InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënSiera in 3D

december 632 n.Chr. · Rabi al-Awwal 12 AH

De Slag bij al-Yamamah

معركة اليمامة

De Rechtgeleide Khaliefen · Abu Bakr as-Siddiq ﵁

De bloedigste slag van de Ridda-oorlogen. Khalid ibn al-Walid ﵁ tegen Musaylimah en de Banu Hanifa in al-Yamamah. Negen fasen: de opmars, de eerste botsing, de terugtocht naar het kamp, de herordening per stam, de tweede aanval, de Tuin van de Dood, de sprong van al-Bara ﵁, de dood van Musaylimah, en de zeventig shuhada. Zeventig Sahabah ﵃ vielen, onder hen vele huffaz van de Quran.

Lees het volledige artikel
Fase 1

Opmars naar al-Yamamah

Na Buzakhah zond Abu Bakr ﵁ Khalid ﵁ niet rechtstreeks terug naar Medina. Hij stuurde nieuwe orders na hem aan. Doorstoten naar de Banu Tamim in Najd, daarna Musaylimah in al-Yamamah. Een eerdere expeditie onder ʿIkrimah ibn Abi Jahl ﵁ had al een nederlaag geleden in de buurt van al-Yamamah. Een tweede onder Shurahbil ibn Hasanah ﵁ wachtte op versterking. Khalid ﵁ moest de twee samenvoegen en de slag herstellen.

De afstand van Buzakhah naar al-Yamamah is groot. Bijna vijftienhonderd kilometer over hete vlakten, langs putten die soms uitgedroogd waren. Khalid ﵁ koos voor een snelle route langs Dahna en at-Tahaluf. Hij splitste zijn leger niet en hield de cavalerie geconcentreerd. De Muhajirun en Ansar marcheerden in het centrum, de bondgenoten van de zojuist gepacificeerde Najd-stammen op de flanken.

Onderweg naderden hem verschillende delegaties van Tamim. Sajaah, de profetes uit Banu Yarbu, had haar leger gehad maar inmiddels weer ontbonden, deels omdat zij een wonderlijk verbond met Musaylimah had gesloten en daarna teruggetrokken naar Mesopotamië. Maaliek ibn Nuwayrah was in een eerder gevecht door Khalid ﵁'s mannen gedood, een zaak die later in Medina nog opnieuw geopend zou worden door ʿUmar ﵁. Khalid ﵁ bleef vooruitgaan. Zijn opdracht was duidelijk en de tijd drong.

In al-Yamamah wachtte Musaylimah met een leger van naar verluidt veertigduizend man. De Banu Hanifa was geen zwakke stam. Zij bezaten landbouwgrond, palmboomgaarden, ommuurde tuinen die als forten konden dienen. Musaylimah had hen overtuigd door middel van prozarymen die op koranische passages leken maar in inhoud betekenisloos waren. “Yaa difdaʿu, binta difdaʿayni”, “O kikker, dochter van twee kikkers.” Niemand in al-Yamamah had het hardop tegengesproken.

Toen Khalid ﵁ zich bij ʿIkrimah ﵁ en Shurahbil ﵁ aansloot, telde de Muslim-strijdmacht ongeveer dertienduizend man. Zij sloegen hun kamp op ten noorden van ʿAqraba, een vlakte ten noorden van de stad Hajr. Khalid ﵁ stuurde een verkenner. De man werd gevangen genomen en voor Musaylimah gebracht. Musaylimah liet hem in leven, gaf hem een boodschap mee en stuurde hem terug. Khalid ﵁ las de boodschap, scheurde haar in tweeën zonder een woord, en gaf het bevel om de volgende ochtend op te trekken.

In de nacht voor de slag liep Khalid ﵁ door de kampen. Bij elke vlag bleef hij staan, sprak met de bannerdrager, herinnerde hem aan een specifieke deugd van de Profeet ﷺ. Bij de vlag van de Ansar herhaalde hij de woorden uit Surah at-Tawbah over hen die geloofden, hijraf maakten en streden. Bij de vlag van de Muhajirun reciteerde Ubayy ibn Kaʿb ﵁ enkele verzen die hij van de Profeet ﷺ persoonlijk had ontvangen. Het kamp sliep weinig die nacht. Aan de horizon, boven de palmgaarden van Hajr, was de gloed van Musaylimah’s vuren te zien.

Fase 2

De eerste botsing

De ochtend brak helder en koel. Khalid ﵁ stelde zijn leger op in de traditionele formatie. Centrum gemengd, Muhajirun en Ansar door elkaar onder zijn eigen bevel. Rechtervleugel onder Zayd ibn al-Khattab ﵁, de broer van ʿUmar ﵁. Linkervleugel onder Abu Hudhayfah ﵁ en zijn mawla Salim ﵁, de qari die de Profeet ﷺ als een van de vier had aanbevolen om de Quran van te leren.

Musaylimah’s leger kwam in een breed front naar voren. De Banu Hanifa was talrijk, getraind, en zij vochten op eigen grond. Hun voorhoede onder Muhakkim ibn at-Tufayl, een veldcommandant die in een vroeger leven nog handelaar in Hajr was geweest, viel met geweld aan op het Muslim-centrum.

De klap was zwaarder dan iemand verwacht had. De Banu Hanifa-speerwerpers veroorzaakten verliezen in de eerste rang. De druk vanuit het Muslim-centrum wankelde. De rechtervleugel onder Zayd ﵁ hield stand, maar de linkervleugel begon te wijken.

In dit moment viel Zayd ibn al-Khattab ﵁. Hij hield de banier van de Muhajirun en weigerde hem neer te laten zelfs toen de mannen om hem heen vielen. Een strijder van Banu Hanifa stak hem in de zijde. Hij viel met de banier nog in zijn hand. Salim mawla Abu Hudhayfah ﵁ zag het, rende erheen, hief de banier op, en stierf vrijwel op de plek waar Zayd ﵁ gevallen was. Abu Hudhayfah ﵁ zelf werd kort daarna gedood, terwijl hij riep: “O dragers van de Quran, sier de Quran met jullie daden!”

De drie vaandeldragers van het centrum vielen vrijwel binnen één enkel ogenblik. De Banu Hanifa hadden de eerste linie van Khalid ﵁ doorbroken op precies het punt waar Musaylimah het meeste over de Muslim-zwakte gehoord had. De banier van de Muhajirun lag in het stof. Toen kwam de tweede aanval van Muhakkim, en de Muslim-linie brak.

Fase 3

De terugtocht naar het kamp

De Muslim-linie boog en brak. Het centrum, dat zonder banier en zonder drie van zijn bevelvoerders was komen te staan, wankelde naar achteren. Wat begon als een geordende terugval werd op de linkervleugel een halve vlucht. Eenheden trokken zich terug naar het kamp dat zij de vorige avond aan de rand van de vlakte hadden opgeslagen. De Banu Hanifa-voorhoede zette de achtervolging in, met Muhakkim ibn at-Tufayl rijdend langs de flank, schreeuwend dat dit de dag was waarop al-Yamamah de banier van Medina onder de voet zou lopen.

De Banu Hanifa-strijders bereikten de eerste tenten. Zij waren niet gekomen om enkel te vechten. Zij waren gekomen om te plunderen. De bagagetenten van de Muhajirun werden bestormd. Spullen werden weggesleurd, voorraden in de zon achtergelaten. Erger nog, in een aantal tenten zaten de vrouwen die met het leger uit Medina mee waren gekomen, naast hen ook enkele vrouwen van de Najd-bondgenoten en kinderen die onder de hoede van hun moeders waren gebleven.

De vrouw van Khalid ﵁, Layla bint Minhal, die hij kort voor de slag had gehuwd, was een van hen. Toen een Banu Hanifa-strijder de tentopening opzij sloeg en naar binnen stortte, greep zij de tentpaal, brak hem af aan de basis, en ramde de gepunte ronde kop in zijn buik. Andere vrouwen volgden haar voorbeeld. Zij grepen de palen, zij grepen kookstokken, zij grepen wat zij konden. Een Banu Hanifa-voorhoedeman werd door drie vrouwen tegelijk neergedrukt en met messen uit hun kook-uitrusting gedood. Een ander vluchtte met snijwonden over zijn rug terug naar de poort van de tent.

Khalid ﵁ was inmiddels op zijn paard tussen de vluchtende mannen gekomen. Hij riep hen op hun namen. Hij herinnerde hen aan Uhud, aan de tweede helft van Hunayn, aan de discipline die de Profeet ﷺ hen had geleerd na de eerste tegenslag. Hij reed langs de rij, hij sloeg met de platte kant van zijn zwaard tegen schilden, hij brulde dat geen man verder dan het kamp zou wijken of hij zou hem persoonlijk neersteken.

De rearguard hield. ʿAbd ar-Rahman ibn Abi Bakr ﵁ vocht in de achterhoede met enkele honderden mannen die geweigerd hadden te vluchten, en gaf het centrum de tijd om zich achter de tentenlinie te formeren. Mannen die hun banier hadden verloren grepen nieuwe doeken, scheurden hun eigen mantels in repen, bonden de repen aan speerschachten. De vrouwen, nog steeds met de palen in de hand, vormden een tweede linie achter de mannen.

Toen Khalid ﵁ zag dat zijn rearguard de Banu Hanifa-druk weerstond, gaf hij geen bevel tot een tegenaanval. Niet nu. Eerst moest hij opnieuw beginnen. Hij steeg af, beklom een rotsblok aan de rand van het kamp, en riep zijn bevelhebbers samen. Wat hij hen ging vragen, had geen veldcommandant uit Mekka tot dan toe gedaan.

Fase 4

Herordening per stam

Khalid ﵁ stond op het rotsblok en sprak kort. Hij beval dat de Muhajirun en Ansar zich niet meer onder elkaar zouden bevinden. Elke stam zou onder zijn eigen vaandel staan. Geen Aws met Khazraj. Geen Banu Hashim met Banu ʿAdi. Iedereen onder zijn eigen mensen, met zijn eigen sjeik.

De reden was psychologisch. In de chaos van een open slag wist niemand wie naast hem stond. Onder een eigen stamvaandel kende ieder de man links en rechts van hem. Schaamte werkte. Wie vluchtte, vluchtte voor zijn eigen broers en neven. Wie stand hield, hield stand voor de mannen met wie hij was opgegroeid.

Khalid ﵁ stelde de linies opnieuw op. Aan de rechterkant nu de Ansar, gegroepeerd onder hun eigen vaandels van Aws en Khazraj, met Thabit ibn Qays ibn Shammas ﵁ als spreker. Thabit ﵁ had die ochtend zijn lange haar uitgespoeld met hina en zijn gevechtsgrijze hima omgegord, en hij riep tegen zijn metgezellen: “Bij Allah, zo vochten wij niet met de Profeet ﷺ.” Hij doelde op het wankelen van de linie. Hij groef zelf een kuil in de grond met de hak van zijn voet en plantte zijn voeten erin, en zwoer dat hij die kuil pas zou verlaten als de slag voorbij was of als hij gedood was.

In het centrum hergroepeerden de Muhajirun zich onder al-Bara ibn Malik ﵁, de broer van Anas ﵁, een man bekend om zijn kracht en om het feit dat de Profeet ﷺ ooit had gezegd dat als hij iets bij Allah zwoer, Allah het voor hem zou voltrekken. Hij was tijdens de eerste fase gewond, maar hij stond op de tweede rij toen Khalid ﵁ het bevel gaf.

De Najd-bondgenoten, Banu Tamim en de gepacificeerde stammen, kregen elk hun eigen sector op de linkervleugel. ʿAdi ibn Hatim ﵁, die in de vorige slagen bij Buzakhah onder Khalid ﵁'s vaandel had gevochten, leidde een eigen blok van Tayy. Khalid ﵁'s reorganisatie duurde minder dan een uur. Hij liep langs elk blok, sprak een specifieke deugd van de Profeet ﷺ uit, herinnerde de mannen aan wat Abu Bakr ﵁ hen in Medina had gezegd voor zij vertrokken.

Aan de overkant kreeg Musaylimah de zege gemeld. Hij geloofde dat de Muslim-strijdmacht gebroken was en gaf zijn voorhoede vrije hand om naar het kamp terug te keren met de buit. Muhakkim ibn at-Tufayl was minder zeker. Hij stuurde verkenners die meldden dat de tentenlinie weer formatie maakte en dat een nieuwe banier in het centrum was opgekomen. Hij gaf bevel zijn linie opnieuw op te trekken, maar de organisatie was niet langer wat zij in de ochtend was geweest.

Fase 5

De tweede aanval en het breken van de Banu Hanifa-linie

Khalid ﵁ blies in de hoorn. De tweede aanval was anders dan de eerste. De stam-organisatie hield. De Aws bewoog niet voor de Khazraj bewoog. De Banu Tamim hield aansluiting met de Banu ʿAdi. Wie naar achteren keek, zag de gezichten van zijn ooms en zonen. Niemand week.

Het Muslim-centrum stootte recht door op de Banu Hanifa-linie. Al-Bara ﵁, met zijn wond uit de eerste fase nog aan de schouder, leidde de voorhoede. Naast hem zwaaide Abu Dujanah ﵁ het zwaard dat hij ooit bij Uhud van de Profeet ﷺ persoonlijk had ontvangen. De rode hima om zijn voorhoofd was die ochtend opnieuw vastgeknoopt.

De Banu Hanifa-standaarddrager hield de hoofdbanier hoog aan een lange speerschacht van zedernhout. Hij viel onder een houw van al-Bara ﵁'s zwaard, dwars door schouder en borstkas. De banier viel. Een tweede man pakte hem op, een neef van Muhakkim, en hief hem opnieuw boven de linie. Hij viel onder een tweede houw, deze keer van een Ansari die naast Thabit ﵁ stond. De banier viel opnieuw, deze keer in een plas modder, en niemand uit de Banu Hanifa-voorhoede stak meer een hand uit om hem op te rapen.

Het feit dat de hoofdbanier op de grond bleef, was voor de Banu Hanifa wat de val van een vaandel voor elke Arabische stam was: een teken dat de eer was geknakt. De zijvleugels begonnen te wankelen. Muhakkim ibn at-Tufayl, die deze slag al van de ochtend af aan had gevoerd en die zijn eigen mannen kende, zag dat de open vlakte zijn linie niet meer ten goede kwam. Hij riep zijn bevelhebbers samen en gaf het bevel waarvoor hij gehoopt had het niet nodig te hebben.

Hij beval terugtocht naar de ommuurde tuin ten oosten van Hajr. Dat was de palmgaard waarvan iedereen wist dat zij hoge stenen muren had en slechts één poort. Daar zouden zij de Muslim-aanval kunnen breken, dachten zij, op een terrein dat de cavalerie van Khalid ﵁ uit zou sluiten. De Banu Hanifa-linie boog. Sommige eenheden vluchtten in wanorde, andere trokken zich geordend terug onder de bevelen van hun onderofficieren.

Khalid ﵁ stuurde zijn cavalerie de flanken om en sneed het pad naar Hajr-stad af. De enige uitweg liep langs de oostelijke palmgaarden. De Banu Hanifa nam die uitweg. Het was de tuin die later in alle overleveringen “Hadiqat al-Mawt” zou heten, de Tuin van de Dood. Toen Khalid ﵁ zag dat zij zich daarin terugtrokken, gaf hij geen bevel om de stad te bestormen. Hij beval om de tuin te omsingelen. Daar zou Musaylimah zijn, en daar moest hij sterven, of de Ridda zou nooit eindigen.

Fase 6

De Tuin van de Dood, de buitenste aanval

De tuin lag aan de oostzijde van Hajr. Een ommuurde palmgaard van een paar honderd meter in elke richting, met één enkele houten poort. Achter de muren hadden zich enkele duizenden Banu Hanifa-krijgers met Musaylimah teruggetrokken. De poort was van binnenuit gegrendeld. De muren waren te hoog om te beklimmen onder vijandelijk vuur.

Khalid ﵁ omsingelde de tuin. Hij liet schildbarrières opzetten tegen de boogschutters die op de muren stonden. De Banu Hanifa-boogschutters hadden zich op het muurkruin verspreid en schoten elke Muslim neer die binnen tien stappen van de poort kwam. Khalid ﵁ stuurde zijn eigen boogschutters naar voren onder dekking van de schilden, en in een uur lang werd het muurkruin schoongeveegd. Maar de poort bleef gegrendeld, en achter haar wachtten duizenden.

Hij overlegde met zijn bevelhebbers in een kring buiten boogbereik. Een belegering zou dagen kunnen duren. Musaylimah zou tijd hebben om versterking te zoeken vanuit de noordelijke Banu Hanifa-dorpen. ʿIkrimah ibn Abi Jahl ﵁ stelde voor om de poort met een stormram in te slaan, maar de Banu Hanifa hadden vanboven al brandende olie en grote stenen klaarstaan voor precies dat scenario. Shurahbil ﵁ stelde voor de muur op meerdere plekken tegelijk aan te vallen, maar Khalid ﵁ wees op het aantal: zelfs als zij erin slaagden te klimmen, zouden zij in kleine groepjes binnen vallen en man voor man worden afgeslacht.

De huidige bezetting van de tuin moest binnenkort gebroken worden, maar geen van de voorgestelde tactieken bood een uitweg. Khalid ﵁ keek naar de muur, naar de poort, naar de palmtoppen die boven de stenen rand uitstaken. Hij wist dat in zo’n tuin de paden tussen de palmen breed genoeg waren voor twee man naast elkaar. Wie eenmaal binnen was, kon de poort van binnenuit openen. Het probleem was: binnen komen.

Het was op dat moment, toen de stilte van het overleg op zijn zwaarst hing, dat Al-Bara ibn Malik ﵁ naar voren stapte. De andere bevelhebbers stonden hem stil aan te kijken. Wat hij ging voorstellen kenden zij nog niet, maar zij wisten wie hij was, en zij wisten dat hij niet sprak voor het uitspreken alleen.

Fase 7

al-Bara ﵁'s sprong over de muur

Al-Bara ibn Malik ﵁ stapte naar voren. Zijn voorstel was eenvoudig en angstaanjagend. Hij vroeg de mannen om hem op een schild te tillen en hem over de muur te werpen. Vanaf de binnenkant zou hij de poort openbreken.

Khalid ﵁ keek hem aan. Hij wist wie al-Bara ﵁ was. Hij kende het hadith over hem: dat de Profeet ﷺ had gezegd dat als al-Bara ﵁ iets bij Allah zwoer, Allah het voor hem zou voltrekken. Hij kende de overleveringen uit Khaybar, uit Hunayn, uit de slagen waar al-Bara ﵁ aan het front had gevochten met een agressie die mannen tien jaar jonger niet konden bijhouden. Maar het verzoek was, militair gezien, een doodvonnis. Een man alleen, binnen een muur met duizenden vijanden, zonder versterking binnen vijftien minuten kunnen bereiken, dat was een dood.

Al-Bara ﵁ stond erop. Hij voerde geen argument. Hij zei alleen dat hij naar binnen zou gaan. De Sahabah ﵃ om hem heen probeerden hem te overreden ervan af te zien. Hij weigerde. Hij vroeg om zijn zwaard in de rechter, zijn dagger in de linker. Zes Sahabah ﵃ hieven hem op een breed strijdschild. Toen zwaaiden zij het schild tweemaal heen en weer en wierpen hem over de muur.

Hij viel binnen, midden tussen verdedigers. De bronnen verschillen over hoeveel hij er versloeg voor hij de poort bereikte, maar zij zijn het eens over wat hij deed. Hij vocht zich een weg door de eerste schildwand, met snijwonden over de armen en de zij, en bereikte de balk van de poort. Hij hield zich staande lang genoeg om de balk weg te slaan en het sluithout te lichten.

De grendel was zwaar. Hij was van gehard hout, dwars over twee ijzeren beugels gelegd. Al-Bara ﵁ hief hem op met de schouder waar de wond uit de eerste fase nog op zat. Hij wankelde, hij hield vast, hij duwde hem omhoog. Een Hanifi-strijder kwam met een spies op hem af, en hij sloeg de spies opzij met zijn dagger en stootte hem in de keel. Toen viel de grendel met een doffe slag op de stenen.

Hij duwde tegen de poort. Zij zwaaide open. Aan de andere kant stond Khalid ﵁'s centrum, zwaarden getrokken, klaargemaakt op het signaal. Toen al-Bara ﵁ in de opening verscheen, het hele lichaam onder het bloed, schreeuwde Khalid ﵁ het bevel, en de Muslim-aanval stortte als een vloedgolf door de poort de tuin in. Al-Bara ﵁ zelf, met meer dan tachtig wonden zoals later geteld zouden worden, overleefde de dag. Hij werd door zijn broer Anas ﵁ uit de tuin naar buiten gedragen toen de slag voorbij was.

Fase 8

De dood van Musaylimah

Binnen de muren brak chaos uit. De Muslim-aanval stortte naar binnen langs het hoofdpad tussen de palmen. De Banu Hanifa-linie viel uiteen in tientallen losse worstelingen tussen de stammen. Maar in het centrum, omringd door zijn laatste lijfwacht, stond Musaylimah. Hij was klein van postuur, met een geel gezicht, en hij zwaaide een kort zwaard alsof hij niet wist hoe lang het al bezig was. Zijn lijfwacht slonk. Khalid ﵁'s mannen drongen op.

Aan de noordzijde van de tuin stond Wahshi ibn Harb ﵁ met zijn javelin in de hand. Hij was de Habashi-vrijgekochte slaaf die ooit bij Uhud Hamzah ibn ʿAbd al-Muttalib ﵁ had gedood, toen hij nog niet moslim was, op opdracht van Hind. Na de verovering van Mekka had hij de islam aanvaard. De Profeet ﷺ had hem aangenomen, maar hem gevraagd zijn gezicht niet meer aan hem te tonen, omdat de aanblik herinnering bracht aan Hamzah ﵁.

Wahshi ﵁ had de jaren daarna ergens diep van binnen één wens gevoerd. Hij wilde met de javelin die Hamzah ﵁ had gedood, de ergste vijand van de moslims doden, en daarmee de balans heroverwegen. Hij wist dat niets wat hij in dit leven nog deed Hamzah ﵁ terug zou brengen. Maar hij hoopte, in zijn eigen woorden later, dat Allah ﷻ deze tweede daad tegen de eerste zou tellen.

In de tuin van Hajr zag hij Musaylimah staan, omringd door zijn laatste lijfwachten, ter hoogte van een palmboom met gespleten stam. Hij wachtte op zijn moment. Hij voelde de javelin opnieuw in zijn hand, het hout dat hij decennia eerder voor Hamzah ﵁ had gepakt. Hij wachtte tot Musaylimah even zijn dekking liet vallen. Hij hief de arm.

Hij wierp.

De javelin trof Musaylimah in de zij. Op vrijwel hetzelfde moment baande Abu Dujanah Simak ibn Kharasha ﵁, de man die ooit van de Profeet ﷺ bij Uhud het beroemde zwaard had gekregen, zich een weg door de laatste lijfwacht en raakte Musaylimah met het zwaard dwars over de hals. Musaylimah viel.

Beide mannen claimden later de dodende slag. Wahshi ﵁ wees op de javelin, die nog in de zij stak. Abu Dujanah ﵁ wees op de halswond. Tabari ﵀ noteert beide overleveringen zonder tussen hen te kiezen. Wahshi ﵁ zelf zei, jaren later toen iemand hem ernaar vroeg, dat hij hoopte dat Allah ﷻ de tweede daad tegen de eerste zou tellen, en dat het hem niet uitmaakte wie men de geschiedenis liet onthouden.

Een oude vrouw die uit haar dak van Hajr toekeek riep, toen zij Musaylimah zag vallen: “De ameer al-mu’minin van de Banu Hanifa is gedood, door een zwarte slaaf!” Zij doelde op Wahshi ﵁. Een wending van de geschiedenis die in elk later commentaar als bewijs werd aangehaald van Allah’s gerechtigheid.

Fase 9

De slachting binnen en de 70 shuhada

Met Musaylimah’s dood brak de laatste weerstand. De Banu Hanifa, ondanks dat zij nog talrijk waren, legden hun wapens neer. Khalid ﵁ stopte het gevecht onmiddellijk. Hij stuurde herauten door de tuin met het bevel: ieder die zijn wapen neerlegt, krijgt amaan.

Maar wat in de tuin gebeurd was voor Musaylimah viel, was in de bronnen omschreven als de bloedigste enkele worsteling in de Ridda. Zeventig Sahabah ﵃ vielen daarbinnen. Onder hen Abu Dujanah ﵁, die kort na zijn slag tegen Musaylimah door een speer in de rug werd geraakt. Zijn lichaam werd gevonden met zijn rode hima nog om zijn voorhoofd geknoopt, het symbool dat hij sinds Uhud bij elke gevecht droeg. Thabit ibn Qays ﵁ viel naast zijn vaandel met zijn voeten nog in de kuil die hij had gegraven. Toen zijn lichaam werd teruggevonden, was zijn maliënkolder aan een vluchteling gegeven, een gebeurtenis die later in een bekende droomvisie aan zijn weduwe verschijnen zou.

Onder de zeventig Sahabah ﵃ waren ten minste veertig huffaz van de Quran, mannen die bladzijden gememoriseerd hadden onder de Profeet ﷺ zelf. Hun dood was de directe aanleiding voor ʿUmar ﵁ om aan Abu Bakr ﵁ voor te stellen de Quran te verzamelen, een voorstel dat na aanvankelijke aarzeling van de khaliefa werd uitgevoerd door Zayd ibn Thabit ﵁.

De optelling van de doden was lang. Aan Muslim-zijde vielen ongeveer twaalfhonderd man, waaronder de zeventig Sahabah ﵃ binnen de tuin en nog ongeveer duizend stamgenoten van de Banu Tamim en andere gepacificeerde Najd-stammen. Aan Banu Hanifa-zijde vielen ongeveer tienduizend man op het slagveld en in de tuin. De overlevenden onder leiding van Mujaaʿ ibn Marara, een eerdere Hanifi-edele die nu om amaan vroeg, gaven zich over. Hij regelde een vredesverdrag met Khalid ﵁ en huwde later zijn dochter, een politieke verbintenis die in Medina onder ʿUmar ﵁ nog kritiek zou opleveren.

Khalid ﵁ liet de zeventig Sahabah ﵃ in massa-graven begraven, naast elkaar, met hun bloed en wapens. Geen ghusl. Geen kafan. Zij waren shuhada en de shuhada worden niet gewassen. Hun namen werden in een register opgetekend en met de eerste koerier naar Medina gestuurd. Toen Abu Bakr ﵁ het register las, huilde hij. Maar hij gaf het bevel om door te zetten naar Bahrein en daarna naar het zuiden, want de Ridda was nog niet voorbij.

Met de slag bij al-Yamamah eindigde Musaylimah’s beweging. De grootste van alle valse claimanten viel daarmee. Voor het overige Arabische schiereiland was de boodschap niet meer te missen. De khaliefa van Medina vergaf de zakat-weigeraars die terugkeerden, en versloeg ieder die de zwaardstrijd verkoos. Khalid ﵁ rustte negen dagen uit in de palmgaarden van Hajr, daarna richtte hij zijn vaandel naar het noordoosten, naar de grenzen van het rijk van Kisra.

De Slag bij al-Yamamah – kaart

Deze veldslag is fase voor fase te volgen op de interactieve 3D-kaart, van de openingszetten tot de uiteindelijke afloop. De kaart behandelt de volgende fasen:

  • Fase 1:Opmars naar al-Yamamah
  • Fase 2:De eerste botsing
  • Fase 3:De terugtocht naar het kamp
  • Fase 4:Herordening per stam
  • Fase 5:De tweede aanval en het breken van de Banu Hanifa-linie
  • Fase 6:De Tuin van de Dood, de buitenste aanval
  • Fase 7:al-Bara ﵁'s sprong over de muur
  • Fase 8:De dood van Musaylimah
  • Fase 9:De slachting binnen en de 70 shuhada
Open de interactieve slagkaart

Veelgestelde vragen

Wat was de Slag bij al-Yamamah?

De Slag bij al-Yamamah, uitgevochten op de vlakte van ʿAqraba ten noorden van de stad Hajr in Rabi al-Awwal 12 AH (december 632), was de bloedigste veldslag van de Ridda-oorlogen, waarin Khalid ibn al-Walid ﵁ met ongeveer dertienduizend man de valse profeet Musaylimah en de Banu Hanifa versloeg. Musaylimah's leger telde naar verluidt veertigduizend man en vocht op eigen grond. Pas na een herordening van het leger per stam en de bestorming van de ommuurde tuin bij Hajr werd de slag beslist.

Wie was Musaylimah?

Musaylimah was de leider van de Banu Hanifa in al-Yamamah en de grootste van alle valse profeten die na het overlijden van de Profeet ﷺ opstonden; hij overtuigde zijn stam met prozarijmen die op koranische passages leken maar inhoudelijk betekenisloos waren, zoals "O kikker, dochter van twee kikkers". Hij sneuvelde in Rabi al-Awwal 12 AH in de Tuin van de Dood bij Hajr. Met zijn dood eindigde zijn beweging, en voor het hele Arabische schiereiland was de boodschap niet meer te missen.

Wie doodde Musaylimah?

Musaylimah werd in de Tuin van de Dood vrijwel gelijktijdig getroffen door de javelin van Wahshi ibn Harb ﵁, dezelfde werpspies waarmee hij vóór zijn bekering bij Uhud Hamzah ﵁ had gedood, en door een zwaardslag over de hals van Abu Dujanah ﵁, die zijn zwaard ooit van de Profeet ﷺ had ontvangen. Beide mannen claimden later de dodende slag, en Tabari ﵀ noteert beide overleveringen zonder ertussen te kiezen. Wahshi ﵁ zei later dat hij hoopte dat Allah ﷻ de tweede daad tegen de eerste zou tellen.

Wat was de Tuin van de Dood (Hadiqat al-Mawt)?

De Tuin van de Dood, Hadiqat al-Mawt, was een ommuurde palmgaard ten oosten van Hajr met één enkele houten poort, waarin enkele duizenden Banu Hanifa-strijders zich met Musaylimah verschansten nadat hun linie op de vlakte was gebroken; daarbinnen vond de bloedigste worsteling van de hele Ridda plaats. Al-Bara ibn Malik ﵁ liet zich op een schild over de muur werpen, vocht zich naar de poort en opende die van binnenuit, waarna de Muslim-aanval de tuin binnenstroomde. Hij overleefde de dag met meer dan tachtig wonden.

Hoeveel doden vielen er bij de Slag bij al-Yamamah?

Aan Muslim-zijde vielen bij al-Yamamah ongeveer twaalfhonderd man, onder wie zeventig Sahabah ﵃ binnen de Tuin van de Dood, en aan de zijde van de Banu Hanifa vielen ongeveer tienduizend man op het slagveld en in de tuin. Onder de zeventig Sahabah ﵃ waren ten minste veertig huffaz die de Quran onder de Profeet ﷺ zelf hadden gememoriseerd. Onder de gevallenen waren Zayd ibn al-Khattab ﵁, Abu Dujanah ﵁, Abu Hudhayfah ﵁ met zijn mawla Salim ﵁, en Thabit ibn Qays ﵁.

Waarom leidde al-Yamamah tot het verzamelen van de Quran?

De dood van ten minste veertig huffaz onder de zeventig gevallen Sahabah ﵃ bij al-Yamamah was voor ʿUmar ibn al-Khattab ﵁ de directe aanleiding om Abu Bakr ﵁ voor te stellen de Quran te verzamelen, een voorstel dat na aanvankelijke aarzeling van de khalief werd uitgevoerd door Zayd ibn Thabit ﵁. Zo werd de bloedigste slag van de Ridda-oorlogen tegelijk het beginpunt van de schriftelijke verzameling van de Quran.