Na de verbanning van de Banoe Nadir uit Medina in het vierde jaar na de Hidjra, reisde hun leider Hoeyayy ibn Akhtab naar Mekka met één doel: de Qoeraish overhalen tot een definitieve aanval op Medina. Hij beloofde Aboe Soefyan dat de joodse stammen in Medina van binnenuit zouden meewerken. Aboe Soefyan stemde in. De Qoeraish mobiliseerden 4.000 man infanterie en 300 ruiters onder zijn bevel.
Vervolgens trok Hoeyayy naar de Ghatafan-stammen in Nadjd. Oeyayna ibn Hisn, leider van de Banoe Fazara, en al-Harith ibn ‘Awf van de Banoe Moerra werden overgehaald met de belofte van de helft van de dadeloogst van Khaybar. De Ghatafan leverden 4.000 strijders. Daarnaast sloten zich de Banoe Soelaym aan met 700 man, de Banoe Ashja’ met 400, en diverse kleinere stammen met nog eens circa 600, in totaal een coalitie van ongeveer 10.000 man.
Het was het grootste leger dat ooit tegen de moslims was samengebracht. De Arabische wereld leek zich te verenigen om de gemeenschap van de Profeet ﷺ voorgoed te vernietigen. Vanuit Mekka trokken de Qoeraish noordwaarts, terwijl de Ghatafan vanuit het oosten oprukten; twee enorme legers die bij Medina zouden samenkomen.
“Toen zij van boven jullie kwamen en van beneden jullie, en toen de ogen afwendden en de harten de kelen bereikten”
Soera al-Ahzab (33:10)