InloggenRegistreren
VandaagArtikelenVeldslagenBiografieënVerhaalmodus

De Abessiniërs
Siera van de Profeet ﷺJahiliyya

De Abessiniërs

De betrekkingen tussen al-Habasha en Jemen behoren tot de meest ingrijpende hoofdstukken in de geschiedenis van het Arabisch Schiereiland vóór de Islam. Volgens de klassieke Arabische bronnen begon deze relatie als handel en religieuze invloed, maar eindigde als militaire bezetting en kolonisatie.

Vroege contacten tussen Jemen en al-Habasha

Door hun ligging aan weerszijden van de Rode Zee waren Zuid-Arabië en Abessinië al sinds de oudheid met elkaar verbonden. De koningen van Himyar in Jemen dreven handel met de Abessiniërs in ivoor, goud en wierook.¹

Na de instorting van de dam van Ma’rib trokken veel Jemenitische stammen noordwaarts, terwijl anderen hun handel met Afrika versterkten. In deze periode ontstond ook de christelijke invloed in Jemen via Abessinië en Byzantium.²

De Abessinische invasie van Jemen

De beslissende ommekeer kwam in de vijfde en zesde eeuw na Chr., toen Abessinië op aandringen van Byzantium een militaire expeditie naar Jemen stuurde.

Volgens al-Tabari, Ibn Kathir en al-Baladhuri was de aanleiding religieus: de Jemenitische koning Dhu Nuwas van Himyar had het christendom bestreden en de christenen van Najran vervolgd.³

De Abessiniërs, die zelf christelijk waren, voeren met een groot leger over de Rode Zee en veroverden Jemen, waarbij Dhu Nuwas omkwam.⁴

De bevelhebber van het Abessinische leger was Aryaṭ, die namens de koning van al-Habasha over Jemen regeerde. Toen Aryaṭ werd gedood door zijn officier Abraha al-Ashram, nam Abraha de macht over.⁵

De heerschappij van Abraha al-Ashram

Abraha vestigde zijn hoofdstad in Sanʿaʾ en bouwde er een grote kerk, bekend als al-Qullays, bedoeld om de bedevaart naar de Kaʿbah in Mekka te vervangen.⁶

Volgens Ibn Hisham en Ibn Kathir stuurde hij boodschappers naar de Arabische stammen om hen te bevelen voortaan naar zijn kerk te pelgrimeren. Toen een man uit Quraysh de kerk ontheiligde, zwoer Abraha de Kaʿbah te vernietigen.⁷

Hij trok met een leger van olifanten richting Mekka een gebeurtenis die bekend werd als ʿAm al-Fil (Het Jaar van de Olifant), het jaar waarin de Profeet Mohammed ﷺ werd geboren.

De Qur’an zegt hierover:

«أَلَمْ تَرَ كَيْفَ فَعَلَ رَبُّكَ بِأَصْحَابِ الْفِيلِ»
“Hebt gij niet gezien hoe jouw Heer handelde met de bezitters van de olifant?” (al-Fil 105:1).⁸

Abraha’s leger werd vernietigd, wat in de Arabische overlevering wordt beschouwd als een goddelijke bescherming van Mekka.

Politieke en culturele invloed van de Abessiniërs

Ondanks Abraha’s nederlaag bleef Abessinië enige tijd aanwezig in Zuid-Arabië. De Abessinische gouverneurs voerden administratie en belastingheffing in naar Ethiopisch-Byzantijns model. Hun soldaten vestigden zich in Jemen en huwden lokale vrouwen, wat leidde tot de vorming van kleine gemeenschappen van gemengde afkomst in Arabische bronnen aangeduid als Abnaʾ al-Habasha (de zonen van de Abessiniërs).⁹

Deze Abnaʾ bleven tot in de tijd van de Profeet ﷺ bestaan; sommigen van hen behoorden tot de moslims van Jemen.¹⁰

De Abessinische aanwezigheid bracht ook christelijke symbolen en taal in de regio. In al-Bidayah wa al-Nihayah vermeldt Ibn Kathir dat de naam van Abraha’s kathedraal “Qullays” (afgeleid van ekklesia, kerk) rechtstreeks de Byzantijns-christelijke invloed weerspiegelt.¹¹

De val van de Abessinische macht

Na het Jaar van de Olifant verzwakte de macht van Abessinië in Jemen. De inwoners kwamen in opstand en riepen de hulp in van de Perzen. Het Perzische Rijk van Kisra (Chosroes I) stuurde een leger onder leiding van Wahriz, dat de Abessiniërs versloeg en Jemen onder Perzisch bestuur bracht.¹²

Vanaf dat moment verdwenen de Abessiniërs uit Jemen, maar hun culturele en religieuze erfenis bleef tot de komst van de Islam.

De betekenis van Abessinië in de voor-islamitische context

De kolonisatie van Jemen door al-Ḥabasha had drie grote gevolgen voor de geschiedenis van Arabië:

  1. Religieuze invloed: het christendom verspreidde zich in Zuid-Arabië, vooral in Najran en Sanʿaʾ, wat later de context vormde voor Qur’anische verzen over de “mensen van de greppel” (ashab al-ukhdud, Soerah al-Burūj 85:4–8).

  2. Politieke precedent: het toonde dat buitenlandse rijken invloed konden uitoefenen op de Arabische regio’s, wat de latere islamitische eenheid des te uitzonderlijker maakte.

  3. Symbolische betekenis: de vernietiging van Abraha’s leger markeerde het einde van buitenlandse overheersing over het heiligdom van Mekka en werd gezien als een voorbode van de komst van de Profeet ﷺ.

¹ Al-Baladhuri, Futuḥ al-Buldan, hoofdstuk “Yemen wa al-Ḥabasha”.
² Ibn Khaldun, al-ʿIbar, deel 2, p. 119.
³ Al-Ṭabari, Tarikh al-Rusul wa al-Muluk, deel 2, p. 96-101.
⁴ Ibn Kathir, al-Bidayah wa al-Nihayah, deel 2, p. 229-231.
⁵ Al-Tabari, ibid., p. 105; Ibn Hisham, al-Sīrah al-Nabawiyyah, deel 1, p. 38.
⁶ Ibn Kathir, al-Bidayah wa al-Nihayah, deel 2, p. 232.
⁷ Ibn Hisham, deel 1, p. 40-43.
⁸ Tafsir al-Tabari bij Soerah al-Fil 105:1.
⁹ Al-Yaʿqubi, Tarikh, deel 1, p. 154.
¹⁰ Ibn Saʿd, al-Ṭabaqat al-Kubra, deel 1, p. 241.
¹¹ Ibn Kathir, al-Bidayah wa al-Nihayah, deel 2, p. 233.
¹² Al-Tabari, deel 2, p. 128-131.