Een leger op de drempel van een veranderde wereld
Drie mijl ten noorden van Medina, in een kamp dat al-Jurf werd genoemd, stond een leger van enkele duizenden mannen klaar om uit te trekken. Het was opgericht op uitdrukkelijk bevel van de Boodschapper van Allah ﷺ in de laatste maand van zijn leven. Hij had de vlag persoonlijk geknoopt. Hij had de aanvoerder persoonlijk benoemd. En de aanvoerder was een jongeman van nog geen twintig jaar oud, Usama ibn Zayd ibn Harithah ﵁, zoon van de vrijgelaten slaaf die de Profeet ﷺ als zijn eigen zoon had liefgehad. De vader was bij Mu’tah gevallen, vier jaar eerder, getroffen door een Romeins zwaard. De zoon zou nu, op bevel van dezelfde Boodschapper ﷺ, dezelfde grens van ash-Sham gaan opzoeken.
Kaart laden...
Het leger was niet klein, en het bevatte niet de tweede rang van de gemeenschap. ʿUmar ibn al-Khattab ﵁ was erbij. Saʿd ibn Abi Waqqas ﵁ was erbij. Abu ʿUbaydah ibn al-Jarrah ﵁ was erbij. Vrijwel alle prominente Muhajirun en een groot deel van de Ansar waren onder de vlag van de jonge Usama ﵁ opgesteld. De Boodschapper ﷺ had hen daar gewild, juist omdat zij groot waren, en juist omdat hun aanwezigheid onder een jonge aanvoerder een bestuurlijke verklaring was die niemand kon negeren. Dit was geen routine-expeditie; dit was een testament in beweging. Zayds zoon zou voor het hele leger uit lopen, en Quraysh zou achter hem zwijgen.
Toen werd de Profeet ﷺ ziek. De koorts kwam op een avond, hield aan, werd erger. Het leger bleef in al-Jurf staan, wachtend op het nieuwe bevel: trek uit, of keer terug. Usama ﵁ liet zich elke dag inlichten over de toestand van zijn pleegvader, en eindigde uiteindelijk in Medina bij het bed zelf, zijn vlag onaangeraakt en zijn paard ongezadeld. De ochtend van zijn vertrek werd uitgesteld. En toen, op maandag de twaalfde van Rabīʿ al-Awwal, kwam het bericht dat de Profeet ﷺ was heengegaan.
Het bericht bij Dhu Khushub
Op dat moment was Usama ﵁ niet meer in Medina maar terug in zijn kamp, of in de naaste regio van al-Jurf. Andere overleveringen plaatsen het bericht hem bij Dhu Khushub, een plaats op een dag reizen ten noorden van Medina richting Syrië. Het detail is dat hij niet in Medina was toen de Boodschapper ﷺ stierf, en dat de tijding hem onderweg bereikte. Hij keerde onmiddellijk terug naar Medina, sloeg zijn vlag bij de moskee in de aarde, en voegde zich bij de rouwende stad.
Kaart laden...
In dezelfde uren waarop de Saqifah haar werk deed en Abu Bakr ﵁ tot khalifah werd verheven, lag het leger van Usama ﵁ in feite stuurloos. De aanvoerder was bij de begrafenis, de vlag stond geplant, het kamp was zonder commando. En in de uren en dagen die volgden, kwamen tot Abu Bakr ﵁ van alle kanten verzoeken om dezelfde beslissing: laat het leger niet uittrekken.
De argumenten waren niet onredelijk. De Boodschapper ﷺ was heengegaan. De stammen rondom Medina rommelden. Banu Asad rebelleerde in het noordoosten, Banu Ghatafan in Najd. Musaylimah in al-Yamamah claimde profeetschap. De Romeinse grens was geen kleine onderneming, en al de prominenten waren al in al-Jurf bijeengebracht. Wanneer dit leger nu uittrok, was Medina vrijwel zonder verdediging. Wat als de afvalligen op de stad afkwamen terwijl Usama ﵁ ver weg in ash-Sham was? Wat als de hoofdstad van de Islam zonder verdediger zou vallen op de eerste week van haar bestaan zonder Profeet ﷺ?
Sommige van de oudsten kwamen met een tweede voorstel: laat het leger uittrekken, maar vervang de aanvoerder. Usama ﵁ was te jong, te onervaren. ʿUmar ﵁ had jaren ervaring in de strijd; ʿUthman ﵁ had het vertrouwen van Quraysh; Abu ʿUbaydah ﵁ had Mu’tah meegemaakt. Geef de vlag aan een van hen, en het leger zal sterker uittrekken.
Abu Bakr ﵁ luisterde. Hij liet de raad spreken. Hij liet de bezorgdheid haar volle gewicht hebben. En toen sprak hij, in woorden die de eerste echte bestuurlijke bevestiging waren van wat hij op de minbar had verkondigd: het commando van de Profeet ﷺ kon door geen mens worden ongedaan gemaakt.
De woorden die als donder klonken
Abu Hurayrah ﵁ overlevert het, en Suyuti ﵀ bewaart het in zijn precieze vorm. Het is een van de meest beslissende uitspraken van de hele khilafah van Abu Bakr ﵁, en hij sprak haar in de eerste week van zijn ambt.
Abu Bakr ﵁: Bij Hem buiten Wie geen god bestaat, zelfs als honden de vrouwen van de Profeet ﷺ bij hun voeten zouden meeslepen, zou ik geen leger terugroepen dat de Boodschapper van Allah ﷺ heeft uitgezonden, noch een vlag losmaken die hij heeft geknoopt.
Het beeld is verschrikkelijk. Honden die de vrouwen van de Boodschapper ﷺ aan hun voeten meesleuren door de straten van Medina. Het is een metafoor zo grof, zo bewust onaangenaam, dat zij geen ruimte laat voor compromis. Abu Bakr ﵁ zegt: het maakt niet uit hoe groot het kwaad wordt dat over ons komt, het maakt niet uit hoezeer mijn eigen geliefden lijden, het maakt niet uit hoe onveilig deze stad wordt; ik zal niet de vlag terugnemen die de Profeet ﷺ heeft geknoopt.
Dit is niet de taal van een politiek strateeg. Een politiek strateeg zou rekenen: de kosten van afzending versus de kosten van terughouden, het risico voor Medina versus het risico voor de prestige van de Islam in ash-Sham. Abu Bakr ﵁ rekent niet zo. Hij stelt een eenvoudige norm: wat de Boodschapper ﷺ heeft bevolen, blijft bevolen, ook als de Boodschapper ﷺ er niet meer is om het te bevestigen. Het commando overleeft de commandant. De khilafah is geen vrije scheppingsdaad; zij is uitvoering van wat al was gesteld.
En toen kwam de vraag over de aanvoerder. Sommigen vroegen Abu Bakr ﵁ om Usama ﵁ door een oudere te vervangen. Hier wachtte zijn antwoord zelfs minder lang. Hij voegde het toe aan zijn vorige verklaring, in dezelfde adem.
Abu Bakr ﵁: Bij Allah ﷻ, het zou mij meer geliefd zijn dat roofvogels mij wegrukken dan dat ik iets boven het bevel van de Boodschapper van Allah ﷺ zou stellen.
Roofvogels die mij wegrukken. In de Arabische verbeelding is dit het beeld van de woestijngangstrand, het lot van wie sterft zonder begrafenis: het lichaam blijft achter onder de open hemel, en het gevogelte van de hemel daalt erop neer. Abu Bakr ﵁ zegt: laat mij liever zo eindigen, laat mijn vlees liever door arenden en gieren worden weggedragen, dan dat ik op enig punt de wens van mijn Boodschapper ﷺ zou tegenspreken. Hij vervangt Usama ﵁ niet. Hij laat de jonge aanvoerder de vlag dragen die de Profeet ﷺ in zijn hand had geknoopt.
Het uittrekken: een khalifah te voet naast een aanvoerder te paard
Wanneer de dag van het uittrekken eindelijk komt, vertoont Abu Bakr ﵁ een gedrag dat de geschiedenis van het islamitische bevelhebberschap voor altijd zal kleuren. Het leger maakt zich klaar in al-Jurf. Usama ﵁ stijgt op zijn paard. De vlaggen worden geheven. De stamhoofden nemen hun plek in. En Abu Bakr ﵁, de khalifah van de Boodschapper van Allah ﷺ, het hoofd van de hele ummah, loopt naast Usama’s paard. Hij gaat te voet. De jonge aanvoerder boven, de oude khalifah beneden. Hij laat zich niet zadelen, hij stijgt niet op, hij begeleidt het leger uit de stad als een gewone metgezel.
Usama ﵁ ziet wat gebeurt, en hij wordt onthutst. Hij vraagt Abu Bakr ﵁ om op te stijgen, of dat hij zelf zal afstijgen. Khalīfah van de Boodschapper van Allah ﷺ, zegt hij, gij moet niet te voet gaan terwijl ik te paard zit. Of stijgt u op, of ik daal af. Abu Bakr ﵁ antwoordt met een rust die niet rebelleert tegen het verzoek van de aanvoerder en niet zwicht voor de status van zijn eigen positie.
Abu Bakr ﵁: Bij Allah ﷻ, ik zal niet opstijgen en u zult niet afstappen. Wat schaadt het mij om mijn voeten een moment vuil te maken op de weg van Allah ﷻ? Aan elke stap die de strijder zet, of het stof dat hem treft, hangt een beloning. De Boodschapper van Allah ﷺ heeft u tot aanvoerder gesteld; ik zal u die rang niet ontnemen door op te stijgen waar gij berijdt.
Daar staat Suyuti ﵀ bij stil, en met reden. Wat hier gebeurt, kan in geen enkele andere bestuurlijke traditie van de oude wereld worden teruggevonden. Een keizer van Byzantium die naast een jong commandant te voet meeloopt is in de Romeinse geschiedenis ondenkbaar. Een Sassanidische shahanshah die zich vernedert voor een gewone spahbod zou ondenkbaar zijn. Maar hier, in de tweede week van zijn khilafah, loopt Abu Bakr ﵁ in de zon naast het paard van een man die de leeftijd van zijn kleinzoon heeft. Hij doet het omdat de Boodschapper ﷺ deze jongeman tot aanvoerder heeft gesteld, en de khilafah is de uitvoering van dat bevel, niet de relativering ervan.
Het verzoek over Ramah
En dan, na deze scène, voegt Abu Bakr ﵁ nog een handeling toe waar de overlevering verschillende versies van bewaart. Hij vraagt aan Usama ﵁ of hij ʿUmar ibn al-Khattab ﵁ uit het leger zou kunnen vrijgeven, om in Medina te blijven helpen bij het bestuur en de raadgeving. Hij vraagt het, hij beveelt het niet. Hij erkent dat Usama ﵁ de aanvoerder is en dat de mannen onder zijn bevel staan, en hij verzoekt om gunst, niet om gehoorzaamheid. Usama ﵁ geeft de toestemming. ʿUmar ﵁ keert terug naar Medina.
Een andere overlevering, ook door Suyuti ﵀ bewaard, plaatst hier het beroemde detail van Ramah, de dienaar of vrijgelaten slaaf van Usama ﵁. Abu Bakr ﵁ vraagt Usama ﵁ om Ramah voor enige tijd in dienst van de khalifah te lenen voor hulp in Medina. Hij vraagt het niet als bevel, en hij zou hem desnoods zelf hebben gekocht of in dienst genomen, maar hij vraagt het als een gunst aan een aanvoerder over zijn eigen man. Hij vraagt het, schrijft Suyuti ﵀, om te tonen dat het commando over de mannen in het leger niet bij de khalifah maar bij de aanvoerder ligt, zelfs over de eenvoudigste dienaar.
De barakah van het bevel
Het leger trok uit. Het ging naar het gebied waar de vader van Usama ﵁, Zayd ibn Harithah ﵁, vier jaar eerder bij Mu’tah was gevallen. Het bereikte de Romeinse grens, het overviel een aantal stammen die met de Romeinen verbonden waren, en het keerde, met buit en zonder ernstige verliezen, in veertig dagen terug naar Medina. Veertig dagen. In die veertig dagen had Abu Bakr ﵁, in een verdedigingsloos Medina, het gevecht tegen de afvalligen rondom de hoofdstad zelf moeten voeren. Hij had geen ʿUmar ﵁ aan zijn zijde gemaakt; hij had hem moeten teruggekregen van Usama ﵁ alleen voor een deel. Hij had geen volledige garnizoen; hij had de bejaarden en de pas bekeerden en de vrouwen achter zich. En toch hield Medina stand.
De Arabieren, die hadden verwacht dat de stad zonder Profeet ﷺ vatbaar zou zijn voor druk en chantage, zagen het tegenovergestelde. De khalifah van Medina stuurde zijn beste leger naar het noorden, gewoon omdat de Profeet ﷺ het had bevolen. Hij behield niets als reserve, niets als verzekering, niets als achterwacht. Hij vertrouwde, en het vertrouwen werd beloond. Voor de stammen rondom Najd en Yamamah was dit een verkeerd signaal, want zij hadden gehoopt op zwakte. Voor de moslims was het een correct signaal, want zij zagen wat een gemeenschap is die haar profetisch bevel hooger acht dan haar tactische lasten.
De latere geleerden van de Islamitische staatsleer hebben deze episode als een vroege studie behandeld. Wat Abu Bakr ﵁ hier deed, was geen militaire daad in de eerste plaats; het was een theologische daad. Hij liet zien dat de continuïteit van de profetische opdracht niet door de dood van de Profeet ﷺ wordt onderbroken. Het bevel blijft het bevel. De vlag blijft de vlag. En de jonge aanvoerder die de Profeet ﷺ had aangesteld, blijft de aanvoerder, ook al zou de hele Arabische jazīrah het anders willen.
Hoe de Profeet ﷺ deze beslissing had voorzien
Het is de moeite waard om hier te vermelden wat in de overleveringen vlak voor de dood van de Profeet ﷺ over dit zelfde leger werd gezegd. Toen sommigen tegen de Profeet ﷺ klaagden over de aanstelling van Usama ﵁, een zo jong commandant over zoveel ouderen, had de Profeet ﷺ zelf op de minbar geantwoord. Hij had gezegd dat zij zijn aanstelling van Usama’s vader Zayd ibn Harithah ﵁ als commandant ook al hadden bekritiseerd, en dat Zayd ﵁ in alle opzichten zijn vertrouwen waardig was geweest. Usama ﵁, voegde hij eraan toe, was hem niet minder geliefd, en zijn aanstelling was niet door gewoonte maar door inzicht.
Abu Bakr ﵁ had die toespraak gehoord. ʿUmar ﵁ had haar gehoord. De gemeenschap had haar gehoord. Toen Abu Bakr ﵁ in de week na de dood van de Profeet ﷺ weigerde de aanvoerder te vervangen, voerde hij niet zomaar een commando uit; hij gaf met zijn eigen acties een commentaar op de woorden die zij allen vers in herinnering hadden. Ik zal niet boven het bevel van de Boodschapper ﷺ stellen wat ik wens. Dit was niet een leuze; het was de tweede helft van wat de Profeet ﷺ op de minbar had gezegd over zijn aanvoerder.
Het detail van de leeftijd
Een woord nog over Usama ﵁ zelf. Hij was, in de tijd dat hij deze aanvoering kreeg, nog geen twintig jaar oud. Sommige overleveringen geven hem zeventien, andere achttien, een enkele negentien. Hij was donker van huid, zoals zijn vader Zayd ﵁ donker was geweest, en hij had de kenmerken van zijn moeder Umm Ayman ﵂, de oude dienares van de moeder van de Profeet ﷺ. De Profeet ﷺ had hem op zijn schoot grootgebracht. Hij had hem behandeld als kleinzoon, en in sommige overleveringen als zoon, omdat zijn pleegvader Zayd ﵁ ooit door de Profeet ﷺ als zoon was opgenomen voordat het vers Noemt hen naar hun vaderen die adoptie ongedaan maakte.
Dat Abu Bakr ﵁ deze jongeman in zijn rang handhaafde, was dus niet alleen de uitvoering van een commando. Het was ook een eer aan de nagedachtenis van Zayd ﵁ en aan de liefde van de Profeet ﷺ voor het huis van Zayd ﵁. De Boodschapper ﷺ had de vader vereerd door hem tot commandant te maken, en de zoon vereerd door hem tot commandant te maken. Een khalifah die deze keten van eer zou verbreken, zou de tweede schakel van de keten van eer zelf zijn. Abu Bakr ﵁ wilde dat niet zijn.
ʿUmar ﵁ zelf, decennia later, op de minbar van Medina, herinnerde zich het ogenblik. Hij vertelde hoe hij in al-Jurf onder Usama ﵁ had gediend, en hoe hij wist dat geen man op aarde gemakkelijker uit het ambt van aanvoerder had kunnen worden gehaald dan deze jonge man. Hij vertelde ook hoe hij later, toen hij zelf khalifah was, telkens wanneer hij Usama ﵁ tegenkwam, hem groette met de woorden: Vrede op u, amīr. Wanneer iemand hem vroeg waarom hij Usama ﵁ amīr noemde, antwoordde hij: Omdat de Boodschapper van Allah ﷺ hem als zodanig heeft aangesteld, en niemand heeft hem ooit van die rang afgenomen.
De erfenis van een principe
Voor de generaties die zouden volgen, werd het uittrekken van het leger van Usama ﵁ een paradigma. Wanneer een latere bestuurder van de moslims werd geconfronteerd met de keuze tussen pragmatische voorzichtigheid en getrouwheid aan een eerder gegeven bevel, werd hem deze episode voorgehouden. ʿUmar ibn ʿAbd al-ʿAziz ﵀, in de tweede eeuw van de Hijra, citeerde de woorden van Abu Bakr ﵁ meermaals in zijn brieven aan zijn gouverneurs. Imam Ahmad ﵀, op zijn beurt, schreef dat een bestuurder die het bevel van de voorganger ongedaan maakt zonder een Sharʿi-grond, niet handelt naar de manier van as-Siddiq, en daarmee zijn ambt schaadt.
Het diepste in deze episode is misschien wel dit. De Profeet ﷺ had Usama ﵁ aangesteld. Abu Bakr ﵁ had Usama ﵁ niet zelf gekozen. Het zou voor hem makkelijk zijn geweest om de aanvoerder onder eer-vol applaus te vervangen, met motivatie van zijn jeugd, en niemand in Medina zou hem dit hebben verweten. Maar hij weigerde, omdat de aanstelling niet van hem was, en hij niet over de aanstellingen van zijn voorganger ging. Een man die zijn eigen ambt zo nauw inkadert, een man die zijn eigen wil zo nauw bewaakt, zal in geen enkele andere zaak zichzelf boven het bevel stellen. Dat is wat khilafah betekent in de mond van Abu Bakr ﵁: opvolgen, niet overnemen.
En zo trok het leger uit. De vlag wapperde. Het stof steeg. Abu Bakr ﵁ keerde te voet terug naar Medina, en de wereld leerde dat de Islam zonder zijn Profeet ﷺ niet zonder zijn bevel zou zijn.
Naschrift: de veertig dagen
Tijdens de afwezigheid van Usama’s leger werd Medina, zoals voorspeld, getest. Stammen die de baiʿah hadden gegeven aan de Profeet ﷺ, hielden zich nu doof voor de oproep van Abu Bakr ﵁. Anderen kwamen tot aan de buitenwijken van de stad om de gezindheid van de hoofdstad te peilen. Abu Bakr ﵁ liet de wachten verdubbelen op de toegangswegen, hield 's nachts mannen op de daken, en verrichtte zelf in vol harnas de ʿishā’-gebeden om de stad te laten zien dat haar khalifah niet sliep.
Toen het leger van Usama ﵁ na veertig dagen terugkeerde met buit en veiligheid, was de psychologische winst aan de kant van Medina. De stammen die op zwakte hadden geloerd, zagen kracht. De stammen die op uittreding hadden gerekend, zagen een gemeenschap die het bevel van haar Profeet ﷺ had uitgevoerd zonder een dag aarzeling. En de hele zaak van de Ridda, die in de maanden daarna over de hoofden van de moslims zou losbarsten, werd in haar uitgangspunt al beïnvloed door wat Medina in die veertig dagen had laten zien.
Een commando uitgevoerd in vrees voor zijn gevolgen had heel de geschiedenis kunnen verzwakken. Een commando uitgevoerd in vertrouwen op zijn afzender, ondanks alle gevolgen, vestigde de toon van de eerste khilafah voor altijd.
Bronnen
- Jalal ad-Din as-Suyuti ﵀, Tarikh al-Khulafa (vert. Abdassamad Clarke, Ta-Ha Publishers, 3e druk 1995), pp. 60–61.
