Vóór de komst van Islam kende het Arabisch Schiereiland een rijke handels- en culturele dynamiek. De Arabieren, verspreid over woestijnen en oases, kwamen in bepaalde maanden bijeen op vaste plaatsen om handel te drijven, gedichten voor te dragen en geschillen op te lossen. Deze bijeenkomsten, bekend als de seizoensmarkten (أسواق العرب الموسمية), vormden een centraal onderdeel van het economische en culturele leven tijdens de Jahiliyya.
De bekendste markten waren Souq ʿUkaz (سوق عكاظ), Majanna (مجنة) en Dhul-Majaz (ذو المجاز), maar ook plaatsen als Hajar, Dumat al-Jandal, en ʿAdan kenden hun eigen handelsseizoenen. Deze markten stonden niet alleen in het teken van handel, maar ook van poëzie, politiek en religieuze rituelen.
De economische functie van de seizoensmarkten
De woestijnomgeving van Arabië maakte permanente handel lastig. De seizoensmarkten boden daarom gelegenheid voor veilige ruilhandel in specifieke maanden, meestal voorafgaand aan de Hajj.
Tijdens deze heilige maanden Dhul-Qaʿdah, Dhul-Hijjah, Muharram en Rajab, was oorlogvoering verboden. Daardoor konden stammen elkaar ontmoeten zonder angst voor bloedwraak.¹
Kooplieden uit Jemen, Syria (ash-Sham), Perzië, en zelfs Abyssinië (Ethiopië) kwamen naar deze markten om goederen te ruilen zoals:
- Specerijen, wierook en mirre uit Jemen
- Leer, dadels en kamelen uit Najd
- Textiel, wijn en wapens uit Byzantium en Syrië
Deze seizoensmarkten lagen strategisch langs deze karavaanroutes. ʿUkaz bijvoorbeeld bevond zich tussen Ta’if en Nakhlah, en verbond de handel tussen het zuiden (Jemen) en het noorden (Syria).³
De culturele rol: poëzie en welsprekendheid
Naast handel waren de markten centra van taal en cultuur. Dichters, redenaars en stamoudsten kwamen bijeen om gedichten voor te dragen, redevoeringen te houden en reputatie te vestigen.
De meest beroemde markt, Souq ʿUkaz, stond bekend als het toneel waar dichters hun werken voordroegen. Hier werden de beste gedichten geselecteerd om later in de Kaʿbah te worden opgehangen als teken van uitmuntendheid in taal de zogenaamde Muʿallaqat (المعلقات).⁴
De dichter ʿAntarah ibn Shaddad, Imru’ al-Qays, en Zuhayr ibn Abi Sulma behoren tot degenen die volgens overlevering hun poëzie in ʿUkaz voordroegen.⁵
Naast poëzie vonden ook disputen en arbitrage plaats. Stammen gebruikten de gelegenheid om geschillen bij te leggen via neutrale scheidsrechters, vaak gezaghebbende dichters of wijze mannen. Zo droegen de markten bij aan een vorm van sociale ordening in een tijd zonder centraal gezag.
De religieuze en politieke betekenis
De seizoensmarkten vielen bewust samen met de heilige maanden waarin de Arabieren hun pelgrimstochten naar de Kaʿbah uitvoerden. Handel, religie en ritueel waren dus nauw verweven.
In Sirat Ibn Hisham wordt vermeld dat de Quraysh de markten gebruikten om zowel handel te drijven als om de religieuze rituelen van Ibrahim عليه السلام te onderhouden.⁶
Politiek gezien waren de markten ook ontmoetingsplaatsen waar allianties werden gesloten of herbevestigd. Stammen spraken huwelijken af, onderhandelden over wapenstilstanden of maakten afspraken voor komende handelsseizoenen.
De belangrijkste markten
Souq ʿUkaz (سوق عكاظ)
De beroemdste en invloedrijkste markt van Arabië. Zij duurde ongeveer twintig dagen in de maand Dhul-Qaʿdah. Hier kwamen kooplieden, dichters, krijgers en stamhoofden bijeen. De reputatie van ʿUkaz was zó groot dat zelfs na de komst van de Islam de plek herinnerd bleef als symbool van Arabische cultuur.
Volgens al-Azraqi vond de markt plaats op een open vlakte tussen Nakhlah en Ta’if. De Quraysh beheerden de orde en zorgden voor veiligheid.⁷
Majanna (مجنة)
Deze markt lag in de buurt van Mekka, ten zuiden van de weg naar Jeddah. Zij vond plaats in de eerste dagen van Dhul-Hijjah, direct na de markt van ʿUkaz.
Volgens Ibn Hisham troffen hier pelgrims en handelaars elkaar op weg naar de bedevaart.⁸
Dhul-Majaz (ذو المجاز)
Deze markt lag dicht bij ʿArafat en werd gehouden tijdens de eerste dagen van de Hajj. De Profeet Muhammad ﷺ bezocht Dhul-Majaz vóór de Hijra om stammen uit te nodigen tot de Islam.⁹
Dumat al-Jandal (دومة الجندل)
Een noordelijke handelsstad op de route naar Syrië. De markt vond plaats in Rabiʿ al-Awwal en trok kooplieden uit Syrië, Irak en Najd.¹⁰
ʿAdan en Sanʿa (Jemen)
In Zuid-Arabië fungeerden de havens van ʿAdan en Sanʿa als seizoensmarkten voor zeehandel. Goederen uit India en Oost-Afrika kwamen hier aan voordat ze per karavaan naar de Hijaz werden gebracht.¹¹
Ibn Hisham, al-Sirah al-Nabawiyyah, hoofdstuk over de markten van Arabië.
Qur’an, Soera Quraysh (106:1–2).
Al-Azraqi, Akhbar Makkah, beschrijving van Souq ʿUkaz.
Ibn Qutaybah, Kitab al-Shiʿr wa al-Shuʿara, sectie over de Muʿallaqat.
Al-Jahiz, al-Bayan wa al-Tabyin, deel 1.
Ibn Hisham, al-Sirah al-Nabawiyyah, verslag over de Quraysh en de handelsroutes.
Al-Azraqi, Akhbar Makkah, p. 89.
Ibn Kathir, al-Bidayah wa an-Nihayah, deel 2, hoofdstuk over de pre-Islamitische markten.
Al-Tabari, Tarikh al-Rusul wa al-Muluk, verslag over Dhul-Majaz.
Al-Baladhuri, Futuh al-Buldan, inleiding over Dumat al-Jandal.
Yaqut al-Hamawi, Muʿjam al-Buldan, lemma’s over ʿAdan en Sanʿa.
Qur’an, Soera al-Baqarah (2:198), zie ook Tafsir Ibn Kathir.
