InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënSiera in 3D

juni 656 n.Chr. · Dhul-Hijjah 35 AH

Belegering en martelaarschap van ʿUthman ﵁

حصار بيت عثمان

De Rechtgeleide Khaliefen · ʿUthman ibn ʿAffan ﵁

Dhul-Hijjah 35 AH: rebellen uit Egypte, Kufa en Basra omsingelen Medina en belegeren het huis van ʿUthman ﵁. Zes fasen: verzameling van de rebellen, omsingeling en eerste eisen, het ontzeggen van het water, finale onderhandelingen, de dakbestorming en het martelaarschap, en de schok en nasleep in Medina. Hudhayfa ﵁ noemde het de eerste van de beproevingen.

Lees het volledige artikel
Fase 1

Verzameling van de rebellen en tocht naar Medina

In Shawwal 35 AH verzamelden zich in Egypte, Kufa en Basra drie afzonderlijke groepen ontevredenen. De Egyptische groep — circa drieduizend tot vierduizend man — was de meest gemotiveerde, geleid door figuren als Muhammad ibn Abi Hudhayfa en Muhammad ibn Abi Bakr, die persoonlijke grieven tegen ʿUthman ﵁ koesterden. De Kufaanse groep verzamelde zich rond grieven tegen Saʿid ibn al-ʿAs ﵁ en de eerdere afzetting van Saʿd ﵁; de Basraanse groep rond beschuldigingen van mishandeling door lokale gouverneurs.

De drie groepen trokken ogenschijnlijk onafhankelijk naar de Hijaz, maar hun timing was zo nauwkeurig dat coördinatie vermoedelijk plaatsvond. Hun voorgewende doel was het indienen van klachten bij de khalifah; hun werkelijke intentie verschilde per groep. Sommige rebellen wensten politieke hervormingen — afzetting van bepaalde gouverneurs, terugkeer van bepaalde waqf-fondsen aan de schatkist, herverdeling van staatsmiddelen. Anderen — vooral binnen de Egyptische voorhoede — waren reeds besloten ʿUthman ﵁ ter dood te brengen.

Tegen midden Dhul-Qaʿdah arriveerden de eerste rebellen-detachementen rond Medina. Zij vestigden zich in drie ringen rondom de stad: de Egyptische ring aan de zuidzijde, de Kufaanse ring aan de oostzijde, de Basraanse ring aan de westzijde. De totale rebellen-strijdkracht — tussen acht- en tienduizend gewapende mannen — was niet groot genoeg om Medina te verwoesten, maar voldoende om de stad te isoleren en het bevel van ʿUthman ﵁ binnen zijn eigen huis te belegeren.

ʿUthman ﵁ ontving de eerste rebellen-afgezanten op de hoffelijke wijze die hem eigen was. Hij hoorde hun klachten, beloofde onderzoeken in te stellen, en stelde de afzetting van bepaalde gouverneurs in het vooruitzicht. De afgezanten keerden naar hun kampen terug. Wat zij zeiden te zien is niet vastgelegd; wat zeker is, is dat de belegering in plaats van te eindigen, juist verergerde.

Fase 2

Belegeringslijnen opgesteld en eerste eisen

Bij het begin van Dhul-Hijjah omsingelden de rebellen ʿUthman ﵁'s huis binnen Medina. Het huis lag aan de noordzijde van de Masjid an-Nabawi, vlak naast de al-Baqiʿ-begraafplaats. De rebellen vestigden vier kampen op de cardinale richtingen rond Medina, en directe wachtposten op de straten die naar ʿUthman ﵁'s huis leidden.

De eerste eisen die formeel werden ingediend, waren: aftreden van ʿUthman ﵁ als khalifah; vervanging van de gouverneurs die als corrupt werden beschouwd (in het bijzonder Marwan ibn al-Hakam en ʿAbdullah ibn Saʿd ﵁); en terugkeer van bepaalde waqf-eigendommen aan de schatkist. ʿUthman ﵁ aanvaardde geen aftreden. Hij verklaarde, in een verklaring die door Sahabah ﵃ als ʿAli ﵁, az-Zubayr ﵁ en Talha ﵁ werd overgebracht, dat hij geen kleed zou afnemen dat Allah ﷻ hem had aangeschoven, totdat hij Hem zou ontmoeten.

Drie Sahabah ﵃ stelden zich actief op als bemiddelaars. ʿAli ﵁ stuurde herhaaldelijk afgezanten tussen de rebellen-kampen en ʿUthman ﵁'s huis; az-Zubayr ﵁ en Talha ﵁ stelden voor om ʿUthman ﵁ gewapend te beschermen, maar ʿUthman ﵁ weigerde elk bloedvergieten. Hij stond toe dat al-Hasan ﵁ en al-Husayn ﵁ — de jonge kleinzonen van de Profeet ﷺ — bij de deur van zijn huis post zouden vatten als symbolische bewakers, maar zij waren niet bedoeld als een gevechtsmacht; hun aanwezigheid was bedoeld om de rebellen te herinneren aan de heilige status van het huis dat zij belegerden.

In de eerste week werden de aanvoerlijnen naar ʿUthman ﵁'s huis steeds verder beperkt. De rebellen blokkeerden de officiële stadsput; vertrouwde inwoners van Medina brachten 's nachts heimelijk water en voedsel. ʿUthman ﵁ ontving zijn vrouw Naʾila bint al-Furafisa ﵂ en zijn dichtste vrienden binnen het huis; al-Hasan ﵁ en al-Husayn ﵁ stonden buiten bij de deur.

Fase 3

Verergering van de beleg en waterblokkade

In de tweede week van Dhul-Hijjah verscherpten de rebellen de blokkade. De openbare put werd permanent door gewapende wachters bezet; elke poging om water naar ʿUthman ﵁'s huis te brengen, werd onderschept. Het was hoogzomer in Medina, en de hitte was zwaar. Naʾila ﵂ verdeelde de paar dadelvoorraden en kleine voorraden zoete melk die binnen het huis aanwezig waren onder de bewoners.

ʿUthman ﵁ onderging de blokkade met opvallende kalmte. Hij las elke dag de mushaf — meerdere djuz per dag — terwijl Naʾila ﵂ aan zijn zijde zat. Volgens een overlevering van Anas ibn Malik ﵁, die uit de mond van een neef van ʿUthman ﵁ werd opgetekend, sprak ʿUthman ﵁ in die dagen meermalen over de droom waarin hij de Profeet ﷺ had gezien, die hem vertelde: “ʿUthman, je zult vandaag met ons iftar doen.” Hij sliep weinig, vastte vaak, en weigerde elke poging tot gewapend verzet.

ʿAli ﵁, hoewel zelf in toenemende mate zorg uitsprekend over de bedoelingen van de rebellen, stuurde al-Hasan ﵁ en al-Husayn ﵁ tevens om bij de deur te blijven. Az-Zubayr ﵁ en Talha ﵁ trokken zich verder terug; sommige bronnen suggereren dat zij stilzwijgend de rebellen tolereerden, andere ontkennen dit met klem en houden vol dat zij gewoon van de situatie geïsoleerd waren. ʿAʾisha ﵂ vertrok rond deze tijd voor de Hajj naar Mekka, en de Hajj zelf werd dat jaar door Ibn ʿAbbas ﵁ — door ʿUthman ﵁ aangewezen — geleid.

Aan de derde dag van de waterblokkade smokkelde een vertrouwde Sahabi enige waterkruiken via een naburig dak naar ʿUthman ﵁'s huis. De volgende nacht werden andere pogingen onderschept; de smokkelaar werd door een rebellen-wachter herkend en onder bedreiging weggestuurd. Vanaf dat moment dronk ʿUthman ﵁ niets dan wat in het huis aanwezig was, gerantsoeneerd in kleine slokken per dag.

Fase 4

Finale onderhandelingen en dreiging van geweld

Op de avond van 17 Dhul-Hijjah kwam het tot een laatste onderhandelingsronde. De rebellen — door hun harde lijn (met name Muhammad ibn Abi Hudhayfa en zijn directe volgelingen) gedomineerd — gaven ʿUthman ﵁ een ultimatum: aftreden voor de Fajr-salat van de volgende morgen, of het huis zou worden bestormd. ʿAli ﵁ probeerde nog één keer te bemiddelen; hij stuurde zijn beide zonen door de stadsdeuren met een bericht: “Geef hen wat zij vragen aan vervanging van gouverneurs; verzet u tegen geen redelijke eis; maar zwijg over aftreden.” De boodschap bereikte ʿUthman ﵁ rond middernacht.

ʿUthman ﵁ ontving een aantal bezoekers in de loop van die avond. Talha ﵁ kwam langs en sprak zacht met hem; hij vertrok zonder vermelden van wat zij hadden besproken. Az-Zubayr ﵁ was niet aanwezig; hij was in zijn eigen huis aan de westzijde van Medina gebleven. Marwan ibn al-Hakam was reeds gewond in een eerdere schermutseling, en bleef in afzondering. De Sahabah ﵃ die het dichtst bij ʿUthman ﵁ waren — Hassan ibn Thabit ﵁, ʿAbdullah ibn Salam ﵁, en enkele anderen — zaten bij hem in het binnenste van het huis.

Naʾila ﵂ las met ʿUthman ﵁ uit de mushaf. Hij was bij Surah al-Baqarah aangekomen, in een gedeelte over de geduld in beproeving. Hij sprak weinig, maar wat hij sprak werd door Hassan ﵁ overgeleverd: “Ik heb een belofte van de Profeet ﷺ ontvangen, en ik zal er geduldig op zijn.” Aan de buitendeur stonden al-Hasan ﵁ en al-Husayn ﵁ in de laatste vigil; de moe gestreden jongens leunden tegen de muur, hun zwaarden tussen hun knieën.

Buiten verzamelden de rebellen-commandanten. De aanvalmacht — een kleine groep van tien tot vijftien zwaardvechters onder direct bevel van Muhammad ibn Abi Hudhayfa — werd uit de Egyptische ring opgesteld. Plan: niet via de voordeur, die door de twee jonge Sahabah ﵃ werd verdedigd; maar via het dak van het naburige huis, dwars over de smalle straat heen, op het dak van ʿUthman ﵁'s huis, en dan via een dakopening naar binnen.

Fase 5

Dakbestorming en martelaarschap van ʿUthman ﵁

In het uur voor de Fajr-salat van 18 Dhul-Hijjah 35 AH klom de aanvalsmacht op het dak van het naburige huis. Het dak grensde direct aan dat van ʿUthman ﵁'s huis; via een lage scheidingsmuur stapten de aanvallers over, en betraden zij het dak van ʿUthman ﵁'s woning. Een dakopening — vermoedelijk een lichtschacht — gaf hen toegang tot de bovenste verdieping.

ʿUthman ﵁ zat in de hoofdkamer, op zijn gewoonlijke zitplaats, met de mushaf opengeslagen voor hem. Hij las Surah al-Baqarah. De overlevering vermeldt het exacte vers waarop zijn vinger rustte op het moment dat de aanvallers de kamer binnentraden: “En Allah ﷻ zal je beschermen tegen hen; en Hij is de Alhorende, de Alwetende” (2:137). Naʾila ﵂ zat naast hem; toen zij de vreemde voetstappen op de trap hoorden, sprong zij overeind en plaatste zich tussen ʿUthman ﵁ en de deur.

Muhammad ibn Abi Bakr was de eerste die ʿUthman ﵁'s baard greep. ʿUthman ﵁ keek hem aan, en sprak een uitspraak die Tabari woord voor woord vermeldt: “Bij Allah, als je vader Abu Bakr ﵁ je hier zou zien, zou hij sterven van schaamte.” Muhammad ibn Abi Bakr trok zijn hand terug; hij liet zijn zwaard zakken. Maar de twee mannen achter hem niet. Zij staken op ʿUthman ﵁ in. De eerste slag was naar zijn hoofd; de tweede naar zijn borst; de derde, een dwarsslag, doorboorde zijn buik. Het bloed van de khalifah vloeide op de mushaf, op de bladzijde met het vers dat hij las.

Naʾila ﵂ wierp zich op haar man om hem te beschermen; haar handen werden afgehakt — Tabari is duidelijk over het verlies van haar vingers. al-Hasan ﵁ en al-Husayn ﵁, die het tumult vanaf de voordeur hoorden, stormden naar binnen; al-Hasan ﵁ werd door een zwaardslag aan zijn schouder zwaar gewond, al-Husayn ﵁ aan zijn arm. Maar zij konden niet meer redden wat reeds gebeurd was. ʿUthman ibn ʿAffan ﵁, Dhū al-Nūrayn, derde khalifah, viel op zijn mushaf, en stierf in de stilte tussen de Adhan en de Iqamah van de Fajr-salat.

Fase 6

Nasleep en de schok van Medina

Bij het aanbreken van de dageraad op 18 Dhul-Hijjah 35 AH verspreidde het nieuws zich door Medina. De aanvallers waren reeds gevlucht, in verwarring over wat zij gedaan hadden. Hun coördinatie viel uiteen; velen verlieten Medina nog die zelfde morgen, terug naar Egypte en Kufa, achterdochtig over de gevolgen.

ʿAli ibn Abi Talib ﵁ kwam aan in het huis met zijn zonen; hij vond ʿUthman ﵁ op de mushaf liggend, omarmd door de wenende Naʾila ﵂. Zijn woorden, die door meerdere Sahabah ﵃ werden gehoord, waren: “Hoe heeft de Amir al-Muʾminin de dood gevonden, terwijl jullie tweeën bij de deur stonden?” Hij sloeg al-Hasan ﵁ en al-Husayn ﵁ — niet hard, maar verwijtend. De jongens waren te gewond om te antwoorden.

Talha ﵁ en az-Zubayr ﵁ kwamen kort daarna. Beide huilden. Beschuldigingen werden uitgesproken; sommige aanwezigen verwezen vingers naar Talha ﵁ als zou hij medeplichtig zijn aan de rebellen-gevoelens; Talha ﵁ ontkende met klem. Az-Zubayr ﵁ sprak niets; hij ging naar buiten en bleef twee dagen lang afzonderlijk in zijn huis.

Per ʿUthman ﵁'s eigen testament — opgesteld jaren eerder — leidde Az-Zubayr ﵁ de janazah-salat. De begrafenis vond plaats in de nacht na zijn dood, in stilte, in Hawsh Kawkab in de al-Baqiʿ-begraafplaats. ʿUthman ﵁ was de eerste die in Hawsh Kawkab werd begraven; de plek werd vanaf dat moment de begraafplaats van de Banu Umayya-tak in Medina.

Naʾila ﵂ overleefde de aanslag, hoewel haar verwondingen ernstig waren; zij weigerde hertrouwen na ʿUthman ﵁'s dood en bleef de rest van haar leven in zijn nagedachtenis leven. al-Hasan ﵁ en al-Husayn ﵁ herstelden van hun wonden in de daaropvolgende weken. Hudhayfa ibn al-Yaman ﵁, die in Kufa de berichten ontving, sprak de uitspraak die Suyuti opgetekend heeft: “De eerste van de beproevingen was de moord op ʿUthman ﵁; de laatste is de verschijning van de Dajjal.”

In de drie dagen na de moord ontstond in Medina een politiek vacuum. De moslims wendden zich tot ʿAli ﵁ voor de baiʿah; hij weigerde aanvankelijk, maar aanvaardde uiteindelijk. De fitna die hierop volgde — de Slag bij de Kameel, de Slag bij Siffin, de splitsing in Khawarij, en uiteindelijk de Omajjadische dynastie — was het langetermijngevolg van die morgen voor de Fajr-salat.

Belegering en martelaarschap van ʿUthman ﵁ – kaart

Deze veldslag is fase voor fase te volgen op de interactieve 3D-kaart, van de openingszetten tot de uiteindelijke afloop. De kaart behandelt de volgende fasen:

  • Fase 1:Verzameling van de rebellen en tocht naar Medina
  • Fase 2:Belegeringslijnen opgesteld en eerste eisen
  • Fase 3:Verergering van de beleg en waterblokkade
  • Fase 4:Finale onderhandelingen en dreiging van geweld
  • Fase 5:Dakbestorming en martelaarschap van ʿUthman ﵁
  • Fase 6:Nasleep en de schok van Medina
Open de interactieve slagkaart

Veelgestelde vragen

Wat gebeurde er tijdens de belegering van het huis van ʿUthman ﵁?

In Dhul-Hijjah 35 AH (juni 656) omsingelden rebellen uit Egypte, Kufa en Basra, tussen de acht- en tienduizend gewapende mannen, de stad Medina en belegerden zij het huis van de derde khalifah, ʿUthman ibn ʿAffan ﵁, een belegering die eindigde in zijn martelaarschap. De rebellen eisten zijn aftreden en de vervanging van gouverneurs; ʿUthman ﵁ weigerde af te treden maar verbood tegelijk elk bloedvergieten in zijn verdediging. Na een waterblokkade en mislukte onderhandelingen bestormde een kleine groep het huis via het dak, in het uur voor de Fajr-salat.

Wie belegerden het huis van ʿUthman ﵁?

De belegeraars waren drie groepen ontevredenen die zich in Shawwal 35 AH in Egypte, Kufa en Basra hadden verzameld, elk rond eigen grieven tegen gouverneurs en bestuur, en die ogenschijnlijk onafhankelijk maar vermoedelijk gecoördineerd naar Medina trokken onder het voorgewende doel klachten bij de khalifah in te dienen. De Egyptische groep van drie- tot vierduizend man was de meest gemotiveerde, geleid door figuren als Muhammad ibn Abi Hudhayfa. Sommige rebellen wilden politieke hervormingen; anderen, vooral in de Egyptische voorhoede, waren reeds besloten ʿUthman ﵁ ter dood te brengen.

Waarom weigerde ʿUthman ﵁ af te treden of zich gewapend te laten verdedigen?

ʿUthman ﵁ verklaarde, in woorden die door Sahabah ﵃ als ʿAli ﵁, az-Zubayr ﵁ en Talha ﵁ werden overgebracht, dat hij geen kleed zou afleggen dat Allah ﷻ hem had aangeschoven totdat hij Hem zou ontmoeten, en tegelijkertijd weigerde hij elk bloedvergieten van moslims omwille van zijn verdediging. Az-Zubayr ﵁ en Talha ﵁ boden aan hem gewapend te beschermen, maar hij wees dit af; hij stond alleen toe dat al-Hasan ﵁ en al-Husayn ﵁ als symbolische bewakers bij zijn deur stonden. De blokkade onderging hij in opvallende kalmte, dagelijks lezend in de mushaf en vaak vastend.

Hoe stierf ʿUthman ﵁?

In het uur voor de Fajr-salat van 18 Dhul-Hijjah 35 AH drong een kleine aanvalsgroep via het dak van het buurhuis de woning van ʿUthman ﵁ binnen en stak hem neer terwijl hij de mushaf las bij Surah al-Baqarah, waarna het bloed van de khalifah vloeide op de opengeslagen bladzijde met het vers dat hij las. Zijn vrouw Naʾila ﵂ wierp zich op hem om hem te beschermen en verloor daarbij haar vingers. al-Hasan ﵁ en al-Husayn ﵁ stormden naar binnen en raakten gewond, maar konden niet meer redden wat gebeurd was; ʿUthman ﵁, Dhū al-Nūrayn, stierf in de stilte tussen de adhan en de iqamah van de Fajr-salat.

Hoe en waar werd ʿUthman ﵁ begraven?

ʿUthman ﵁ werd volgens zijn eigen, jaren eerder opgestelde testament begraven in de nacht na zijn dood, in stilte, in Hawsh Kawkab op de al-Baqiʿ-begraafplaats van Medina, waarbij az-Zubayr ﵁ overeenkomstig datzelfde testament de janazah-salat leidde, terwijl de aanvallers de stad in verwarring over hun eigen daad reeds waren ontvlucht. Hij was de eerste die in Hawsh Kawkab werd begraven; de plek werd vanaf dat moment de begraafplaats van de Banu Umayya-tak in Medina. Naʾila ﵂ overleefde de aanslag, weigerde te hertrouwen en leefde de rest van haar leven in zijn nagedachtenis.

Wat waren de gevolgen van het martelaarschap van ʿUthman ﵁?

Het martelaarschap van ʿUthman ﵁ liet in Medina een politiek vacuüm achter waarin de moslims zich tot ʿAli ﵁ wendden voor de baiʿah, die hij aanvankelijk weigerde en uiteindelijk aanvaardde, en het opende de reeks beproevingen onder de gelovigen die de geschiedenis als de eerste fitna kent. Hudhayfa ibn al-Yaman ﵁ sprak de woorden die Suyuti heeft opgetekend: de eerste van de beproevingen was de moord op ʿUthman ﵁, de laatste is de verschijning van de Dajjal. De Slag bij de Kameel, de Slag bij Siffin en de afsplitsing van de Khawarij waren de langetermijngevolgen van die morgen voor de Fajr-salat.