InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

De Eed van Bloed en Trouw
Siera van de Profeet ﷺDe Mekka Periode

De Eed van Bloed en Trouw

Het werk van Mus’ab ibn 'Umair ﵁ in Medina had vruchten afgeworpen die niemand had durven dromen. In minder dan een jaar had deze eenzame gezant van de Profeet ﷺ de boodschap van Islam verspreid naar het merendeel van de huizen in de stad. Stamhoofden die elkaar generaties lang hadden bestreden, zaten nu naast elkaar in het gebed. Waar de Eerste Eed van Aqaba twaalf mannen had samengebracht, stonden er nu meer dan zeventig gelovigen klaar om een verbond te sluiten dat de loop van de geschiedenis zou veranderen. Geen diplomatieke onderhandeling, geen handelsovereenkomst, geen stammenalliantie. Dit was iets dat de Arabieren nog nooit hadden meegemaakt: een eed van geloof, bescherming en opoffering, gesloten in het holst van de nacht.

De Reis naar Mina

Het was het dertiende jaar van het Profeetschap. De vervolging in Mekka had haar tol geeist, maar vanuit Medina kwam een stroom van hoop. Mus’ab ﵁ had bericht gestuurd: de mensen waren gereed.

Jabir ibn Abdullah ﵁ verhaalde later over het vertrek uit Medina:

Wij, de moslims van Medina, zeiden tegen elkaar: “Hoe lang laten we de Profeet ﷺ verdreven worden in de bergen van Mekka? Hoe lang laten we hem daar in angst verkeren?”

Met die woorden vertrokken drieenzeventig mannen en twee vrouwen richting Mekka, gemengd tussen de grotere karavaan van pelgrims die op weg waren naar de Hajj. Zij hielden hun werkelijke intentie strikt geheim. Voor de buitenwereld waren het gewone bedevaartgangers uit Yathrib. Niemand mocht weten dat zij op weg waren naar een ontmoeting die het lot van de gehele Arabische wereld zou bepalen.

Onder hen bevonden zich twee opmerkelijke vrouwen. Nusaybah bint Ka’ab ﵂ was een vrouw wier moed later legendarisch zou worden bij de Slag bij Uhud, waar zij gewond raakte terwijl zij de Profeet ﷺ met haar eigen lichaam beschermde. De tweede was Asmaa bint 'Amr ﵂. Dat deze twee vrouwen deelnamen aan een militaire eed zegt alles over de aard van deze gemeenschap. Dit was geen mannenverbond. Dit was een verbond van gelovigen.

De Nachtelijke Ontmoeting

Ka’ab ibn Maalik al-Ansaari ﵁, een van de drieenzeventig die de eed aflegde, beschreef later hoe de ontmoeting verliep:

Wij verlieten Medina en toen we aankwamen maakten we een afspraak met de Profeet ﷺ bij Al-Aqaba gedurende de dagen van Tashrieq. Wij hielden dit geheim voor de veelgodenaanbidders die met ons mee kwamen.

Op de afgesproken nacht sliepen zij in hun kamp met hun reisgenoten, alsof er niets bijzonders aan de hand was. Toen een derde van de nacht was verstreken en de duisternis op zijn diepst was, begonnen zij een voor een hun slaapplaatsen te verlaten. Zij bewogen zich in paren, stilletjes, als schaduwen tussen de tenten. Elke voetstap moest geruisloos zijn. Elke fluistering kon verraad betekenen.

De ontmoetingsplaats was een smalle bergpas bij Al-Aqaba, vlakbij Mina. Een voor een arriveerden de moslims uit Medina, totdat alle drieenzeventig mannen en twee vrouwen verzameld waren in de nauwe kloof. De spanning was voelbaar. Wat zij hier kwamen doen was niet slechts een belofte afleggen. Het was een oorlogsverklaring aan de machtigste stam van Arabie.

De Toespraak van Al-Abbaas

De Profeet ﷺ kwam niet alleen. Naast hem liep zijn oom Al-Abbaas ibn Abdul-Muttalib ﵁, een man die de Islam nog niet had omarmd maar wiens liefde voor zijn neef onwankelbaar was. Al-Abbaas sprak als eerste. Zijn woorden waren niet die van een gelovige, maar van een beschermheer die de werkelijkheid van stammenoorlogen kende.

Al-Abbaas ibn Abdul-Muttalib ﵁: O mensen van de Khazraj. Jullie weten welke positie Mohammed ﷺ bij ons inneemt. Wij hebben hem beschermd tegen zijn eigen volk. Hij leeft in eer en veiligheid onder zijn eigen mensen. Maar hij staat erop zich bij jullie te voegen. Als jullie kunnen nakomen wat jullie hem beloven en hem kunnen beschermen tegen zijn tegenstanders, draag dan die verantwoordelijkheid. Maar als jullie denken dat jullie hem zullen uitleveren en in de steek laten nadat hij naar jullie is gekomen, laat hem dan nu, want hij is veilig waar hij is.

De woorden van Al-Abbaas waren helder en ontnuchterend. Hij sprak niet over geloof of paradijs. Hij sprak over bloed en consequenties. Bescherming bieden aan Mohammed ﷺ betekende oorlog met de Quraish. En oorlog met de Quraish betekende oorlog met heel Arabie.

De Voorwaarden van de Eed

Na de woorden van Al-Abbaas richtten de Ansaar zich tot de Profeet ﷺ zelf. Hij ﷺ begon met het reciteren van de Koran en riep hen op tot Allah ﷻ. Toen legde hij de voorwaarden vast.

De Ansaar: O Boodschapper van Allah ﷺ, spreek. Op welke voorwaarden zullen wij de eed afleggen?

Profeet ﷺ: Beloof dat jullie zullen luisteren en gehoorzamen, zowel in activiteit als in rust. Dat jullie zullen uitgeven voor de zaak van Islam, zowel in armoede als in rijkdom. Dat jullie het goede zullen gebieden en het slechte zullen verbieden. Dat jullie zullen spreken voor de zaak van Allah ﷻ zonder vrees voor de schuld van een beschuldiger. En dat jullie mij zullen ondersteunen en beschermen wanneer ik tot jullie kom, op dezelfde manier zoals jullie jezelf, jullie vrouwen en jullie kinderen beschermen. Als jullie deze voorwaarden nakomen, dan zullen jullie het Paradijs krijgen.

De Profeet ﷺ vroeg niet om gastvrijheid of een tijdelijke haven. Hij vroeg om totale toewijding. Luisteren en gehoorzamen, in goede en in slechte tijden. Uitgeven voor de zaak, zelfs wanneer je zelf niets hebt. Spreken voor de waarheid, ook wanneer dat je alles kan kosten. In tegenstelling tot de Eerste Eed van Aqaba, die een vredige belofte was geweest, was dit een eed van oorlog. Ubaadah ibn as-Saamit ﵁ noemde het later ook precies zo: de Eed van Oorlog.

De Bloedeed

Al-Baraa ibn Ma’rur ﵁ was de eerste die naar voren stapte. Hij greep de hand van de Profeet ﷺ en sprak.

Al-Baraa ibn Ma’rur ﵁: Ja! Bij Degene die jou met de waarheid heeft gezonden, wij zullen jou beschermen tegen hetgeen waar wij onze vrouwen en kinderen tegen beschermen. Neem onze eed af, o Boodschapper van Allah ﷺ. Bij Allah, wij zijn mensen van oorlog en mensen van wapens. Wij hebben deze eigenschappen geerfd, de ene nobele generatie van de andere.

Nog voordat Al-Baraa ﵁ was uitgesproken, onderbrak Abul-Haitham ibn At-Tayyihaan ﵁ hem. Niet uit onbeleefdheid, maar uit eerlijkheid. Er was iets dat gezegd moest worden voordat de eed definitief werd.

Abul-Haitham ibn At-Tayyihaan ﵁: O Boodschapper van Allah ﷺ, er zijn betrekkingen tussen ons en de joden van Medina en wij staan op het punt deze te verbreken door u te volgen. Als wij dit doen, en wanneer Allah ﷻ u laat zegevieren, keert u dan terug naar uw eigen mensen en verlaat u ons?

Het was een vraag van pijnlijke eerlijkheid. De joodse stammen van Medina waren machtige bondgenoten. Die banden verbreken voor een vluchteling uit Mekka was een enorm risico.

De Profeet ﷺ glimlachte en gaf een antwoord dat elke twijfel wegnam.

Profeet ﷺ: Bloed is bloed, en vernietiging is vernietiging. Ik ben van jullie en jullie zijn van mij. Ik zal oorlogvoeren tegen degenen waar jullie oorlog tegen voeren en ik zal vrede stichten met degenen waar jullie vrede mee stichten.

Met deze woorden bond de Profeet ﷺ zijn lot onherroepelijk aan dat van de Ansaar. Geen tijdelijke alliantie, geen voorwaardelijk verbond, geen diplomatiek compromis. Bloed is bloed. Zijn vijanden waren hun vijanden. Hun strijd was zijn strijd.

De Twaalf Naqibs

Nadat de eed was afgelegd, gaf de Profeet ﷺ een laatste opdracht.

Profeet ﷺ: Kies uit jullie midden twaalf vertegenwoordigers, die verantwoordelijk zullen zijn voor hun mensen.

De Ansaar kozen negen leiders van de Khazraj en drie van de Aws, twaalf naqibs in totaal. Elk van hen zou de verantwoordelijkheid dragen voor zijn eigen clan, als een borg tegenover de Profeet ﷺ. De Profeet ﷺ vergeleek hun rol met die van de discipelen van Isa ﵇ die als garanten voor hun volk dienden.

De Ontdekking

Nauwelijks was de eed afgelegd of er klonk een schreeuw vanuit de richting van het Quraish-kamp. Iemand riep luid dat er een samenzwering gaande was. De Profeet ﷺ handelde onmiddellijk.

Profeet ﷺ: Keer terug naar jullie kamp. Nu.

De Ansaar gehoorzaamden en verdwenen even snel als zij gekomen waren, terug de duisternis in. De volgende ochtend verschenen de leiders van de Quraish bij de Medinese delegatie. Zij waren woedend en eisten antwoorden. Maar de niet-moslims uit Medina die als pelgrims waren meegekomen wisten werkelijk van niets. Hun verbazing en ontkenning waren oprecht, en de Quraish konden niets bewijzen.

Toch bleven de Quraish achterdochtig. Zij voelden dat er een verbond was gesloten dat hun macht bedreigde. En zij hadden gelijk. Terwijl de Ansaar vertrokken richting Medina, begon de klok te tikken. De Hijra was nu nog slechts een kwestie van tijd.

De Betekenis van deze Nacht

Wat er die nacht in de bergpas van Al-Aqaba gebeurde, was meer dan een verdrag tussen stammen. Het was het moment waarop Islam voor het eerst een thuis kreeg. Dertien jaar lang had de Profeet ﷺ gepredikt in Mekka, dertien jaar lang was hij vervolgd en geboycot. Maar tot die nacht had de moslimgemeenschap geen land, geen leger, geen staat.

Na de Tweede Eed van Aqaba had zij dat alles. Een stad die haar poorten opende. Stammen die bereid waren te vechten en te sterven. Leiders die hun nek uitstaken in het volle besef van de consequenties. Alles wat zou volgen, de Hijra, de gemeenschap in Medina, de veldslagen, de uiteindelijke terugkeer naar Mekka, het stroomde voort uit die ene nachtelijke ontmoeting waar drieenzeventig mannen en twee vrouwen hun hand legden in de hand van de Profeet ﷺ en zwoeren hem te beschermen met hun leven.