InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

Het aanbod van Quraish aan de Profeet ﷺ
Siera van de Profeet ﷺDe Mekka Periode

Het aanbod van Quraish aan de Profeet ﷺ

De Quraish hebben van alles geprobeerd, ze hebben de moslims gelasterd, uit hun huizen verdreven en zelfs gemarteld. Desondanks zijn twee grote helden als Hamza en Umar ﵄ moslim geworden. De Quraish probeerden het daarom op een andere manier. Volgens Ibn Ishaq waren de notabelen van Mekka verzameld nabij de Ka’bah. Utbah ibn Rabi’a, een van de leiders van de Quraish kwam met het voorstel om de Profeet ﷺ te benaderen en hem een voorstel te doen. Utbah ibn Rabi’a zou de Profeet ﷺ hem rijkdom geven en in ruil daarvoor zou hij de mensen niet meer uitnodigen tot Islam. De Quraish gingen hiermee akkoord en gaven hem deze taak.

De eerste poging met Utbah ibn Rabi’a

Utba benaderde de Profeet ﷺ en met de volgende woorden:

O neef! Je bent een man die een belangrijke positie bekleed in ons midden met jouw nobele bloedlijn. Toch benader je jouw mensen met een grote kwestie die de mensen verdeeld. Je hebt hun goden en religies gekrenkt en onze voorvaderen en ouderen beschuldigd van goddeloosheid en fouten en hebt hiermee strijd tussen ons veroorzaakt. Luister daarom naar mij voorstellen zodat je deze in overweging kunt nemen en hier wellicht één van kunt accepteren

De Profeet ﷺ ging akkoord om te luisteren naar het voorstel en luisterde. Utbah zei:

O neef! Als jij al deze zaken doet met als doel om rijkdom te vergaren dan zullen wij geld verzamelen en jou een grotere rijkdom geven dan welke Qurashiet ooit heeft verkregen. Als je gedreven wordt door ambitie dan maken wij jou onze leider. Indien jij koningschap zoekt dan zij wij bereid jou dit te bieden. Indien je onder invloed bent van een kwade geest en je deze niet van je kunt afschudden dan zullen we bekwame genezers inschakelen om je te genezen.

Heb je alles gezegd? vroeg de Profeet ﷺ. Nadat Utbah klaar was begon hij soera Fussilaat te reciteren:

حمٓ۝تَنزِيلٞ مِّنَ ٱلرَّحۡمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ۝كِتَٰبٞ فُصِّلَتۡ ءَايَٰتُهُۥ قُرۡءَانًا عَرَبِيّٗا لِّقَوۡمٖ يَعۡلَمُونَ۝بَشِيرٗا وَنَذِيرٗا فَأَعۡرَضَ أَكۡثَرُهُمۡ فَهُمۡ لَا يَسۡمَعُونَ۝وَقَالُواْ قُلُوبُنَا فِيٓ أَكِنَّةٖ مِّمَّا تَدۡعُونَآ إِلَيۡهِ وَفِيٓ ءَاذَانِنَا وَقۡرٞ وَمِنۢ بَيۡنِنَا وَبَيۡنِكَ حِجَابٞ فَٱعۡمَلۡ إِنَّنَا عَٰمِلُونَ۝

Ha-Meem. Dit is een openbaring van Allah, de Barmhartige de Genadevolle. Een boek waarvan de verzen duidelijk uitgelegd zijn, als een Arabische Koran, voor een volk dat weet. Als drager van goede tijdingen en waarschuwer, maar de meesten van hen keren zich af, dus luisteren zij niet. En zij zeggen: Onze harten zijn gesluierd voor datgene waarvoor jij ons uitnodigt, in onze oren is doofheid en tussen ons en jou is een afscheiding. Werk dus (op jouw manier); waarlijk wij werken (op onze manier). Surah Fussilat 1-5

De Profeet ﷺ reciteerde de hele soera terwijl Utbah aandachtig luisterde. En toen hij klaar was met reciteren zei hij ﷺ tegen Utbah:

Je hebt mijn reactie gehoord, je bent vrij om te doen wat je wilt.

Utbah ging terug naar zijn andere leiders om hen op de hoogte te stellen van de reactie van de Profeet ﷺ. Hij vertelde hen over de details van het gesprek tussen hen twee en vooral de reactie die de Profeet ﷺ gaf. Hij zei:

Ik heb nooit woorden gehoord zoals hij reciteerde. Zij zijn geen poëzie, noch tovenarij, noch de woorden van een waarzegger. O mensen van Quraish! Ik verzoek jullie mijn advies ter harte te nemen en deze man volledige vrijheid te geven in het navolgen van zijn doelen, opdat jullie je veilig kunnen losmaken van hem. Ik zweer dat zijn woorden een verheven boodschap dragen. Mochten de andere Arabieren hem ontdoen dan zouden zij jullie hiermee sparen van het probleem. Aan de andere kant, mocht hij de macht krijgen over de Arabieren dan zullen jullie genieten van zijn koningschap en meegenieten van zijn macht.

Uiteraard vielen deze woorden in dovemans oren en begonnen zij Utbah zelfs te bespotten en hem te verwijten dat hij betoverd was door de Profeet ﷺ.

De tweede poging met de leiders van de Quraish

Ondanks de mislukte poging van Utbah hadden de Quraish nog hoop. De notabelen van de Quraish kwamen op een andere dag weer samen bij de Ka’bah, maar besloten de Profeet ﷺ dit keer uit te nodigen om ook deel te nemen. Toen de Profeet ﷺ verscheen kwamen ze met hetzelfde voorstel waarmee Utbah al eerder was gekomen. Hij maakte duidelijk dat hij hier niet mee akkoord kon gaan, hij was slechts een Boodschapper die de Boodschap verkondigt van zijn Heer. Zouden zij dit accepteren dan zouden zij hiervan profiteren in dit leven en het Hiernamaals. Zouden zij dit verwerpen dan zal hij geduldig met hen zijn totdat Allah tussen hen en de Profeet ﷺ zal oordelen.

Ze vroegen de Profeet ﷺ toen om een teken te laten zien. Of de Profeet ﷺ zijn Heer kon vragen om een berg te verzetten of om de stad te vergruizen of de dageraad te laten verschijnen of de dode, levend te maken zodat zij in hem konden geloven. De Profeet ﷺ reageerde weer op dezelfde manier. Toen vroegen ze hem of hij zijn Heer kon vragen om een engel naar hen te sturen die kon bevestigen wat hij zei, die tuinen kon brengen, schatten en kastelen van goud en zilver. Weer, antwoordde de Profeet ﷺ op dezelfde manier. Toen ze hem vroegen om een bestraffing te brengen; om een deel van de hemel op hen neer te laten storten reageerde de Profeet ﷺ:

Dat is aan Allah, Hij doet zoals Hij wilt.

Ze begonnen de Profeet ﷺ hierop scherp te bekritiseren en zelfs te bedreigen en hij verliet de bijeenkomst. Nadat de Profeet ﷺ de zitting had verlaten begon Abu Jahl de mensen toe te spreken. Hij zei:

O mensen van Quraish! Het ziet ernaar uit dat Muhammad vastbesloten is om fouten te vinden in onze religie waarbij hij onze voorouders vernedert, onze manier van leven in diskrediet brengt en onze goden beledigt. Ik getuig voor onze god dat, om voor eens en altijd van hem af te zijn ik een grote steen op zijn hoofd zal laten vallen wanneer hij in prosternatie is. Ik vrees niet voor de gevolgen van zijn stam, Banu 'Abd Manaf.

Het publiek keurde dit idee goed en moedigde hem aan om dit te doen. De volgende dag toen Abu Jahl, de Profeet ﷺ stond op te wachten tot hij het gebed zou verrichten stond de Quraish te wachten op nieuws. Toen de Profeet ﷺ in prosternatie was droeg Abu Jahl de grote steen om zijn slag te staan. Op het moment dat hij in de buurt kwam van de Profeet ﷺ, verstijfde Abu Jahl van angst en liet hij de steen vallen. De mensen die het zagen gebeuren haastten zich naar hem toe en vroegen hem wat er aan de hand was. Hij vertelde dat toen hij de Profeet ﷺ naderde een absurd grote mannetjes kameel met angstaanjagende hoektanden tussenbeide kwam en hem bijna verslond. Ibn Hishaq heeft overgeleverd over dit incident dat de Profeet ﷺ zei:

Dit was Jibril ﵇, als Abu Jahl dichterbij was gekomen dan had hij hem gedood.

De Quraish proberen het een derde keer

Ondanks dat de Quraish had geprobeerd de Profeet ﷺ te doden, hoopten zij toch dat zij tot een soort compromis konden komen. Ze waren bereid een deel van hun religie en hun manier van leven op te geven als de Profeet ﷺ dit ook zou doen. Ze dachten hierbij dat, als wat de Profeet ﷺ waar was, ze hiermee dan vanzelf tot de waarheid zouden komen. Het was als het ware een ‘veilige’ transitie. In Ibn Ishaq lezen we dat op een dag toen de Profeet ﷺ tawaf aan het verrichten was er een groep mensen waren die hem aan het bespotten waren. Dit waren onder andere; Al-Aswad bin Al-Mutallib bin Asad bin Abdul Uzza, Al-Walid bin Al-Mugirah, Umaiya bin Khalaf en Al-'As bin Wa’il As-Sahmi en zij waren de ‘senioren’ van de Quraish.

Zij zeiden: O Muhammad! Kom en laat ons aanbidden wat jij aanbidt, en jij aanbidt wat wij aanbieden. We zullen partners met jou zijn in deze kwestie. Als degene die jij aanbidt beter is dan wat wij aanbidden dan krijgen we daar wat voordeel uit. Terwijl als wat wij aanbidden beter is dan wat jij aanbidt dan zij hier voordeel uit halen.

Dus Allah ﷻ openbaarde:

قُلۡ يَٰٓأَيُّهَا ٱلۡكَٰفِرُونَ۝لَآ أَعۡبُدُ مَا تَعۡبُدُونَ۝وَلَآ أَنتُمۡ عَٰبِدُونَ مَآ أَعۡبُدُ۝وَلَآ أَنَا۠ عَابِدٞ مَّا عَبَدتُّمۡ۝وَلَآ أَنتُمۡ عَٰبِدُونَ مَآ أَعۡبُدُ۝لَكُمۡ دِينُكُمۡ وَلِيَ دِينِ۝

Zeg: O ongelovigen! Ik aanbid niet wat jullie aanbidden. En jullie aanbidden niet wat ik aanbid. En ik zal niet aanbidden wat jullie aanbidden. En jullie zullen niet aanbidden wat ik aanbid. Voor jullie is jullie religie en voor mij is mijn religie. Surah Al-Kafiroon 1-6

Tot slot

Abu Talib vreesde voor de veiligheid van de Profeet ﷺ. Er waren meerdere pogingen gedaan op het leven van de Profeet ﷺ. Hij ﷺ wees al hun voorstellen af, en hij begreep dat Quraish met de dag wanhopiger begon te worden. Hij besloot zijn familie Banu Hashim en Banu Al-Muttalib te verzamelen en een beroep te doen op hun stammencode. Namelijk dat zij koste wat het kost hun stamgenoot, de Profeet ﷺ bij zouden staan en hem zouden beschermen. Iedereen ging hiermee akkoord behalve zijn broer Abu Lahab die de kant koos van de veelgodenaanbidders.