Na de overwinning bij Tabkin Kwotto in juni 1804 was Alkalawa de logische volgende stap. De stad was de hoofdstad van Gobir, het ommuurde hart waaruit Yunfa zijn macht uitoefende. Wie Alkalawa innam, beëindigde Gobir.
Tussen 1805 en 1807 ondernam de jama’a drie aanvallen op de stad. Geen van deze drie slaagde.
De eerste aanval, in 1805, kwam te vroeg. De jama’a beschikte nog niet over voldoende voorraden voor een lang beleg. Yunfa hield de poorten gesloten, zijn boogschutters bemand, en wachtte tot de aanvallers honger en vermoeidheid voelden.
De tweede aanval, in 1806, brak op coördinatie. Eenheden uit verschillende vlaggen bereikten de stad op verschillende dagen. De voorhoede werd door uitvallen van Gobir-cavalerie geïsoleerd voordat de hoofdmacht arriveerde.
De derde aanval, in 1807, faalde door de moessonregen. De grond rond Alkalawa veranderde in modder. Belegeringswerktuigen kwamen niet vooruit. Voorraden bedierven. De jama’a moest zich terugtrekken voor de stad viel.
Drie keer mislukt is in een vroege staat een slechte verhouding. De jihad had een grote overwinning behaald bij Tabkin Kwotto, maar zonder Alkalawa bleef de strijd onbeslist. Muhammad Bello ﵀, de zoon van de Shehu en zijn voornaamste veldcommandant, begreep dat een vierde poging niet kon falen.