InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

De Christenen
Siera van de Profeet ﷺ

De Christenen

In de tijd vóór en tijdens de komst van de Islam leefden in het Arabisch Schiereiland naast de polytheïstische Arabieren en de Joodse stammen ook verschillende Christelijke stammen. Hun aanwezigheid was vooral geconcentreerd in het noorden (onder Byzantijnse invloed) en het zuiden (onder Ethiopische invloed). Deze stammen vormden een belangrijke brug tussen de Arabische wereld en de twee grote wereldrijken van die tijd: het Byzantijnse en het Sassanidische rijk.

De Islamitische bronnen, waaronder Ibn Hisham, al-Tabari en Ibn Kathir, verwijzen naar deze gemeenschappen in de context van zowel diplomatie als oorlog. Hun geschiedenis weerspiegelt de religieuze diversiteit van Arabië tijdens de Jahiliyya en de vroege Islam.

Verspreiding van het Christendom in Arabië

Het Christendom bereikte Arabië in de eerste eeuwen na Isa (عليه السلام), via missionarissen uit Syrië, Palestina en Ethiopië. De leer verspreidde zich langs de handelsroutes en werd versterkt door de invloed van het Byzantijnse Rijk in het noorden en het koninkrijk Aksum (Ethiopië) in het zuiden.

Er waren verschillende vormen van Christendom aanwezig:

  • Nestoriaanse gemeenschappen onder Perzische invloed
  • Monofysitische gemeenschappen in het Byzantijnse zuiden
  • En kleinere Grieks-orthodoxe groepen

Arabische stammen namen meestal het geloof aan van hun politieke bondgenoten, waardoor religie, stam en geopolitiek nauw met elkaar verbonden raakten.

De belangrijkste Christelijke stammen

Ghassan (غسان)

De Ghassaniden waren van oorsprong Zuid-Arabieren die naar Syrië trokken en zich daar als bondgenoten van het Byzantijnse Rijk vestigden. Zij namen het Christendom aan in zijn monofysitische vorm. Hun rol was strategisch: zij bewaakten de grenzen van Byzantium tegen invallen van Arabische stammen uit de woestijn.

De Byzantijnse keizers erkenden hun leider Harith ibn Jabalah als “koning van de Arabieren”. Toen de Profeet Muhammad ﷺ zijn brieven stuurde naar verschillende vorsten, ontvingen ook de Ghassaniden een uitnodiging tot de Islam, maar zij bleven loyaal aan Byzantium.¹

Banu Taghlib (بنو تغلب)

De stam Banu Taghlib leefde in het noorden van Najd en was een tak van de stam Rabīʿah. Zij stonden bekend als trotse Arabieren die het Christendom aannamen maar hun Arabische identiteit behielden.

Na de opkomst van de Islam kwamen zij onder Islamitisch bestuur. In plaats van jizyah betaalden zij sadaqah, als symbool van hun Arabische status, terwijl zij hun geloof behielden.²

Hun dichters, waaronder ʿAmr ibn Kulthum, speelden een grote culturele rol en hun aanwezigheid in de Islamitische staat toont de tolerantie van de Islamitische wet tegenover de Ahl al-Kitab (Mensen van het Boek).

Najran (نجران)

Najran was een bloeiende stad in Zuid-Arabië met een oude Christelijke gemeenschap. De inwoners stonden bekend om hun kerken, priesters en schriftgeleerden.

Volgens de Islamitische bronnen vond er in de tijd van koning Dhu Nuwas, een Joodse heerser over Himyar, een vervolging plaats van de Christenen van Najran. Zij weigerden hun geloof af te zweren, waarna velen levend werden verbrand in greppels vol vuur.

Tijdens het leven van de Profeet ﷺ kwam een delegatie uit Najran naar Medina. Zij bespraken met hem ﷺ de aard van Isa (عليه السلام) en kregen toestemming om hun geloof te blijven praktiseren onder Islamitisch gezag.⁴

Tay (طيء)

De stam Tay woonde in het gebied van Aja en Salma (het huidige Ha’il). Binnen de stam waren zowel Christenen als heidenen. Hun leider ʿAdi ibn Hatim (رضي الله عنه), zoon van de beroemde dichter Hatim al-Tai, was Christen, maar bekeerde zich later tot de Islam na een ontmoeting met de Profeet ﷺ.⁵

Zijn bekering speelde een rol in de Islamisering van zijn stam, en zijn vrijgevigheid werd door de Profeet ﷺ geprezen.

Politieke allianties en oorzaken van conflicten

De Christelijke stammen in het noorden stonden meestal onder invloed van het Byzantijnse Rijk. Hun allianties waren politiek gemotiveerd: zij dienden als buffer tegen de Arabische stammen die onder Perzische invloed stonden.

De Slag van Mu’ta (غزوة مؤتة)

De eerste grote confrontatie tussen de moslims en Byzantijnse bondgenoten vond plaats in het jaar 8 na de Hijra. De aanleiding was de moord op al-Harith ibn ʿUmayr al-Azdi, de gezant van de Profeet ﷺ, door Shurahbil ibn ʿAmr, een gouverneur van de Ghassaniden.⁶

De Profeet ﷺ stuurde een leger van drieduizend man. Onder de leiders bevonden zich Zayd ibn Harithah (رضي الله عنه), Jaʿfar ibn Abi Talib (رضي الله عنه) en ʿAbdullah ibn Rawahah (رضي الله عنه). Allen sneuvelden in de strijd. Het bevel werd overgenomen door Khalid ibn al-Walid (رضي الله عنه), die erin slaagde het leger veilig terug te trekken.⁷

Deze slag was het begin van openlijke spanningen tussen de moslims en Byzantium, en toonde de groeiende kracht van de Islamitische staat.

Christelijke invloed in het zuiden

In het zuiden, vooral in Jemen en Najran, kwam het Christendom via missionarissen uit Ethiopië. Het koninkrijk Aksum steunde de Christelijke gemeenschappen en viel Jemen binnen om hen te beschermen tegen de vervolgingen van Dhu Nuwas.

Later nam Abraha al-Ashram, de Ethiopische gouverneur van Jemen, de macht over. Hij bouwde in Sana’a een grote kerk en probeerde de bedevaart naar Mekka te vervangen door een pelgrimage naar zijn kerk. Toen de Arabieren dit weigerden, trok hij met een leger van olifanten op tegen de Kaʿbah. Allah ﷻ vernietigde dit leger volledig, zoals vermeld in Soera al-Fil.⁸