InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

De Jurhum
Siera van de Profeet ﷺJahiliyya

De Jurhum

De stam van Jurhum was een oude Arabische stam uit Zuid-Arabië (Jemen) die volgens de islamitische overlevering een belangrijke rol speelde in de vroege geschiedenis van Mekka. Zij waren van oorsprong Qahtanitisch, afstammelingen van Qahtan, en worden beschouwd als een van de oudste Arabische stammen die zich in de Hijaz vestigden.¹

De ontdekking van de vallei van Mekka

Volgens authentieke overleveringen kwam de stam van Jurhum op een dag langs de vallei waar Hajar عليها السلام en haar zoon Isma’il عليه السلام zich bevonden, nadat Ibrahim عليه السلام hen daar op bevel van Allah عز وجل had achtergelaten.²

Toen de bron van Zamzam op wonderlijke wijze begon te stromen onder de voeten van Isma’il عليه السلام, verschenen er vogels die boven de vallei rondcirkelden. De mensen van Jurhum, die op enige afstand trokken met hun kuddes, zagen dit tafereel en zeiden tegen elkaar:

Deze vogels cirkelen niet boven een plaats tenzij daar water te vinden is.”³

Zij stuurden enkele ruiters om dit te onderzoeken. Toen zij aankwamen, vonden zij Hajar met het stromende water. Zij keerden terug om hun volk te berichten, waarna de stam van Jurhum in zijn geheel naar de vallei kwam.

Zij vroegen Hajar om toestemming zich bij haar te vestigen, op voorwaarde dat zij het recht op het water zou behouden. Hajar accepteerde dit aanbod, en zo vestigde de stam zich in de directe omgeving van de bron.⁴

Samenleven met Isma’il عليه السلام

De aanwezigheid van Jurhum bracht leven in de tot dan toe verlaten vallei. De jonge Isma’il عليه السلام groeide op tussen hen, leerde hun taal en huwde later een vrouw uit hun stam.⁵

Hierdoor raakte de familie van Isma’il verbonden met de stam Jurhum, wat Mekka tot een plaats van voortdurende bewoning maakte.

Beheer van de Ka’bah en verval van de stam

Na het overlijden van Isma’il عليه السلام nam Jurhum het beheer van de Ka’bah op zich. Zij verzorgden de pelgrims, beheerden de offers en bewaakten de heilige plaats. Deze verantwoordelijkheid verleende hun aanzien in de regio.⁶

Na verloop van tijd echter, zoals vermeld in de overleveringen van Ibn Ishaq, Ibn Hisham en al-Tabari, werd Jurhum hoogmoedig en corrupt. Zij namen bezittingen die aan de Ka’bah waren gewijd en handelden met onrecht.⁷

Als gevolg daarvan werd de stam verjaagd door de Khuza’ah, die de heerschappij over Mekka overnam. Voordat Jurhum vertrok, begroeven zij uit wrok de bron van Zamzam en verstopten zij de schatten die aan de Ka’bah waren geschonken, zodat hun opvolgers er geen voordeel van konden hebben.⁸

Eeuwen later werd de bron herontdekt door ‘Abd al-Muttalib, de grootvader van de profeet Mohammed ﷺ, na een droom die hem daartoe leidde.⁹

Betekenis in de islamitische traditie

De stam van Jurhum neemt in de islamitische traditie een bijzondere plaats in. Zij vertegenwoordigen het eerste tijdperk van menselijke bewoning in Mekka na Hajar en Isma’il عليهما السلام, en vormden de schakel tussen het profetische huis van Ibrahim en de latere stammen van de Hijaz, waaronder Quraysh, de stam van de profeet Mohammed ﷺ.

Hun verhaal symboliseert hoe de leiding en bewoning van Mekka door Allah عز وجل werden geleid van profeten tot stammen en hoe hoogmoed en onrecht uiteindelijk altijd leiden tot verlies van zegen.

¹ Zie genealogische vermeldingen in Ibn Hisham, al-Tabari en Ibn Kathir over de afstamming van Jurhum van Qahtan.
² Overgeleverd in Sahih al-Bukhari (ḥadīth over Hajar en haar vertrek naar de vallei van Mekka).
³ Sahih al-Bukhari, Kitab al-Anbiya, over de woorden van de mensen van Jurhum toen zij de vogels zagen.
⁴ Al-Sirah al-Nabawiyyah van Ibn Hisham vermeldt de toestemming van Hajar en de vestiging van Jurhum bij Zamzam.
⁵ Tafsir Ibn Kathir bij Soerat Ibrahim 14:37 en al-Bidayah wa al-Nihayah.
⁶ Tarikh al-Tabari over het beheer van de Ka’bah door Jurhum.
⁷ Ibn Ishaq en al-Baladhuri over het verval van Jurhum.
⁸ Al-Bidayah wa al-Nihayah van Ibn Kathir, beschrijving van het begraven van de bron en schatten.
⁹ Sahih al-Bukhari (ḥadīth over ‘Abd al-Muttalib en de herontdekking van Zamzam).