish: “Ronsel de mannen!”

Umayr probeerde een aanval te doen, maar dit resulteerde in doden aan de kant van de Quraish.

De Profeet ﷺ gaf het bevel om niet aan te vallen tot hij toestemming gaf. Hij ﷺ werd door de slaap overvallen en ging liggen. Toen het licht was wekte Abu Bakr ﵁ de Profeet ﷺ om te vertellen dat de vijand dichtbij was. Allah ﷻ toonde de Profeet ﷺ een droom. In die droom werd de vijand getoond alsof zij met weinig waren. Voor de vijand leken de moslims ook weinig te zijn, zodat beide partijen gretig waren om de strijd met elkaar aan te gaan. De Boodschapper van Allah ﷺ stond tussen zijn manschappen en spoorde hen aan:

Profeet ﷺ: “Allah heeft het Paradijs verzekerd voor degene die gemarteld wordt vandaag.”

Umayr ibn Humaam ﵁: “O Boodschapper van Allah, zal ik het Paradijs verkrijgen als ik gedood wordt?”

Profeet ﷺ: “Ja.”

Hierop viel hij de vijanden van Allah aan en gaf Allah ﷻ het martelaarschap. Hij was de eerste persoon die gedood werd. Toen kwam Al-Aswad ibn 'Abd Al-Aswad al-Makhzumi naar voren en hij zwoer bij zijn afgoden dat hij zou drinken van de cistern die de Profeet ﷺ had gemaakt en deze zou vernietigen. Hij viel aan en toen hij de cistern naderde werd hij geconfronteerd bij Hamza ibn 'Abd Al-Muttalib ﵁ die zijn been afkliefde met een slag van zijn zwaard. Kruipend viel hij in het cistern waarbij hij een deel sloopte. Hamza ﵁ volgde en doodde hem uiteindelijk.

De strijd barst los

Toen Al-Aswad ibn 'Abd Al-Aswad was gedood stapte 'Utbah ibn Rabi’ah van zijn kameel, opgeruid door wat Abu Jahl tegen hem zei, riep hij uit:

Is er iemand om tegen mij te vechten in een duel? Want bij Allah, Abu Jahl zal erachter komen wie van ons laffer en minderwaardig is!

Hij werd vergezeld door zijn broer Shaybah en zijn zoon Al-Walid die ook opriepen om te duelleren. Dit mubaarazah was een traditie in Arabië om een oorlog te starten. Drie individuen van aanzien van ieders leger troffen elkaar in het midden om één tegen één te strijden. Het idee was om de legers tegen elkaar op te jutten doordat de verliezende kant wraak zou nemen of door de winnende kant momentum te geven.

Drie mannen van de Ansaar stonden op om de confrontatie aan te gaan. De Profeet ﷺ stond hier niet achter, het was immers de eerste keer dat de Moslims en veelgodenaanbidders elkaar troffen op het slagveld waarbij hij ﷺ aanwezig was. Hij wilde dat de Moehajiroen hun moed zouden tonen door te duelleren. De Profeet ﷺ sprak de Ansaar mannen toe:

Keer terug naar de linie en laat hun neven tegen hen strijden.

Hamza ibn 'Abd Al-Muttalib ﵁, 'Ali ibn Abi Talib ﵁ en Oebaida ibn Al-Haarith ibn Al-Muttalib ﵁ stonden op. Hamza ﵁ tegen 'Utbah, Oebaida ﵁ tegen Shaybah en 'Ali ﵁ tegen Al-Walid. Hamza ﵁ doodde 'Utbah, Oebaida doodde Shaybah en 'Ali doodde Al-Walid. Shaybah sloeg Oebaidas been eraf, maar Hamza en 'Ali sloegen hem te hulp. Hij werd weggedragen waarna hij bij Al-Safra bezweek aan zijn verwondingen.

Na het duel, barstte de strijd los. De veelgodenaanbidders, woedend om de dood van hun 3 kompanen, zetten de aanval in. Als één lichaam vielen zij de moslims aan. De Boodschapper van Allah ﷺ hief zijn handen en smeekte Allah ﷻ om wat Hij hem ﷺ had beloofd, en voor hulp:

Profeet ﷺ: “O Allah, als deze groep zijn verslagen, zal polytheïsme overwinnen en zal de religie voor U niet gevestigd worden.”

Abu Bakr ﵁: “O Profeet van Allah, bij degene in wiens hand mijn ziel is, Allah zal u voorzeker bijstaan en uw gezicht verhelderen.”

Profeet ﷺ: “Allah heeft Zijn Hulp neergezonden en de Engelen doen laten neerdalen. Wees verheugd, O Abu Bakr, want ik zag Jibril met een tulband om zijn hoofd een paard tussen hemel en aarde leiden.”

Allah ﷻ bevestigde deze belofte in Zijn Boek:

وَلَقَدۡ نَصَرَكُمُ ٱللَّهُ بِبَدۡرٖ وَأَنتُمۡ أَذِلَّةٞۖ فَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ لَعَلَّكُمۡ تَشۡكُرُونَ ۝ إِذۡ تَقُولُ لِلۡمُؤۡمِنِينَ أَلَن يَكۡفِيَكُمۡ أَن يُمِدَّكُمۡ رَبُّكُم بِثَلَٰثَةِ ءَالَٰفٖ مِّنَ ٱلۡمَلَـٰٓئِكَةِ مُنزَلِينَ ۝ بَلَىٰٓۚ إِن تَصۡبِرُواْ وَتَتَّقُواْ وَيَأۡتُوكُم مِّن فَوۡرِهِمۡ هَٰذَا يُمۡدِدۡكُمۡ رَبُّكُم بِخَمۡسَةِ ءَالَٰفٖ مِّنَ ٱلۡمَلَـٰٓئِكَةِ مُسَوِّمِينَ

En voorzeker, Allah heeft jullie bij Badr geholpen toen jullie zwak waren. Vrees daarom Allah, opdat jullie dankbaar mogen zijn. Toen jij tot de gelovigen zei: "Is het niet genoeg voor jullie dat jullie Heer jullie bijstaat met drieduizend neergezonden engelen?" Jazeker! Als jullie geduldig en godsvrezend zijn en zij jullie plotseling aanvallen, zal jullie Heer jullie bijstaan met vijfduizend gemerkte engelen.

Soera Aal 'Imraan: 123-125

De Profeet ﷺ nam een handje stof en blies dit in het gezicht van de veelgodenaanbidders. Allah ﷻ maakte de impact hiervan zo groot dat stof in de ogen van alle veelgodenaanbidders terechtkwam. De moslims vochten tegen de veelgodenaanbidders met Allah en Zijn Engelen aan hun zijde. De moslims waren standvastig en hielden zich aan hun strategie. De moslims opgesteld in rijen verdedigden hun positie en bestookten hen met pijlen tot de veelgodenaanbidders hen naderden. Hun slogan die dag was: ‘Ahad’, ‘Ahad’ verwijzend naar de eenheid van Allah.

Om een beter idee te krijgen van de sfeer in de rangen van de moslims is het belangrijk om stil te staan bij de dood van Abu Jahl ibn Hishaam. 'Abd Al-Rahmaan ibn Awf ﵁ leverde over dat hij toen hij op de dag van Badr in zijn rij stond en links en rechts van hem keek zag dat hij met twee jeugdigen van de Ansaar was.

'Abd Al-Rahmaan ibn Awf ﵁: “Eén van hen tikte mij aan.”

Jeugdige: “O oom, ken jij Abu Jahl?”

'Abd Al-Rahmaan ibn Awf ﵁: “Ja en wat, mijn neef, wil jij met hem?”

Jeugdige: “Er is mij verteld dat hij de Boodschapper van Allah ﷺ heeft vervloekt. Bij Degene in Wiens Hand mijn ziel is, als ik hem zie zullen onze wegen niet scheiden totdat één van ons sterft.”

'Abd Al-Rahmaan ﵁ zei dat de andere jeugdige die naast hem stond ongeveer hetzelfde vroeg en toen hij Abu Jahl op zijn rijdier zag wees hij hem aan. Zij haastten zich naar hem toe met zwaard in hand. De één probeerde de ander voor te zijn en beide sloegen zij toe en raakten Abu Jahl (die niet meteen sneuvelde). In een andere overlevering is overgeleverd hoe 'Abdullah ibn Mas’ud ﵁ verteld hoe hij Abu Jahl, na de slag, vernederd en gewond op de grond zag liggen. Ibn Mas’ud ﵁ diende een nekslag toe en doodde hem uiteindelijk.

Al snel gaf de Profeet ﷺ het bevel om de tegenaanval in te zetten terwijl hij hen inspireerden door het te herinneren aan de belofte van het Paradijs voor degene die volhardend waren in de strijd, zoekend naar de beloning van Allah ﷻ. Stel je voor hoe gemotiveerd de moslims waren toen zij zagen hoe de Boodschapper van Allah ﷺ zijn harnas aantrok en de tegenaanval leidde terwijl hij reciteerde:

سَيُهْزَمُ الْجَمْعُ وَيُوَلُّونَ الدُّبُرَ

De groep zal op de vlucht gejaagd worden en zij zullen hun ruggen laten zien.

Soera Al-Qamar

Vóór de strijd gaf de Profeet ﷺ het bevel om 'Abbaas, 'Aaqil, Nawfal bin Harith of Abu Al-Bakhtari niet te doden indien zij zouden vluchten. Iedereen werd gevangengenomen behalve Abu Al-Bakhtari die weigerde zich over te geven, ondanks dat hem werd verteld dat hij gespaard zou blijven, bleef vechten en werd uiteindelijk gedood. Velen anderen, waarvan niet per se werd gezegd dat zij gevangen genomen moesten worden, werden gevangen genomen. De strijd was gestreden en de moslims hadden de veelgodenaanbidders overwonnen.

De Martelaren van Badr

Veertien moslims gaven hun leven op de dag van Badr: zes van de Muhajiroen en acht van de Ansaar. Hun namen worden in de Islamitische traditie bewaard als eerbetoon:

Van de Muhajiroen:

  1. 'Ubaidah ibn Al-Haarith ibn Al-Muttalib ﵁
  2. 'Umayr ibn Abi Waqqaas ﵁
  3. Dhush-Shimaalayn ibn 'Abdi 'Amr ﵁
  4. 'Aaqil ibn Al-Bukayr ﵁
  5. Mihja’ ibn Saalih ﵁
  6. Safwaan ibn Wahb ﵁

Van de Ansaar:

  1. Sa’d ibn Khaythama ﵁
  2. Mubashir ibn 'Abdul-Mundhir ﵁
  3. Yazid ibn Al-Haarith ﵁
  4. 'Umayr ibn Al-Humaam ﵁
  5. Rafi’ ibn Al-Mu’alla ﵁
  6. Haarithah ibn Suraaqa ﵁
  7. 'Awf ibn Al-Haarith ﵁
  8. Mu’awwidh ibn Al-Haarith ﵁

Moge Allah ﷻ tevreden zijn met hen allen en hen het hoogste niveau van het Paradijs schenken.

Veldslag laden...