Aan het begin van het 4e jaar van de Profetische Missie en voor de duur van een aantal maanden beperkten de Quraish hun intimidatie tot het ridiculiseren en verdraaien van de boodschap. Toen zij zich realiseerden dat zij hiermee de toestroom van bekeerlingen tot de Islam niet zouden kunnen tegenhouden gingen zij over tot extremere maatregelen. De leiders van de Quraish kwamen samen om te vergaderen en besloten de moslims te martelen zodat zij de Islam zouden verlaten.
Daarnaast is het belangrijk om terug te refereren naar de jahiliyya-tijd en met name de gedeelten waarin de Mekkaans-Arabische samenleving is uitgelegd. Stammen zijn een belangrijk element binnen de samenlevingsdynamiek, en het gevolg hiervan is dat niet iedere moslim in Mekka zomaar gemarteld kon worden. Alhoewel álle moslims vervolgd zouden worden, konden niet alle moslims zomaar gemarteld worden. Dit was afhankelijk van de sociale status en stam van de persoon. Degene met een hoge sociale status en binding met een sterke stam werden op een sociaal en economisch vlak vervolgd. Maar slaven daarentegen zouden het onderspit delven en kregen brute martelingen te verduren die bij sommigen hebben geleid tot de dood.
Terwijl de verhalen van Bilal ibn Rabah ﵁ en de familie Yasir ﵃ vaak worden verteld als voorbeelden van de wrede vervolgingen door de Quraish, waren er vele andere metgezellen die vergelijkbare of zelfs ergere wreedheden doorstonden. Hun verhalen zijn soms minder bekend, maar niet minder belangrijk in het vertellen van de geschiedenis van standvastigheid en opoffering voor het geloof in de vroegste dagen van de Islam.
Khabbab ibn al-Aratt: Gemarteld met Gloeiend Metaal
Khabbab ibn al-Aratt ﵁ was een van de vroegste bekeerlingen en behoorde tot de meest wreed vervolgden. Als slaaf en smid had hij geen stam die hem kon beschermen tegen de woede van zijn meesteres, Umm Anmaar, en andere Quraish. Khabbab was een vaardige smid, bekend om zijn vermogen om zwaarden en metalen voorwerpen te maken. Toen zijn meesteres ontdekte dat hij moslim was geworden, onderwierp ze hem aan wrede martelingen. Ze liet houtskool aansteken tot het wit gloeiend was, en beval vervolgens dat Khabbab erop moest liggen met zijn blote rug. De folteraars drukten hem naar beneden, in de verwachting dat de ondraaglijke pijn hem zou dwingen zijn imaan (geloof) te verloochenen…
Jaren later, toen de Islam was gevestigd, toonde Khabbab de littekens op zijn rug aan de metgezellen en vertelde: “Ze stookten een vuur en sleepten me erdoorheen, waarbij alleen het vet van mijn rug het vuur uitdoofde.” Ondanks deze martelingen weigerde hij zijn geloof op te geven.
Op een keer ging Khabbab ﵁ naar de Profeet ﷺ terwijl deze rustte in de schaduw van de Ka’ba. Hij vroeg: “Zult u niet voor onze overwinning bidden? Zult u niet Allah voor ons aanroepen?” De Profeet ﷺ ging rechtop zitten, zijn gezicht rood van emotie, en antwoordde:
“Onder degenen die voor jullie kwamen, werd een man in de grond begraven met alleen zijn hoofd zichtbaar. Dan werd een zaag op zijn hoofd geplaatst en werd hij in tweeën gezaagd, maar dat weerhield hem er niet van zijn geloof vast te houden. Een ander werd met ijzeren kammen verscheurd tot op het bot en de zenuw, maar niets kon hem van zijn geloof afbrengen. Bij Allah, deze zaak zal zegevieren, totdat een reiziger van San’a naar Hadramaut niemand zal vrezen behalve Allah en de wolf voor zijn schapen, maar jullie hebben haast.”
Zinnira al-Rumiyya: Blind door Marteling
Zinnira al-Rumiyya ﵂ was een Romeinse slavin die een van de eerste vrouwen was die de islam aannam. Haar verhaal is bijzonder indrukwekkend vanwege zowel de wreedheid die ze doorstond als het wonder dat ermee gepaard ging. Abu Jahl en andere Quraish-leiders folterden Zinnira ﵂ zo wreed dat ze tijdelijk blind werd. In plaats van haar geloof te betwijfelen, bleef ze standvastig. De veelgodenaanbidders bespotten haar en zeiden: “Zie je? Lat en Uzza (hun afgoden) hebben je gezichtsvermogen weggenomen.”
Zinnira ﵂ antwoordde resoluut: “Nee, bij Allah, dat is niet waar. Lat en Uzza kunnen niemand schaden of helpen. Mijn Heer is in staat mijn gezichtsvermogen terug te geven.” De volgende ochtend had Allah haar zicht volledig hersteld, wat de Quraish verbijsterde. Toch bleven ze volhouden dat dit “een van de spreuken van Mohammed” was. In de nasleep van deze gebeurtenis, koesterde Abu Bakr ﵁ grote waardering voor de standvastigheid van Zinnira ﵂ en kocht haar vrij, samen met zes andere vervolgde slaven, waaronder Bilal ibn Rabah ﵁, Amir ibn Fuhayrah ﵁, Al-Nahdiah ﵂ en haar dochter, Umm Ubays ﵂ en Lubaynah ﵂, de slavin van de Banu Mu’ammil.
Abu Fakeeh Aflah: Vastgebonden en Gesleept
Abu Fakeeh Aflah ﵁ was een slaaf van Safwan ibn Umayyah en ook één van de vroege bekeerlingen. Zijn vervolging was bijzonder wreed en werd een berucht voorbeeld van de gruweldaden in Mekka. Wanneer zijn meester ontdekte dat Abu Fakeeh moslim was geworden, bond hij een zwaar touw om zijn voeten en sleepte hem door de hete woestijn van Mekka. De stenen en harde grond schraapten het vlees van zijn rug, waarbij open wonden ontstonden die bloedden en vervolgens ontstoken raakten in de brandende zon. Dit werd herhaaldelijk gedaan over een lange periode, in een poging om hem te dwingen Mohammed ﷺ en de islam te verloochenen. Ondanks deze gruwelijke foltering bleef Abu Fakeeh standvastig en weigerde hij zijn geloof op te geven, waarbij hij steeds “Ahad, Ahad” (Eén, Eén) herhaalde, net als Bilal ﵁.
Lubaynah: De Volhardende Dienares
Lubaynah ﵂ was een slavin van de Banu Mu’ammil, een tak van de Banu ʿAdi, de clan van Umar ibn al-Khattab ﵁. Umar ﵁, die nog niet was bekeerd en een felle tegenstander van de Islam was, martelde Lubaynah om haar van de Islam af te brengen. Hij sloeg haar totdat zijn armen moe werden, dan stopte hij en zei: “Ik stop niet uit medelijden, maar omdat ik moe ben.”
Daarop antwoordde Lubaynah: “Moge Allah hetzelfde met jou doen.”
Ondanks de aanhoudende foltering weigerde ze haar geloof op te geven. Haar standvastigheid bleef Umar ﵁ verbazen en frustreren, en het vormde een van de zaden die later tot zijn eigen bekering zouden leiden. Lubaynah werd uiteindelijk vrijgekocht door Abu Bakr ﵁, net als veel andere vervolgde slaven. Haar kracht en doorzettingsvermogen maken haar tot een van de meest indrukwekkende, hoewel minder bekende, vrouwelijke metgezellen.
Amir ibn Fuhayrah: De Herder-Martelaar
Amir ibn Fuhayrah ﵁ was een vrijgelaten slaaf van Abu Bakr ﵁ die een cruciale rol speelde in de hijra (migratie) naar Medina, maar wiens eerdere vervolging en uiteindelijke martelaarschap vaak over het hoofd worden gezien.
Vóór zijn vrijlating werd Amir zwaar gemarteld door zijn oorspronkelijke meesters wegens zijn bekering. Hij werd meegesleurd door de straten van Mekka en publiekelijk vernederd. Na zijn vrijlating door Abu Bakr, werkte hij als herder en speelde een cruciale rol tijdens de hijra door de grot van Thawr waar de Profeet ﷺ en Abu Bakr zich verborgen, met zijn kudde schapen te passeren om hun voetsporen uit te wissen.
Abdullah ibn Masoud: De Eerste Metgezel die Openlijk Reciteerde
Hoewel Abdullah ibn Masoud ﵁ later een van de grote geleerden onder de metgezellen zou worden, was hij eerst een jonge, fysiek kleine herder die voor zijn geloof stond tegenover de meest gevreesde mannen van Mekka.
In een buitengewone daad van moed besloot Abdullah ibn Masoud om de Koran publiekelijk te reciteren bij de Ka’bah, waar de Quraish-leiders waren verzameld. Hij reciteerde soera Ar-Rahman met luide, duidelijke stem. De woedende Quraish vielen hem aan, sloegen hem in zijn gezicht en hoofd totdat hij bloedde, maar hij bleef reciteren zolang hij kon. Toen hij terugkeerde bij zijn metgezellen, zagen ze zijn verwondingen en zeiden: “Dit is precies wat we vreesden dat ze je zouden aandoen.” Ibn Masoud antwoordde: “Allah’s vijanden waren nog nooit zo machteloos als nu ik hen zag. Als jullie willen, zal ik morgen hetzelfde doen.” Ze antwoordden: “Nee, je hebt hen laten horen wat ze haten, en dat is genoeg.”
De vruchten van de cultivatiefase
Als we de verhalen van deze metgezellen lezen dan zouden we ons moeten afvragen hoe het komt dat zij zo standvastig konden blijven in deze erbarmelijke omstandigheden. Een maatschappij waar je als het ware vogelvrij bent verklaard en je je niet kunt beroepen op de bescherming van je stam. Het gevolg hiervan, is dat je op brute wijze wordt vervolgd en gemarteld. Wat maakt het dat zij zo standvastig konden zijn? Het antwoord hierop is de cultivatiefase, waarin zij gecultiveerd werden door de Profeet ﷺ. Gedurende deze fase transformeerden zij, onder begeleiding van de Profeet ﷺ, in ware Islamitische Persoonlijkheden. Personen wiens visie op alle facetten van het leven, hun referentiekader en hun hele doen en laten is gebaseerd op Islam. Oftewel, alle ideeën die zij hadden vóór Islam, namelijk de jahiliyya-ideeën maakten plaats voor Islamitische ideeën.
Zouden we dit verder trekken naar de huidige tijd dan zouden we ons af moeten vragen of wij moslims beïnvloed zijn door niet-Islamitische ideeën die ons denken en handelen beïnvloeden. Het gaat niet per se om kennis, het gaat vooral om mentaliteit. Sayyidina Bilal of sayyidina Khabbab ﵄ stonden niet bekend om hun kennis. Maar het was hun mentaliteit waarmee zij de vijanden van Islam hebben verslagen en hun opoffering en nalatenschap is één van de redenen geweest van het ontstaan van de wereldwijde oemma van bijna 2 miljard moslims. Wat zouden wij moeten doen om onszelf te ontdoen van vreemde, niet-Islamitische ideeën die ervoor zorgen dat de wereldwijde oemma zich niet verenigd.
