De Islamitische maanden vormen een kalendersysteem dat gebaseerd is op de maan en niet op de zon. Een Hijri-jaar telt daarom 12 maanmaanden, wat neerkomt op ongeveer 354–355 dagen. Hierdoor verschuiven de islamitische maanden jaarlijks met circa 10–11 dagen naar achteren ten opzichte van het Gregoriaanse jaar.
Deze verschuiving door de seizoenen maakt datumconversie tussen de twee systemen complexer. Een gebeurtenis die in het Islamitische jaar in een wintermaand viel, kan enkele jaren later midden in de zomer vallen. Daarom is het essentieel om de structuur, volgorde en historische achtergrond van de Islamitische maanden helder uiteen te zetten.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de 12 maanden, met hun Arabische naam , transliteratie, betekenis en historische achtergrond.
| Nr. | Arabisch | Transl. | Betekenis | Historische achtergrond |
|---|---|---|---|---|
| 1 | مُحَرَّم | Muharram | Van harrama: verboden, heilig | Een van de vier heilige maanden waarin strijd verboden was. In sahih overleveringen: “Shahr Allah al-Muharram”. |
| 2 | صَفَر | Safar | Van safr: leegte | Arabieren reisden veel in deze maand, waardoor dorpen “leeg” achterbleven. |
| 3 | رَبِيعُ الأَوَّل | Rabi al-Awwal | Van rabi: lente | Viel in de oude kalender in lentetijd. In deze maand vond (deels) de Hidjra plaats; ook veel vermeldingen over de geboorte van de Profeet. |
| 4 | رَبِيعُ الآخِر / رَبِيعُ الثَّانِي | Rabi al-Akhir / Rabi ath-Thani | Tweede lentemaand | Vervolg op Rabi al-Awwal in de seizoensstructuur van de Arabieren. |
| 5 | جُمَادَى الأُولَى | Jumada al-Ula | Van jumud: droogte, stollen | Verwijst naar perioden van droogte waarin water “vast” staat of opdroogt. |
| 6 | جُمَادَى الآخِرَة / جُمَادَى الثَّانِيَة | Jumada al-Akhira / Jumada ath-Thaniya | Tweede droogtemaand | Vervolg op Jumada al-Ula; eveneens verbonden aan droogte. |
| 7 | رَجَب | Rajab | Van tarjib: eer betonen | Heilige maand; Arabieren “spaarden hun speren” (rajaba ar-rimah). |
| 8 | شَعْبَان | Shaban | Van shaaba: zich verspreiden | Stammen trokken uit om voedsel en water te zoeken. Veel vrijwillig vasten in deze maand. |
| 9 | رَمَضَان | Ramadan | Van ramda: hitte | Geassocieerd met verzengende hitte. Vasten werd verplicht in 2 AH. |
| 10 | شَوَّال | Shawwal | Van shawala: optillen, uitdrogen | Kamelen droegen minder melk. Maand van de zes aanbevolen vastendagen. |
| 11 | ذُو القَعْدَة | Dhu al-Qa’dah | Van qa’ada: zitten | Heilige maand; Arabieren staakten expedities en bereidden de Hajj-periode voor. |
| 12 | ذُو الحِجَّة | Dhu al-Hijjah | Van hijjah: bedevaart | Maand van de Hajj en Eid al-Adha; een van de vier heilige maanden. Hajj werd al in de oudheid verricht en door de Islam gezuiverd van shirk. |
