InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

Het jaar van Verdriet
Siera van de Profeet ﷺDe Mekka Periode

Het jaar van Verdriet

Slechts zes maanden nadat Banu Hashim en Banu Al-Muttalib de kloof van Abu Talib hadden verlaten na drie jaar van uithongering en isolatie, werd de Profeet ﷺ getroffen door twee verliezen die zwaarder wogen dan alles wat hij tot dan toe had meegemaakt; het overlijden van zijn oom Abu Talib en het overlijden van zijn geliefde vrouw Khadija ﵂. Toen de bescherming van zijn oom wegviel, verklaarden de Mekkanen openlijk hun campagne van marteling en onderdrukking. De Profeet ﷺ had alle hoop verloren dat hij hen op het rechte pad kon krijgen. Ook de Metgezellen hadden het zwaar te verduren; zij werden geconfronteerd met afschuwelijke marteling en onderdrukking tot op het punt dat zelfs Abu Bakr ﵁ Mekka ontvluchte om te ontsnappen aan de druk. Hij had de intentie om naar Abessinië te vertrekken, maar bij Birkul-Ghimad kwam hij onder de bescherming van Ibn ad-Dughunna, waardoor hij veilig kon terugkeren. De Profeet ﷺ noemde dit het Jaar van Verdriet.

Het Overlijden van Abu Talib

In het 10e jaar van Profeetschap, zes maanden na het verlaten van de shi’b, werd Abu Talib ziek en overleed hij. Toen Abu Talib op zijn sterfbed lag kwam de Profeet ﷺ de kamer binnen waar ook Abu Jahl en Abdullah bin Abi Umaiyah aanwezig waren. De lucht was zwaar, het licht gedempt, en de spanning tussen geloof en ongeloof vulde de ruimte. De Profeet ﷺ knielde naast zijn oom en smeekte hem:

De Profeet ﷺ: “Mijn oom, getuig gewoon dat er geen god is behalve Allah en ik zal getuigen voor Allah dat u een gelovige bent.”

Abu Jahl en Abdullah bin Abi Umaiyah: “O Abu Talib! Ga jij de religie van Abdul-Muttalib verlaten?”

De Boodschapper van Allah ﷺ bleef hem verzoeken om de shahadah uit te spreken en Abu Jahl en Abdullah bleven hetzelfde herhalen. Het was een strijd om de ziel van een stervende man. De Profeet ﷺ smeekte, Abu Jahl intimideerde. Totdat Abu Talib zijn finale besluit nam; hij bleef bij de religie van Abdul-Muttalib en weigerde te getuigen.

Abu Talib geloofde wellicht in de waarheid van de boodschap, maar de druk van zijn omgeving en de angst om zijn nalatenschap als stamhoofd te bezoedelen hielden hem tegen. Ibn Ishaq overleverde dat hij zei: “Ik zou de kalimah uitspreken, ware het niet dat de mensen mij ervan zouden beschuldigen dat ik jouw religie aannam uit angst voor de dood.” Zijn eigen poëzie openbaarde dezelfde spanning; hij prees de islam als de beste religie maar kon de stap niet zetten. Het was niet ongeloof dat hem weerhield maar trots.

Hierop zei de Profeet ﷺ:

Bij Allah, ik zal voortdurend om uw vergiffenis vragen totdat het voor mij verboden is om dit te doen.

Hierna openbaarde Allah ﷻ het volgende vers:

مَا كَانَ لِلنَّبِيِّ وَٱلَّذِينَ آمَنُوٓا۟ أَن يَسۡتَغۡفِرُواْ لِلۡمُشۡرِكِينَ وَلَوۡ كَانُوٓاْ أُوْلِي قُرۡبَىٰ مِنۢ بَعۡدِ مَا تَبَيَّنَ لَهُمۡ أَنَّهُمۡ أَصۡحَٰبُ ٱلۡجَحِيمِ

Het past de Profeet en degenen die geloven niet om Allah’s vergiffenis te vragen voor de afgodenaanbidders, zelfs als zij verwanten zijn, nadat het voor hen duidelijk is geworden dat zij de bewoners van het Vuur zijn.

Soera Tawbah 9:113

Ook openbaarde Allah ﷻ:

إِنَّكَ لَا تَهۡدِي مَنۡ أَحۡبَبۡتَ وَلَٰكِنَّ ٱللَّهَ يَهۡدِي مَن يَشَآءُۚ وَهُوَ أَعۡلَمُ بِٱلۡمُهۡتَدِينَ

Waarlijk! Jij leidt niet wie jij liefhebt, maar Allah Leidt wie Hij wil. En Hij kent degenen die geleid zijn het beste.

Soera Al-Qasas 28:56

Abu Talib heeft de da’wah van de Profeet ﷺ vanaf dag één beschermd en zich koste wat het kost, continu zorgen gemaakt om de bescherming van zijn neefje. Al-Abbas bin Abdul-Muttalib ﵁ heeft overgeleverd dat hij tegen de Profeet ﷺ zei:

Je hebt je oom niet van nut kunnen zijn terwijl hij jou beschermde en namens jou boos werd.

De Profeet ﷺ antwoordde:

Hij is in een ondiepe vuur en als het niet aan mij lag dan zou hij op de bodem van het vuur zijn.

Het overlijden van Khadijah ﵂

Slechts twee tot drie maanden na de dood van zijn oom werd de Profeet ﷺ getroffen met een ander groot verlies. De Moeder der Gelovigen, zijn vrouw Khadijah ﵂. Zij overleed tijdens de Ramadan in het 10e jaar van de Profeetschap op 65-jarige leeftijd. Khadijah ﵂ ging 25 jaar door dik en dun met de Profeet ﷺ. Vooral de eerste tien jaar van Profeetschap was zij zijn steun en toeverlaat.

De drie jaar van ontbering in de kloof hadden haar lichaam verzwakt. Na de terugkeer naar Mekka werd zij ziek. De Profeet ﷺ waakte 's nachts aan haar zijde, verzorgde haar en bad voor haar. Hij vertelde haar dat Allah ﷻ haar een paleis had beloofd in het Paradijs, gebouwd van parels, waar geen lawaai noch vermoeidheid zou zijn.

Jibril ﵇ kwam naar de Profeet ﷺ en zei:

“O Boodschapper van Allah, dit is Khadijah die naar u toekomt met een schaal voedsel. Wanneer zij bij u aankomt, geef haar dan de groeten van haar Heer en van mij, en geef haar het goede nieuws van een paleis in het Paradijs van uitgeholde parels, waarin geen lawaai noch vermoeidheid zal zijn.”

(Bukhari 3820)

Er werd geen dodengebed verricht voor Khadijah ﵂ want het was nog niet voorgeschreven.

Terwijl de Profeet ﷺ in diepe rouw was, zei hij eens over haar ﵂:

Toen de mensen niet in mij geloofden, geloofde zij in mij. En zij vertrouwde mij toen de mensen mij niet geloofden. Zij hielp me, stelde me gerust, persoonlijk en financieel, toen de mensen niet bereid waren dit te doen. Allah heeft mij voorzien van kinderen met haar en Hij deed dat niet met anderen.

Jaren later zou 'Aisha ﵂ vertellen hoezeer de liefde van de Profeet ﷺ voor Khadijah ﵂ haar raakte:

“Ik was op geen enkele vrouw zo jaloers als op Khadijah, hoewel zij drie jaar vóór mijn huwelijk met de Profeet ﷺ was overleden. Dit was omdat hij haar zo vaak noemde, en omdat hij wanneer hij een schaap slachtte het vlees verdeelde onder haar vriendinnen.”

(Bukhari 6004)

Het wegvallen van zijn geliefde oom en zijn geliefde vrouw had de da’wah in een nieuwe realiteit geworpen. Abu Talib was zijn schild geweest tegen Quraish, Khadijah ﵂ was zijn anker geweest in de stormen van de openbaring. Zonder hen stond de Profeet ﷺ er nu alleen voor, in een stad die hem haatte, zonder bescherming en zonder troost. Het was in dit diepste duisternis dat Allah ﷻ Zijn dienaar een geschenk zou geven dat de grenzen van de schepping zou overstijgen.