Terwijl de belegering voortduurde, meldde zich een onverwachte bondgenoot. Noe’aym ibn Mas’oed ﵁, een leider van de Ghatafan, had in het geheim de islam aangenomen, een feit dat noch de Qoeraish, noch de Ghatafan, noch de Banoe Qoerayza kenden. Hij kwam naar de Profeet ﷺ en bood zijn diensten aan. De Profeet ﷺ antwoordde: “Oorlog is bedrog”, en gaf hem toestemming om verdeeldheid te zaaien.
Noe’aym ﵁ ging eerst naar de Banoe Qoerayza, met wie hij een oude vriendschapsband had. Hij waarschuwde hen: “De Qoeraish en Ghatafan zullen vertrekken als het hun uitkomt, en jullie blijven alleen achter met Mohammed. Eis gijzelaars van de Qoeraish als garantie dat zij niet vertrekken.” Vervolgens ging hij naar Aboe Soefyan en zei: “De Banoe Qoerayza hebben spijt van hun verraad. Zij zullen gijzelaars van jullie eisen om hen aan Mohammed te geven.” Tenslotte vertelde hij hetzelfde aan de Ghatafan.
Toen Aboe Soefyan gijzelaars eiste van de Qoerayza en de Qoerayza gijzelaars eisten van de Qoeraish, bevestigde elk kamp precies wat Noe’aym ﵁ had gezegd. Het wederzijdse wantrouwen verlamde de coalitie. De drie partijen weigerden nog langer samen te werken.
Toen kwam de goddelijke hulp. In een bittere nacht zond Allah ﷻ een geweldige oostenwind die de kampen van de coalitie verwoestte. Tenten werden weggeblazen, kookvuren gedoofd, kettingen losgerukt. De kou en de duisternis maakten de situatie onhoudbaar.
De Profeet ﷺ zond Hoedayfa ibn al-Yaman ﵁ als verkenner naar het vijandelijke kamp. Hoedayfa ﵁ trof er chaos aan: mannen die vergeefs probeerden hun tenten overeind te houden, paarden die losbraken, wapens die in de modder lagen. Aboe Soefyan stond op en riep: “Laat eenieder naar zijn buurman kijken!”, om te controleren of er geen spionnen waren. Vervolgens gaf hij het bevel: de Qoeraish vertrekken. Vannacht nog.
In de duisternis van de nacht brak het grootste leger dat ooit tegen de moslims was samengebracht zijn kamp op en vertrok. De Ghatafan volgden kort daarna.
“O jullie die geloven, gedenkt de gunst van Allah aan jullie, toen legers tot jullie kwamen en Wij tegen hen een wind zonden en legers die jullie niet zagen”
Soera al-Ahzab (33:9)
“En Allah deed de ongelovigen terugkeren in hun woede, zonder dat zij enig goed hadden verkregen”
Soera al-Ahzab (33:25)