Als Ibrahim ﵇ en Ismail ﵇ de Ka’bah bouwden en de mensen leerden over Islam en tawhied, hoe kan het dan dat tegen de tijd dat de Profeet ﷺ begon met het verkondigen van Islam er zoveel veelgoderij aanwezig was bij de Arabieren? Het was bekend dat de Arabieren hun voorvaderen blindelings volgden ongeacht hoe dwalend en bijgelovig hun praktijken waren. Dit heeft ertoe geleid dat zij op een gegeven moment begonnen met het aanbidden van afgodsbeelden. Iedere stam had zijn eigen afgod.
De Afgoden van de Arabieren
- Hudhail ibn Mudruk: had Suwaa’
- Banu Kalb: had Wadd
- Banu Mudhaj: had Yaghooth
- Banu Khayawaan: had Ya’ooq
- Banu Himyaar: had Nasr
- Khuza’a en Quraish: hadden Isaaf en Naailah
- Manaat: werd door iedereen aanbeden; Aws en Khazraj in het bijzonder
- Al-Lat: was in Thaqief
- Al-'Uzza: was in Dhaat 'Ariq
Dit waren slechts de belangrijkste afgoden. De Arabieren hadden er nog veel meer van allerlei soorten en maten. Maar wat is de oorsprong van deze praktijk; wie was de oorspronkelijke brenger van de afgoden?
De Brenger: 'Amr ibn Luhayy al-Khuza’i
Hij was een stamhoofd van de Khuza’ah-stam en leefde in de tijd dat de Arabieren de religie van Ibrahim ﵇ volgden. Echter, tegen deze tijd was een groot deel verwaterd en vergeten. 'Amr ibn Luhayy al-Khuza’i was niet alleen stamhoofd, maar stond bekend om zijn rechtvaardigheid, liefdadigheid en zijn religiositeit. Vanwege zijn status was hij zeer geliefd bij zijn stam. In Al-Shaam zag hij hoe mensen afgodbeelden aanbaden, hij zag dit als iets positiefs. Hij nam de afgod Hubal mee en plaatste dit in het midden van de Ka’bah en riep de mensen op het te aanbidden. Binnen de kortste keren verspreidde het aanbidden van afgodsbeelden binnen Mekka en vervolgens naar de rest van de Hijaz tot uiteindelijk een groot aantal beelden werden geïntroduceerd.
Kaart laden...
Kaart laden...
Andere bekende afgoden zoals Manat, Al-Lat en Al-'Uzza werden op eenzelfde manier ook geïntroduceerd. Er wordt gezegd dat de beelden tijdens de Hajj werden uitgedeeld zodat de stammen dit mee naar huis namen en daar verder verspreidden. Uiteindelijk waren er 360 afgodsbeelden rondom de Ka’bah. Het bereikte een punt waarbij het aanbidden van afgoden het belangrijkste aspect werd van de religie van de Arabieren. Het was 'Amr ibn Luhayy die ook de diverse rituelen bedacht die erbij hoorden. Vanwege zijn status volgden de mensen hem hierin. De afgoden werden uiteindelijk gebruikt voor het volgende:
- Zich toewijden aan de afgoden; toevlucht bij hen zoeken, zweren in hun naam, hulp bij hen zoeken, smeekbedes tot hen verrichten zodat zij als bemiddelaar konden fungeren bij Allah ﷻ
- Bedevaart verrichten naar de afgoden, tawaaf rondom hen verrichten, zichzelf voor hen vernederen en voor hen knielen
- Om hun gunsten vragen door offers aan hen te brengen
- Om hun gunsten vragen via beloften door gewassen en vee aan hen te schenken
- Een deel van het eten, drinken, vee en gewassen aan hen toekennen
- Specifieke dieren aan hen te offeren door deze uit te zonderen van bepaalde werkzaamheden
Zij geloofden dat dit hen dichterbij Allah ﷻ zou brengen en dat de idolen namens hen zouden bemiddelen. Naast het aanbidden van afgoden hielden Arabieren zich bezig met andere bijgelovige praktijken.
Bijgelovige Praktijken
Zij wierpen Azlam, lotstaven bestaande uit drie soorten pijlen, waarop respectievelijk ‘ja’, ‘nee’ of niets stond. Iedere keer voordat zij een belangrijke gebeurtenis zouden ondernemen dan zouden zij de Azlam gebruiken. Mochten zij “ja” trekken dan zouden ze het doen, trokken zij “nee” dan zouden zij het een jaar uitstellen. Zij gebruikten het ook voor water, bloedgeld of wanneer zij twijfelden of om te bepalen of een kind van hen was. Voor het laatste richtten zij zich op de afgod Hubal en brachten en schonken 100 kamelen aan de “werper”. Als er stond “van jou” , dan werd besloten dat het kind tot de stam behoorde. Als er stond “niet van jou” dan werd hij als bondgenoot gezien, stond er “mulsaq” dan hoorde de persoon wel bij de gemeenschap, maar zonder officieel verwantschap of bondgenootschap. Zij hadden een diep geloof in de vertellingen van waarzeggers, voorspellers en astrologen. Zij claimden allemaal dat zij de toekomst of het ongeziene konden voorspellen op hun eigen manier.
Al-Hums: De Quraish
Ondanks deze ongelovige praktijken, hielden zij nog steeds elementen van de religie van Ibrahim ﵇ vast zoals het rondgaan van de Ka’bah, het verrichten van de bedevaarten, het verblijven bij 'Arafat en het geven van een offer; allemaal manaasik (rituelen) die de moslims vandaag de dag uitvoeren. De Arabieren tijdens de jahiliyya voerden al deze rituelen uit maar mengden dit met allerlei bijgelovige zaken. De Qoeraish bijvoorbeeld, aangezien zij afstammelingen waren van Ibrahim ﵇, de beheerders van de Ka’bah en bewoners van Mekka; waren van mening dat zij een speciale status hadden. Zij noemden zichzelf Al-Hums en meenden een speciale status te hebben. Zo vonden zij dat zij niet naar 'Arafat hoefden te gaan. Andere bijzondere overtuigingen waren:
- Zij mochten in ihraam geen gedroogde yoghurt en braadvet eten
- Het was niet toegestaan om een tent binnen te gaan die gemaakt was van kamelenhaar
- Zij mochten niet in de schaduw zitten behalve in een bakstenen huis
- Zij gaven geen eten aan bedevaartgangers buiten Mekka
- Bedevaartgangers buiten Mekka mochten de Ka’bah alleen rondgaan in kleren die door Al-Hums waren verzorgd , wie dat niet kon verkrijgen deed dit naakt
- Wie wel de kleding van Al-Hums kon verkrijgen moest deze na de bedevaart weggooien
- Het was niet toegestaan om in ihram diens huizen via de deur binnen te gaan; in plaats daarvan groeven/boorden zij een gat in hun muur om zo hun huizen te betreden
Dit werd destijds gezien als een teken van vroomheid en godsvrezendheid.
Dit is een samenvatting van hoe de Arabieren afweken van de religie van Ibrahim ﵇ doordat zij belangrijke kernaspecten begonnen te vergeten. Uiteindelijk werden er afgoden geïntroduceerd door 'Amr ibn Luhayy en begonnen zij afgoden te aanbidden en rituelen te bedenken in het teken van deze afgoden. Er ontstond een vreemde mengeling van elementen van de religie van Ibrahim ﵇ en dan met name de Hajj-rituelen en de nieuwe afgoderij. Het is belangrijk om de context hiervan te kennen omdat Allah ﷻ deze punten benoemt in de Koran. Waarom er zo’n nadruk wordt gelegd op monotheïsme en de wijze waarop Hij ﷻ hun afgoderij en bijgeloof verwerpt. En natuurlijk waarom wij als moslims zo’n nadruk leggen op de zuiverheid van onze Islam; wij willen niet in dezelfde fouten vervallen zoals de volkeren voor ons.
