InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

De Slag om Bir Bilal
De Helden van IslamUmar Al-Mukhtar

De Slag om Bir Bilal

De Slag om Bir Bilal

In het voorgaande artikel volgden wij de ontwikkeling van het Cyrenaïcaanse verzet in de jaren tussen 1913 en 1923, met de geleidelijke overgang van het hoofdleiderschap van de Senussi-broederschap naar Sayyid Muhammad Idris al-Sanusi ﵀, met de tijdelijke vreedzame akkoorden die in 1920 en 1921 werden gesloten, en met de Italiaanse koloniale aandrang die onder de Fascistische beweging vanaf 1922 werd hernieuwd. Wij zagen hoe in 1923 Umar al-Mukhtar ﵀ tot algemene militaire leider van het Cyrenaïcaanse verzet werd aangesteld en hoe hij in de daaropvolgende maanden de specifieke guerrilla-strategie van de adwar in haar volle omvang tot ontwikkeling bracht. Dit artikel volgt de Slag om Bir Bilal in de Cyrenaïcaanse Saharazone in het late voorjaar van 1923, een confrontatie tussen Cyrenaïcaanse Bedoeïen-strijders en een Italiaanse expeditiecolonne, een confrontatie die in haar uitkomst de geestelijke kracht van het verzet zou bevestigen.

De achtergrond van de slag

De voorafgaande maanden van schermutselingen

In de maanden voorafgaand aan de specifieke slag om Bir Bilal voltrok zich een uitgebreide reeks van schermutselingen tussen de Cyrenaïcaanse strijders en de Italiaanse expeditiecolonnes die in deze maanden naar de zuidelijke Saharazone werden gestuurd. Deze schermutselingen verliepen volgens de uitgebreide guerrilla-tactiek die Umar al-Mukhtar ﵀ in de voorafgaande maanden had ontwikkeld: kleinere aanvallen werden door geïsoleerde adwar-eenheden op de Italiaanse karavanen uitgevoerd, hinderlagen werden gelegd op de Italiaanse bergposten die moeilijk te verdedigen waren, en er werd een informatie-oorlogvoering gevoerd waarin de algemene Italiaanse strategische plannen werden onderbroken.

Voor de algemene ontwikkeling van het verzet vormden deze maanden van schermutselingen in haar uitkomst de bedding waarop de aanstaande grotere confrontatie bij Bir Bilal in haar geheel zou worden gebouwd. De gewone Cyrenaïcaanse strijders, die onder de algemene leiding van Umar al-Mukhtar ﵀ stonden, verwierven in deze maanden een uitgebreide praktische ervaring met de specifieke guerrilla-tactieken, en zij voltrokken tegelijk, in een geleidelijk verloop, de psychologische voorbereiding op de aanstaande grotere confrontatie die in haar uitkomst de volle kracht van het Cyrenaïcaanse verzet aan de Italiaanse koloniale autoriteiten zou demonstreren.

De Italiaanse uitbreidingscampagne van 1923

In de eerste maanden van 1923, na de Italiaanse koloniale aandrang die onder Mussolini was hernieuwd, voerde het Italiaanse leger in Cyrenaica onder bevel van Generaal Luigi Bongiovanni een uitgebreide uitbreidingscampagne van de bezette zone, een campagne die erop was gericht de Italiaanse heerschappij in de zuidelijke Cyrenaïcaanse Saharazone te vestigen. De campagne voltrok zich in een combinatie van directe militaire operaties, die tegen de plaatselijke Bedoeïen-bevolking waren gericht, en van de geleidelijke aanleg van Italiaanse forten in de oasestadjes van de Saharazone die strategisch gunstig gelegen waren, met de uitgesproken bedoeling de Senussi-aanwezigheid in de zuidelijke woestijn in haar wortels te breken.

Voor het Cyrenaïcaanse verzet onder Umar al-Mukhtar ﵀ betekende deze Italiaanse uitbreiding een uitdagende strategische situatie, want de zuidelijke Saharazone was de uitgestrekte achterhoede waarin de gewapende strijders in geval van Italiaanse vergelding hun toevlucht konden vinden, en haar geleidelijke Italiaanse onderwerping zou in haar uitkomst de algemene bewegingsruimte van de Senussi-beweging beperken. Umar al-Mukhtar ﵀ besloot daarom in het voorjaar van 1923 een tegen-operatie te ondernemen, een operatie waarin de Italiaanse uitbreidingscolonnes met de middelen van de guerrilla-tactiek zouden worden tegengehouden.

De geografische gestalte van Bir Bilal

Bir Bilal, in haar geografische ligging een uitgebreide waterput-oase die in de uitgestrekte Saharazone ten zuidoosten van Benghazi lag, op een afstand van ongeveer tweehonderd kilometer, was een van de strategisch belangrijkste plekken in de zuidelijke Cyrenaïcaanse woestijn. De oase voorzag de gewone karavanen die door de regio trokken zowel van water als van rust, en zij was voor de plaatselijke Bedoeïen-bevolking een geografische referentie in haar seizoenelijke verplaatsingsroutes. Voor de Italiaanse uitbreidingscampagne vormde Bir Bilal in haar strategische betekenis een doel, want de bezetting van de oase zou in haar uitkomst de Italiaanse controle over een uitgestrekt gebied van de zuidelijke Saharazone vestigen.

In het late voorjaar van 1923, naar de meest gangbare reconstructie in april of mei van dat jaar, voerde een Italiaanse expeditiecolonne onder bevel van Kolonel Diamilio Mezzetti een opmars uit in de richting van Bir Bilal, met een troepenmacht van ongeveer driehonderd manschappen, onder wie zich Italiaanse mariniers, koloniale tirailleurs uit Eritrea en plaatselijke moslim-collaborateurs bevonden die de Italiaanse koloniale dienst hadden aanvaard. De expeditie was uitgerust met enkele artillerie-stukken, met uitgebreide voorraden ammunitie, en met de gewone Italiaanse uitrusting die voor een Saharaanse militaire onderneming gebruikelijk was.

De plaatselijke Bedoeïen-informanten

Voor de Cyrenaïcaanse verzets-organisatie vormde het netwerk van plaatselijke Bedoeïen-informanten een uitgebreide centrale grondslag, want zonder dit netwerk hadden de aanstaande operaties niet kunnen worden gevoerd. De plaatselijke Bedoeïen-bevolking in de Cyrenaïcaanse Saharazone en in de Jebel Akhdar onderhield een uitgebreide informatie-uitwisseling met de gewapende strijders, met een onmiddellijke rapportage van de Italiaanse troepenbewegingen, met uitgebreide aanwijzingen over de aanstaande Italiaanse expeditie-routes, en met inlichtingen over de inrichting van de algemene Italiaanse logistiek.

Voor de Italiaanse koloniale autoriteiten vormde dit uitgebreide informanten-netwerk in haar uitkomst een strategische uitdaging waarvoor zij herhaaldelijk uitgebreide pogingen ondernamen om de plaatselijke informatie-uitwisseling te onderbreken. De Italiaanse strafmethoden tegen vermeende informanten voltrokken zich in de vorm van openbare executies, en zij brachten collectieve bestraffing van plaatselijke dorpen voort wanneer er vermoedens van informanten-activiteit waren ontstaan. Voor de plaatselijke Bedoeïen-bevolking in haar geheel betekende deze Italiaanse repressie een uitgebreide menselijke kostenpost die in haar uitkomst over de jaren van het verzet zou doorklinken.

De Senussi-respons

Umar al-Mukhtar ﵀, die via een netwerk van plaatselijke informanten de Italiaanse expeditie in haar voorbereiding had gevolgd, voerde vervolgens de tegen-operatie uit die tegen de aanstaande Italiaanse opmars was gericht. Hij verzamelde voor de aanstaande confrontatie een gemeenschappelijke strijdmacht van ongeveer vijfhonderd Cyrenaïcaanse Bedoeïen-strijders die uit verschillende stamverbintenissen afkomstig waren, met inbegrip van de Awaqir, de Bara’asa en enige naburige stammen die in een gemeenschappelijke broederschap aan de Senussi-zaak verbonden waren. De strijders waren uitgerust met de gewone Mauser-geweren die in de voorafgaande jaren via de Senussi-netwerken waren verworven, en zij waren, met de bewegelijkheid van hun paarden, georganiseerd in adwar-eenheden die in de aanstaande confrontatie ten volle tot uitvoering konden komen.

De strategie die in de aanstaande confrontatie zou worden toegepast, volgde in haar geheel de algemene guerrilla-aanpak die Umar al-Mukhtar ﵀ in zijn voorafgaande overwegingen had vastgelegd. De Bedoeïen-strijders zouden de Italiaanse colonne niet in een directe frontale aanval confronteren, maar zij zouden in een combinatie van flanken-aanvallen en plotselinge volledige aanvallen de colonne tot uitputting brengen voordat het uiteindelijke gevecht haar definitieve uitkomst zou bepalen. De keuze van de specifieke gevechtslocatie, in de zandheuvels die in de nabijheid van Bir Bilal lagen, vormde daarbij de natuurlijke omgeving waarin de Cyrenaïcaanse strijders hun voordeel in plaatselijke kennis en in snelle bewegelijkheid ten volle konden uitspelen.

Het gevecht zelf

De confrontatie voltrok zich op een dag in april of mei 1923, op een datum die in de Bedoeïen-overlevering nog steeds in detail wordt onthouden, in een combinatie van plotselinge guerrilla-aanvallen en van paarden-charges. De eerste fase van het gevecht voltrok zich in de vroege ochtend, toen de Italiaanse colonne, op haar mars naar Bir Bilal, in een specifieke vallei werd geconfronteerd met een eerste plotselinge aanval van de Cyrenaïcaanse strijders die uit de naburige zandheuvels op haar neerdaalden. De Italiaanse troepen, ondanks hun bewapening verrast door de aanval, leden onmiddellijk verliezen, en zij moesten in een defensieve beweging hun positie hergroeperen.

In de daaropvolgende uren voltrokken zich verscheidene aanvullende aanvallen waarin de Bedoeïen-strijders de Italiaanse colonne van verschillende zijden bestookten zonder zich in een directe confrontatie aan de Italiaanse vuurkracht bloot te stellen. Tegen de middag waren de Italiaanse verliezen tot een uitgebreide omvang opgelopen, met enkele tientallen gesneuvelden en daarnaast gewonden, en Kolonel Mezzetti besloot daarop een terugtocht naar de Italiaanse versterkingen in het noorden te ondernemen. De terugtocht voltrok zich met de Bedoeïen-strijders in een achtervolging die gedurende de daaropvolgende dagen werd volgehouden, en zij eindigde in Italiaanse uitputting voordat de hoofdmacht de noordelijke versterkingen veilig wist te bereiken.

De medische uitwerking voor de gewonden

Voor de Cyrenaïcaanse strijders die in de slag bij Bir Bilal en in aanvullende gevechten gewond raakten, voltrok zich een uitgebreide medische verzorging onder de algemene zorg van de plaatselijke Senussi-gemeenschap. De plaatselijke ulama-leden brachten hun uitgebreide kennis van de klassieke islamitische tibb al-nabawi-geneeskunde in, terwijl daarnaast enige plaatselijke kruiden-geneeskundigen aanwezig waren die de gewone Cyrenaïcaanse Bedoeïen-kruiden-traditie in haar volle omvang toepasten voor de uitgebreide behandeling van de gewonden. Voor de meer ernstige gewonden voerde de Senussi-broederschap uitgebreide transporten uit naar afgelegen veilige locaties in de Jebel Akhdar, waar een uitgebreide, langduriger medische behandeling kon worden uitgevoerd.

Voor Umar al-Mukhtar ﵀ persoonlijk vormde de zorg voor de gewonden een geestelijke verantwoordelijkheid die hij herhaaldelijk in zijn vrijdagspreken aan de strijders in hun geheel voorlegde. Hij bracht uitgebreide persoonlijke bezoeken aan de gewonden die in de uitgebreide medische verzorgingsplaatsen werden verpleegd, hij voerde gemeenschappelijke gebeden uit voor hun herstel, en hij gaf uitgebreide geestelijke begeleiding aan de terminaal gewonden die aan hun aanstaande marteldood zouden bezwijken.

De geestelijke gestalte van de overwinning

Voor het Cyrenaïcaanse verzet vormde de uitkomst van de Slag om Bir Bilal in haar geheel een geestelijke bevestiging van de Senussi-strategie die Umar al-Mukhtar ﵀ in de voorafgaande maanden in haar volle omvang had uitgewerkt. De Bedoeïen-strijders hadden een geleidelijke Italiaanse opmars tegengehouden, zij hadden verliezen toegebracht aan een Italiaanse colonne, en zij hadden de algemene Italiaanse uitbreiding in de zuidelijke Saharazone in haar voortgang vertraagd. Voor de aanstaande fasen van het verzet vormde Bir Bilal daarmee de bedding waarop het gemeenschappelijke moreel verder zou kunnen worden gebouwd.

In de vrijdagspreken die hij in de weken na de slag in de plaatselijke zawiya’s hield, gaf Umar al-Mukhtar ﵀ een geestelijke uitleg waarin de overwinning niet aan de militaire bekwaamheid van de Cyrenaïcaanse strijders werd toegeschreven maar aan de bescherming van Allah ﷻ die de Senussi-zaak ondersteunde. Hij riep zijn gemeenschap op tot een vernieuwde geestelijke discipline ter voorbereiding op hetgeen waarvoor zij in de aanstaande jaren zou staan, en hij gaf daarbij een aansporing tot de gemeenschappelijke moslim-eenheid die in haar uitkomst de algemene kracht van het verzet verhoogd zou houden.

De Italiaanse reactie

Voor de Italiaanse autoriteiten in Benghazi en in Rome vormde de uitkomst van Bir Bilal in haar geheel een militaire en politieke verlegenheid. De verliezen die waren geleden, waren aanzienlijker dan die van de voorafgaande Cyrenaïcaanse operaties, en het beeld van een uitgesproken Cyrenaïcaanse weerstand werd gemeld in de Italiaanse rapporten die naar Rome werden gezonden, op een wijze die de aanstaande hardere koloniale strategie zou voorbereiden. In het najaar van 1923 ondernam de Italiaanse hoge leiding een strategische herziening waarin de tot dan toe bestaande aanpak van geleidelijke uitbreiding werd vervangen door een meer agressieve inzet van uitgebreide militaire operaties tegen het Cyrenaïcaanse verzet in zijn geheel.

Deze strategische herziening voltrok zich geleidelijk in de jaren tussen 1924 en 1926, en zij voerde tot de geleidelijke uitbreiding van het Italiaanse militaire apparaat in Cyrenaica tot meer dan dertigduizend manschappen tegen 1926, tot de aanleg van uitgebreide forten en logistieke posten in de Jebel Akhdar-zone, en tot de geleidelijke voorbereiding van de specifieke strategie van uithongering die onder Generaal Pietro Badoglio en daarna onder Generaal Rodolfo Graziani in de jaren 1927 tot 1931 in haar volle, tragische vorm zou worden uitgewerkt.

De uitvoerige getuigenissen van overlevenden

Het verloop van de Slag om Bir Bilal werd in haar geheel bewaard via de mondelinge overleveringen van de Cyrenaïcaanse Bedoeïen-overlevenden, die in de daaropvolgende decennia hun uitgebreide getuigenissen aan moderne historici overdroegen. De voornaamste verzamelaar van deze getuigenissen was E.E. Evans-Pritchard, die in zijn antropologische werk The Sanusi of Cyrenaica uit 1949 de uitgebreide getuigenissen heeft vastgelegd. Daarnaast voerden Libische historici in de post-koloniale periode enige uitgebreide aanvullende verzamelingen van getuigenissen in een gemeenschappelijk verband uit.

Uit deze getuigenissen, in haar geheel genomen, blijkt dat de uitkomst van de Slag om Bir Bilal in de uitgebreide Cyrenaïcaanse gemeenschappelijke herinnering als een geestelijke bevestiging werd ontvangen. De plaatselijke Bedoeïen-strijders herinnerden zich in hun getuigenissen de moed van Umar al-Mukhtar ﵀, en zij gaven uitgebreide getuigenissen waarin zijn persoonlijke leiderschap in haar volle omvang werd bevestigd. Voor de aanstaande aanhoudende voortzetting van het verzet vormde deze getuigenissen-traditie in haar uitkomst de bedding waarop de gestalte van Umar al-Mukhtar ﵀ als de Leeuw van de Woestijn in de gemeenschappelijke Cyrenaïcaanse herinnering zou voortleven.

De gestalte van de Cyrenaïcaanse cavalerie

De Cyrenaïcaanse cavalerie, die als uitgebreide militaire ruggengraat van het verzet fungeerde, volgde een gemeenschappelijke werkwijze die in haar uitkomst de Bedoeïen-paardenrijderscultuur in haar volle omvang met de guerrilla-tactiek combineerde. De Cyrenaïcaanse Bedoeïen voerden een paardenrijderstraditie die sinds eeuwen geleidelijk tot ontwikkeling was gekomen, met rassen van Cyrenaïcaanse paarden die voor de specifieke Saharaanse en bergachtige omstandigheden waren gefokt.

De bewapening van een gewone Cyrenaïcaanse ruiter omvatte in haar geheel een Mauser-geweer dat via de Senussi-netwerken was verworven, een Cyrenaïcaanse sabel die in de plaatselijke handwerkstraditie was geproduceerd, een uitgebreide voorraad ammunitie die in een bandolier werd gedragen, en aanvullende uitrustingsstukken die voor de Saharaanse omstandigheden waren bestemd. In zijn geheel vormde de Cyrenaïcaanse ruiter in haar uitkomst een uitgebreide militaire eenheid die in haar bewegelijkheid en in haar vuurkracht aan de Italiaanse koloniale troepen een uitdaging bood.

De training van de jonge strijders

Binnen de algemene organisatie van het verzet voerde Umar al-Mukhtar ﵀ een uitgebreide training van de aanstaande jonge Cyrenaïcaanse strijders uit, in een gemeenschappelijke vorm die in haar uitkomst de aanstaande generatie van strijders in een uitgebreide bedding zou plaatsen. De training omvatte in haar volle omvang de oefening van de paardenrijderbekwaamheden, uitgebreide instructie in de specifieke vorm van de Cyrenaïcaanse guerrilla-tactieken, geestelijke vorming in de uitgebreide Senussi-discipline, en de opbouw van de gemeenschappelijke broederschap waarin de aanstaande adwar-eenheden zouden functioneren.

Voor het aanstaande verzet vormde deze training in haar uitkomst de bedding waarop de aanhoudende weerstand over een uitgebreide reeks van jaren kon worden voortgezet. Voor Umar al-Mukhtar ﵀ persoonlijk vormde de training bovendien een uitgebreide geestelijke vreugde, want hij voelde daarin de aanstaande continuïteit van de uitgebreide Senussi-traditie in de aanstaande generatie verzekerd.

De Italiaanse strafmethoden in voorbereiding

De Italiaanse strafmethoden die onder Generaal Graziani zouden worden ontwikkeld, omvatten in haar volle uitkomst enige werkwijzen die tezamen het aanstaande Italiaanse koloniale optreden zouden bepalen. De voornaamste methoden omvatten de uitgebreide aanleg van concentratiekampen, de collectieve bestraffing van de dorpen die in verdenking stonden van ondersteuning aan het verzet, de uitgebreide executies van plaatselijke notabelen, en de aanleg van uitgebreide grenslijnen.

Voor de algemene Cyrenaïcaanse moslim-bevolking betekenden deze Italiaanse strafmethoden in haar uitkomst een menselijke ramp die de algemene gemeenschappelijke Cyrenaïcaanse Bedoeïen-samenleving in haar fundamenten zou aantasten. De algemene demografische uitkomst van de Italiaanse strafmethoden tussen 1923 en 1931, met naar de moderne schattingen ongeveer een derde tot een helft van de Cyrenaïcaanse Bedoeïen-bevolking die in deze jaren bezweek, vormde een tragedie die in haar uitkomst in de moderne historiografie in toenemende mate als een vorm van koloniale genocide wordt aangeduid.

De Italiaanse luchtmacht

Een aanvullend element van de Italiaanse koloniale strategie, dat in haar uitkomst het algemene Cyrenaïcaanse verzet geleidelijk aantastte, was de inzet van de Italiaanse luchtmacht, die werd gebruikt voor bombardementen op de plaatselijke Bedoeïen-dorpen en op de uitgebreide verzets-locaties in de Jebel Akhdar-zone. De Italiaanse luchtmacht, die was voorzien van bommenwerpers van een type dat in de eerste decennia van de twintigste eeuw tot ontwikkeling was gekomen, voerde uitgebreide bombardementen uit waarvan de uitkomst voor de gewone Bedoeïen-bevolking onmogelijk kon worden tegengehouden.

Voor Umar al-Mukhtar ﵀ in zijn algemene leiderschap vormde de Italiaanse luchtmacht in haar uitkomst een strategische uitdaging waarvoor nieuwe aanpassingen van de algemene Cyrenaïcaanse tactiek moesten worden geformuleerd. Hij gaf daartoe enige uitgebreide aanwijzingen waarin werd vastgelegd hoe de aanstaande verzets-activiteiten onder de bedreiging van de Italiaanse luchtmacht moesten worden uitgevoerd.

De uitwerking op de algemene Italiaanse positie

De gevolgen die de Slag om Bir Bilal voor de algemene Italiaanse koloniale positie meebracht, voltrokken zich in de vorm van een uitgebreide strategische heroriëntatie. De Italiaanse autoriteiten in Benghazi en in Tripoli ontvingen uitgebreide rapporten over de uitkomst van de expeditie die naar Bir Bilal was gezonden, en zij voerden uitgebreide interne besprekingen over de aanstaande vorm van de algemene Italiaanse koloniale strategie in Cyrenaica. De uitkomst van de besprekingen voltrok zich in een uitgebreide strategische verschuiving waarin de gewone werkwijze van geleidelijke uitbreiding door de inzet van expeditiecolonnes werd vervangen door een aanpak van uitgebreide militaire concentratie en stelselmatige uitvoering.

Voor Umar al-Mukhtar ﵀ in zijn algemene leiderschap betekende deze Italiaanse strategische heroriëntatie in haar uitkomst dat de aanstaande jaren van het verzet onder een harder Italiaans koloniaal optreden zouden worden voortgezet. Hij voerde uitgebreide besprekingen met zijn naib-leiders over de vorm die de algemene Cyrenaïcaanse strategie in de aanstaande periode zou aannemen, en hij ontwikkelde geleidelijk enige uitgebreide aanpassingen aan het aanstaande Italiaanse optreden, aanpassingen waarmee het algemene verzet voor een reeks van jaren zou kunnen worden voortgezet.

Naar de geleidelijke escalatie

In dit artikel hebben wij de Slag om Bir Bilal in het voorjaar van 1923 in haar volle omvang beschouwd als een bevestiging van de guerrilla-strategie die Umar al-Mukhtar ﵀ in zijn aanstelling als algemeen militair leider van het Cyrenaïcaanse verzet had uitgewerkt. Wij zagen hoe de Cyrenaïcaanse Bedoeïen-strijders een Italiaanse expeditiecolonne tegenhielden, hoe de uitkomst van de slag een geestelijke bevestiging van het moreel van het verzet veroorzaakte, en hoe de Italiaanse reactie zich in de vorm van een geleidelijke strategische herziening voltrok die het algemene verzet in de aanstaande periode voor een uitdaging zou plaatsen. Aan de geleidelijke escalatie van het conflict in de jaren tussen 1924 en 1927, en aan de wijze waarop de Italiaanse strategie tot vervolging en uithongering zou worden uitgewerkt, zal het volgende artikel zijn aandacht wijden.

Bronnen

  • Angelo Del Boca, Gli italiani in Libia, vol. 2, Mondadori (1988), pp. 86–168.
  • E.E. Evans-Pritchard, The Sanusi of Cyrenaica, Clarendon Press (1949), pp. 186–214.
  • Ali Abdullatif Ahmida, The Making of Modern Libya, State University of New York Press (2009), pp. 248–294.
  • Nicola Labanca, La guerra italiana per la Libia, 1911–1931, il Mulino (2012), pp. 198–248.
  • Enzo Santarelli et al., Omar al-Mukhtar e la riconquista fascista della Libia, Marzorati (1981), pp. 334–376.
  • Anna Baldinetti, The Origins of the Libyan Nation, Routledge (2010), pp. 268–298.
  • Eric Salerno, Genocidio in Libia: Le atrocità nascoste dell’avventura coloniale italiana, 1911–1931, manifestolibri (2005), pp. 14–86.
  • Habib Wadaa al-Hesnawi, Fascist Colonial Policies Toward the Arabic-Speaking Inhabitants of Libya, 1911–1943 (1988), pp. 124–168.
واللّٰه أعلم

Sources

Hoofdbronnen: E.E. Evans-Pritchard, The Sanusi of Cyrenaica (Clarendon, 1949); Ali Abdullatif Ahmida, The Making of Modern Libya (SUNY, 2009); Ali Abdullatif Ahmida, Genocide in Libya (Routledge, 2020); Angelo Del Boca, Gli italiani in Libia I-II (Mondadori, 1986-1988); Eric Salerno, Genocidio in Libia (manifestolibri, 2005); Knut S. Vikør, Sufi and Scholar on the Desert Edge (Hurst, 1995); Nicola Labanca, La guerra italiana per la Libia (il Mulino, 2012); Enzo Santarelli e.a., Omar al-Mukhtar e la riconquista fascista della Libia (Marzorati, 1981); Anna Baldinetti, The Origins of the Libyan Nation (Routledge, 2010); John Wright, Libya: A Modern History (Croom Helm, 1981); Habib Wadaa al-Hesnawi, Fascist Colonial Policies (1988).