InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

Het Jaar van de Olifant
Siera van de Profeet ﷺJahiliyya

Het Jaar van de Olifant

In het artikel De Mensen van Het Boek spraken we over hoe de Abessiniërs in het jaar 525 terugkeerden naar Jemen als vergelding tegen de onrechtvaardigheid van Dhu Nawas. Dhu Nawas, de laatste Joodse koning van Himyar, had duizenden christenen in Najran levend verbrand in vuurkuilen. Deze verschrikkelijke gebeurtenis wordt aangehaald in Soerat Al-Boeroej. De Abessijnse koning Kaleb viel Jemen binnen, versloeg Dhu Nawas en stelde een gouverneur aan genaamd Aryat. Maar het was niet Aryat die de geschiedenis zou veranderen. Het was een generaal in zijn leger: Abraha al-Ashram.

De Opkomst van Abraha

Abraha was een Abessijnse legeraanvoerder die na de verovering van Jemen in dienst bleef onder gouverneur Aryat. Hij was ambitieus en ontevreden met zijn ondergeschikte positie. Toen de spanningen tussen hen opliepen, daagde Abraha de gouverneur uit voor een duel. Tijdens dit gevecht greep een dienaar van Abraha in en doodde Aryat op verraderlijke wijze. Abraha zelf raakte gewond aan zijn gezicht, wat hem de bijnaam al-Ashram (de man met het litteken) opleverde.

De Abessijnse koning Kaleb was woedend toen hij hoorde dat zijn gouverneur was vermoord. Hij stuurde twee legers om Abraha af te zetten, maar beide werden verslagen. Uiteindelijk accepteerde Kaleb de situatie nadat Abraha trouw zwoer en belasting betaalde. Zo werd Abraha de onbetwiste heerser van Jemen, een positie die hij decennialang zou vasthouden.

Al-Qullays: De Kathedraal van Sana’a

Zodra Abraha zijn macht had gevestigd, begon hij op agressieve wijze het christendom te verspreiden onder de Arabieren. Zijn ambitie reikte verder dan religieuze ijver alleen. Hij wilde de Ka’bah in Mekka vervangen als het spirituele centrum van het Arabisch Schiereiland. Om dit te bereiken bouwde hij een enorme kathedraal in Sana’a: Al-Qullays (القليس), een naam afgeleid van het Griekse woord ekklesia (kerk).

Al-Qullays was een bouwwerk zonder weerga in die regio. Abraha schreef brieven naar zowel de Abessijnse koning als de Byzantijnse keizer en vroeg om marmer, mozaïekkunstenaars en vaklieden. Het resultaat was indrukwekkend:

  • De muren waren opgetrokken uit steen in vier kleuren: groen, geel, wit en zwart
  • Een marmeren trap leidde naar de bronzen deuren
  • Het interieur bestond uit drie delen: een grote hal, een gewelfd portaal en een koepel
  • De koepel was versierd met mozaïeken van goud en zilver in de vorm van kruisen
  • Kostbaar hout, ivoor en edelstenen completeerden de decoratie

Abraha schreef aan de koning van Abessinië dat hij een kerk had gebouwd die haar gelijke niet kende in de wereld, en dat hij de pelgrimstocht van Mekka naar Jemen zou omleiden.

De Ontheiliging

Toen de Arabieren hoorden van Abraha’s plan om de bedevaart naar de Ka’bah te vervangen, was de woede groot. Een man van de stam Banu Kinanah reisde naar Sana’a, drong 's nachts de kathedraal binnen en ontwijdde het gebouw. Deze daad van minachting bracht Abraha in razernij. Hij zwoer een eed dat hij persoonlijk naar Mekka zou marcheren en de Ka’bah steen voor steen zou afbreken.

De Mars naar Mekka

Kaart laden...

Abraha stelde een enorm leger samen. Volgens de overleveringen telde het zo’n zestigduizend man. Het meest opvallende onderdeel van dit leger was de oorlogsolifant, een reusachtig beest genaamd Mahmoed. De Arabieren hadden nooit eerder een oorlogsolifant gezien en het dier joeg hen grote angst aan.

Het leger trok vanuit Jemen noordwaarts door het Arabisch Schiereiland. Onderweg stuitte Abraha op verzet van verschillende Arabische stammen, maar geen van hen kon standhouden tegen zijn overmacht.

Dhu Nafar, een Jemenitische leider, verzamelde Arabieren om Abraha te stoppen. Hij werd verslagen en gevangengenomen. In plaats van hem te doden, hield Abraha hem in leven als gevangene.

Nufayl ibn Habib al-Khath’ami leidde de stammen Shahran en Nahis in verzet. Ook hij werd verslagen en gevangen. Abraha spaarde zijn leven op voorwaarde dat hij het leger als gids door de Hijaz zou leiden. Nufayl kende de wegen en passen als geen ander en had geen keuze dan te gehoorzamen.

Toen het leger Ta’if bereikte, kozen de Thaqif ervoor om niet te vechten. Zij stuurden een man genaamd Abu Righal mee als gids richting Mekka. Abu Righal stierf onderweg bij een plaats genaamd Al-Mughammas. Zijn graf werd generaties lang door de Arabieren gestenigd als teken van verachting voor zijn verraad.

Het leger sloeg zijn kamp op in de vallei van Al-Mughammas, gelegen tussen Muzdalifa en Mina, vlakbij Mekka. Abraha’s voorhoede roofde vee van de omliggende gebieden. Onder de buit bevonden zich tweehonderd kamelen die toebehoorden aan Abdul-Muttalib ibn Hashim, het stamhoofd van de Quraish en de grootvader van de Profeet ﷺ.

Abdul-Muttalib en Abraha

Abdul-Muttalib was de meest vooraanstaande man van de Quraish, een leider van indrukwekkende gestalte en uitstraling. Toen hij hoorde dat zijn kamelen waren meegenomen, ging hij persoonlijk naar het legerkamp van Abraha.

Abraha had gehoord wie deze man was. Uit respect daalde hij af van zijn troon en ging naast hem op de grond zitten. Via een tolk vroeg hij Abdul-Muttalib wat hij wenste. Abdul-Muttalib antwoordde dat hij kwam voor zijn tweehonderd kamelen die in beslag waren genomen.

Abraha was verbijsterd. Hij zei: “Toen ik je zag was ik onder de indruk van je, maar nu je spreekt heb je aan aanzien verloren. Ik kom om het Huis te vernietigen, het religieuze centrum van jou en je voorvaderen, en jij vraagt mij om je kamelen?”

Abdul-Muttalib gaf het antwoord dat de geschiedenis in zou gaan:

“Ik ben de heer van de kamelen, en het Huis heeft een Heer die het zal beschermen.”

Abraha gaf de kamelen terug. Abdul-Muttalib vertrok.

Terug in Mekka ging Abdul-Muttalib naar de Ka’bah, greep de ring van de deur vast en smeekte Allah ﷻ om Zijn Huis te beschermen. Hij wist dat de Quraish machteloos waren tegen dit leger. Daarna beval hij de inwoners van Mekka om zich terug te trekken naar de bergen en passen rondom de stad. De stad werd verlaten. Het lot van de Ka’bah lag nu in de handen van haar Heer.

De Vernietiging van het Leger

Toen de ochtend aanbrak en Abraha het bevel gaf om op te trekken richting de Ka’bah, gebeurde het onverwachte. De olifant Mahmoed weigerde te bewegen. Elke keer wanneer zijn berijder hem richting Mekka draaide en op hem insloeg, ging Mahmoed liggen en weigerde op te staan. Maar wanneer men hem een andere richting op draaide, naar het zuiden, het oosten of het noorden, stond hij op en liep. Richting de Ka’bah bewoog hij niet. Het dier dat het machtigste wapen van het leger was, weigerde het Heilige Huis te naderen.

Toen zond Allah ﷻ zwermen vogels over hen. Golf na golf kwamen zij, kleine vogels, gelijkend op zwaluwen, in aantallen die de hemel verduisterden. De Arabieren noemden hen Ababil, vogels die in opeenvolgende groepen kwamen. Iedere vogel droeg drie steentjes: één in zijn snavel en één in elke klauw. Het waren stenen van gebakken klei, hijara min sijjil, niet groter dan linzen of kikkererwten.

Wanneer deze stenen een soldaat troffen, was het effect verwoestend. De stenen doorboorden de lichamen en veroorzaakten wonden die zich verspreidden. Een groot deel van het leger werd ter plekke gedood. De rest vluchtte in alle richtingen, in blinde paniek, zonder formatie, zonder leiders.

Nufayl ibn Habib, de gids die door Abraha was gedwongen om mee te lopen, stond op een berg boven de vallei en was getuige van alles. Hij dichtte:

“Waar willen zij heen vluchten wanneer de Ware God de achtervolger is? Al-Ashram is de verslagene, niet de overwinnaar.”

Toen de vluchtende soldaten Nufayl riepen om hen terug te leiden naar Jemen, bleef hij verborgen op de berg. Hij had geen enkele intentie om een gedoemd leger te begeleiden.

Abraha zelf overleefde de eerste verwoesting, maar zijn lichaam begon uiteen te vallen. Volgens de overleveringen verloor hij stuk voor stuk zijn ledematen terwijl hij probeerde terug te keren naar Jemen. Hij stierf in Sana’a, gebroken en vernederd, een man die had gezworen het Huis van Allah ﷻ te vernietigen en die zelf werd vernietigd.

أَلَمْ تَرَ كَيْفَ فَعَلَ رَبُّكَ بِأَصْحَابِ الْفِيلِ ۝ أَلَمْ يَجْعَلْ كَيْدَهُمْ فِي تَضْلِيلٍ ۝ وَأَرْسَلَ عَلَيْهِمْ طَيْرًا أَبَابِيلَ ۝ تَرْمِيهِم بِحِجَارَةٍ مِّن سِجِّيلٍ ۝ فَجَعَلَهُمْ كَعَصْفٍ مَّأْكُولٍ

"Heb jij niet gezien hoe jouw Heer met de bezitters van de olifant heeft gehandeld? Heeft Hij hun list niet verijdeld? En Hij zond tegen hen zwermen vogels, die hen met stenen van gebakken klei bekogelden, waardoor Hij hen maakte als afgevreten stro."

[Soerat Al-Fil: 1-5]

Wadi al-Muhassar

De vallei waar het leger werd vernietigd, Wadi al-Muhassar genaamd, bevindt zich tussen Muzdalifa en Mina in het heilige gebied rond Mekka. Tot op de dag van vandaag lopen pelgrims tijdens de Hadj met versnelde pas door deze vallei, als herinnering aan de goddelijke bestraffing die daar plaatsvond. De Profeet ﷺ zelf gaf de instructie om snel door dit dal te lopen en er niet te blijven staan.

De Betekenis

Allah ﷻ beschermde de Ka’bah op dat moment niet omwille van de Quraish. De Quraish waren afgodendienaren die het Huis van Ibrahim ﵇ hadden gevuld met beelden. Allah ﷻ beschermde Zijn Huis omdat het Zijn Huis is, en omdat er een plan was dat groter was dan wat de mensen konden bevatten. In datzelfde jaar, slechts vijftig dagen na de vernietiging van Abraha’s leger, zou in diezelfde stad de laatste Profeet ﷺ geboren worden. De bescherming van de Ka’bah was geen eindpunt. Het was een voorbereiding op de grootste verandering die de wereld ooit zou kennen.