Tijdens de periode vóór de komst van de Islam stond het Byzantijnse Rijk (het oostelijke deel van het Romeinse Rijk met hoofdstad Constantinopel) bekend als een van de twee grote mogendheden in de regio, samen met de Perzen. De Byzantijnen beheersten de provincies van het Midden-Oosten Syrië, Palestina, Anatolië en delen van Mesopotamië en hadden invloed op de Arabische periferieën.
De Arabische wereld lag in de grenszone tussen Byzantium en het Sassanidenrijk, wat resulteerde in wisselwerkingen op het gebied van handel, cultuur, religie en diplomatie. De Byzantijnen handhaafden een systeem van bondgenoten onder Arabische stammen, onder andere via de Ghassaniden. De Ghassaniden fungeerden als Arabisch christelijk vazalrijk aan de grens van Byzantium, en waren deels verantwoordelijk voor de verdediging van Byzantijnse provincies tegen invallen van stammen of bondgenoten van de Perzen.
Relaties met Arabieren en de invloed op Arabië
De bronnen geven aan dat Arabische stammen soms in dienst van de Byzantijnen traden, of hun bondgenoten waren. Deze banden konden militaire, politieke of religieuze aard hebben.
Sommige Arabische stammen in de Hijaz of aan de randen van Syrië stonden onder christelijke invloed of waren bekend met christelijke missionaire activiteiten, want in gebieden zoals het noordwesten van Arabië bestond vanaf de 4de eeuw het christendom. Binnen de context van Arabië werd vaak gesproken over Arabische stammen die het christendom aannamen of in contact kwamen met Byzantijnse elementen.
In de siera van de Profeet ﷺ zelf komt geen uitgebreid conflict met Byzantijnen in Mekka voor, maar latere episodes van de Islamitische expansie raken Byzantijnse belangen (zoals de expeditie van Tabuk, waar men verwachtte dat er een Byzantijnse interventie kon komen).¹
Betekenis in de tijd van de Profeet
Hoewel de Byzantijnen niet direct het primaire tegenstandblok waren in Mekka zelf, vormden zij wel een structurele macht waartegen de islam uiteindelijk zou opboksen. De Arabische gemeenschap waarin de Profeet ﷺ leefde bevond zich in een omgeving van geopolitieke rivaliteit tussen Byzantium en Perzië.
De campagne van Tabuk is één van de voorbeelden waarin de aanwezigheid van Byzantijnse dreiging invloed had: de Profeet ﷺ trokken naar het noorden om mogelijke Byzantijnse steun aan Arabische stammen tegen de moslims tegen te gaan.¹ Hoewel er geen veldslag kwam, markeert deze campagne de geopolitieke spanning tussen de opkomende macht van de moslims en Byzantium.
De Byzantijnen maakten ook deel uit van het religieuze landschap. Christelijke gemeenschappen in Syrië, Palestina en het Midden Oosten stonden in culturele en religieuze wisselwerking met moslimgemeenschappen in latere decennia.
