InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

maart 627 · Shawwal–Dhul Qa'dah, 5 AH

De Slag bij de Greppel

غزوة الخندق

Siera van de Profeet ﷺ · De Medina Periode

In Shawwal van het vijfde jaar na de Hidjra (627 n.Chr.) belegerde een coalitie van circa 10.000 man, Qoeraish, Ghatafan en bondgenoten, de stad Medina. Op advies van Salman al-Farisi ﵁ groeven de moslims een gracht langs de onbeschermde noordflank. Na 27 dagen van belegering, verraad van de Banoe Qoerayza, en het legendarische duel van Ali ﵁ tegen Amr ibn Abd Wudd, viel de coalitie uiteen door goddelijke interventie: een vernietigende wind en de list van Noe'aym ibn Mas'oed ﵁.

Lees het volledige artikel
Fase 1

De Coalitie Vormt Zich

Na de verbanning van de Banoe Nadir uit Medina in het vierde jaar na de Hidjra, reisde hun leider Hoeyayy ibn Akhtab naar Mekka met één doel: de Qoeraish overhalen tot een definitieve aanval op Medina. Hij beloofde Aboe Soefyan dat de joodse stammen in Medina van binnenuit zouden meewerken. Aboe Soefyan stemde in. De Qoeraish mobiliseerden 4.000 man infanterie en 300 ruiters onder zijn bevel.

Vervolgens trok Hoeyayy naar de Ghatafan-stammen in Nadjd. Oeyayna ibn Hisn, leider van de Banoe Fazara, en al-Harith ibn ‘Awf van de Banoe Moerra werden overgehaald met de belofte van de helft van de dadeloogst van Khaybar. De Ghatafan leverden 4.000 strijders. Daarnaast sloten zich de Banoe Soelaym aan met 700 man, de Banoe Ashja’ met 400, en diverse kleinere stammen met nog eens circa 600, in totaal een coalitie van ongeveer 10.000 man.

Het was het grootste leger dat ooit tegen de moslims was samengebracht. De Arabische wereld leek zich te verenigen om de gemeenschap van de Profeet ﷺ voorgoed te vernietigen. Vanuit Mekka trokken de Qoeraish noordwaarts, terwijl de Ghatafan vanuit het oosten oprukten; twee enorme legers die bij Medina zouden samenkomen.

“Toen zij van boven jullie kwamen en van beneden jullie, en toen de ogen afwendden en de harten de kelen bereikten”

Soera al-Ahzab (33:10)

Fase 2

De Gracht

Toen het bericht van de naderende coalitie Medina bereikte, riep de Profeet ﷺ zijn metgezellen bijeen voor overleg (shura). De moslims waren in aantal hopeloos inferieur: slechts circa 3.000 man tegenover een vijand die meer dan driemaal zo sterk was. Een open veldslag zou zelfmoord zijn.

Toen stond Salman al-Farisi ﵁ op, de Perzische metgezel die zowel het Byzantijnse als het Sassanidische Rijk had gekend. Hij stelde een tactiek voor die de Arabieren nog nooit hadden gezien: “O Boodschapper van Allah, wanneer wij in Perzië werden belegerd, groeven wij een gracht rondom onze stad.” De Profeet ﷺ omarmde het idee onmiddellijk en zei tegen Salman: “Jij bent één van ons, O mensen van het huis.”

De moslims begonnen onmiddellijk met graven. Gedurende zes dagen werkten zij onafgebroken aan een gracht van ongeveer 5,5 kilometer langs de onbeschermde noordelijke benadering van Medina. De zuidelijke, oostelijke en westelijke flanken werden beschermd door lavavelden (harra) en dichte palmtuinen die onbegaanbaar waren voor cavalerie. De Profeet ﷺ zelf groef mee, droeg aarde en moedigde zijn metgezellen aan met gezang.

Tijdens het graven stuitte men op een enorme rots die geen bijl kon breken. De Profeet ﷺ sloeg er driemaal op met de houweel, en bij elke slag vloog er een vonk: de eerste verlichte Syrië: “Allah is de Grootste! Mij zijn de sleutels van Syrië gegeven”; de tweede verlichte Perzië: “Mij zijn de sleutels van Perzië gegeven”; en de derde verlichte Jemen: “Mij zijn de sleutels van Jemen gegeven.” De hypocrieten lachten om deze profetieën, terwijl de moslims dieper groeven.

De honger was ondraaglijk. De metgezellen bonden stenen tegen hun buiken om de pijn te verlichten. Toen Djabir ibn 'Abdoellah ﵁ zag dat de Profeet ﷺ twee stenen tegen zijn buik had gebonden, slachtte hij in het geheim een schaap en nodigde de Profeet ﷺ uit voor een maaltijd, waaruit op wonderbaarlijke wijze het gehele leger at.

Fase 3

De Belegering

Toen de coalitie vanuit het noorden aankwam en de gracht zag, waren zij verbijsterd. Nooit eerder was een dergelijke verdediging gebruikt in de Arabische oorlogsvoering. Aboe Soefyan riep uit: “Dit is een list die de Arabieren niet kennen!” Het leger kon de brede, diepe gracht niet oversteken met cavalerie of infanterie, precies zoals Salman ﵁ had voorzien.

De Qoeraish sloegen hun kamp op ten noordwesten van de gracht, in de vlakte van Roema. De Ghatafan betrokken posities ten noordoosten. Samen omsingelden zij de noordelijke benadering van Medina, maar konden niet doorbreken. De moslims stelden zich op achter de gracht, dag en nacht paraat.

Gedurende 27 dagen duurde de belegering. Elke dag probeerden groepen ruiters, onder wie Khalid ibn al-Walid en 'Ikrima ibn Abi Djahl, smalle punten in de gracht te vinden om over te steken; telkens werden zij teruggedreven door boogschutters en steenwerpers. De bittere kou van de Medina-winter teisterde beide kampen. Voedsel raakte schaars; de moslims vastten onvrijwillig terwijl de Qoeraish hun voorraden zagen slinken.

De frustratie groeide. Aboe Soefyan had gerekend op een snelle veldslag en een beslissende overwinning. In plaats daarvan stond hij machteloos voor een greppel, starend naar een vijand die hij niet kon bereiken.

Fase 4

Het Verraad van Banoe Qoerayza

Terwijl de moslims standhielden achter de gracht, sloop Hoeyayy ibn Akhtab, de man die de gehele coalitie had georganiseerd, naar de vesting van de Banoe Qoerayza aan de zuidoostzijde van Medina. Zijn doel: het verdrag tussen de Banoe Qoerayza en de Profeet ﷺ verbreken, zodat de moslims van twee kanten zouden worden aangevallen.

Ka’b ibn Asad, het stamhoofd van de Banoe Qoerayza, weigerde aanvankelijk. “Mohammed heeft altijd zijn verdragen met ons nageleefd,” zei hij, en weigerde Hoeyayy zelfs binnen te laten. Maar Hoeyayy hield aan. Hij beloofde Ka’b dat als de coalitie zou falen, hij zelf de vesting zou binnengaan en het lot van de Qoerayza zou delen. Uiteindelijk bezweek Ka’b. Het verdrag met de Profeet ﷺ werd verscheurd.

Toen geruchten over het verraad de Profeet ﷺ bereikten, zond hij Sa’d ibn Moe’adh ﵁ (leider van de Aws) en Sa’d ibn 'Oebada ﵁ (leider van de Khazradj) om de situatie te verifiëren. Zij keerden terug met grimmig nieuws en gebruikten de codefrase “'Adal en Qarah”, een verwijzing naar een eerder verraad, om de Profeet ﷺ te waarschuwen zonder paniek te zaaien onder de troepen.

De situatie werd plotseling wanhopig. De gracht beschermde de noordkant, maar de Banoe Qoerayza zaten aan de onbeschermde zuidoostzijde, recht tegenover het fort van de Banoe Haritha waar de vrouwen en kinderen van de moslims waren ondergebracht. De moslims stonden nu voor een tweefrontenoorlog: tienduizend vijanden voor de gracht en verraders achter hen.

De Profeet ﷺ stuurde onmiddellijk detachementen om de zuidoostelijke benadering te bewaken. Safiyya bint 'Abdoel Moettalib ﵂, de tante van de Profeet ﷺ, bevond zich in het fort van de Banoe Haritha toen een vijandelijke verkenner het fort naderde. Zij greep een staak en doodde hem, de eerste vrouw in de islam die een vijand doodde in de verdediging.

“En toen de hypocrieten en degenen in wier harten een ziekte was, zeiden: ‘Allah en Zijn Boodschapper hebben ons niets dan bedrog beloofd’”

Soera al-Ahzab (33:12)

Fase 5

Het Duel van Ali en Amr

Op een dag slaagde een kleine groep Qoeraish-strijders erin de gracht over te steken bij een smal punt. Onder hen was 'Amr ibn 'Abd Wudd, een legendarische krijger die gold als “gelijk aan duizend man” en die bij de Slag bij Badr niet had kunnen deelnemen vanwege verwondingen. Nu, bij de Greppel, eiste hij luidkeels een tweegevecht.

Zijn uitdaging galmde over het slagveld: “Is er iemand die naar buiten komt om te vechten?” Stilte viel over de moslimrangen. De metgezellen kenden de reputatie van 'Amr; zelfs de dappersten aarzelden. Toen stond 'Ali ibn Abi Talib ﵁ op en bood zich aan. De Profeet ﷺ hield hem tegen. 'Amr riep opnieuw. 'Ali ﵁ stond weer op. De Profeet ﷺ hield hem opnieuw tegen. Bij de derde uitdaging gaf de Profeet ﷺ hem toestemming, omhelsde hem en zei: “O Allah, bescherm hem.”

'Ali ﵁ trad naar voren en bood 'Amr drie keuzes: de islam aannemen, zich terugtrekken, of vechten. 'Amr lachte schamper en koos het zwaard. Het duel was hevig maar kort. 'Amr sloeg met zijn zwaard en trof 'Ali’s schild, maar 'Ali ﵁ vond een opening en bracht de beslissende slag toe. Het stof wervelde op; toen het neerdaalde, stond 'Ali ﵁ als overwinnaar.

De Profeet ﷺ sprak: “De slag van 'Ali op de dag van al-Khandaq is beter dan de aanbidding van de mensheid en de djinn.” De overige Qoeraish-strijders die de gracht waren overgestoken vluchtten terug; één van hen viel in de gracht en werd gedood. Het moreel van de coalitie was gebroken door het verlies van hun machtigste kampioen.

Fase 6

De Goddelijke Hulp

Terwijl de belegering voortduurde, meldde zich een onverwachte bondgenoot. Noe’aym ibn Mas’oed ﵁, een leider van de Ghatafan, had in het geheim de islam aangenomen, een feit dat noch de Qoeraish, noch de Ghatafan, noch de Banoe Qoerayza kenden. Hij kwam naar de Profeet ﷺ en bood zijn diensten aan. De Profeet ﷺ antwoordde: “Oorlog is bedrog”, en gaf hem toestemming om verdeeldheid te zaaien.

Noe’aym ﵁ ging eerst naar de Banoe Qoerayza, met wie hij een oude vriendschapsband had. Hij waarschuwde hen: “De Qoeraish en Ghatafan zullen vertrekken als het hun uitkomt, en jullie blijven alleen achter met Mohammed. Eis gijzelaars van de Qoeraish als garantie dat zij niet vertrekken.” Vervolgens ging hij naar Aboe Soefyan en zei: “De Banoe Qoerayza hebben spijt van hun verraad. Zij zullen gijzelaars van jullie eisen om hen aan Mohammed te geven.” Tenslotte vertelde hij hetzelfde aan de Ghatafan.

Toen Aboe Soefyan gijzelaars eiste van de Qoerayza en de Qoerayza gijzelaars eisten van de Qoeraish, bevestigde elk kamp precies wat Noe’aym ﵁ had gezegd. Het wederzijdse wantrouwen verlamde de coalitie. De drie partijen weigerden nog langer samen te werken.

Toen kwam de goddelijke hulp. In een bittere nacht zond Allah ﷻ een geweldige oostenwind die de kampen van de coalitie verwoestte. Tenten werden weggeblazen, kookvuren gedoofd, kettingen losgerukt. De kou en de duisternis maakten de situatie onhoudbaar.

De Profeet ﷺ zond Hoedayfa ibn al-Yaman ﵁ als verkenner naar het vijandelijke kamp. Hoedayfa ﵁ trof er chaos aan: mannen die vergeefs probeerden hun tenten overeind te houden, paarden die losbraken, wapens die in de modder lagen. Aboe Soefyan stond op en riep: “Laat eenieder naar zijn buurman kijken!”, om te controleren of er geen spionnen waren. Vervolgens gaf hij het bevel: de Qoeraish vertrekken. Vannacht nog.

In de duisternis van de nacht brak het grootste leger dat ooit tegen de moslims was samengebracht zijn kamp op en vertrok. De Ghatafan volgden kort daarna.

“O jullie die geloven, gedenkt de gunst van Allah aan jullie, toen legers tot jullie kwamen en Wij tegen hen een wind zonden en legers die jullie niet zagen”

Soera al-Ahzab (33:9)

“En Allah deed de ongelovigen terugkeren in hun woede, zonder dat zij enig goed hadden verkregen”

Soera al-Ahzab (33:25)

Fase 7

De Nasleep

Nog voordat de moslims hun wapens hadden neergelegd, kwam Djibriel ﵇ naar de Profeet ﷺ met de woorden: “Heb jij je wapens neergelegd? De engelen hebben de hunne nog niet neergelegd.” Hij wees in de richting van de Banoe Qoerayza.

De Profeet ﷺ gaf onmiddellijk het bevel: “Niemand bidt het middaggebed behalve bij de Banoe Qoerayza.” De moslims marcheerden direct vanuit de gracht naar de vestingen van de Qoerayza in het zuidoosten van Medina.

De belegering van de Banoe Qoerayza duurde 25 dagen. Ingeklemd in hun forten, zonder de hulp van de coalitie die was vertrokken, en met het besef dat hun verraad op het meest kritieke moment van de oorlog had plaatsgevonden, gaven de Banoe Qoerayza zich uiteindelijk over. Zij verzochten dat Sa’d ibn Moe’adh ﵁, hun voormalige bondgenoot als leider van de Aws, over hen zou oordelen, in de hoop op clementie vanwege de oude alliantie.

Sa’d ﵁ werd binnengebracht op een draagbaar; hij was zwaargewond door een pijl in zijn arm die hij tijdens de belegering van de gracht had opgelopen. Ondanks zijn verwondingen sprak hij zijn oordeel uit, naar de wet van de Thora voor verraad in oorlogstijd. De mannen die hadden gevochten werden ter dood veroordeeld; de vrouwen en kinderen werden gevangengenomen.

Sa’d ibn Moe’adh ﵁ overleed kort daarna aan zijn verwondingen. De Profeet ﷺ zei over hem: “De Troon van de Barmhartige beefde bij de dood van Sa’d ibn Moe’adh.”

De Slag bij de Greppel was een strategisch keerpunt. Nooit meer zou Mekka een offensief tegen Medina kunnen lanceren. De Profeet ﷺ sprak de profetische woorden: “Nu zullen wij tegen hen optrekken, en zij niet meer tegen ons.” Het initiatief was definitief verschoven van de Qoeraish naar de moslims. De weg naar de verovering van Mekka was geopend.

De Slag bij de Greppel – kaart

Deze veldslag is fase voor fase te volgen op de interactieve 3D-kaart, van de openingszetten tot de uiteindelijke afloop. De kaart behandelt de volgende fasen:

  • Fase 1:De Coalitie Vormt Zich
  • Fase 2:De Gracht
  • Fase 3:De Belegering
  • Fase 4:Het Verraad van Banoe Qoerayza
  • Fase 5:Het Duel van Ali en Amr
  • Fase 6:De Goddelijke Hulp
  • Fase 7:De Nasleep
Open de interactieve slagkaart

Veelgestelde vragen

Wie stelde voor om de gracht bij Medina te graven?

De gracht bij de Slag bij de Greppel (5 AH, 627) werd voorgesteld door Salman al-Farisi ﵁, de Perzische metgezel van de Profeet ﷺ, die tijdens het overleg over de naderende coalitie een tactiek aandroeg die de Arabieren nog nooit hadden gezien: in Perzië groef men bij een belegering een gracht rondom de stad. De Profeet ﷺ omarmde het idee onmiddellijk en zei tegen Salman ﵁ dat hij één van de mensen van het huis was. De ongeveer 3.000 moslims groeven daarop de gracht langs de onbeschermde noordflank van Medina.

Hoe lang en hoe diep was de gracht bij de Slag bij de Greppel?

De klassieke bronnen zijn het niet eens over de exacte afmetingen van de gracht bij Medina: de schattingen voor de lengte lopen uiteen van ongeveer 5,5 tot 10 kilometer en die voor de diepte van circa 3,2 tot 5 meter, zodat elk afzonderlijk getal een benadering blijft. De vroege geschiedschrijvers beschreven de gracht generaties later en lieten geen opmetingen na. Wel staat vast dat de gracht de onbeschermde noordelijke benadering van Medina afsloot en te breed en te diep was voor cavalerie of infanterie om over te steken, precies zoals Salman al-Farisi ﵁ had voorzien.

Hoe lang duurde het graven van de gracht?

Het graven van de gracht bij Medina nam volgens meerdere overleveringen ongeveer zes dagen in beslag, waarin de circa 3.000 moslims onafgebroken werkten aan de verdedigingslinie langs de noordelijke benadering van de stad, terwijl de overige flanken door lavavelden en dichte palmtuinen werden beschermd. De Profeet ﷺ groef zelf mee, droeg aarde en moedigde zijn metgezellen met gezang aan. De honger was daarbij zo groot dat de metgezellen stenen tegen hun buik bonden om de pijn te verlichten.

Waarom heet de Slag bij de Greppel ook de Slag van al-Ahzab?

De Slag bij de Greppel wordt ook de Slag van al-Ahzab genoemd, de Slag van de Bondgenoten, omdat de aanvallers niet één leger vormden maar een coalitie van ongeveer 10.000 man uit de Qoeraish, de Ghatafan, de Banoe Soelaym en diverse kleinere stammen, verenigd om Medina te vernietigen. Het was het grootste leger dat ooit tegen de moslims was samengebracht. In de Koran verwijst Soera al-Ahzab naar deze belegering, onder meer in vers 33:9 over de wind die tegen de legers werd gezonden.

Hoe eindigde de Slag bij de Greppel?

De Slag bij de Greppel eindigde na 27 dagen belegering toen Allah ﷻ in een bittere nacht een geweldige oostenwind zond die de kampen van de coalitie verwoestte, terwijl de list van Noe'aym ibn Mas'oed ﵁ het wederzijdse vertrouwen tussen de Qoeraish, de Ghatafan en de Banoe Qoerayza al had gebroken. Aboe Soefyan gaf diezelfde nacht het bevel tot vertrek en het grootste leger dat ooit tegen de moslims was samengebracht brak zijn kamp op zonder een beslissende veldslag te hebben geleverd.

Wanneer vond de Slag bij de Greppel plaats?

De Slag bij de Greppel vond plaats in Shawwal en Dhoel Qa'dah van het vijfde jaar na de Hidjra, in maart 627, toen een coalitie van ongeveer 10.000 man de stad Medina belegerde en de circa 3.000 verdedigers 27 dagen achter de gracht standhielden. De bittere kou van de winter in Medina teisterde in die weken beide kampen en het voedsel raakte aan beide zijden schaars.

Wie won de Slag bij de Greppel?

De moslims wonnen de Slag bij de Greppel (5 AH, 627): de coalitie van ongeveer 10.000 man slaagde er in 27 dagen niet in de gracht te doorbreken en trok zich uiteindelijk in de nacht terug, terwijl Medina onbeschadigd bleef en de circa 3.000 verdedigers standhielden. De slag markeerde een strategisch keerpunt, want Mekka zou nooit meer een offensief tegen Medina lanceren. De Profeet ﷺ sprak daarop de woorden dat de moslims voortaan tegen hen zouden optrekken, en zij niet meer tegen de moslims.