InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

De kennismaking met Islam
Islam in West-AfrikaDe komst van Islam en vroege islamisering

De kennismaking met Islam

De Kennismaking met Islam

Geen veroveringsleger. Geen missionaris met vaandel. Islam kwam West-Afrika binnen op de rug van een kameel, in een zadeltas naast een zak zout.

Een Beeld Dat Niet Klopt

Hoe heeft Islam West-Afrika bereikt? Veel mensen denken aan ruiters met vaandels, aan een leger dat over de Sahara trekt en aan een sultan die een stad belegert en de bevolking voor de keuze stelt, en dat beeld klopt voor delen van de Maghreb, voor Andalusië en voor delen van Centraal-Azië, maar voor West-Afrika klopt het niet. De eerste kennismaking met Islam in het gebied dat wij nu West-Afrika noemen begon met handel, met elkaar in gesprek gaan en met gastvrijheid, en men moet zich een groep mannen voorstellen die stopten bij een waterput en in de schaduw van een boom hun salat verrichtten terwijl Soninke boeren toekeken. Het ging over een wereldreligie die via kleine mensen, bijna ongemerkt, een enorm continent binnenschoof. Rond 750 is dit proces al in gang, want al in de achtste eeuw staan er moslimhandelaren in Awdaghust en in andere oasesteden aan de rand van de Sahel, en zij komen niet als gezanten van een kalief, maar als koopmannen.

De Weg Die Al Bestond

Om te begrijpen hoe Islam West-Afrika binnenkomt, moet eerst de weg begrepen worden. De Sahara werd al eeuwen doorkruist voordat de Profeet ﷺ geboren werd, want Amazigh karavanen reisden onder de Romeinen en lang daarvoor, en zout, goud en slaven gingen al heen en weer voordat ook maar één Arabier iets van West-Afrika wist. Wat veranderde in de 8e eeuw was niet het ontstaan van de route, maar de identiteit van de kooplieden die haar gebruikten. Na de Islamitische openingen van Noord-Afrika in de tweede helft van de 7e eeuw en het begin van de 8e werd de Maghreb geïslamiseerd, en dat ging in golven, soms traag, soms schoksgewijs, gepaard met opstanden, compromissen en nieuwe synthesen, met als gevolg dat de Amazigh stammen die de Sahara-handel controleerden, de Sanhaja en de Zenata vooral, zelf moslim werden. Het waren deze Imazighen die de dien als eerste zuidwaarts droegen.

Geen Islamitisch leger heeft West-Afrika ooit militair onderworpen in de periode waarover hier gesproken wordt, en de pogingen tot militaire expansie vanuit de Maghreb in zuidelijke richting waren zelden duurzaam, want de afstanden zijn te groot en de Sahara is een meedogenloze muur: wie er met een leger doorheen wil verliest zoveel mannen en dieren aan de oversteek dat er aan de andere kant bijna niets over is. Toch islamiseerde West-Afrika, niet gelijktijdig, niet totaal, maar substantieel en duurzaam.

Waar precies speelden deze eerste contacten zich af? Niet in Kumbi, dat pas later een ontmoetingsplaats zal worden, en ook niet in Gao, dat in deze periode nog een zelfstandige stadstaat met beperkte moslimaanwezigheid is. De allereerste plek waar moslimhandelaren en zwart-Afrikaanse bevolkingen elkaar ontmoetten lag aan de zuidelijke rand van de woestijn zelf, in de oases en zoutmijnen waar karavaanbewegingen structureel halt hielden, en Awdaghust staat bovenaan die lijst. Gelegen in wat nu het zuiden van Mauretanië is, was Awdaghust al in de late 8e eeuw een bloeiend handelscentrum, met een gemengde bevolking van Sanhaja Imazighen die zowel als rijke handelaren als als kameeldrijvers functioneerden, en daarnaast zwart-Afrikaanse gemeenschappen, Soninke en verwante volkeren, die tuinbouw en ambacht beoefenden. Hier konden een reizende moslim en een lokale boer elkaar niet ontwijken; zij moesten elkaar kennen.

Tadmekka werd in deze periode ook een belangrijk contactpunt, maar iets oostelijker, terwijl Sijilmasa zelf aan de noordrand van de Sahara lag en niet een West-Afrikaans contactpunt in strikte zin was, maar wel het startpunt van de routes, en wie daar bad wist dat zijn gebeden via kameelschouders zuidwaarts zouden reizen. Ghat, Ghadames en Zawila in het huidige Libië vervulden soortgelijke rollen op de centrale en oostelijke routes, elk met zijn eigen kenmerkende moslim-koopmans-gemeenschap, en elk droeg zo bij aan een gelaagd, veelkleurig netwerk van vroege ontmoetingen.

Een Vergeten Demografie

Nog een punt dat zelden benoemd wordt is dat de geïslamiseerde bevolking van West-Afrika in deze vroege periode al zwart-Afrikaanse moslims omvatte, en niet alleen Amazigh kooplieden die toevallig in de Sahel verbleven. Vanaf de 8e eeuw werden in Awdaghust en Tadmekka kinderen geboren uit gemengde huwelijken, met een Amazigh vader en een Soninke moeder of omgekeerd, die van meet af aan als moslim werden opgevoed, en hun namen duiken pas in de 11e eeuw voor het eerst op in Arabische bronnen, terwijl hun aanwezigheid als groep hier begint. Dit is historisch belangrijk, want de Islam in West-Afrika is niet een religie die aan Afrikanen werd opgedrongen door buitenstaanders en die zij vervolgens moesten internaliseren, maar is vanaf het allereerste begin ook een Afrikaans verschijnsel geweest. Zwarte moslims waren er vanaf het begin en niet pas later, want zij woonden in de handelssteden, spraken de handelstalen en gaven hun kinderen Islamitische namen.

Deze periode is een scharnierpunt, want wat er nu begonnen is zal in de volgende eeuwen niet geleidelijk, maar met horten en stoten groeien. De trans-Saharaanse handel, nog relatief bescheiden in deze periode, zal in de 9e eeuw een explosieve intensivering ondergaan, waarbij nieuwe routes zullen opengaan en nieuwe steden zullen opbloeien, terwijl nieuwe moskeeën, nu nog uit modder, over een paar generaties minaretten zullen hebben, en een nieuwe klasse van geleerden zal ontstaan die zowel aan de Azhar heeft gestudeerd als op een mat in een dorp in de Sahel zit te onderwijzen.

Maar het zaadje is geplant in deze vroege ontmoeting. Handelaren uit Tahert en Sijilmasa, Ibadi voor het merendeel, dragen een dien dat niet voor henzelf, maar voor de afstammelingen van de ontvangende volkeren een identiteit zal worden.

Bronnen

  • John O. Hunwick (ed./vert.), Shariʿa in Songhay: The Replies of al-Maghili to the Questions of Askia al-Hajj Muhammad, Oxford University Press for the British Academy, Oxford 1985, pp. 3, 6–9, 14.
    • p. 3: moslimkooplieden van Arabische, Berberse en vermoedelijk Perzische herkomst die kort na de stichting van het Ibadi Tahert in 144/761 via Tadmakka naar de Niger handelen; Ibn as-Saghir ﵀ over de handelsroutes naar bilad as-sudan.
    • pp. 6–7: kooplieden uit Tripolitanië, Ifriqiya en de centrale Maghreb die in de tweede eeuw van de Islam via Tadmakka het oude Ghana bereiken, gegidst door nomaden uit het zuiden; de islamisering van de Imazighen van de Maghreb, formeel voltooid aan het einde van de eerste Islamitische eeuw; Tadmakka en de buitenpost Sane bij Gao als een van de vroegste contactpunten van de Islam met Afrika bezuiden de Sahara; al-Zuhri ﵀ over de Sanhaja die onder kalief Hisham (724–743) moslim werden.
    • pp. 8–9: al-Ya’qubi ﵀ (259/872–873) die over de religie van de vorst van Kawkaw zwijgt, zodat Gao in de 9e eeuw nog geen moslimvorst had; de eerste moslimvorst van Gao die zijn belijdenis vermoedelijk aflegde bij een Noord-Afrikaanse of Tadmakkaanse faqih, mogelijk een Ibadi.
    • p. 14: de verspreiding van de Islam onder de westelijke Sanhaja (Goddala, Lamtuna, Masufa) een eeuw of twee vóór het midden van de 11e eeuw; de weg van Sijilmasa naar Ghana via de Mauretaanse Adrar en Awdaghust.
  • Michael A. Gomez, African Dominion: A New History of Empire in Early and Medieval West Africa, Princeton University Press, Princeton 2018, pp. 17, 21, 24, 26, 28, 31–33, 38.
    • p. 17: de handel tussen de Middellandse Zee en de Sahel die ouder is dan de Islam in de Maghreb, beheerst door de Garamanten, en de kameel die tussen 100 v.Chr. en 100 n.Chr. de regelmatige trans-Saharaanse handel mogelijk maakte.
    • pp. 21, 24: Gao als zelfstandige stadstaat en in de 9e eeuw een knooppunt van politieke en commerciële activiteit; al-Ya’qubi ﵀ die geen Islam in Gao noemt.
    • pp. 26, 28: Tadmekka (Es-Souk), 390 kilometer ten noordoosten van Gao, als entrepot voor zout; Zawila, Ghadames en Tahert in een Ibadi netwerk van steden, met stedelijke nederzettingen in de Fezzan sinds ten minste de 8e eeuw.
    • p. 31: de zout-voor-goud ruil die zich in de 9e eeuw ontwikkelt.
    • pp. 32–33: Awdaghust (Tegdaoust) dat het zout van Awlil beheerste, tien dagreizen van Ghana; de gemengde bevolking van Noord-Afrikaanse kooplieden, Sanhaja en niet-Islamitische bewoners uit Ghana; al-Bakri ﵀ over de hoofdmoskee en de vele kleinere moskeeën; Sijilmasa, gesticht in 140/757–758, met bewoners uit Basra, Kufa en Bagdad.
    • p. 38: moslimkooplieden en geleerden die vreedzaam samenleefden met een niet-Islamitische heersende elite in Ghana, vóór de Almoravidische omslag.
  • John O. Hunwick (vert.), Timbuktu and the Songhay Empire: al-Saʿdi’s Taʾrikh al-sudan down to 1613 and other contemporary documents, Brill, Leiden 2003 (2e druk; 1e druk 1999), pp. 13, 31, 274.
    • p. 13 (TS hfst. 4, noot): Kumbi Saleh als opgegraven moslim-handelsnederzetting die teruggaat tot de 9e eeuw.
    • p. 31 (TS hfst. 7, noot): de opgravingen van Tegdaoust die de karavaanstad identificeren als het Awdaghust van al-Bakri ﵀.
    • p. 274 (Leo Africanus, noot): Noord-Afrikaanse kooplieden die sinds de late 8e eeuw handelsreizen maken naar de landen aan de zuidrand van de Sahara.