Met de Tweede Eed van Aqaba was de weg naar Medina geopend. De Ansar hadden hun bloed en hun eer verpand aan de bescherming van de Profeet ﷺ. Nu restte de vraag: hoe zou de migratie verlopen, en tegen welke prijs?
De migratie naar Medina ging niet in één keer; er ging een lange periode van voorbereidingen aan vooraf. Er waren twee soorten voorbereidingen: de één gericht op het voorbereiden van degenen die naar Medina zouden migreren, de ander met voorbereidingen in Medina zelf.
Voorbereiden van de Muhajiroen
Hier gingen jaren spirituele training aan vooraf en omvat het meeste dat we tot nu toe behandeld hebben. Migreren naar Medina was geen makkelijke reis. Migreren naar Medina betekende dat alles permanent moest worden achtergelaten; diens thuisland, familie, welvaart en alle dierbare herinneringen in het land van herkomst. De migratie naar Medina was dus een grote opoffering. De situatie in Mekka was niet langer houdbaar, zij konden niet langer vreedzaam samenleven met de Quraish. De Koranverzen welke geopenbaard zijn in Mekka heeft de Metgezellen al voorbereid op een eventuele migratie. Allah zegt:
قُلۡ يَٰعِبَادِ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱتَّقُواْ رَبَّكُمۡۚ لِلَّذِينَ أَحۡسَنُواْ فِي هَٰذِهِ ٱلدُّنۡيَا حَسَنَةٞۗ وَأَرۡضُ ٱللَّهِ وَٰسِعَةٌۗ إِنَّمَا يُوَفَّى ٱلصَّٰبِرُونَ أَجۡرَهُم بِغَيۡرِ حِسَابٖ
O mijn dienaren die geloven, vrees jullie Heer. Voor degenen die het goede doen in deze wereld is er goedheid, en de aarde van Allah is uitgestrekt. Slechts degenen die geduldig zijn (tijdens het vasten, in gehoorzaamheid aan Allah en Zijn beproevingen), zullen hun beloning volledig ontvangen zonder berekening (in maten of eenheden).
Soera Zoemar: 10
Na dat deze ayah werd geopenbaard aan de Profeet ﷺ werd soera Al-Kahf geopenbaard. Deze soera bevat het verhaal van een groep jeugdigen die geloofden in hun Heer en migreerden van hun thuisland naar een grot. Daarna werden andere verzen geopenbaard die expliciet spreken over migratie:
وَٱلَّذِينَ هَاجَرُوا۟ فِى ٱللَّهِ مِنۢ بَعْدِ مَا ظُلِمُوا۟ لَنُبَوِّئَنَّهُمْ فِى ٱلدُّنْيَا حَسَنَةًۭ ۖ وَلَأَجْرُ ٱلْـَٔاخِرَةِ أَكْبَرُ ۚ لَوْ كَانُوا۟ يَعْلَمُونَ ٤١ ٱلَّذِينَ صَبَرُوا۟ وَعَلَىٰ رَبِّهِمْ يَتَوَكَّلُونَ
En voor degenen die voor de Zaak van Allah geëmigreerd zijn nadat zij aan onderdrukking geleden hebben, Wij zullen hen zeker een goede verblijfplaats in deze wereld geven, maar de beloning van het Hiernamaals zal groter zijn, als zij dat maar wisten! (Zij zijn) degenen die geduldig blijven en hun vertrouwen in hun Heer leggen.
Soera An-Nahl 41-42
En tegen het einde van dezelfde soera:
ثُمَّ إِنَّ رَبَّكَ لِلَّذِينَ هَاجَرُواْ مِنۢ بَعۡدِ مَا فُتِنُواْ ثُمَّ جَٰهَدُواْ وَصَبَرُوٓاْ إِنَّ رَبَّكَ مِنۢ بَعۡدِهَا لَغَفُورٞ رَّحِيمٞ
Dan waarlijk! Jullie Heer is voor degenen die emigreerden nadat zij beproefd zijn en daarna hard streefden en vochten en geduldig waren; waarlijk, jullie Heer is daarna Vergevingsgezind, Genadevol.
Soera An-Nahl: 110
Voorbereidingen in Yathrib
Zo slecht de situatie er in Mekka eruit zag, hoe hoopvol de situatie in Medina was. De Profeet ﷺ migreerde niet meteen, het zou meer dan 2 jaar duren voordat hij Mekka uiteindelijk zou verlaten! Hij wachtte totdat hij ﷺ brede steun had in Medina, en dat was ook de reden dat hij Mus’ab ﵁ naar Medina stuurde. Hij ﷺ wachtte tot hij tekenen zag van hun bereidheid en welwillendheid voor de Profeet ﷺ om naar hen te migreren. En zoals we eerder hebben besproken hebben zij hun bereidheid uitgebreid duidelijk gemaakt gedurende de Tweede Eed van Aqaba. De Profeet ﷺ werd niet alleen uitgenodigd om bij hen te komen wonen in Medina, zij waren bereid om daar, in Minaa, te vechten tegen te Quraish. Het enige waar zij op wachtten was de toestemming van de Profeet ﷺ, had hij die gegeven waren zij direct begonnen met de strijd; maar zoals hij ﷺ tegen hen zei was: het bevel nog niet gegeven. Kortom: de Ansaar waren niet alleen bereid om de Profeet ﷺ en de moslims uit Mekka te verwelkomen, zij waren ook bereid om de verantwoordelijkheden te dragen die erbij kwamen kijken.
De eerste groep Muhajiroen
De leiders van de Quraish werden furieus toen zij hoorden over de Tweede Eed van Aqaba. Dit was niet meer dan logisch, gezien de potentiële gevolgen van de eed. En zij uitten hun woede door de vervolging van de Metgezellen ﵃ te intensiveren. De angst die de Quraish voelden was reëel: als de moslims eenmaal een veilige uitvalsbasis hadden in Medina, zouden zij een macht worden die niet langer genegeerd kon worden. Aisha ﵂ beschrijft hoe de Profeet ﷺ zijn Metgezellen ﵃ stap voor stap voorbereidde op het vertrek:
Toen de 70 van Medina de Profeet ﷺ verlieten was hij ﷺ verheugd, daar Allah ﷻ hem ﷺ hiermee had voorzien van bescherming van een volk van oorlog en de bereidheid om voor de Profeet ﷺ te vechten hem te verdedigen en moed. De veelgodenaanbidders vielen de moslims nog heviger aan toen zij leerden van zij aankomende vertrek uit Mekka. Zij onderdrukten de Metgezellen ﵃ hevig en mishandelden hen onredelijk. Zij deden dit op een manier zoals zij nog nooit eerder gedaan hadden, in termen van hoe zij hen uitscholden en pijn deden.
De toenemende vervolging dreef de Metgezellen ﵃ tot een keerpunt. Velen van hen konden de situatie niet langer verdragen en wendden zich tot de Profeet ﷺ met een dringend verzoek.
De Metgezellen ﵃ van de Boodschapper van Allah ﷺ klaagden hierover bij hem en vroegen hem om toestemming om te migreren. Hij zei ﷺ: Er is mij een plaats getoond naar waar jullie zullen migreren. Ik zag een sabkhah (ziltig land met weinig vegetatie), vol dadelpalmen tussen labitain (twee gebieden vol met vulkanische rotsen). En als al-saraat een land was van dadelpalemen en sibkaah (meervoud van sabkhak) dan zou ik zeggen dat, dat het land zou zijn waar jullie naar zouden migreren. Hij ﷺ verbleef waar hij was voor een aantal dagen waarna hij naar zijn Metgezellen ﵃ ging. Hij zei ﷺ: ik ben geïnformeerd over de plaats waar jullie naar zullen migreren; het is Yathrib. Wie ook maar Mekka wilt verlaten, laat hem dan gaan.
Met deze woorden was het sein gegeven. Wat volgde was een stille, gecoördineerde uittocht, geen openlijke mars, maar een reeks heimelijke vertrekken onder dekking van de nacht.
De mensen begonnen te vertrekken, zij coördineerde hun vertrek, ze steunden elkaar en vertrokken. Ze hielden hun vertrek strikt geheim. De eerste Metgezel die arriveerde in Medina was Abu Salama Ibn 'Abdul-Asad ﵁; daarna kwam Aamir ibn Rabi’ah ﵁, en met hem zijn vrouw Layla bint Abi Hatma ﵂. Daarna arriveerde de ene groep na de ander, zij verbleven in de huizen van de Ansaar. De Ansaar zorgden voor onderdak, onderhielden hen en steunden hen. Voor de komst van de Profeet ﷺ leidde Saalim ﵁ de Muhajiroen in gebed in Qoeba. Toen de moslims begonnen aan hun migratie naar Medina werden de Quraish woedend op hen. Een groep van de Ansaar die de Tweede Eed hadden afgelegd keerden terug naar Medina, maar toen, toen de eerste persoon vertrok naar Qoeba, gingen de Ansaar naar de Profeet ﷺ in Mekka zodat zij hun Metgezellen konden begeleiden gedurende hun migratie. Zij waren daarom de Muhajiroen van de Ansaar. Het ging om: Dhakwaan ibn 'Abd Qais ﵁, 'Uqbah ibn Wahb ibn Khaldah ﵁, Al-'Abbaas ibn 'Ubaadah ibn Nadlah ﵁ en Ziyaad ibn Lubaid ﵁. Bijna alle moslims van Mekka gingen naar Medina, de enige die achterbleven waren de Boodschapper van Allah ﷺ, Abu Bakr ﵁, 'Ali ﵁ degene die vervolgd werden, degene die ziek waren en degene die te zwak waren om te vertrekken.
De maatregelen van de Quraish tegen de Muhajiroen
Het leiderschap van de Quraish deden alles wat in hun macht lag om te voorkomen dat de moslims Mekka konden verlaten. Noch stonden zij de moslims toe hun religie te praktiseren. Dit zijn een aantal van de tactieken die zij toepasten om te voorkomen dat de moslims naar Medina zouden emigreren:
Het verdelen van families
De maatregelen van de Quraish troffen niet alleen de mannen. De wreedheden waren even genadeloos jegens de vrouwen en kinderen.
De Moeder der Gelovigen Umm Salama Hind bint Abu Umayyah ﵂ legt in de volgende overlevering haar eigen tragische ervaring uit toen zij emigreerde naar Medina. Haar getuigenis is een van de meest aangrijpende verslagen uit de vroege islamitische geschiedenis, een verhaal van een jong gezin dat letterlijk uit elkaar werd gerukt.
Vertrek en scheiding
Toen Abu Salama besloot om naar Madina te gaan zette prepareerde hij een zadel (en voorzieningen) op zijn kameel voor mij en zette mij erop. Hij zette mijn zoon Salama ibn Abu Salama op mijn schoot. Hij stuurde de kameel en we vertrokken. Toen mannen van de clan Banu Al-Mughiera ibn Abdullah ibn 'Oemar ibn Makhzoem (de clan van Umm Salama) hem zagen, spraken ze hem aan en zeiden: Jij gelooft in Islam ondanks dat we je ervan probeerde te weerhouden, maar hoe zit het met deze vrouwelijke familielid van ons? Waarom zouden wij jou haar laten meenemen naar een ander land? Ze trokken de teugels uit zijn hand en namen mij van hem weg. Dit maakte Banu Abdul-Asad, de familie van Abu Salama woedend en ze zeiden: Nee, bij Allah als jullie haar weghalen van ons familielid, laten we onze zoon (Salama) bij haar. Mannen van beide stammen begonnen aan de armen van mijn zoon, Salama te trekken totdat zij, zijn hand eraf trokken. Banu Abdul-Asad gingen toen met hem weg terwijl de clan van Al-Mughiera mij gevangen hielden, terwijl mijn man Abu Salama naar Medina ging. Mijn man, mijn zoon en ik waren dus gescheiden van elkaar.
Drie leden van hetzelfde gezin, ieder in handen van een andere partij. Abu Salama ﵁ vertrok alleen naar Medina, de kleine Salama werd meegenomen door de clan van zijn vader, en Umm Salama ﵂ bleef achter als gevangene van haar eigen familie.
Het jaar van tranen
Iedere ochtend ging ik naar Al-Abtah (een plek tussen Mekka en Mina) en ik zat daar en huilde tot de avond. Ik bleef dit ongeveer een jaar lang doen.
Dag na dag, maand na maand, keerde zij terug naar dezelfde plek, wachtend, huilend, hopend op verandering. Bijna een vol jaar ging voorbij voordat het hart van één man zich eindelijk liet vermurwen.
De hereniging
Totdat, op een dag, een man van de Banu Al-Mughier clan, voorbij liep, mij zag en medelijden had. Hij zei tegen zijn clan: “zullen jullie deze arme vrouw geen toestemming geven om te vertrekken. Jullie hebben haar gescheiden van haar man en zoon!” Dus zeiden ze tegen me: Ga naar jouw man als jij wilt.
Met de toestemming om te vertrekken was het eerste obstakel overwonnen, maar haar zoon was nog steeds in handen van Banu Abdul-Asad. Pas na verdere onderhandelingen stemden ook zij erin toe de kleine Salama aan zijn moeder terug te geven.
Na deze gebeurtenis gaven Banu Abdul-Asad mijn zoon terug. Ik zadelde en besteeg mijn kameel. Ik nam mijn zoon en nam hem op schoot. Toen vertrok ik naar Medina en ik had niemand bij me. Ik zei: Ik zal gaan met wie dan ook ik vind, totdat ik mijn man bereik.
De reis met Uthmaan ibn Talhah
Een vrouw, alleen met een klein kind, op een kameel in de woestijn, het was een uiterst kwetsbare situatie. Maar bij At-Tan’iem, nog aan de rand van Mekka, greep het lot in op een onverwachte manier.
Toen ik bij at-Tan’iem kwam, kwam ik 'Uthmaan ibn Talhah ibn Abi Talhah (toen nog een veelgodenaanbidder) tegen. Hij vroeg me: Waar ga jij naartoe, O dochter van Abu Umayyah? Ik zei, ik wil naar mijn echtgenoot in Medina. Hij zei: Is er iemand bij je? Ik zei: Nee, bij Allah, niemand behalve Allah en mijn jonge zoon. Hij zei: Dan kan ik jullie niet verlaten. Hij nam de teugels en vertrok met mij.
Wat volgde was een reis die Umm Salama ﵂ nooit zou vergeten, niet vanwege de ontberingen, maar vanwege de onberispelijke eer van haar begeleider.
Bij Allah ik ben nog nooit in de gezelschap geweest van een Arabier die eervoller is dan hij. Wanneer wij een rustplaats bereikte liet hij de kameel knielen en ging hij op afstand staan (dusdanig zodat hij niet kon zien hoe ik van de kameel afstapte). Als ik was afgestapt nam hij de kameel, loste hij de baggage, bond hij de kameel vast en ging hij ergens verderop onder een boom rusten. Wanneer het tijd was om te vertrekken ging hij naar mijn kameel om het te zadelen en te beladen met mijn baggage om hem vervolgens naar mij te sturen. Hij ging weer op afstand staan en zei toen dat ik mijn kameel kon bestijgen. Nadat ik erop zat pakte hij de kameel bij de teugels en stuurde hij het tot de volgende rustplaats. Dit bleef hij doen totdat hij mij naar Medina had begeleid. Toen hij het stadje van Banu 'Amr ibn 'Awf zag bij Qoeba zei hij: jouw echtgenoot is in dit stadje, en voorwaar het was waar Abu Salama ﵁ verbleef. Hij zei: betreed het met de zegen van Allah waarna hij weer terugkeerde naar Mekka. Bij Allah ik ken geen moslim huishouden die werden beproeft met hetgeen waar de familie van Abu Salama werd beproefd en ik heb niet eerder een metgezel gezien die zo eerbaar en nobel was dan Uthman ibn Talhah.
Dit is slechts één voorbeeld van hoe de Quraish gebruik maakten van wrede en inhumane tactieken om hun doelen te bereiken. Het verhaal van Umm Salama ﵂ toont echter ook iets anders: dat edelmoedigheid en menselijkheid niet gebonden waren aan geloof alleen. Uthmaan ibn Talhah, op dat moment nog een veelgodenaanbidder, toonde een ridderlijkheid die zelfs de Moeder der Gelovigen diep ontroerde.
Kidnapping
Naast het verdelen van families greep de Quraish naar nog brutalere middelen.
Het leeuwendeel van de inspanningen van de Quraish waren gericht op het voorkomen dat moslims konden vertrekken naar Medina. Maar, in principe, wanneer een moslims erin slaagde om Medina te bereiken dan werd hij over het algemeen met rust gelaten omdat hij praktisch gezien aan hun greep was ontsnapt. Echter, was dit niet altijd het geval. In minstens één geval werd een moslim, nadat hij was in Medina arriveerde, teruggebracht naar Mekka. Umar ibn Al-Khattab ﵁ spreekt hierover in de volgende overlevering, een getuigenis die laat zien hoe ver de Quraish bereid waren te gaan, zelfs voorbij de grenzen van Mekka.
Het plan om samen te migreren
Toen 'Ayyaash ibn Abi Rabi’ah ﵁, Hishaam ibn Al-'Aas ibn Wa’il as-Sahmi en ikzelf de intentie hadden om naar Medina te migreren. Maakte ik een afspraak met hen om hen te ontmoeten bij de bomen van Adaat (ongeveer 12 km van Mekka), welke behoorde tot Banu Ghaffaar welke uitkijkt over de Sarif (een vallei). We zeiden "Wie dan ook van ons er niet is in de ochten dan betekent dat dat hij verhinderd is om te komen, dus laat de overigen twee gaan (om te migreren). In de ochten waren Ayyaash ibn Abu Rabie’ah en ik bij de bomen en Hisham was verhinderd. Hij werd vervolgd en bezweek. Toen we arriveerden in Medina verbleven we bij de 'Amr ibn 'Awf clan in Qoeba.
Umar ﵁ en Ayyaash ﵁ bereikten Medina veilig, maar de Quraish waren niet van plan om Ayyaash ﵁ zomaar te laten gaan. Abu Jahl, altijd de meest meedogenloze onder de leiders van de Quraish, bedacht een list die inspeelde op de zwakste plek van elke zoon: de liefde voor zijn moeder.
De list van Abu Jahl
Maar Abu Jahl ibn Hishaam en Al-Haarith ibn Hishaam, waren op jacht gegaan naar Ayaash ibn Abu Rabie’ah ﵁ en hij was een neef van hun vaderskant en half-broer van hun moederskant. Toen zij Medina bereikten en de Profeet ﷺ nog steeds in Mekka was spraken zei Ayyaash toe en zeiden: Waarlijk jouw moeder heeft gezworen haar haar niet te kammen totdat ze jou ziet en geen schaduw te zoeken van de zon totdat ze jouw ziet.
De waarschuwing van Umar
Umar ﵁ doorzag het bedrog onmiddellijk. Wat volgde was een indringend gesprek tussen twee Metgezellen, de één gedreven door helderheid, de ander verscheurd tussen verstand en zoonliefde.
Hij ﵁ had medelijden met haar dus ik zei tegen hem, "O Ayyaash, bij Allah zjouw mensen proberen je enkel te verleiden om je religie te verlaten dus wees voorzichtig met hen. Bij Allah als luizen jouw moeder schade zouden toebrengen zou ze haar haar kammen, en als de hitte van Mekka te hevig voor haar zouden worden dan zou zij schaduw zoeken. Ayyaash zei: Ik zal de gelofte van mijn moeder volbrengen en ik heb hoe daarnaast welvaar wel ik zal meebrengen. Ik zei: bij Allah je weet dat ik een van de meest welvarende mensen van Quraish ben. Ga niet met hen en ik zal jou de helft van mijn welvaart geven. Maar hij weigerde en stond erop met hen mee te gaan. Toen ik zag dat hij er op stond zei ik tegen hem: Als je moet doen wat je moet doen, neem dan op zijn minst deze kameel van mij. Blijf standvastig op haar rug en als je achterdochtig over hen wordt gebruik het dan om jezelf te redden.
Ondanks alle waarschuwingen vertrok Ayyaash ﵁ met zijn neven. De snelle kameel van Umar was zijn laatste bescherming, maar zelfs die zou niet genoeg blijken.
De hinderlaag en gevangenneming
Hij vertrok toen terwijl hij op haar reed. Toen zij onderweg waren zei Abu Jahl tegen hem: O mijn broer, bij Allah de rug van mijn kameel is hard en ruw. Zal jij mij niet dragen achter jou op deze kameel van jou. Ayyaash zei: Zeker. Ze lieten hun kamelen op hetzelfde moment knielen zodat Abu Jahl van kameel kon wisselen. Toen zij op de grond stonden, overmeesterde en bonden Abu Jahl en Haarith hem vast. Ze brachten hem naar Mekka en stelden hem terecht en hij bezweek. Wij zeiden in Medina: Allah zal de verplichte noch vrijwillige daden noch het berouw van degene die bezweken accepteren. Zij zijn een volk die Allah kende maar terugkeerde naar ongeloof toen zij beproefd werden met een calamiteit. En zij (degene die terecht werden gesteld) zeiden hetzelfde tegen henzelf. Toen de Profeet ﷺ arriveerde in Medina openbaarde Allah ﷻ de volgende verzen met betrekking tot deze mensen en met betrekking tot wat zij tegen zichzelf zeiden:
قُلۡ يَٰعِبَادِيَ ٱلَّذِينَ أَسۡرَفُواْ عَلَىٰٓ أَنفُسِهِمۡ لَا تَقۡنَطُواْ مِن رَّحۡمَةِ ٱللَّهِۚ إِنَّ ٱللَّهَ يَغۡفِرُ ٱلذُّنُوبَ جَمِيعًاۚ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلۡغَفُورُ ٱلرَّحِيمُ وَأَنِيبُوٓاْ إِلَىٰ رَبِّكُمۡ وَأَسۡلِمُواْ لَهُۥ مِن قَبۡلِ أَن يَأۡتِيَكُمُ ٱلۡعَذَابُ ثُمَّ لَا تُنصَرُونَ وَٱتَّبِعُوٓا۟ أَحْسَنَ مَآ أُنزِلَ إِلَيْكُم مِّن رَّبِّكُم مِّن قَبْلِ أَن يَأْتِيَكُمُ ٱلْعَذَابُ بَغْتَةًۭ وَأَنتُمْ لَا تَشْعُرُونَ
Zeg: "O Mijn dienaren die buitensporig zijn tegenover zichzelf, wanhoop niet aan de Genade van Allah (aangaande Zijn vergiffenis en toelating tot het Paradijs), waarlijk Allah vergeeft alle zonden. Waarlijk, Hij is de Vergevingsgezinde, de Barmhartige. Maar keer in berouw en in gehoorzaamheid, met een waar geloof tot jullie Heer en onderwerp je aan Hem, voordat de bestraffing over jullie komt waarna jullie niet geholpen worden. En volg op de beste wijze wat aan jullie is neergezonden van jullie Heer, voordat de bestraffing plotseling tot jullie komt, terwijl jullie het niet beseffen."
Soera Az-Zumar 53-55
Het antwoord vanuit de hemel was er één van hoop en vergeving. Umar ﵁ aarzelde geen moment om dit bericht door te geven aan zijn gevallen broeders.
Met mijn eigen handen schreef ik deze verzen op een rol, en ik stuurde deze rol naar Hishaam ibn al-'Aas ﵁. Hishaam ﵁ zei: Toen de rol mij bereikte begon ik het te lezen bij Dhu Tuwaa (een vallei in Mekka) maar ik begreep de betekenis van de verzen niet. Dus zei ik tegen Allah: “O Allah laat mij het begrijpen. Allah wierp het begrip in mijn hart, dat het inderdaad geopenbaard was voor ons, omwille wat we tegen onszelf zeiden en omwille van wat er over ons werd gezegd. Ik keerde terug naar mijn kameel, zat erop en slaagde erin om bij de Profeet ﷺ te komen die inmiddels in Medina was gearriveerd.”
Gevangennemen
De Quraish paste dit meer toe dan de andere twee voorgaande tactieken. Wanneer de Quraish iemand te pakken kregen die probeerde te migreren naar Medina dan werd hij gevangengezet in één van hun huizen, met hun armen en benen geketend zodat zij niet konden ontsnappen. In sommige gevallen zouden zij een moslim gevangen houden in een huis zonder dak, een uitermate wrede vorm van marteling waar zowel Ayyaash ﵁ en Hisham ibn Al-'Aas werden onderworpen. Zij werden niet alleen geconfronteerd met urenlange eenzamen opsluiting, maar werden ook gedwongen om urenlang onder de directe hitte van de zon te zitten, zonder schaduw, op een van de heetste plekken ter wereld.
Ze hadden twee doelen in gedachten met betrekking tot deze strategie:
- Voorkomen dat moslims zouden migreren naar Medina
- Een voorbeeld stellen aan iedereen die het in zijn hoofd haalde om te durven migreren. Ze wilden de moslims hiermee ontmoedigen.
Maar zelfs deze wrede strategie kon de moslims er niet van weerhouden om te migreren en uiteindelijk lukte het een aantal van de moslims die gevangen werden genomen te ontsnappen, waaronder ook Ayaash ﵁ en Hishaam ﵁.
Nadat hij ﷺ migreerde naar Medina deed de Profeet ﷺ een speciale smeekbede voor de zwakkere moslims die noodgedwongen moesten achterblijven in Mekka. In een overlevering van Abu Huraira verteld hij:
Wanneer de Profeet ﷺ zijn hoofd hief van ruku’ in de laatste rak’a in het gebed, zei hij ﷺ: O Allah, redt Ayyaash ibn Abi Rabi’a; o Allah redt Salama ibn Hishaam, O Allah red Al Waleed ibn Al Waleed; O Allah redt de zwakke gelovigen. O Allah intensiveer Uw bestaffing op Mudar; O Allah confronteer hen met jaren van droogte zoals de jaren van droogte van Yusuf.
De moslims gaven niet op toen 'Ayyaash ﵁ werd ontvoerd; integendeel de Boodschapper van Allah ﷺ stuurde één van zijn Metgezellen ﵃ om 'Ayyaash ﵁ te bevrijden. Deze Metgezel ﵁ ging naar Mekka en toonde vindingrijkheid en intelligentie en wist daarmee het huis waar 'Ayyaash ﵁ en Hishaam ﵁ waren opgesloten te bereiken en bevrijdde hen. Hij ﵁ slaagde uiteindelijk in zijn missie door hen veilig mee terug te nemen naar Medina.
Het afpakken van rijkdom
Maar zelfs wanneer het een moslim lukte om fysiek te ontsnappen, probeerde de Quraish alsnog alles af te pakken wat zij konden.
Wanneer een Metgezel ﵁ van de Profeet ﷺ Mekka verliet riskeerde hij zijn welzijn, al dan niet zijn leven. Onder zulke omstandigheden was er weinig tijd of gelegenheid om diens welvaart te verzamelen en mee te nemen. Uiteindelijk eigende zij alle welvaart toe, die de moslims hadden achtergelaten. Suhaib ibn Sinaan Namari ﵁ maakte verloor al zijn welvaart maar op een iets andere manier. Waarbij hij zijn sterke imaan in Allah ﷻ en toewijding aan de kwestie van Islam liet zien.
Suhaib ﵁ was geen inheemse bewoner van Mekka. Oorspronkelijk behoorde hij tot de stam van An-Namar ibn Qaasit. Toen de Romeinen Suhaibs stam aanvielen namen zij Suhaib ﵁ gevangen, die toendertijd nog een kleine jongen was. Hij leerde hun taal en terwijl hij opgroeide werd hij meerde malen gekocht en verkocht totdat hij uiteindelijk terecht kwam bij 'Abdullah ibn Jud’aan; een van de leiders van Mekka. Suhaib ﵁ was zo geliefd bij hem dat hij hem uiteindelijk vrij liet. Hij was echter wel gebonden aan Jud’aan waardoor hij niet de status genoot van een inheemse Mekkaanse bewoner. Desondanks maakte Suhaib ﵁ het beste van zijn situatie en werd hij een succesvolle, zeer welvarende zakenman; zelfs volgens de standaarden van de Quraishietische edelen.
Toen Suhaib ﵁ wilde vertrekken werden de Quraishietische edelen kwaad om het feit dat een buitenlander die opkwam van onder hun rangen op het idee kwam om hen te verlaten en zijn welvaart met hem mee te nemen. Wat volgde was een onderhandeling die het wezen van Suhaib ﵁ blootlegde, een man die begreep dat geloof meer waard was dan welke rijkdom ook.
De Mekkanen: “Jij kwam hier arm en onbeduidend. Daarna verbleef je met ons, jouw welvaart vermeerderde en bereikte het hoge aantal die het bereikte. Daarna besluit jij met jouw welvaart te vertrekken. Bij Allah dat zal niet gebeuren.”
Suhaib ﵁: “Stel dat ik mijn welvaart bij jullie zou laten, zullen jullie dan opzij gaan en mij laten gaan?”
De Mekkanen: “Ja.”
Hij gaf hen zijn volledige welvaart en nieuws hiervan bereikte de Profeet die vervolgens zei:
Suhaib heeft geprofiteerd, Suhaib heeft geprofiteerd!
Ikrimah ﵁ leverde een iets andere overlevering over met iets meer details en context. Hij overleverde dat toen Suhaib ﵁ op weg was naar Medina, de Mekkanen hem achtervolgden. Toen zij op het punt stonden om hem te grijpen, nam hij zijn pijlkoker en haalde hij er 40 pijlen uit. Hij ﵁ zei toen:
Jullie zullen mij niet bereiken totdat ieder van jullie een pijl in zich krijgt (hij stond bekend om zijn boogschietkunst) en daarna zal ik mij berusten op mijn zwaard. Voorwaar, jullie weten dat ik twee Qainahs (een grote som geld) heb achtergelaten. Jullie mogen deze hebben zolang jullie mij niet achtervolgen.
Ikrimah ﵁ zei dat het volgende vers werd geopenbaard aan de Profeet ﷺ:
وَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يَشْرِى نَفْسَهُ ٱبْتِغَآءَ مَرْضَاتِ ٱللَّهِ ۗ وَٱللَّهُ رَءُوفٌۢ بِٱلْعِبَادِ
En er is er een onder de mensen die zichzelf verkoopt, om de tevredenheid van Allah te zoeken. En Allah is Meest Genadig voor de dienaren.
Soera Baqara 207
Toen de Profeet ﷺ hem zag zei hij:
Abu Yahya (Suhaib) heeft geprofiteerd van de transactie.
Hij reciteerde toen het vers.
