InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

Hilf Al Fudul
Siera van de Profeet ﷺJahiliyya

Hilf Al Fudul

De Heilige Oorlog (Harb al-Fijar)

Toen hij twintig jaar was brak er een grote oorlog uit tussen de Quraish en Banu Kinanah aan de ene kant en Qais 'Ailan aan de andere kant. Deze oorlog staat bekend als de Harb al-Fijar, de heiligschennende oorlog, omdat er werd gestreden tijdens de heilige maanden waarin oorlog verboden was. De Arabieren beschouwden de heilige maanden als onschendbaar, maar de oplopende stammenspanningen waren zo hevig dat zelfs deze oude wet werd gebroken.

De jonge Muhammad ﷺ was aanwezig tijdens deze strijd. Hij was nog jong en vocht niet zelf mee, maar verzamelde de pijlen die op zijn ooms werden afgeschoten en gaf ze aan hen terug. Hij zag met eigen ogen hoe stamconflicten leidden tot eindeloos bloedvergieten zonder rechtvaardigheid, hoe de sterkste het recht claimde en de zwakkere machteloos stond.

Het Verbond van de Deugdzamen (Hilf al-Fudul)

Aan het eind van deze oorlogen, tijdens de heilige maand Dhul-Qa’dah, was er de behoefte om een verbond te sluiten om het geweld en onrecht de kop in te drukken en de rechten van de zwakkeren en armen te beschermen.

De directe aanleiding van dit verbond is het bekende verhaal van een handelaar van de Zubaid-stam die naar Mekka kwam om te handelen. Hij verkocht goederen aan Al-'As bin Wa’il As-Sahmi die weigerde ervoor te betalen. De handelaar zocht hulp bij zijn Quraishi kennissen, maar niemand hielp hem. Hij beklom een bergtop en begon luidkeels dichtregels voor te dragen waarin hij zijn beklag deed over het onrecht dat hem werd aangedaan. Dit trok de aandacht van Az-Zubair bin 'Abdul-Muttalib en als gevolg hiervan is men overeengekomen om een verbond te sluiten. Al-'As bin Wa’il werd gedwongen om zijn geld terug te geven.

Dit verbond is het Hilf al-Fudul (het Verbond van de Deugdzamen). De stamhoofden kwamen bijeen in het huis van Abdullah bin Jad’an en zwoeren dat zij elke vreemdeling en inwoner van Mekka die onrecht werd aangedaan, zouden bijstaan totdat zijn recht was hersteld.

De Profeet ﷺ zei hierover, kort nadat zijn profeetschap intrad: “Ik was getuige van een verbond in het huis van Abdullah bin Jad’an. Het was dierbaarder voor mij dan een kudde dieren. Zelfs nu in de periode van de Islam, zou ik er positief op reageren en deelnemen aan een dergelijke bespreking als ik uitgenodigd zou worden.”

In onze introductie van de jahiliyya-tijd spraken we over de duistere praktijken van de Arabieren, maar dit is een voorbeeld van de goede eigenschappen van de Arabieren, die op deze manier afstand deden van hun tribalisme en stammentrots. Het Hilf al-Fudul laat zien dat er onder de Arabieren ook een verlangen naar rechtvaardigheid bestond, een verlangen dat de Profeet ﷺ later op de meest volmaakte wijze zou belichamen.

De Profeet ﷺ als Herder en Handelaar

De Profeet ﷺ was in zijn vroege jeugd een herder voor de Bani Sa’d-stam en in Mekka. Later zei hij ﷺ: “Allah heeft geen profeet gezonden die geen schapen heeft gehoed.” Het herderschap leerde hem geduld, zorgzaamheid en het hoeden van wie aan hem was toevertrouwd, eigenschappen die hij later als leider van een gemeenschap nodig zou hebben.

Op zijn vijfentwintigste werkte hij als handelaar voor Khadijah bint Khuwaylid ﵂ en ging hij op handelsreizen naar Syrië.

Khadijah: De Eerste Gelovige

Khadijah bint Khuwaylid ﵂ was een gerespecteerde en welvarende zakenvrouw van adellijke afkomst. Zij was twee keer eerder weduwe geworden en stond bekend om haar scherpzinnigheid en haar onberispelijke reputatie. In Mekka noemde men haar At-Tahira, de Zuivere. Zij ﵂ huurde mannen in om voor haar zaken te doen in ruil voor een deel van de winst.

Toen zij ﵂ hoorde van de eerlijkheid en welgemanierdheid van de Profeet ﷺ, bood zij hem een opdracht aan om samen met haar bediende Maysarah naar Syrië te gaan. Maysarah was niet alleen een handelsgezel, maar ook haar vertrouweling. Tijdens de reis zag Maysarah bijzondere dingen: de schaduw van een wolk die Muhammad ﷺ beschermde tegen de zon, en de zegen die over elke transactie rustte.

Toen hij ﷺ terugkwam van de handelsreis en nadat Maysarah haar ﵂ vertelde over zijn goede manieren, eerlijkheid, diepe gedachte en oprechtheid, groeide haar bewondering. Zij ﵂ stuurde haar vriendin Nafisa bint Munya om hem ﷺ te polsen over een huwelijk. De Profeet ﷺ stemde toe. Volgens bepaalde overleveringen was hij ﷺ vijfentwintig jaar, en was zij ﵂ veertig jaar.

Khadijah ﵂ zou vijfentwintig jaar lang zijn enige vrouw zijn. Zij was de eerste persoon die in hem geloofde toen de Openbaring kwam. Zij was zijn steun, zijn toevlucht en zijn raadgeefster. Geen vrouw in de geschiedenis van de Islam heeft een positie die vergelijkbaar is met de hare.

Uit hun huwelijk werden zes kinderen geboren: twee zoons, Al-Qasim en Abdullah, die beiden als kinderen stierven, en vier dochters die de Islam zouden meemaken. Het waren Zaynab, Ruqayyah, Umm Kulthum en Fatimah ﵂. Al zijn zoons zouden tijdens hun jeugd overlijden. Al zijn dochters behalve Fatimah ﵂ zouden gedurende zijn ﷺ leven overlijden. Fatimah ﵂ overleed zes maanden na zijn dood. Al zijn dochters waren getuige van de Islam, omarmden de Islam en emigreerden naar Medina.