Het Islamitische Takrur
Aan de Senegal-rivier, waar visnetten zwaarder zijn dan waar ook, sprak één koning een woord dat niemand vóór hem in West-Afrika had gesproken. Hij zei: vanaf vandaag is dit land van Allah ﷻ.
De Rivier Die Niemand Kende
Helemaal ten westen van Kumbi, naar de benedenloop van de Senegal-rivier, lag een streek die niet elke karavaan aandeed en die op de mediterrane wereldkaarten van de 11e eeuw vaak met niet meer dan een vaag streepje werd aangeduid. Toch is de Senegal geen kleine beek, maar een van de grote waterwegen van de Sahel, een rivier waarlangs dorpen van visserij en landbouw staan en waarvan de vruchtbare uiterwaarden beter graan produceren dan de omliggende savanne. Hier, in de 11e eeuw, lag een koninkrijk dat de Arabische bronnen Takrur noemen, waarbij die naam zowel naar een specifieke stad verwijst als naar het hele rijk dat aan deze rivier ontstond, onder een volk dat later de Toucouleur zou worden genoemd maar zichzelf in zijn eigen taal Haalpulaar’en noemde, de Pular-sprekers. Het is dit Pulaar, ook wel Fulfulde, dat in de eeuwen die volgen door Afrika zou bewegen als een van de grote islamiserings-motoren.
Een Koning met een Naam
De koning van Ghana blijft in de Arabische bronnen vaak naamloos, “De Ghana”, niet als persoon maar als functie, terwijl de koning van Takrur wél een naam heeft die bewaard is gebleven: War Jabi, soms geschreven als War Ndiaye, soms als Labi, en in de Arabische bronnen als حرب جابي. Historici zijn het erover eens dat hij ergens rond het jaar 1040 tot de Islam bekeerde, en aangezien hij volgens een latere notitie van al-Bakri ﵀ in 1040 of 1041 stierf, moet zijn bekering en zijn actieve periode als Islamitische koning vóór 1040 hebben gevallen, ergens in de jaren 1030, misschien eerder. Wat de bronnen duidelijk vertellen, is dat War Jabi niet alleen zelf moslim werd: hij verklaarde de Islam tot staatsreligie, hij dwong zijn onderdanen sterk aan om het voorbeeld te volgen, hij introduceerde de sharia in de rechtspraak, bouwde moskeeën en stuurde gezanten naar de Almoraviden in de westelijke Sahara.
Hij was de eerste West-Afrikaanse koning die niet alleen moslim was, maar van wie het hele staatsproject Islamitisch was.
Waarom Takrur en Niet Elders
Waarom maakt juist Takrur deze sprong? Verschillende factoren komen samen.
-
Geografie: Takrur ligt dichter bij de Almoravidische beweging die in de westelijke Sahara opkomt, en de Sanhaja Imazighen onder wie de Almoraviden ontstaan, de Gudala, de Lamtuna, de Massufa, zijn geografisch en etnisch gelinkt aan de noordelijke grensstreek van Takrur, zodat de Islamitische reformkoorts die de Almoraviden zal voortbrengen ook bij War Jabi merkbaar is.
-
De geringe politieke erfenis: Takrur is geen imperiaal erfopvolger zoals Ghana, het heeft geen massieve priesterkaste die een volledig ontwikkelde pre-Islamitische staatsreligie verdedigt, en de koninklijke legitimiteit is jonger en flexibeler, zodat een koning hier een religieuze koersverandering kan doorzetten zonder onmiddellijk een intern machtsblok te ontmantelen.
3: De klasse van geïslamiseerde Pulaar-sprekers die al aanwezig was. Vóór War Jabi’s officiële bekering waren er al generaties moslims in Takrur, in de handelsklasse, in delen van de militaire aristocratie, en bovenal in een opkomende groep van Islamitisch geschoolden die de bekering van de koning al hadden gekatalyseerd. Al-Bakri ﵀ vermeldt dat War Jabi volgelingen had die al moslim waren vóór hem, zodat zijn bekering geen eenmansbeslissing was maar de officialisering van een proces dat al gaande was.
Al-Bakri’s Registratie
Al-Bakri ﵀ vermeldt het expliciet in een korte, bijna terloopse zin: “De koning der Takrur, die zich tot de Islam bekeerde en op de weg van de goedheid stierf, was War Jabi.” Hij vertelt ook dat War Jabi’s zoon, die ongeveer in 1040 of 1041 de troon bestijgt, de Islamitische koers voortzet en zich zelfs militair met de Almoraviden allieert, zodat er, toen Abdallah ibn Yasin ﵀, de grote geestelijke leider van de Almoraviden, in 1058 sneuvelde in een strijd tegen de Godala-clan, Takruri hulp bij de Almoravidische troepen was. De banden waren warm, strategisch en wederzijds voordelig. De Tarikh as-Sudan neemt eeuwen later deze informatie over maar voegt er eigen accenten aan toe, en al-Sa’di ﵀ presenteert War Jabi als een vroege held van de Islam in bilad al-sudan, een voorloper van de grote moslim-heersers die later zouden komen. Zo verspreidde zijn naam zich en bleef zijn voorbeeld staan, want in het geheugen van latere West-Afrikaanse historici was War Jabi niet de koning van een kleine staat maar het eerste staatshoofd dat het goede voorbeeld gaf.
Een Staatsreligie op Zijn Pulaar
Het begrip “staatsreligie” betekent in de 11e eeuw iets anders dan in de moderne tijd. Het betekent niet dat elke onderdaan individueel moslim is, maar dat het koninklijke ambt, het recht, de publieke openbaring en de ceremonie allemaal in termen van de Islam worden ingevuld, zodat dorpen buiten de hoofdstad nog lang hun eigen gebruiken konden hebben, terwijl wie in Takrur publiek wilde functioneren dat in een Islamitisch kader deed. Dat kader werd gevormd door een Pulaar-Arabische vermenging die een eigen smaak kreeg, en de moskeeën van Takrur, waarvan de architecturale overblijfselen beperkt zijn maar waarover Arabische bronnen en latere mondelinge tradities spreken, waren gebouwd in lokale stijl, van modder, hout, platte daken en een vierkante minaret. De preken werden vermoedelijk nog in het Arabisch gehouden voor de geleerden onder de moslims, maar uitleg en qiyas-redenering zullen ongetwijfeld ook in het Pulaar hebben plaatsgevonden.
Wat hier ontstond, was een voorbeeld van Islamisering dat rechtstreeks, institutioneel en top-down was, en dat tegelijk culturele continuïteit behield met wat daarvoor was: de Islam werd niet buiten de Pulaar-identiteit geplaatst, maar erin verweven.
De Zwaardkant: Expansie in Naam van Religie
Bij alle spirituele waarde van deze transformatie mag de politiek niet worden vergeten, want War Jabi en zijn zoon gebruikten de Islam ook strategisch, doordat zij hun niet-moslim-buren definieerden als doelwit voor veldtochten en expedities stuurden tegen de zuidelijker gelegen volkeren, vaak de Serer en de Wolof in hun vroege, pre-Islamitische vormen, waarin bekeringspressie en politieke onderwerping door elkaar liepen. Ibn Battuta ﵀ zal een paar eeuwen later nog steeds schrijven over Takrur als een speciaal vroom Islamitisch gebied waar de praktijk strikt was, en die reputatie ontstond in deze vroege fase, met een harde kant naast haar spirituele glans.
De Invloed op de Almoraviden, en Andersom
De klassieke vertelling is dat de Almoraviden West-Afrika islamiseerden, en voor een deel klopt dat, maar voor een deel liep de beïnvloeding de andere kant op, want Takrur leverde troepen aan de Almoraviden en Takrur’s vroomheid en vroege staatsislamisering was voor Abdallah ibn Yasin ﵀ een inspiratiebron, niet alleen andersom. De Almoravidische beweging was geen noordelijke import die het zuiden kwam hervormen, maar was in belangrijke mate een product van de Saharo-Sahelische grens, waarin noordelijke Sanhaja en zuidelijke Takruri samen optrokken. Dit is belangrijk voor hoe wij de islamisering van West-Afrika begrijpen, want het is geen eenrichtingsverkeer vanuit de Maghreb maar een tweerichtingsproces, waarin Zwart-Afrikaanse moslims mede-auteurs waren van de hele beweging die historici doorgaans “Almoravidisch” noemen, ook al zijn de leiders die de moderne geschiedschrijving onthoudt meestal noordelijker.
Een Model dat Voortleefde
Takrur verloor na de 12e eeuw zijn positie als de leidende Islamitische staat in West-Afrika, en werd politiek overschaduwd door het opkomende Mali en later door de Fulbe-jihads die eeuwen later zouden volgen. Maar het model dat War Jabi had gevestigd bleef bestaan als een optie in het West-Afrikaanse politieke voorstellingsvermogen: een koning die zijn troon expliciet Islamitisch maakt, die de sharia tot rechtsgrondslag verheft en die zijn onderdanen actief tot bekering oproept. Toen Sundiata Keita in de 13e eeuw Mali stichtte was hij zelf nog niet een rigoureuze moslim zoals War Jabi, maar de herinnering aan wat Takrur was geweest, aan de mogelijkheid om een expliciet Islamitisch koningschap te hebben, was beschikbaar, en latere Mansa’s zouden daarop voortbouwen.
Het Landschap van de Bekering
Voordat het verhaal van Takrur wordt afgesloten, past een blik op de fysieke en menselijke omgeving waarin deze bekering plaatsvond.
De Senegal-vallei is een bijzondere streek, want aan de ene kant strekt zich de eindeloze Sahel met haar droge grassen uit, terwijl aan de andere kant, noordwaarts, de Sahara snel nadert, en de rivier zelf loopt als een groen snoer door deze contrasterende landschappen. Aan de noordoever wonen in de 11e eeuw vooral geïslamiseerde Amazigh groepen en hun Pulaar-achtige bondgenoten, terwijl aan de zuidoever en in de hoger gelegen binnenlanden Serer, Wolof en Mandinka-verwante groepen wonen, die overwegend hun eigen religieuze tradities behielden, zodat de rivier niet alleen grens maar ook verbinding was. Takrur zelf omvatte gebieden aan beide oevers, maar zijn hartland lag aan de noordoever, waar plaatsen als Walaldé, Silla en Takrur-stad zelf het centrum vormden: hier bouwde War Jabi zijn eerste moskeeën, hier werden zijn fiqh-colleges gegeven, en hier ontvingen geestelijke leiders uit Sijilmasa en Awdaghust gasten op hun tocht zuidwaarts.
De fysieke overblijfselen van deze vroege Takrur zijn dun, want de moderne archeologie heeft enkele sites opgegraven, maar het schaarse bewerkte materiaal maakt grootschalige reconstructie moeilijk, zodat veel van wat we weten, we weten uit de woorden van al-Bakri ﵀, al-Idrisi en de latere West-Afrikaanse kronieken.
Bronnen
- Abu Ubayd al-Bakri ﵀, Kitab al-masalik wa-l-mamalik (460/1068), de korte notitie over Takrur en War Jabi, zijn bekering en zijn overlijden, zoals aangehaald in Gomez, pp. 36–37, en genoemd in Hunwick, p. 273.
- Al-Idrisi ﵀, Kitab Rujar (548/1154), over de Takruri met zijn slaven, soldaten en wijdvermaarde rechtvaardigheid, over Silla en Barisa onder zijn gezag en over de zoutboten van Awlil naar Silla, Takrur, Barisa en Ghana, zoals aangehaald in Gomez, pp. 37, 39, 44.
- Michael A. Gomez, African Dominion: A New History of Empire in Early and Medieval West Africa, Princeton University Press, Princeton 2018, pp. 19, 31, 36–37, 39, 41, 44, 96, 384.
- p. 31: al-Bakri ﵀ over Ghana als titel van de vorst, later de naam van de staat, zodat de koning van Ghana als functie naamloos blijft.
- pp. 36–37: War Jabi ibn Rabis, vermoedelijk een Pullo, overleden in 432/1040–1041, die een niet-Islamitische, afgoden dienende bevolking bestreed en bij het begin van de Almoravidische prediking in 440/1048 al acht jaar dood was, met zijn eigen heilige oorlog voltooid; Yahya ibn Ibrahim van de Banu Gudala, die in zuidelijk Mauretanië nabij de Senegal woonde; Labbi, de zoon van War Jabi, die Yahya ibn Umar trachtte te ontzetten, in 448/1056–1057 door de Banu Gudala gedood; de vaststelling dat niet duidelijk is wie wie voorging; al-Idrisi ﵀ over Silla, Barisa en het land Maqzara van Fulbe, Wolof en wellicht Serer.
- pp. 19, 39: de Almoravidische beweging die haar ideologische inspiratie ten zuiden van de Sahara kan hebben gevonden; het handelsstelsel langs de Senegal dat onder Takrur begon en waarin Ghana later werd opgenomen.
- p. 41: Takrur en Ghana als provincies van Mali in de tijd van al-Umari ﵀, en Mali dat in Egypte en de Hijaz zelf Takrur wordt genoemd.
- p. 44: Ibn Khaldun ﵀ over de mensen van Ghana en Takrur die de Lamlam overvallen en aan kooplieden verkopen; al-Idrisi ﵀ over de invallen van Barisa, Silla en Ghana in het land van de Lamlam.
- p. 96: de Islam die in het leven van Sundiata hoogstens een kleine rol speelde.
- p. 384 (noot): de Hal Pulaaren onder hun verschillende namen, Fulbe, Fulani, Fula en Tukulor.
- John O. Hunwick (ed./vert.), Shariʿa in Songhay: The Replies of al-Maghili to the Questions of Askia al-Hajj Muhammad, Oxford University Press for the British Academy, Oxford 1985, p. 14.
- p. 14: de verspreiding van de Islam onder de westelijke Sanhaja, Goddala, Lamtuna en Masufa, een eeuw of twee vóór het midden van de 11e eeuw.
- John O. Hunwick (vert.), Timbuktu and the Songhay Empire: al-Saʿdi’s Taʾrikh al-sudan down to 1613 and other contemporary documents, Brill, Leiden 2003 (2e druk; 1e druk 1999), pp. 53, 166, 273.
- pp. 53, 166 (TS hfst. 10 en 18, noten): de naam Takrur als vaag omschreven regio van de Atlantische Oceaan tot het Tsjaadmeer en als algemene aanduiding voor moslim-West-Afrika, naast de specifieke betekenis.
- p. 273 (Leo Africanus, noot): al-Bakri ﵀ die naast Ghana korte beschrijvingen geeft van Awdaghust, Takrur, Malal, Gao en Tadmakkat.
