Bukhtanassar (بختنصر), bekend in de westerse geschiedenis als Nebukadnezar II, was een van de machtigste koningen van het Nieuw-Babylonische rijk. Zijn heerschappij (circa 605–562 v.Chr.) was één van de belangrijkste periodes in de geschiedenis van Banu Isra’il (بنو إسرائيل), omdat onder zijn bewind Jeruzalem werd verwoest en Banu Isra’il in ballingschap werd gevoerd naar Babylon.
Islamitische historici zoals Ibn Kathir, al-Tabari, al-Masʿudi en al-Baghawi verwijzen naar Bukhtanassar in hun beschrijvingen van de geschiedenis van Banu Isra’il, vaak in verband met de goddelijke straf die hen trof vanwege hun ongehoorzaamheid aan Allah ﷻ en het doden van profeten.
De historische achtergrond
Volgens de overlevering regeerden de nakomelingen van Banu Isra’il over Palestina na Dawud عليه السلام en Sulayman عليه السلام. Hun koninkrijk was verdeeld geraakt in twee delen; Israël in het noorden en Juda in het zuiden en de mensen waren afgedwaald van de zuivere aanbidding van Allah ﷻ.
In Tafsir Ibn Kathir bij Soera al-Isra (17:4–8) wordt vermeld dat Allah ﷻ Banu Isra’il tweemaal zou straffen vanwege hun hoogmoed en ongehoorzaamheid.
Ibn Kathir legt uit dat de eerste straf betrekking had op de aanval van Bukhtanassar, koning van Babylon, die Jeruzalem verwoestte, velen doodde, en de overlevenden gevangen nam en naar Babylon voerde.¹
De opkomst van Bukhtanassar
Bukhtanassar was de zoon van koning Nabopolassar, de stichter van het Nieuw-Babylonische rijk. Na diens dood nam hij de macht over en veroverde in korte tijd Syrië, Palestina en delen van Egypte. Hij stond bekend om zijn militaire discipline, bouwprojecten (zoals de herbouw van Babylon) en zijn harde beleid tegenover opstanden.²
Volgens al-Tabari was het in deze tijd dat Allah ﷻ hem macht gaf over Banu Isra’il als vergelding voor hun zonden.³
De aanval op Jeruzalem
Toen de koning van Juda, Zedekia, in opstand kwam tegen Babylon, trok Bukhtanassar op tegen Jeruzalem. De stad werd belegerd, de Tempel van Sulayman عليه السلام werd verwoest, en duizenden Israëlieten werden gedood of als gevangenen weggevoerd.⁴
Ibn Kathir vermeldt in al-Bidayah wa an-Nihayah:
“Hij (Bukhtanassar) doodde hun mannen, nam hun vrouwen en kinderen gevangen, stak hun huizen in brand en vernietigde hun heiligdommen. Daarna voerde hij de gevangenen naar Babylon en bleef daar met hen jaren lang.”⁵
Deze gebeurtenis staat bekend als de Babylonische ballingschap, die bijna 70 jaar duurde.
Bronnen
Ibn Kathir, Tafsir al-Qur’an al-ʿAzim, uitleg van Soera al-Isra (17:4–8).
Al-Masʿudi, Muruj adh-Dhahab, deel 1.
Al-Tabari, Tarikh al-Rusul wa al-Muluk, hoofdstuk over Banu Isra’il.
Bijbel, 2 Koningen 25:1–21 (vergeleken door Ibn Kathir in al-Bidayah wa an-Nihayah).
Ibn Kathir, al-Bidayah wa an-Nihayah, deel 2, hoofdstuk over Bukhtanassar.
