Toen Khalid ﵁ de orders ontving om door te stoten naar het noordoosten, was hij nog in al-Yamamah aan het herorganiseren. Abu Bakr ﵁ had hem geschreven dat al-Muthanna ibn Haritha ash-Shaybani ﵁ al maandenlang langs de Sasanidische grens schermutselingen voerde, en dat een gecoördineerde campagne nodig was. Khalid ﵁ moest met zijn hoofdmacht aansluiten bij al-Muthanna ﵁, het zuidelijke Iraq binnenstoten, en de Lakhmidische hoofdstad Hira bedreigen.
De geografie was nieuw voor de Arabieren van het schiereiland. De Eufraat-delta, de zoutmoerassen rond Basra, de irrigatiekanalen die kruisten als een weefsel, de palmgaarden die schaduw boden tot aan de horizon. Khalid ﵁ koos voor een snelle benadering vanuit de woestijn. Hij verzamelde achttienduizend man op de rand van de Nafud, en hij stuurde een brief vooruit naar Hormuz, de Sasanidische marzban van het zuidelijke front in Kazima.
De brief was kort. “Aanvaard de islam, en u krijgt veiligheid. Weiger, en betaal de jizyah. Weiger ook dat, en houd uzelf gereed voor mannen die de dood meer liefhebben dan u het leven.”
Hormuz lachte. Hij was een door de shah aangestelde militair gouverneur, een man met een gouden tulband, een eigen palatijnse wacht, en een Sasanidische opvatting van de oorlog die de Arabische bedoeïenen als ongeordende plunderaars zag. Hij verzamelde zijn troepen bij Kazima, aan de Perzische Golf, en hij liet zijn elite-infanterie ketenen om hun enkels en polsen sluiten. De ketenen, in groepen van tien, betekenden dat de eerste rang niet kon vluchten. Wie staan bleef, hield de hele rij staan. Wie vluchtte, sleepte negen anderen mee.
Khalid ﵁ kwam in de vroege morgen aan. Hij stelde zijn cavalerie aan beide flanken op en zijn infanterie in het centrum. Hormuz, conform Sasanidische gewoonte, riep om een mubaraza, een duel tussen de twee commandanten voor de hoofdslag begon. Khalid ﵁ reed naar voren. Hormuz reed naar voren. De Sasanidische bevelhebbers maakten een traditie van vergiftigde dolken die in een mubaraza op het laatste moment gebruikt werden. Een van zijn officieren stond gereed om Khalid ﵁ in de rug aan te vallen tijdens het duel.
Het duel duurde minder dan een minuut. Khalid ﵁ greep Hormuz vast in een worstelgreep, slingerde hem opzij, en doodde hem met één slag op de keel. Op datzelfde moment sprong al-Qaʿqaʿ ibn ʿAmr ﵁, Khalid ﵁'s lijfwacht, naar voren en doodde de officier die zich vanachter wilde verraden.
Met Hormuz dood en zijn geketende infanterie machteloos om te wijken, brak de Sasanidische linie. De vlucht werd massaal. De geketende eenheden konden niet vluchten en werden ter plekke afgeslacht. Khalid ﵁ liet de overige ketenen die overbleven als trofee naar Medina sturen. Abu Bakr ﵁ verdeelde de gouden tulband van Hormuz, naar de overlevering, aan Khalid ﵁ als persoonlijk aandeel, en zegende daarmee de campagne.
Kazima viel binnen een dag. Khalid ﵁ rustte twee dagen, herstelde de gewonden, en zette koers noordwaarts, de Eufraat op, waar nieuwe Sasanidische strijdmachten zich verzamelden om hem tegen te houden.