Yathrib was vóór de komst van de Islam een oase-stad in de Hijaz. Volgens archeologische en historische bronnen bestond de nederzetting al vanaf ten minste de late bronstijd of ijzertijd. Het gebied was aantrekkelijk vanwege vruchtbare grond, waterbronnen en palmtuinbouw.
Er woonden verschillende volkeren. Zo woonden er Arabische stammen, vooral de stammen Aws en Khazraj, maar ook Joodse stammen zoals Banu Qaynuqa, Banu Nadir en Banu Qurayza. De politieke situatie was gekenmerkt door stamstrijd, gebrek aan sterk centraal gezag en wisselende allianties tussen clans.
De migratie van de Profeet ﷺ en de transformatie
In het jaar 622 verliet de Profeet ﷺ Mekka en migreerde hij naar Yathrib. Dit moment, de Hijra, markeert de transitie van Yathrib naar het nieuwe politieke centrum van Islam. Kort daarna werd de naam van Yathrib veranderd in Medina (of al-Madinah al-Munawwarah), wat “de Verlichte Stad” betekent.
Hij legde de basis voor de Islamitische gemeenschap (Oemma) door middel van wat men noemt de ‘’Constituties van Medina’’ die overeengekomen werd tussen de migranten uit Mekka en de bewoners van Yathrib. Medina werd het centrum van de Islamitische gemeenschap. Het diende als basis voor de verdere verspreiding van Islam en voor de staatsvorming onder de Profeet ﷺ.
