InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

De Jaren van Honger in de Kloof
Siera van de Profeet ﷺDe Mekka Periode

De Jaren van Honger in de Kloof

Na de mislukte pogingen tot compromis en het aanbod van Quraish aan de Profeet ﷺ, en de standvastige toezegging van Banu Hashim en Banu Al-Muttalib om de Profeet ﷺ te beschermen, was de wanhoop bij Quraish nabij. De Quraish was er van bewust dat zij de commitment van Banu Hashim en Banu Al-Muttalib moesten breken. Ze hielden daarom een bespreking bij Khaif Banu Kinanah en vormden als het ware een pact. Via dit pact maakten ze een verbond waarbij de afspraak was dat niemand noch zakelijk noch sociaal iets zou doen met Banu Hashim en Banu Al-Muttalib. Dit betekende, er werd niks van hen gekocht of aan hen verkocht. We trouwen niet met één van hen, gaan niet bij hen op bezoek, sterker nog we praten niet eens met hen. In principe een economische en sociale boycot.

Shi’b Abu Talib

Het verbond werd op papier gezet en in de Ka’bah geplaatst. Abu Talib besloot om Banu Hashim en Banu Al-Muttalib zo snel mogelijk terug te trekken naar een vallei ten oosten van Mekka. Ze verbleven hier in een nauwe doorgang genaamd Shi’b Abu Talib vanaf het 7e jaar van de Profetische Missie, voor een periode van 3 jaar. De verbond was in feite het collectief uithongeren van beide stammen die hierdoor een zware beproeving zouden ondergaan. De moeschrikien kochten al het eten dat Mekka binnenkwam zodat niks hiervan de mensen van Ash-Shi’b zou bereiken. Er was zo weinig voedsel dat zij gedwongen waren om bladeren van bomen en de huiden van dieren te eten. In de smalle shi’b weerklonk het gehuil van kleine kinderen. Sa’d ibn Abi Waqqas ﵁ beschreef later hoe hij en de vroege moslims bladeren van de Hubula-boom aten, waardoor hun ontlasting leek op de keutels van schapen (Bukhari 5412). Gedroogde dierenhuiden werden gewassen, geroosterd, fijngestampt en met water gemengd om de ergste honger te stillen. Het huilen van vrouwen en kinderen was tot buiten de vallei te horen. Abu Jahl en de leiders van Quraish beantwoordden deze geluiden met hoongelach, overtuigd dat de honger de solidariteit met de Profeet ﷺ zou breken.

Niks bereikten hen aan voedsel behalve kleine hoeveelheden die door sommige Mekkanen naar binnen werden gesmokkeld. Tijdens de verboden maanden, waar normaliter alle vijandigheden staakten zouden zij de shi’b verlaten en kochten zij voedsel dat Mekka binnenkwam. Het voedsel was echter zo duur dat dit tot grote financiële problemen leidde. Hakim bin Hizam was op weg om tarwe te smokkelen naar zijn tante Khadija ﵂ toen Abu Jahl tussenbeide kwam en hem probeerde tegen te houden. Het was dat Al-Bukhtari ingreep anders was het niet gelukt om de tarwe naar zijn tante te brengen.

Abu Talib was continu bevreesd voor de veiligheid van zijn neefje ﷺ. Wanneer de mensen zich terugtrokken om te slapen, liet Abu Talib de Profeet ﷺ eerst in zijn eigen bed liggen. Maar zodra iedereen in slaap was gevallen, beval hij hem stilletjes van plek te wisselen met een van zijn eigen zonen. Dit deed hij iedere nacht, zodat een potentiële moordenaar nooit zou weten waar de Profeet ﷺ werkelijk lag. Desondanks, bleef de Profeet ﷺ standvastig. Hij ﷺ bleef naar de Ka’bah gaan om daar openlijk het gebed te verrichten en greep iedere kans aan om de mensen van buiten Mekka uit te nodigen voor Islam.

Het Belang van Publieke Opinie

De situatie van de mensen in Al-Shi’b zorgde voor grote verdeeldheid in Mekka. Vooral degene die familie van hen waren. Onder hen was Hisham bin Amr, een man van de stam Amir bin Lu’ayy, die niet kon verdragen wat zijn verwanten werd aangedaan. Hij was geen moslim, maar handelde vanuit stameer en menselijk fatsoen. Hisham laadde 's nachts een kameel vol met voedsel, nam het halster af, gaf het dier een klap op de zij en stuurde het de kloof in richting Shi’b Abu Talib. Hij herhaalde dit keer op keer, soms ook met kleding en andere benodigdheden, terwijl hij zijn eigen veiligheid op het spel zette.

Na 3 jaar boycot in het 10e jaar van de Profetische Missie werd de pact verbroken. Hisham ging naar Zuhair bin Abi Umaiyah Al-Makhzoumi en veroordeelde hem dat hij akkoord ging met zo’n ondraaglijke behandeling van zijn ooms. Schoorvoetend ging hij akkoord met Hisham een pressiegroep te vormen om de ballingen te helpen. Er stonden 5 mensen op die samenwerkten om de pact te breken:

  • Hisham bin Amr
  • Zuhair bin Abi Umaiyah
  • Al Mut’im bin 'Adi
  • Abul-Bukhtari
  • Zam’ah bin Abi Umaiyah

Samen spraken ze af om met zijn allen 7 keer rond de Ka’bah te gaan om de aanwezige mensen vervolgens aan te spreken over het feit dat zij konden genieten van de luxe terwijl hun verwanten aan het verkwijnen waren in de shi’b. Ze zwoeren dat zij nooit zouden opgeven tot de pact verscheurd werd.

Zuhair (na de tawaf): “O mensen van Mekka, zullen wij eten en ons kleden terwijl Banu Hashim ten onder gaat, niet in staat om te kopen of te verkopen?”

Abu Jahl: “Je liegt! Het pact zal nooit verscheurd worden.”

Zam’ah: “Jij bent een grotere leugenaar. Wij wilden dit pact niet eens toen het voor het eerst werd opgesteld.”

Abul-Bukhtari: “Zam’ah heeft gelijk. Wij waren niet tevreden met dit pact toen het werd geschreven en wij zijn er nu niet tevreden mee.”

Al-Mut’im: “Jullie hebben beiden gelijk. Eenieder die anders beweert, liegt. Wij nemen Allah tot getuige dat wij ons distantiëren van het gehele idee en wat er in het pact staat.”

Opmerkelijk was dat geen van deze vijf mannen moslim was. Zij handelden niet vanuit geloof maar vanuit stameer en menselijk fatsoen. Abu Talib die op dat moment plaats had genomen bij een van de hoeken van de Ka’bah kwam vertellen dat er een openbaring was gekomen dat hun pact was opgegeten door mieren behalve het gedeelte waarop stond: بِاسْمِكَ اللّهُمَّ (BismikAllahumma), oftewel (In Uw naam oh Allah). Hij zette het meer kracht bij door te zeggen dat hij bereid was de Profeet ﷺ aan Abu Jahl over te dragen als dit niet waar bleek te zijn.

De spanning was voelbaar. Als Abu Talib ongelijk had, zou hij de Profeet ﷺ aan Quraish moeten overdragen. Als hij gelijk had, zou het pact voor altijd ongeldig zijn. Iedereen ging akkoord met deze voorwaarden.

Al-Mut’im ging op zoek naar het pact en opende het. Hij zag inderdaad dat het pact was opgegeten door termieten, behalve het gedeelte: بِاسْمِكَ اللّهُمَّ. De verbazing was groot. Het document dat drie jaar van honger, ellende en uitsluiting had veroorzaakt, was vernietigd door de kleinste schepselen van Allah ﷻ. Hierop werd het pact opgeheven en zowel de Profeet ﷺ als zijn stamgenoten mochten weer vertrekken en terug naar hun huizen.