InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

c. 1235 CE · ~632 AH

De Slag bij Kirina

معركة كيرينا

Islam in West-Afrika · The Mali Empire

Omstreeks 1235 versloeg Sundiata Keita met zijn Mande-coalitie het Sosso-leger van Sumanguru Kanté op de vlakte van Kirina. De overwinning legde de grondslag voor het Mali Rijk en werd in de griot-traditie tot stichtingsmoment van het Mande-volk.

Lees het volledige artikel
Fase 1

De Opmars naar Kirina

Sundiata Keita was teruggekeerd uit zijn ballingschap. De jaren waarin hij van hof naar hof was getrokken, van Mema tot het land van de Tabon Wana, hadden hem een coalitie opgeleverd die ouder en breder was dan welk Mande-leger ook voor hem.

Tegenover hem stond Sumanguru Kanté, koning van Sosso. De Tarikh al-Fattash en de overleveringen van de griots schilderen hem als een heerser die met ijzer en vrees regeerde. Hij had de koningen van Mande verdreven, hun vee weggevoerd en hun smeden in zijn dienst gedwongen.

Volgens de traditie die Niane optekende uit de mond van Mamadou Kouyaté, droeg Sundiata zijn coalitie samen uit verschillende richtingen. Vanuit het westen kwamen de eigen Mande-troepen. Vanuit het noorden de Tabon Wana onder Fakoli Koroma. Vanuit het oosten de smeden en jagers die Sumanguru’s heerschappij ontvluchtten.

Sumanguru rukte op vanuit het Sosso-hartland, langs de oude weg richting de Niger. Zijn troepenmacht was groter, getrainder, en in lichaamsgewicht zwaarder bewapend. Hij geloofde dat hij Sundiata’s coalitie zou breken op de open vlakte van Kirina, op een dag die hijzelf had uitgekozen.

De griot Balla Fasséké zou later overleveren dat de twee legers elkaar voor het eerst zagen op de avond voor de slag. De vuren van Sosso brandden tegenover die van Mande, gescheiden door enkele honderden passen en door een geschiedenis die ouder was dan de mannen die er stonden.

Al-Umari ﵀ noteert in zijn beschrijving van Mali, geschreven generaties later, dat de overwinning van Sundiata tegen Sumanguru gold als de stichtingsdaad van het rijk. Wat in Kirina werd beslist, hield acht eeuwen lang stand in het geheugen van de Mande.

Fase 2

De Nacht voor de Slag

De vlakte van Kirina ligt vlak en open. Aan de westzijde rijzen de Mandinka heuvels op. Aan de oostzijde loopt het land af naar de Niger. Het is geen plek voor verrassingen. Hier zou de strijd in het volle licht worden uitgevochten.

Sundiata sloeg zijn kamp op aan de westkant van de vlakte, dicht bij een rij lage heuvels die zijn flank dekten. Sumanguru bleef aan de oostkant, op de brede zandgrond. Tussen de twee kampen lagen enkele honderden passen open terrein.

Volgens de overlevering die Conrad in zijn werk Sunjata heeft samengebracht, hield Sundiata in die nacht raad met Fakoli Koroma, met zijn zuster Sogolon Kolonkan, en met de griot Balla Fasséké. Het waren geen krijgsraadgevingen alleen. De Mande-traditie spreekt van een gebed, van offers, van de namen van de voorouders die werden aangeroepen.

Aan de Sosso-zijde bleef Sumanguru in zijn tent. De griots overleveren dat hij rustte met de zekerheid van een man die meende dat geen wapen hem kon raken. Zijn macht, zo zegt de traditie, lag in een geheim: een talisman, een verbond, een onkwetsbaarheid die hij van zijn moeders zijde had geërfd.

Sundiata’s mensen wisten van dit geheim. Sogolon Kolonkan, zo overleveren de griots, had het ontdekt en aan haar broer doorgegeven. De pijl die Sumanguru zou kunnen raken zou geen gewone pijl zijn. Hij zou zijn punt van een hanenpoot dragen, en zijn kracht uit een woord dat ouder was dan het ijzer.

Mahmud Kati ﵀ vermeldt in de Tarikh al-Fattash dat de strijd tussen Sumanguru en Sundiata werd uitgevochten met de wapens van de zichtbare en de onzichtbare wereld tegelijk. Wat de griots in liederen vasthouden, hield de chronist in proza vast.

Toen de morgen aanbrak, stelden beide legers zich op. De griots sloegen op hun trommels. Het uur was gekomen.

Fase 3

De Pijl van de Hanenpoot

De legers stelden zich op tegenover elkaar. Volgens de overlevering die Niane uit de mond van Mamadou Kouyaté heeft opgetekend, reed Sumanguru tussen zijn voorste rijen vooruit. Sundiata deed hetzelfde. De twee mannen zagen elkaar voor het eerst van aangezicht tot aangezicht.

De griots dragen de woorden van die ontmoeting nog steeds met zich mee. Sumanguru riep Sundiata toe dat hij hem zou breken zoals hij de Mande-koningen voor hem had gebroken. Sundiata antwoordde met de namen van zijn voorouders, lange ketens van afstamming die elke Mande-jongen leert kennen voordat hij een wapen kan dragen.

Daarna kwam de pijl. De traditie spreekt van een witte pijl, beladen met een hanenpoot, geschoten door Sundiata zelf. De pijl raakte Sumanguru in de schouder. De Sosso-koning bleef overeind, maar zijn kracht week.

Volgens Conrad’s reconstructie van de epos was dit het breekpunt. Niet omdat Sumanguru viel, hij viel niet, maar omdat de Sosso-strijders zagen dat hun koning kon worden geraakt. De zekerheid die hen droeg begon te scheuren.

Tegelijk gaf Fakoli Koroma vanuit het noorden het teken aan de Tabon Wana cavalerie. Hun positie, verborgen achter een lichte glooiing, werd in dat moment zichtbaar.

Het was geen tweegevecht meer. Het was een slag.

Fase 4

De Tang van Tabon Wana

Op het moment dat Sumanguru wankelde, stortte de Tabon Wana cavalerie zich vanuit het noorden op de flank van de Sosso. Fakoli Koroma reed voorop. De griots, en later Conrad in zijn opname van de overlevering, beschrijven de manoeuvre als een tang: de Mande-hoofdmacht drukte frontaal, de Tabon Wana sloten van opzij.

De Sosso-formatie was gebouwd op gewicht en vrees. Beide kwamen nu in elkaars weg. De voorste rijen konden niet wijken zonder hun eigen achterhoede onder de voet te lopen. De flank, die niet was voorbereid op cavalerie, brak het eerst.

Sumanguru zelf bleef vechten. De overlevering noemt hem tot het laatste moment in het zadel. Maar zijn aanvoerders vielen, een voor een. Zijn neef en plaatsvervanger werd in het gedrang gedood. Een tweede Sosso-bevelhebber viel onder de hoeven van de Tabon Wana paarden.

In de Tarikh al-Fattash schrijft Mahmud Kati ﵀ kort en zonder versiering: het leger van Sosso werd verspreid, en zijn koning vluchtte. De griots geven dezelfde uitslag, met meer woorden en meer vuur.

De middag was nog niet voorbij toen het Sosso-front instortte. Wat als een veldslag was begonnen werd een achtervolging.

Fase 5

De Vlucht van Sumanguru

Toen het Sosso-front geheel uiteenviel, week Sumanguru naar het noorden. De griots overleveren dat hij zonder gevolg vluchtte, op een paard dat hij van zijn eigen wachtmeester opeiste, in de richting van de heuvels boven Koulikoro.

De achtervolging was kort. De Mande-cavalerie reed hem na, maar verloor hem in het gebroken landschap waar de paden tussen de rotsen verdwijnen. De overlevering die Niane vasthoudt zegt dat Sumanguru tenslotte verdween in de grot van Koulikoro. Wat met hem gebeurde nadat hij de grot binnenging weet de traditie niet meer te zeggen.

Voor de Sosso-rest die op het slagveld bleef, was er geen koning meer om naar terug te keren. Zijn aanvoerders waren dood of voortvluchtig. Zijn hoofdstad was nog niet ingenomen, maar zijn macht was gebroken op de vlakte van Kirina.

Al-Umari ﵀ schrijft een eeuw later in zijn beschrijving van Mali dat het rijk van Sundiata uit deze ene overwinning was voortgekomen. De Mande-koningen die Sumanguru had verdreven keerden terug. De smeden die hij had gedwongen werden bevrijd. Het verdrag dat de overwinnaars sloten, de Kouroukan Fouga, gaf aan de twaalf koninkrijken van de Mande een gemeenschappelijke wet.

De griots noemen Sundiata sinds die dag Mansa: koning der koningen. De Tarikh al-Fattash voegt daaraan toe dat het rijk dat hij stichtte nog drie eeuwen na hem zou voortduren, tot de aankomst van een ander leger, uit een andere richting, op een andere vlakte.

Maar dat lag in de verre toekomst. Op de avond van Kirina was er alleen de stilte van de afgelopen strijd, en de stem van Balla Fasséké, die de naam van Sundiata aan het lied van zijn voorvaderen toevoegde.

Fase 6

De Kouroukan Fouga

Na Kirina riep Sundiata de twaalf koningen van de Mande bijeen op een open plaats nabij Kangaba, op een plek die in de overlevering Kouroukan Fouga heet. Wat daar werd uitgesproken is in de mond van de griots blijven leven en is door Niane en Conrad tot in onze dagen opgetekend.

Het was geen vredesverdrag in de moderne zin van het woord. Het was een grondwet in versvorm. De clans kregen hun rechten en hun plichten. De smeden hun aanzien. De griots hun bescherming. De vrouwen, in de versie die Niane vasthoudt, hun stem in de raad. Aan de overwinnaars werd een grens gesteld, en aan de overwonnenen een toekomst gelaten.

Mahmud Kati ﵀ schrijft in de Tarikh al-Fattash dat Mali onder Sundiata ophield een verzameling stammen te zijn en een rijk werd. De wegen die Sumanguru had vergrendeld werden weer open. De handel met de Soninke en de Berber-handelaren uit het noorden, die onder Ghana had gebloeid en onder Sosso was verstikt, herleefde.

Acht eeuwen later dragen de griots van het Niger-bekken nog steeds dezelfde namen. Sundiata Keita. Fakoli Koroma. Balla Fasséké. Sumanguru Kanté. Het zijn geen namen uit een dood verleden. Het zijn namen die in elke nieuwe generatie opnieuw worden geleerd.

Wat in Kirina werd beslist, ligt aan de wortel van wat West-Afrika zelf later een rijk zou noemen. Wat aan Kouroukan Fouga werd uitgesproken, hield die wortel bijeen.

De Slag bij Kirina – kaart

Deze veldslag is fase voor fase te volgen op de interactieve 3D-kaart, van de openingszetten tot de uiteindelijke afloop. De kaart behandelt de volgende fasen:

  • Fase 1:De Opmars naar Kirina
  • Fase 2:De Nacht voor de Slag
  • Fase 3:De Pijl van de Hanenpoot
  • Fase 4:De Tang van Tabon Wana
  • Fase 5:De Vlucht van Sumanguru
  • Fase 6:De Kouroukan Fouga
Open de interactieve slagkaart

Veelgestelde vragen

Wat was de Slag bij Kirina?

De Slag bij Kirina werd omstreeks 1235 uitgevochten op de vlakte van Kirina, waar Sundiata Keita met zijn Mande-coalitie het zwaarbewapende Sosso-leger van koning Sumanguru Kanté versloeg, een overwinning die de grondslag legde voor het Mali Rijk en in de griot-traditie geldt als het stichtingsmoment van het Mande-volk. Al-Umari ﵀ noteert in zijn beschrijving van Mali, generaties later geschreven, dat de overwinning van Sundiata op Sumanguru gold als de stichtingsdaad van het rijk, en wat in Kirina werd beslist hield acht eeuwen stand in het geheugen van de Mande.

Wie stonden er tegenover elkaar bij Kirina?

Tegenover elkaar stonden de coalitie van Sundiata Keita, samengebracht uit Mande-troepen uit het westen, de Tabon Wana onder Fakoli Koroma uit het noorden en de smeden en jagers die Sumanguru's heerschappij ontvluchtten uit het oosten, en het grotere, zwaarder bewapende leger van Sumanguru Kanté, de koning van Sosso. De overlevering schildert Sumanguru als een heerser die met ijzer en vrees regeerde, die de koningen van Mande had verdreven en hun smeden in zijn dienst had gedwongen; juist die verdrevenen vormden de kern van Sundiata's bondgenootschap.

Wat is het verhaal van de pijl met de hanenpoot?

Volgens de griot-overlevering lag Sumanguru's macht in een geheim van onkwetsbaarheid, dat Sundiata's zuster Sogolon Kolonkan had ontdekt en aan haar broer had doorgegeven: alleen een pijl met een punt van een hanenpoot kon hem raken, en het was Sundiata zelf die deze witte pijl afschoot en de Sosso-koning in de schouder trof. Sumanguru viel niet, maar zijn kracht week, en volgens de reconstructie van Conrad was dit het breekpunt van de slag: de Sosso-strijders zagen dat hun koning geraakt kon worden, en de zekerheid die hen droeg begon te scheuren.

Hoe werd de Slag bij Kirina beslist?

De slag werd beslist door een tangbeweging: terwijl de Mande-hoofdmacht frontaal drukte, stortte de Tabon Wana cavalerie onder Fakoli Koroma zich vanuit het noorden op de Sosso-flank, die niet op ruiters was voorbereid en als eerste brak, waarna het hele Sosso-front nog voor het einde van de middag instortte. Sumanguru's aanvoerders vielen een voor een, en de koning zelf vluchtte richting de heuvels boven Koulikoro, waar hij volgens de overlevering in de grot van Koulikoro verdween; wat daarna met hem gebeurde weet de traditie niet meer te zeggen.

Waarom was Kirina zo belangrijk voor West-Afrika?

Kirina brak de macht van Sosso en maakte de weg vrij voor het Mali Rijk: na de overwinning riep Sundiata de twaalf koningen van de Mande bijeen nabij Kangaba, waar met de Kouroukan Fouga een gemeenschappelijke wet werd uitgesproken en Sundiata sindsdien Mansa heet, koning der koningen. Mahmud Kati ﵀ schrijft in de Tarikh al-Fattash dat Mali onder Sundiata ophield een verzameling stammen te zijn en een rijk werd; de handelswegen die Sumanguru had vergrendeld gingen weer open, en het rijk hield nog drie eeuwen na hem stand.

Uit welke bronnen kennen we de Slag bij Kirina?

De slag is vooral overgeleverd via de mondelinge griot-traditie, door Niane opgetekend uit de mond van Mamadou Kouyaté en later door Conrad verzameld in zijn werk Sunjata, en via islamitische kronieken zoals de Tarikh al-Fattash van Mahmud Kati ﵀ en de beschrijving van Mali door al-Umari ﵀. Mahmud Kati ﵀ vermeldt dat de strijd tussen Sumanguru en Sundiata werd uitgevochten met de wapens van de zichtbare en de onzichtbare wereld tegelijk; wat de griots in liederen vasthouden, hield de kroniekschrijver in proza vast.