InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

Ridda in Bahrein, Oman, Mahra en Yemen
De Rechtgeleide KhaliefenAbu Bakr as-Siddiq ﵁

Ridda in Bahrein, Oman, Mahra en Yemen

Vier hemelstreken, één antwoord

Wie in het twaalfde jaar na de Hijra een kaart van het Arabische schiereiland had uitgerold en Medina als het hart had genomen, zou met zijn vinger langs vier richtingen kunnen wijzen waarin tegelijkertijd het zwaard werd geheven. Naar het oosten, voorbij de palmenoases van Najd, lag Bahrein aan de kust van de Perzische Golf. Verder oostwaarts, achter de woestijn van ar-Rubʿ al-Khali, lag Oman aan de Indische Oceaan. Naar het zuiden, voorbij de zandzee, lag Hadramawt met zijn vestingen van leem. En in het hart van Yemen, tussen de hooglanden en de kust, hadden hele stammen hun trouw aan Islam opgezegd zodra het nieuws van de overlijden van de Profeet ﷺ hen had bereikt.

Het was de Ridda, de afval, in haar grootste geografische omvang. Niet één front, maar vier. Niet één leger, maar vier. Abu Bakr ﵁ stond in Medina en zag wat geen voorganger ooit had gezien: een jonge gemeenschap, nog nat van de eerste regen van openbaring, omringd door een ring van opstandige geografieën die elk apart breder waren dan Medina zelf. En toch aarzelde hij niet. Hij stuurde vier generaals naar vier hemelstreken, met één opdracht en één theologisch fundament: er is geen onderscheid tussen de gewesten van de Islam. Wat Banu Asad in Najd vereist, vereist Bahrein aan de Golf. Wat Yamamah moet ondergaan, moet ook Nujayr ondergaan.

Dit hoofdstuk is de geschiedenis van die vier veldtochten zoals Suyuti ﵀ ze heeft opgetekend. Vier korte zinnen in zijn pen, vier hele werelden in de werkelijkheid.

De wereld waarin Abu Bakr ﵁ stond

Voordat de panelen één voor één opengaan, moet de stand van zaken in het twaalfde jaar helder worden gemaakt. Khalid ibn al-Walid ﵁ had de Banu Asad en Ghatafan in Najd onderworpen. Hij had al-Yamamah gebroken op het slagveld waar Musaylimah de Leugenaar viel onder de speer van Wahshi ﵁. Het hart van Centraal-Arabië was gepacificeerd, en de Mushaf werd verzameld door de hand van Zayd ibn Thabit ﵁ in de huizen van Medina.

Maar het schiereiland is geen punt; het is een uitgestrektheid. De afval was begonnen in Najd en had zich verspreid als een vlam langs een lont. Stammen die de Profeet ﷺ persoonlijk hadden bezocht of die delegaties hadden gestuurd in het Jaar van de Delegaties, het tiende jaar, hadden bij zijn overlijden hun zekerheid verloren. Sommigen weigerden de zakat. Anderen herriepen de shahadah. Weer anderen verklaarden zich voor lokale valse profeten die in zijn schaduw waren opgestaan: Tulayha in Najd, Musaylimah in Yamamah, al-Aswad al-ʿAnsi in Yemen, en de oude stamhoofden die liever de jahiliyya terug wilden dan een gebed onder een ver bevel.

Abu Bakr ﵁ stond in Medina en wist wat een minder vastberaden hart niet had geweten: dat het onderscheid niet kon worden toegestaan. Hij had reeds aan ʿUmar ﵁ geantwoord, toen die was geschrokken van het idee om moslims te bestrijden over een hobbeltouw:

Abu Bakr ﵁: Bij Allah ﷻ, ik zal vechten over wie onderscheid maakt tussen het gebed en de zakat, want de zakat is wat verschuldigd is op bezit.

Dat principe gold niet alleen voor Najd. Het gold voor elke geografie die aan de zoom van Medina raakte.

En zo zond hij in datzelfde twaalfde jaar vier mannen uit, elk met een leger, elk met een front, elk met dezelfde opdracht. Het was geen verspreiding van krachten uit onmacht. Het was een veelvoudige hand die uitging vanuit één wil. Suyuti ﵀ vat het samen in vier zinnen, gedrongen als knopen in een touw, en elk van die zinnen verbergt een hele geschiedenis.

Bahrein: al-ʿAlaʾ ibn al-Hadrami ﵁ en de poort van Jawatha

Bahrein in de zevende eeuw was niet het eiland dat de naam vandaag draagt. Het was de hele oostelijke kuststreek van het schiereiland, een gordel van oasen, dadelpalmen en havens die uitkeken op de Perzische Golf. Stammen van de Banu ʿAbd al-Qays bewoonden er de boorden, en de Profeet ﷺ had hen bij leven onderricht en hun delegaties met respect ontvangen. Maar bij zijn overlijden hadden delen van Bahrein zich afgekeerd, en sommige stammen waren teruggekeerd naar het volgen van de afgoden die zij nooit helemaal hadden verlaten.

Abu Bakr ﵁ zond al-ʿAlaʾ ibn al-Hadrami ﵁ naar deze kust. Al-ʿAlaʾ ﵁ was geen onbekende. De Profeet ﷺ had hem reeds bij leven naar Bahrein gestuurd, en hij kende de stammen, de palmenbossen, de zoetwaterputten en de plaatsen waar het zout van de Golf de aarde verzilte. Wie de Profeet ﷺ aan een gewest had gehecht, daaraan hechtte Abu Bakr ﵁ hem opnieuw. Continuïteit was geen sentiment voor de eerste khalifah ﵁; het was bestuur.

Kaart laden...

De legers ontmoetten elkaar bij Jawatha. Suyuti ﵀ schrijft het in één regel: “Zij ontmoetten elkaar bij Jawatha, en de moslims waren zegevierend.” In dat plaatsnaambewustzijn ligt iets dat Suyuti ﵀ niet uitspreekt, maar dat de luisterende moslim in de zevende eeuw moeiteloos hoorde: Jawatha was de plaats van de eerste moskee buiten de Hijaz, gebouwd door de Banu ʿAbd al-Qays in de tijd van de Profeet ﷺ zelf. Wat een paar jaar eerder een teken van vroege omhelzing was geweest, was nu het toneel van een gevecht om dezelfde Islam terug te winnen. De moskee van Jawatha had de gebeden van de eerste bekeerden gehoord; nu hoorde haar grondgebied het kletteren van staal.

Dat is de geografie van de Ridda in haar pijnlijkste vorm. Niet vreemd land dat veroverd moest worden, maar eigen land dat moest worden teruggewonnen. De zegevierende moslims onder al-ʿAlaʾ ﵁ stelden de zaak van Bahrein opnieuw vast: Islam was niet een geschenk dat men kon teruggeven, en de banden van de shahadah waren geen seizoensgebonden trouw. Wie haar had gesproken, was eraan gebonden.

Suyuti ﵀ houdt het kort, en wij houden ons aan zijn woordkeuze. De moslims wonnen. De kust bleef. Bahrein keerde naar de gemeenschap terug.

Oman: ʿIkrimah ibn Abi Jahl ﵁ tegen het verleden van zijn vader

Voorbij Bahrein, om de hoek van het schiereiland heen, ligt Oman. Het was in die tijd geen onbekende streek voor de Islam. De Profeet ﷺ had ʿAmr ibn al-ʿAs ﵁ er naartoe gestuurd, en de twee Azd-broers Jayfar en ʿAbd, zonen van al-Julanda, hadden hem met respect ontvangen en de Islam aanvaard. Bij de overlijden van de Profeet ﷺ stonden delen van Oman opnieuw op, en stammen die de Islam hadden geproefd zonder haar diep te ademen, keerden zich af.

Abu Bakr ﵁ zond ʿIkrimah ibn Abi Jahl ﵁ naar Oman. Wie de naam ʿIkrimah ﵁ leest, leest een hele geschiedenis. Hij was de zoon van Abu Jahl, de aartsvijand van de Islam in Mekka, de man die zijn neef de Profeet ﷺ tot het bittere einde had bestreden en die op het slagveld van Badr was gevallen onder het zwaard van twee jonge ansari. ʿIkrimah ﵁ had de Quraysh verloren bij Badr en de oorlog van zijn vader overgenomen. Hij had bij Uhud gevochten, hij had bij de Khandaq gevochten, en bij de Fath van Mekka had hij gevlucht voor de Profeet ﷺ tot aan de zee, alvorens zijn vrouw Umm Hakim ﵂ hem terugleidde naar de hand van de Profeet ﷺ, die hem omhelsde alsof er nooit een Badr was geweest.

Diezelfde ʿIkrimah ﵁, het hart geheel gekanteld, stond nu aan het hoofd van een leger dat namens de Islam optrok tegen mensen die de Islam waren ontvallen. Het is een symmetrie die de Profeet ﷺ zelf had voorzien toen hij over de bekering van ʿIkrimah ﵁ gezegd zou hebben dat niemand zijn vader bij hem moest verwerpen, want de zoon was niet de vader. Wie kort in de geschiedenis kijkt, ziet alleen een naam. Wie lang kijkt, ziet een verlossing.

Kaart laden...

Suyuti ﵀ vermeldt niets méér dan dat Abu Bakr ﵁ hem zond naar de mensen van Oman die waren afgevallen. Hij geeft geen verslag van de gevechten, geen lijst van gevallenen, geen beschrijving van de wegen waarover ʿIkrimah ﵁ trok. De geschiedenis van Oman onder zijn hand is een gehoorzaamheid in stilte: de opdracht werd gegeven, de man ging, het gewest keerde terug naar Islam. Wij houden ons aan de kortheid van Suyuti ﵀ omdat zij eerlijk is. Zij weigert het verhaal op te tuigen met details die de bron niet draagt.

Wat de bron wel draagt, is iets groters dan een veldtocht. Hij draagt het portret van een man wiens leven in twee helften was gebroken: een eerste helft die in de schaduw van Abu Jahl was geleefd, en een tweede helft die in het licht van de Boodschapper ﷺ werd voltooid. Oman was niet zomaar een geografische opdracht voor ʿIkrimah ﵁; zij was de oostelijke poort waarover hij zijn nieuwe naam droeg. En de verdere geschiedenis van ʿIkrimah ﵁ in dit hoofdstuk, die wij in event tien zullen tegenkomen, voltooit deze boog op een wijze die de pen schroomt te schrijven en het hart schroomt te lezen.

Hadramawt: al-Muhajir ibn Abi Umayyah ﵁ bij Nujayr

Het zuiden van het schiereiland kent een geografie die het noorden niet heeft. Hadramawt, de Vallei van de Wadi-stelsels, draagt vestingen van leem en stenen die op kliffen zijn gebouwd, zo hoog dat een belegering een eindeloze geduldsoefening is. Een van die vestingen was Nujayr. Naar Nujayr zond Abu Bakr ﵁ al-Muhajir ibn Abi Umayyah ﵁. Al-Muhajir ﵁ was de broer van Umm Salama ﵂, een van de Moeders van de Gelovigen, en daarmee een aangetrouwde verwant van de Profeet ﷺ zelf. Hij was bekend om vroomheid en bestuurlijke ervaring; de Profeet ﷺ had hem reeds bij leven naar delen van Yemen gestuurd.

In Hadramawt waren stammen van Kindah opgestaan onder leiding van al-Ashʿath ibn Qays, en zij hadden zich verschanst achter de wallen van Nujayr. Suyuti ﵀ geeft de naam van de plaats en de naam van de commandant; meer niet. Geen belegering wordt beschreven, geen lijst van gevallenen, geen exacte uitkomst behalve dat de Ridda in deze streek werd beëindigd onder zijn hand.

Kaart laden...

Wat Suyuti ﵀ wel impliceert door zijn pen kort te houden, is dat de operaties van Hadramawt geen verhalen van krijgskunst waren maar van uithouding. Wie een leemvesting wil nemen die hoog tegen een wadi-wand is geplakt, kent geen ridderlijk gevecht. Hij kent dagen, soms weken, van wachten onder de zon. Hij kent water dat per dier moet worden aangevoerd over kilometers van zand. Hij kent het breken van de moed van wie binnen zit door de stille aanwezigheid van wie buiten staat. Dat is de oorlog die al-Muhajir ﵁ voerde, en het feit dat Suyuti ﵀ er niets méér over zegt dan dat hij werd gezonden, betekent niet dat het minder zwaar was. Het betekent dat het, voor de chronist van de khaliefen, één van vier panelen was die naast elkaar moesten worden gehangen, niet één panel om uit te lichten boven de andere drie.

Hadramawt keerde terug naar Islam. Kindah werd ondergebracht in het bestuur van de jonge staat. De zuidelijke poort werd gesloten.

Yemen: Ziyad ibn Labid al-Ansari ﵁ tegen de overblijvende afvalligen

Yemen is een land op zichzelf. Voor de Profeet ﷺ kort voor zijn overlijden zou worden weggenomen, had hij Muʿadh ibn Jabal ﵁ als leraar naar Yemen gezonden, met instructies die in de hadith-literatuur tot een onderwijsprogramma op zichzelf zouden uitgroeien. Bij leven van de Profeet ﷺ was al-Aswad al-ʿAnsi reeds als valse profeet opgestaan in Sanʿaʾ, en hij was, nog tijdens het leven van de Profeet ﷺ, gedood door de inspanning van Fayruz ad-Daylami ﵁ en zijn medestanders. De geschiedenis van al-Aswad ligt in dit hoofdstuk buiten het bestek van Suyuti ﵀; wij raken haar slechts aan om te begrijpen waaruit de Yemenitische Ridda was voortgekomen.

Na het overlijden van de Profeet ﷺ kwamen er in Yemen opnieuw groepen in opstand. Niet onder één valse profeet ditmaal, maar als losgeraakte stammen die meenden dat hun trouw aan Medina was opgehouden met het leven van Medina’s leraar. Abu Bakr ﵁ zond Ziyad ibn Labid al-Ansari ﵁ tot een groep van wie afvallig was geworden. Ziyad ibn Labid ﵁ was een van de Ansar van Medina, een van de mannen van de eerste baiʿah aan de Profeet ﷺ. Dat een Ansari naar Yemen werd gezonden, zegt iets over hoe Abu Bakr ﵁ zijn generaals koos. Niet alleen Muhajirun werden uitgezonden; de last van het bestuur werd over de twee helften van de oemma verdeeld, zoals de last van de eerste verdediging van Medina over hen was verdeeld onder de Profeet ﷺ.

Suyuti ﵀ houdt het bondig en wij volgen hem: Ziyad ﵁ trok uit, hij confronteerde de afvalligen onder zijn jurisdictie, en de Ridda werd beëindigd. De stammen van Yemen die nog tegen de hand van Medina hadden geschopt, kwamen terug onder die hand. De zuidelijke vlakte werd weer een vlakte van moslims, en de gebeden in Sanʿaʾ herstelden hun ritme.

Vier zinnen, één theologische verklaring

Wat Suyuti ﵀ doet door deze vier veldtochten naast elkaar te zetten in vier korte zinnen, is theologie bedrijven met de typografie van zijn pagina. Hij ordent niet op grootte van veldslag of op spectaculariteit van uitkomst. Hij ordent op gelijktijdigheid en op gelijke behandeling. Bahrein, Oman, Hadramawt, Yemen: vier hemelstreken naast elkaar, vier generaals naast elkaar, vier overwinningen naast elkaar. Geen province kreeg meer aandacht dan de andere. Geen volk werd verheven boven de andere. Wie afviel in het oosten, werd op dezelfde wijze bejegend als wie afviel in het zuiden.

Dit is precies wat Abu Bakr ﵁ had bedoeld toen hij ʿUmar ﵁ had geantwoord dat hij zou vechten over wie onderscheid maakte tussen het gebed en de zakat. Het onderscheid waar hij voor vreesde, was niet alleen het theologische onderscheid tussen twee zuilen van de Islam. Het was ook het geografische onderscheid tussen twee gewesten van haar verspreiding. Wie zou hebben gezegd: laat Bahrein gaan, het is ver weg en wat het kost is meer dan het levert, had het hart van de jonge staat opgegeven. Want zodra één gewest mag worden losgelaten, kan elk gewest worden losgelaten. Het is een keten waarvan elke schakel de andere draagt. Breekt er één, dan rolt de hele keten in het zand.

Abu Bakr ﵁ wist dit. De oude man, die in de eerste maanden van zijn khilafah door menigeen als zwak en zacht was ingeschat omdat hij niet de fysieke statuur van ʿUmar ﵁ had en niet de welsprekendheid die Quraysh in haar leiders gewend was, bewees in deze vier zendingen wat hij was: een hart dat zich niet liet verleiden tot compromis. Geen gewest werd gespaard om strategische redenen. Geen stam werd ontzien om diplomatieke overwegingen. De Islam is één lichaam, en in één lichaam wordt geen voet geamputeerd om de hand te redden.

Wat de generaals deelden

Vier mannen, vier achtergronden, één opdracht. Al-ʿAlaʾ ibn al-Hadrami ﵁ was een Hadrami, oorspronkelijk uit Hadramawt zelf, gestuurd echter niet naar zijn eigen gebied maar naar Bahrein, om zijn ervaring met zuidelijke en oostelijke kuststammen te benutten. ʿIkrimah ibn Abi Jahl ﵁ was een Qurashi van het puurste bloed, zoon van Mekka’s grootste vijand, gestuurd naar het oostelijke uiteinde van het schiereiland om zijn nieuwe Islam te tonen in oorlog tegen een oude jahiliyya. Al-Muhajir ibn Abi Umayyah ﵁ was de broer van een Moeder van de Gelovigen, met Yemen-ervaring uit de tijd van de Profeet ﷺ zelf, gestuurd naar Hadramawt waar leemvestingen geduld eisen. Ziyad ibn Labid al-Ansari ﵁ was een Ansari, gestuurd naar Yemen waar de boodschap van Medina door één Ansari het beste kon worden teruggebracht naar wie deze boodschap reeds van een andere Ansari hadden ontvangen.

Vier mannen, vier paspoorten van geboorte. Maar één naam onder hen allen: dienaar van de Boodschapper ﷺ. Wie Abu Bakr ﵁ zijn generaals koos, koos hen niet uit één clan, niet uit één geografie, niet uit één type. Hij koos hen voor wat zij waren in de Islam, niet voor wat zij waren in de jahiliyya. Dat was, op zijn eigen wijze, een bestuurlijk teken dat de oemma minstens zo krachtig sprak als enig zwaard. De khalifah ﵁ van de Boodschapper ﷺ behandelt zijn mannen op één manier en stuurt hen naar vier richtingen omdat alle vier de richtingen één en hetzelfde behoeven.

De thuiskomst van de troepen

Toen de vier campagnes voltooid waren, vroeg in het twaalfde en doorlopend in het dertiende jaar, kwam Abu Bakr ﵁ tot een momentopname die hij in stilte moet hebben verwerkt. Het schiereiland was, in essentie, weer één. Wat de Profeet ﷺ bij zijn overlijden had achtergelaten, was hersteld. Het was, op het oog, een terugkeer naar de status quo. Maar wie scherper keek, zag dat er meer was gebeurd dan een herstel. De Ridda had de oemma getest, en de oemma was niet gevallen. De stammen die afgevallen waren, waren teruggekeerd, en zij waren teruggekeerd met de wetenschap dat Medina haar hand niet zou wegtrekken. Geen kuststreek zou worden opgegeven omdat zij ver lag. Geen woestijn zou worden verlaten omdat zij hard was. Wie de shahadah had gesproken, behoorde tot een lichaam dat wist hoe het zichzelf moest verdedigen.

In Medina werd ondertussen, terwijl deze vier veldtochten liepen, de mushaf verzameld. De wereld zou later weten dat de twee gebeurtenissen niet los van elkaar stonden. Wat al-ʿAlaʾ ﵁ in Bahrein deed, wat ʿIkrimah ﵁ in Oman deed, wat al-Muhajir ﵁ in Nujayr deed, wat Ziyad ﵁ in Yemen deed, was niet alleen militair. Het was de verdediging van een geografie waarbinnen de Mushaf zou kunnen rijpen. De grenzen werden gesloten zodat het Boek kon worden geopend. De hand die het zwaard hief, hield in dezelfde adem de pen vast die in Medina over palmbladeren en schouderbladen schreef.

De theologische kring

Aan het eind van dit hoofdstuk staat Abu Bakr ﵁ in Medina, naar de vier hemelstreken kijkend, niet als overwinnaar maar als bewaarder. Wat hem aan het hart had gelegen, was niet de uitbreiding van een rijk maar de instandhouding van een gemeenschap. De zakat-weigeraars in Najd waren niet anders behandeld dan de afvalligen in Hadramawt, en de stammen van Yemen waren niet anders bejegend dan die van Bahrein. De cirkel was gesloten. De oemma was opnieuw heel.

En in die gehele eenheid ligt het bredere theologische gebaar dat de khilafah van Abu Bakr ﵁ kenmerkte. Hij weigerde tot het einde toe dat de Islam in panelen zou worden gehakt naar geografie of naar gemak. Hij hield één wet voor alle gewesten, één gebed voor alle kusten, één zakat voor alle vlaktes. De Boodschapper ﷺ had één oemma achtergelaten, en zijn khalifah ﵁ zou geen tweede oemma maken naast haar.

Vier zinnen uit de pen van Suyuti ﵀. Vier hemelstreken in de werkelijkheid. Eén antwoord van Medina. Wie zegt dat één geografie van Islam mag worden losgelaten omdat zij ver ligt, heeft niet begrepen wat het woord Islam ﷻ inhoudt. Dit was de les van de Ridda, en Abu Bakr ﵁ schreef haar niet in een boek maar in de bewegingen van vier legers naar vier richtingen, op één moment in de geschiedenis van een gemeenschap die haar grenzen vond door ze te bewaken.

Bronnen

  • Jalal ad-Din as-Suyuti ﵀, Tarikh al-Khulafa (vert. Abdassamad Clarke, Ta-Ha Publishers, 3e druk 1995), pp. 63-64.