Het Arabisch Schiereiland is ingesloten door de Rode Zee en Sinaï in het westen. De Arabische Golf in het oosten. De Arabische Zee in het zuiden en in het noorden door Al-Shaam en een deel van Irak. Vanwege haar ligging is zij altijd een belangrijk gebied geweest. Vanwege het onherbergzame woestijngebied was het een moeilijk te veroveren gebied. De inwoners van het Arabisch Schiereiland genoten daarom redelijke vrijheid en onafhankelijkheid gedurende de eeuwen, ondanks de aanwezigheid van twee naburig gelegen grootmachten.
Wie waren deze grootmachten?
De Twee Grootmachten
De Byzantijnen
Het oostelijke deel van het Romeinse Rijk stond bekend als het Byzantijnse Rijk. Zij regeerden over o.a. Syrië, Palestina, Egypte en Noord-Afrika, haar hoofdstad was Constantinopel. Zij waren een Christelijk volk, maar stonden erom bekend hun onderdanen, vooral in de veroverde gebieden te onderdrukken.
Kaart laden...
De Perzen
Het Perzisch Rijk was groter en sterker dan het Byzantijnse Rijk. Zij volgden religies zoals het Zoroastrisme en Mithraïsme. Zij domineerden over de Perzische landen en hadden koningen. Het koningschap werd overgedragen van vader op zoon. Zij stonden erom bekend erg corrupt te zijn en vonden dat zij ongestraft konden handelen omdat zij geloofden af te stammen van hun goden. Alles wat in Perzië geproduceerd was, was effectief gezien het eigendom van de koningen. Dit zorgde ervoor dat zij over enorme rijkdommen beschikten en erg extravagant leefden.
Het Arabisch Schiereiland was een belangrijk gebied omdat het het centrum is van de oude wereld en een brug vormde, via zowel land als zee, naar de meeste naties en volkeren uit die tijd. Vanwege deze strategische ligging werd het een centrum voor handel, cultuur, religie en kunst.
Zoals eerder behandeld worden de Arabieren ingedeeld in drie groepen: de Uitgestorven Arabieren, de Pure Arabieren (Qahtanieten) en de Verarabiseerde Arabieren (Adnanieten). In dit artikel richten wij ons op de Pure Arabieren.
De Pure Arabieren (Qahtanieten)
De Qahtanieten stammen af van Ya’rub ibn Yashjub ibn Qathan en staan ook bekend als de Zuidelijke Arabieren. De koningen van Jemen waren Pure Arabieren en zo ook de inwoners van de koninkrijken Ma’een, Saba en Himyar.
Zij vormen de kern van wat in de (klassieke) bronnen al-'Arab al-'Aribah wordt genoemd, oftewel de oorspronkelijke Arabieren die eeuwenlang de beschavingen van Zuid-Arabië vormden. In Jemen regeerden hun koningen over machtige koninkrijken zoals Ma’een, Saba en Himyar die bekendstonden om hun handel, architectuur en vruchtbare landgronden.
Saba
De mensen van Saba in Jemen staan bekend als een van de oudste bekendste naties van Pure Arabieren. Deze beschaving bloeide 11 eeuwen v.Chr. op en hun gebied breidde zich uit. Van 1300 tot 650 v.Chr. stonden zij bekend als Ma’iniyah. Hun hoofdstad Sarwa, ook bekend als Khariba ligt ongeveer 50 km ten noordwesten van Ma’rib. Gedurende deze periode begonnen zij aan de bouw van de Ma’rib-dam, een bouwwerk dat zeer belangrijk was in de geschiedenis van Jemen.
Kaart laden...
Tussen 620 en 115 v.Chr. stonden zij bekend als Saba en werd Ma’rib de hoofdstad van het koninkrijk; Ma’rib ligt 192 km ten oosten van Sana’. Zij gebruikten het water uit de dammen om hun velden te irrigeren waar zij verschillende soorten bomen, planten en fruit verbouwden.
Het eerste Himyaritische Rijk
Van 115 v.Chr. tot 300 n.Chr. werd het na de verovering door de Himyar, het Himyar koninkrijk. Gedurende deze periode begon het verval van het koninkrijk, eerst de handel, de overmacht van de Byzantijnse vloot over de zeeroutes en onderlinge interne strijd. Dit zorgde ervoor dat een aantal Qahtan-families verdeeld en verspreid werden.
Kaart laden...
Het tweede Himyaritische Rijk
Van 300 n.Chr. tot de komst van Islam, stond het koninkrijk bekend als het Tweede Himyaritische Rijk. Deze periode kenmerkte zich door toenemende wanorde, onrust en stammenoorlog. Jemen werd hierdoor kwetsbaar voor buitenlandse inmenging. De Byzantijnen veroverden gebieden en hielpen de Abessiniërs om Jemen te bezetten in 340 n.Chr. De bezetting duurde tot 378 waarna Jemen weer onafhankelijk werd. Echter vanwege hun ongehoorzaamheid en ondankbaarheid jegens Allah ﷻ werden zij gestraft, Allah ﷻ zegt:
لَقَدۡ كَانَ لِسَبَإٖ فِي مَسۡكَنِهِمۡ ءَايَةٞۖ جَنَّتَانِ عَن يَمِينٖ وَشِمَالٖۖ كُلُواْ مِن رِّزۡقِ رَبِّكُمۡ وَٱشۡكُرُواْ لَهُۥۚ بَلۡدَةٞ طَيِّبَةٞ وَرَبٌّ غَفُورٞ فَأَعۡرَضُواْ فَأَرۡسَلۡنَا عَلَيۡهِمۡ سَيۡلَ ٱلۡعَرِمِ وَبَدَّلۡنَٰهُم بِجَنَّتَيۡهِمۡ جَنَّتَيۡنِ ذَوَاتَيۡ أُكُلٍ خَمۡطٖ وَأَثۡلٖ وَشَيۡءٖ مِّن سِدۡرٖ قَلِيلٖ ذَٰلِكَ جَزَيۡنَٰهُم بِمَا كَفَرُواْۖ وَهَلۡ نُجَٰزِيٓ إِلَّا ٱلۡكَفُورَ
Voorwaar, er was voor (het volk van) Saba een Teken in hun woonplaats, twee tuinen aan de rechterzijde en aan de linkerzijde (van de vallei). (Wij zeiden hen:) "Eet van de voorzieningen van jullie Heer en wees Hem dankbaar. Het is een welvarend land en een Vergevingsgezinde Heer." Maar zij keerden zich ervan af, dus stuurden Wij aan hen een vloed die van de dam werd losgelaten en Wij veranderden hun twee tuinen in tuinen die bitter, slecht fruit voortbrachten en tamarinden en een paar lotusbomen. Zo vergolden Wij hun omdat zij ondankbare ongelovigen waren. En Wij vergelden niemand dan de ondankbaren.
Soera Saba 15-17
Dit zorgde voor de val van de gehele Jemenitische beschaving en de verspreiding van alle volkeren die er leefden en dit is hoe de verschillende stammen van de Zuidelijke Arabieren verspreid werden over het Arabisch Schiereiland. Stammen als 'Azd die zich vestigden in Oman, of de Ghassan die zich vestigden in Shaam, maar ook de Aws en Khazraj die zich vestigden in Yathrib. Deze van oorsprong, Zuid-Arabische stammen, zouden later een belangrijke rol spelen in de siera van de Profeet ﷺ.
